woensdag 23 mei 2012

Onderzoeksvragen....

http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/opinie/columns/handelingsverlegenheid.6272780.lynkx

Met de aanstaande transitie en transformatie van de jeugdzorg worden de meeste elementen van een duurzame jeugdzorg in de grondverf gezet. De overgang naar één verantwoordelijke bestuurslaag en één ontschotte financiering betekent dat op landelijk systeemniveau perverse prikkels voor non samenwerking en bureaucratie worden weggenomen.

Als gemeenten de hun geboden ruimte vervolgens goed benutten, door te gaan werken op basis van door de keten/het netwerk te leveren gezamenlijke betekenisvolle prestaties gebaseerde financiering, dan zullen ook hier bureaucratie en non samenwerking bevorderende prikkels verdwijnen.

De aanstaande beleidsinhoudelijke transformatie (investeren in eigen kracht en pedagogische “civil society”) zal er vervolgens voor zorgen dat jeugdzorgproblematiek niet onnodig uit de hand loopt, waarmee het beroep op dure jeugdzorg zal verminderen. Als gemeenten daarnaast ook de moed hebben om de ongemakkelijke waarheden in de jeugdzorg recht in de ogen te kijken (zie mijn eerdere columns hierover), dan is het beleidsinhoudelijke fundament onder een duurzame jeugdzorg stevig gelegd.
Genoemde maatregelen plaveien de weg naar de grootste uitdaging om het nieuwe jeugdzorgstelsel echt duurzaam te maken, het uitbannen van handelingsverlegenheid. Handelingsverlegenheid komt in de kern neer op “niet het maximale doen wat nodig is om de veilige ontwikkeling van het bedreigde kind te waarborgen”.
Handelingsverlegenheid in de jeugdzorg komt op alle niveaus voor. Denk bijvoorbeeld aan van de ongemakkelijke waarheid wegkijkende politici die zich verschuilen achter simplistische oplossingen in plaats van te durven investeren. Denk aan de media die zwelgen in familiedrama’s in plaats van doortimmerde evenwichtige berichtgeving. Denk aan bestuurders die het belang van de eigen organisatie stellen boven het belang van het kwetsbare kind en hun medewerkers belasten met overbodige bureaucratie. Denk aan jeugdzorgprofessionals en middenmanagers die zich verschuilen achter regels, elkaar niet durven aanspreken, berusten in niet optimale oplossingen vanwege het bestaan van wachtlijsten, naar elkaar (ver)wijzen in plaats van te handelen en niet net zo lang opschalen, desnoods tot het hoogste niveau, totdat er een acceptabele oplossing voor het kwetsbare kind is gevonden.

Met de hiervoor genoemde maatregelen in het kader van transitie en transformatie verdwijnt een fors aantal systeemprikkels die bevorderend werken voor het ontstaan van handelingsverlegenheid in de jeugdzorg. Maar het zou naïef zijn om te veronderstellen dat met het verdwijnen van perverse prikkels als vanzelf de handelingsbekwaamheid toeneemt. Handelingsverlegenheid vindt namelijk ook zijn oorsprong in de aard van het jeugdzorgwerk. Die kent een hoog emotioneel karakter, grijpt diep in in het leven van gezinnen (externe bemoeienis met het opvoeden van kinderen rondom het thema kindermishandeling), wordt gekenmerkt door een hoge foutgevoeligheid, onzekerheid en afbreukrisico (“damn’t if you do, damn’t if you don’t”) en vergt een lange adem als het gaat om het boeken van - ook nog eens relatief kleine – successen, vanwege de weerbarstigheid van complexe jeugdzorgproblematiek.

Met het verdwijnen van perverse systeemprikkels komen alle schijnwerpers op de jeugdzorgprofessional in de frontlijn te staan. Die kan zich niet langer verschuilen achter verstikkende bureaucratie. Die staat voor de uitdaging om het gevoelige onderwerp van kindermishandeling bespreekbaar te maken met ouders en kinderen, ook in systeemgesprekken met ouders en kinderen samen. Die staat voor de uitdaging om elkaar in het uitvoeringsoverleg rondom een kwetsbaar gezin aan te spreken als sprake is van gebrek aan samenwerking en niet nakomen van afspraken. Die staat voor de uitdaging om op te schalen bij visieverschil of niet nakomen van de leveringsplicht van één van de netwerkpartners. Die staat, kortom, voor de uitdaging om te handelen, om te doen wat nodig is om het gewenste resultaat voor het kwetsbare kind te realiseren en niet te rusten voordat dit resultaat bereikt is.

Natuurlijk is rugdekking vanuit het (top)management een noodzakelijke voorwaarde voor het doorbreken van handelingsverlegenheid van de frontlijn professional. Het (top)management zal het goede voorbeeld moeten geven in het afwerpen van handelingsverlegenheid. Maar het zijn uiteindelijk de jeugdzorgprofessionals die het feitelijke werk moeten doen. Als dus, met alle veranderingen die in het kader transitie en transformatie nu gaande zijn, het vergroten van de handelingsbekwaamheid van de professionals onvoldoende aandacht krijgt, dan zal het doel van een duurzame jeugdzorg alsnog niet bereikt worden.
Verdere professionalisering is dus keihard nodig. Niet alleen op het gebied van kennis en vaardigheden op het gebied van effectieve methodieken. Maar vooral ook ten aanzien van het vergroten van de handelingsgerichte competentie “doen wat nodig is”.  De ervaring leert dat dit vooral bereikt wordt door professionals aan de hand van concrete casuïstiek in staat te stellen om individueel met supervisie, met directe collega’s en in de uitvoerders overleggen waarin men participeert,  permanent te laten leren en reflecteren op eigen en gezamenlijk handelen.  Dat vergt investeren in leeromgevingen en escalatietafels waar knelpunten (kwesties) die vanuit die leeromgevingen naar voren komen worden opgelost. Politici en bestuurders die daartoe niet bereid zijn doen zelf niet wat nodig is en zijn zelf handelingsverlegen.

Erik Gerritsen



Redactie Jeugdzorg Dark horse: De ontschotting van de jeugdzorg is iets waar niemand op tegen is. Dat er einde moet komen aan de perverse prikkels, lijkt me een logische zaak, al zal de politiek anders dan Gerritsen het zou wensen, hier geen haast mee maken, omdat dit probleem door de transitie vanzelf verdwijnt. Dat daar nog veel gezinnen onder zullen lijden, omdat die perverse prikkels nog minstens twee jaar blijven bestaan, deert ze niet. 

Maar waar legt Gerritsen de verantwoordelijkheid voor het disfunctioneren van jeugdzorg neer? Hij kwettert een beetje over de verantwoordelijkheid van politici, de jeugdzorgtop, het middenkader waar ze de problemen naar elkaar toeschuiven (klopt, het is een verrotte cultuur) maar uiteindelijk komt toch alles op de schouders van de ‘jeugdzorgprofessional aan de frontlijn’. Dus terwijl de hele organisatie van hoog tot laag bevolkt wordt door handelingsverlegen probleemontkenners, moet de oplossing uiteindelijk komen van de laagst betaalden en tegelijkertijd minst geschoolden. Nee, dat is een goede strategie!

Zeer hinderlijk blijft ook zijn eenzijdige focus op de zaken waar jeugdzorg te laat ingreep, ten koste van het veelvoorkomende onrecht dat jeugdzorg ook vaak te vroeg en te hard ingrijpt, waar ook veel kinderen voor het leven door beschadigd raken. Handelingsverlegenheid is één probleem, ‘trigger-happy’ zijn, is het andere. Mijn bezwaar tegen de learn-by-doing-benadering voor ‘jeugdzorgprofessionals’ is dat het zo onnodig is om alle fouten uit het verleden maar te blijven herhalen, om stap voor stap tot een effectieve methode te komen. Er is in het verleden zoveel misgegaan, dat er in de archieven van Jeugdzorg (en de Raad / misschien kunnen ze samenwerken?) voor jaren en jaren lesmateriaal te vinden is om te leren wat je allemaal niet moet doen. Dat kun je omgekeerd formuleren tot positieve doelstellingen aangaande de vraag wat je dan wél moet doen. (Het tegenovergestelde van waar je de schade mee hebt aangericht)

En mijn advies is daarbij om niet alleen op papier te erkennen wat er fout is gegaan, en naar elkaar toe, in collegiaal overleg veelbetekenend het hoofd te schudden, maar daar ook de gezinnen bij te betrekken die door de jeugdzorg’hulp’ werden vernield.

Ik heb goede en leerzame onderzoeksvragen opgesteld voor de aankomend professionals aan de jeugdzorgslachtoffers:

- Waar voelde u zich het meest door vernederd?
- Wat heeft u het meeste pijn gedaan?
- Wat was er van uw kind geworden als het gewoon thuis had kunnen blijven wonen?
- Welke signalen die u gaf werden door jeugdzorg niet opgepikt?
- Wat had u tegen de kinderrechter willen zeggen, waar geen tijd voor was?
- Over welke zaken heeft de gezinsvoogd gelogen?
- Welke conclusies van jeugdzorg waren voorbarig?
- Op wat voor manier is uw vertrouwen in de hulpverlening beschadigd?
- Heeft de rechtstaat voor u nog betekenis?
- Hoe lang heeft u tevergeefs gevraagd om diagnostisch onderzoek?
- Hoe lang bent u door uw ex, via Jeugdzorg lastig gevallen?
- Hoeveel AMK-treitermeldingen zijn er tegen u gedaan?
- Welke instanties hebben er tegen uw gezin samengespannen?
- Hoe is de klachtenprocedure u bevallen?
- Hoezeer heeft uw zelfbeeld / eigenwaarde geleden onder de bejegening van jeugdzorg?
- Hoeveel (gerechtelijke) kosten heeft u gemaakt door jeugdzorg?
- Hoezeer heeft uw gezondheid geleden onder jeugdzorg?
…..
(Het is nog niet compleet, maar het is alvast een begin)

Sven Snijer


                Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

7 opmerkingen:

  1. En hoe zit het met de (ontbrekende) waarheidsvinding, en het al lang bekende (ontbrekende) opleidingsniveau?

    Er dreigt een nog grotere ramp voor nog meer gezinnen als de onvoldoende opgeleide imbecielen die nu jeugdzorg bevolken nog minder handelingsverlegen worden.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat te denken van schuldgevoel richting je kind, het gevoel van de je kind niet veilig is en dat je je kind geestelijk en lichamelijk achteruitgaat. En wat te denken van het sociale aspect. Deze kinderen komen bijna niet buiten en worden afgeschermd tegen ouders of andere familie en/of komen alleen met soortgelijke kinderen in contact. En dan hebben we nog het seksuele misbruik. Hoe groot is de kans dat jouw kind seksueel misbruikt word. Zoals in het tehuis door een zogenaamde strenge christelijke, die schijnbaar jouw kind wel mag slaan en mag verwaarlozen en daar al 25 jaar mee weg is gekomen. Dit zegt al genoeg over dat er iets niet klopt.
    En dan nog over pleegouders. Ik vraag mij al jaren af wat die test om pleegouders te worden nu eigenlijk inhoudt, want heel veel pleegouders zijn soms nog gekker dan de ouders zelf.
    Neem bijvoorbeeld Bep Schuit (zie prikbord jeugdzorg) Het is onbegrijpelijk dat zo iemand pleegouder kan worden. De pleegvader van het zoontje van mijn ex was stapelgek op mijn ex en gaf haar zelfs geld voor drugs en boodschappen (deze meneer was dus wel gezinsvoogd bij het Leger des heils. De pleegouders van mijn dochter hebben jaren lang toegelaten dat mijn dochter voor dom is uitgemaakt door haar zoontje, of pleegzoon terwijl ze pedagogisch medewerker is. En hij werkt bij de belastingdienst Rotterdam en heeft dan ook lekker in mijn gegevens zitten kijken terwijl daar niets met te maken had.
    (dan was mijn kind 100 keer beter afgeweest bij mij)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Door Drs. N.J.M.Mul (ouder-ondersteuner in Jz en Kb zaken)op 23 mei 2012 11:53

    Geachte heer Gerritsen,

    Ik ben zelf arts. Om zo'n titel te krijgen heb ik een bij wet vastgestelde opleiding gevolgd. Ik verwijs u naar de 'Wet op het artsexamen'. Vervolgens ben ik geregistreerd bij het BIG-register, dat bewaakt of ik wel voldaan heb aan de eisen en me netjes gedragen heb volgens de 'regelen der kunst'. Mocht ik dat laatste niet doen, dan kan u of ieder ander mij aanklagen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

    Ik ben zoals dat heet 'professional'! Ik verzoek u nu eens op te houden met uw eigen opwaardering door te spreken over de 'Jeugdzorg professional': deze hebben géén bij wet vastgestelde opleiding, géén beroepsregistratie en nog minder rechtspraak, bovendien verschuilen zij zich altijd, met het management als rugdekking, achter 'team verantwoordelijkheid'.

    Over de 'handelingsverlegenheid' doet mij dit terugdenken aan de korte tijd dat ik in een ziekenhuis als waarnemend zaalarts werkzaam was... In 2 weken tijd kreeg ik maar liefst 3 waarschuwingen van verpleegkundigen over te lage bloeddruk, te lage temperatuur en afwijkend bloedbeeld bij 3 verschillende patiënten....Ik ben gigantisch BOOS geworden...WAAROM? bloeddruk werd standaard 2x per dag gemeten bij ALLE patiënten, temperaturen 2x per dag en bloedprikken voor 'standaard bloedonderzoek' 3x per week... Alle 3 de patiënten waren stervenden, uitbehandeld en uitgezaaid kanker.. Toen ik vroeg WIE heeft opdracht gegeven om dit te doen het excuus: 'dat staat in ons protocol, wij MOETEN toch WAT DOEN'... en daarom vallen jullie stervende mensen zó lastig? Ik heb in mijn boosheid gezegd: 'JA, je moet WAT DOEN: TLC, Tender Love and Care maar degene die het nog waagt om deze patiënten hetzij lastig te vallen met bloeddrukmeters, thermometers dan wel naalden krijgt grote ruzie met mij.....'. Ik vergelijk 'jeugdzorg':
    KLAKKELOOS worden allerlei protocollen losgelaten, vooral niet of heel weinig ouders gerespecteerd, vooral geen onderzoek doen naar waarheid en dan de ene 'jeugdzorg interventie' na de andere op ouders en kinderen loslaten... men geeft dan de indruk 'wat te doen'!
    Nog een vergelijking met artsen: bij artsen is het een kunstfout te oordelen zónder een patiënt gezien te hebben, een goed onderzoek begint immers met kijken, de patiënt respecteren, dan het uiteindelijke onderzoek en de adequate behandeling dan wel doorverwijzen naar een specialist. Jeugdzorg: we beginnen met de behandeling, nemen de (anonieme) meldingen als waarheid aan, gaan kinderen 'beschermen' door op voorhand de ouders als slecht neer te zetten en dan... Dat circus weet een ieder, behalve u als directeur...(Ik heb het hier even niet over de protocollen, die zal u uitstekend weten, maar over de emotie, verdriet en wat u kinderen en ouders aandoet met 'jeugdzorg'). Geeft het u niet te denken dat ouders juist zo blij zijn om van 'jeugdzorg' áf te zijn?

    Als u zich geloofwaardig wil maken bij de transitie van de jeugdzorg en uw voorstel 'maak jeugdzorg overbodig' in de praktijk wilt brengen stel ik voor ouders op de eerste plaats te respecteren en bij eenvoudige problemen ouders hulp te geven op vrijwilligersniveau als 'Home Start', maatjesprojecten 'eigen kracht' enz. en bij kind-gerelateerde problemen éérst onderzoek door een échte deskundige als kinderpsycholoog dan wel psychiater, zodat direct de juiste hulp kan worden gegeven door échte professionals, mét beroepsregistratie en -rechtspraak!
    Dit maakt BJZ geheel overbodig, doet recht aan art. 24 IVRK dat een kind recht heeft op onderzoek door échte deskundige van het hoogste niveau en bespaart gigantisch! (U weet zelf wel wat een OTS (8000€ p.kind/jaar en een UHP u oplevert!)

    Verder raad ik u aan eens te kijken op de 'Darkhorse Jeugdzorg-blog' van Sven!

    Drs. N.J.M.Mul, arts

    BeantwoordenVerwijderen
  4. BJZ = "Komt een moeder met een verkouden kind bij de huisartspraktijk; krijgt bij binnenkomst meteen van de doktersassistent een chemokuur mee naar huis; en de patiënt heeft de dokter niet eens gezien!"

    Gebruik zware middelen zoals OTS en UHP door te beweren dat een pedagoog-ouder een pedagogisch-onbekwame uitwas-ouder is. Dan "faalt" toch alles (in de zin van BW1:254, lid 1).
    Dat is fijne 'jeugdzorg'!
    Heel 'professioneel'! Ahum.
    De smoesjes van E.G. (BJZ-bestuurder) vallen op!
    Is hij zo dom dat hij dit niet ziet en blijft stoken?
    Het valt op.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Ik had in mijn reactie naar dhr. Gerritsen één regeltje vergeten. De goede lezer begrijpt zelf wel waar dit tussen hoort:

    '... en derhalve beschouw ik de BJZ-medewerkers als een stelletje amateurs...'.

    Of zou dhr. Gerritsen met 'professional' bedoelen: véél te goed betaalde' en ben ik als arts-ouder-ondersteuner en halve jurist een 'amateur'?? (Omdat ik principieel niet door ouders betaald wil worden voor mijn bezigheden.) Soms begrijp ik er niets meer van....

    Beste Sven: GOEDE onderzoeksvragen in je reactie... zou er ook een antwoord komen van dhr. Gerritsen?? Ik ben zelf ook nieuwsgierig als dat antwoord zou komen...laat het ff weten op je blog!

    Nico Mul

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. zie http://www.burojeugdzorg.nl/1000.htm

      Verwijderen
  6. Deze brief aan de Raad voor de Rechtspraak is er vandaag uitgegaan:

    De Raad voor de Rechtspraak
    Postbus 90613
    2509 LP Den Haag




    Maastricht, 25 mei 2012


    Betreft: jeugd-'recht'
    Uw kenmerk:


    Geachte Dames en Heren,

    Naar aanleiding van mijn ervaringen in de praktijk èn bijgaande publicaties en documenten vraag ik uw aandacht voor het volgende.

    Feitelijk laten rechters zich piepelen door jeugdhulpverleners die vaak slechts functioneren op MBO-niveau.

    Het nalaten van behoorlijke waarheidsvinding en belangenafweging is in strijd met wat in het algemeen van rechters mag worden verwacht, met verdragsrechten, de Nationale wetgeving, de grondbeginselen van de rechtstaat, het beginsel van correcte bejegening (van de burger door of vanwege de overheid), alsmede met de rechterscode van de NVvR.

    In verband daarmee is het m.i. gerechtvaardigd om u de vraag voor te leggen of de Raad bekend is met deze kwestie, en of er beleid is ter zake, danwel het voornemen om beleid te ontwikkelen.

    E.e.a. is van belang aangezien de samenleving geen belang heeft bij rechters die niet meer serieus genomen kunnen worden, en de rechters hebben daar zelf evenmin belang bij.

    Afgezien daarvan is het niet ondenkbaar dat op enig moment de agressie van een tot het uiterste getergde ouder zich op een rechter of jeugd-'hulpverlener' zal richten, en ook dat kan m.i. beter worden voorkomen door tijdig het tij te keren.

    Het zou natuurlijk bijzonder spijtig zijn indien de jarenlang met onzinnige kletspraat toegedekte wantoestanden pas ná een ernstig incident worden geadresseerd.

    Graag verneem ik daarom van u of u bekend bent met e.e.a. en of er beleid is ter zake, danwel het voornemen om beleid te ontwikkelen.

    Hoogachtend,



    Indien iemand de behoefte heeft om deze instantie, of een andere, eens te 'kietelen': neem over, pas aan, en stuur hem op!

    Moderne ivoren torens hebben ergens onderaan een prachtig feature: een gleuf van tenminste 32 x 265 mm op 1 à 1,5 mtr hoogte waar de postbode met zorg uw berichten in laat glijden!

    BeantwoordenVerwijderen