vrijdag 30 november 2012

BJZ Heerlen, bedankt!




Ik heb veel mee gemaakt, maar wat ik nu aan mijn fiets heb hangen met BJZ . Mijn vrouw en ik zijn na 22 jaar uit elkaar gegaan. Ik ben weg gegaan omdat mijn kinderen van 11 en 15 van mama wiet mochten roken, bier, wodka en red bull mochten drinken. Ik kwam hier achter en sprak mijn ex hier op aan . Ik kon mijn huissleutels inleveren en vertrekken . Mijn ex heeft 8 verschillende partners gehad in 7 maanden tijd. Is dit goed voor de kinderen om te zien ?

Op straat gezet en een zelfmoordpoging

Mijn zoon van 15 werd na 2 weken door moeder op straat gezet en kreeg zelfs een straatverbod, net als ik . Ik heb toen bij mijn broer gewoond en daarna bij een goeie vriend. Ik kreeg geen woning en was volgens de woningbouwvereniging niet urgent . Vier maanden geleden heeft mijn ex samen met mijn dochter van net 12 jaar een zelfmoord poging gedaan. Omdat ze het leven niet meer zag zitten, ze vertelde mijn dochter dat de dood iets moois was.

BJZ was al in beeld i.v.m. mijn zoon, die met de wijkagent in aanraking was gekomen. Toen ik als vader dit hoorde ben ik naar een advocaat gestapt en heb zelf OTS aan gevraagd voor mijn beide kinderen. Mijn zoon is sinds hij bij mij zit af van de wiet en de drank en ook op school gaat het beter met hem. Moeder houdt mijn dochter weg bij ons, want 'papa en broertje zijn slecht en willen jou in een pleeg gezin stoppen' .

Mjn dochter blijft loyaal aan moeder. Moeder ziet de kinderen als vriend en vriendin, niet als kind dat je een goede gezonde opvoeding moet geven. Mijn vraag aan BJZ: Waarom is er geen uhp in gang gezet?? Dit kan toch niet zo maar gebeuren? Ik maak me zorgen om mijn kinderen, want wie zegt dat dit niet weer gebeurt ?

Naar België

Moeder heeft inmiddels een nieuwe vriend en je raad het al, ja, in België. Ze wil nu zo snel mogelijk vertrekken uit Nederland om onder de OTS uit te komen. BJZ vond het geen probleem dat moeder vertrok, het was immers wettelijk verantwoord . Ondertussen vond ik als vader dat het langzaam tijd werd dat mijn zoon weer een band kon opbouwen met moeder.

Dat is ook gebeurd; moeders vriend zit goed in de slappe was en mijn zoon wordt omgekocht met zwaar vuurwerk uit België, waterpijp, dure kleding en geld. Mijn zoon keert zich nu tegen mij als vader.  Ik kan niks meer goed doen. Moeder heeft tegen mijn zoon gezegd: "'jouw vader wil me helemaal kapot maken". Ik ga als vader al buiten het dorp boodschappen doen om haar te vermijden, laat staan dat ik haar lastig val . Mijn dochter zie ik al een tijdje niet meer.

BJZ bedankt

Ik wil BJZ Heerlen hartstikke bedanken voor het verergeren van onze situatie. Ik zal vechten voor mijn kinderen en het bij de rechter neer leggen .

Een vader


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse


 

De 'Flodderwetenschap' van Bureau Jeugdzorg



De term ‘flodderwetenschap’ (in gesproken nieuws op tv en radio) of ‘slodderwetenschap’ (Trouw) dat bij de wetenschappelijke controle rond Diederik Stapel gebruikt is
 
 
Zo is de ‘wetenschap’, de onderzoeken dóór BJZ zelf, ook een vorm van slodderwetenschap: niet alle variabelen worden meegenomen:
 
- de inspectie kijkt niet naar individuele details, die kunnen bewijzen dat de informatie vanuit de jeugdzorgwerker juist is;
 
- de rechter is geen psychiater zodat deze op geloof (onwetenschappelijk) wenst te werken in deze jeugdzorgzaken;
 
- het bestuur van BJZ stelt eveneens geloof in de signalen vanaf de vloer;
 
- de signalen van BJZ worden niet gecontroleerd door een onafhankelijk diagnost;
- het gezin wordt niet buiten BJZ om diagnostisch gecontroleerd;
 
- de signalen van BJZ worden zo niet op juistheid gecontroleerd en gerelateerd met de juridische gang;
 
- de inbreng van de advocaten van het gezin (EVRM 6, gratis, omdat BJZ de aanvrager is en het gezin de gedaagde) worden niet geconsulteerd alsmede het gezin zelf niet (of er wordt door BJZ een negatieve selectie gemaakt van gezinnen, gezinnen waar multiproblemen werkelijkheid zijn); enz.
 
Dit is een BJZ-vorm van slodderwetenschap, waar de politici intrappen. Die beschermen daardoor de kinderen niet tegen de insinuatieve gronden om kinderen onder een kinderbeschermingsmaatregel te laten lijden, waar dit diagnostisch gezien in het belang van het kind niet nodig en gewenst is.
 
 
TS


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse


 
 

 

 

donderdag 29 november 2012

Open of gesloten deuren in het familierecht?



Toen ik schreef dat de teamleider de gezinsvoogd dekt had ik in gedachten een situatie, welke hier slechts als een voorbeeld uit velen dienst doet, waarin de heer Peter Rovers, teamleider bij BJZ Eindhoven voor de klachtencommissie aangaf van mening te zijn dat mevrouw Marjo M, gezinsvoogd een hele goede capabele gezinsvoogd was. Het betrof de klacht dat de heer Rovers willens en wetens een ongeschikte gezinsvoogd op de zaak gezet had. 

Wij waren van mening dat de gezinsvoogd ongeschikt was, omdat deze gezinsvoogd in een gesprek gezegd had dat zij een beroepsdeformatie had: zij zag altijd vooral het slechte. 

Ook had mevrouw M. van zich gegeven in hetzelfde gesprek dat zij van mening was dat er niet zoiets bestaat als een objectieve kijk op zaken, maar dat deze altijd subjectief is. Dit was aanleiding voor de klacht. 

Beroepsgedeformeerd 

Wij waren van mening dat iemand die beroepsgedeformeerd is en daar geen probleem mee heeft niet kan functioneren. 

De heer Rovers was het daar kennelijk niet mee eens. 

Als in een strafrechtsprocedure blijkt dat in een onderzoek slechts een kant op is gekeken en dat signalen welke een andere kant op wijzen stelselmatig genegeerd zijn, omdat deze signalen niet op de gewenste dader wijzen, kan het opsporingsapparaat/openbaar ministerie het veelal wel schudden. 

Als een gezinsvoogd/teamleider hetzelfde doet wordt zulks door de kinderrechter niet afgestraft.

Bij de strafrechter moet je schuld bewezen worden, althans zo luidt de regel, waarbij er regels zijn voor wat bewijs is en wat niet en hoe je tot bewijs mag komen en hoe niet en is het begrip waarheid van belang. 

Kinderrechter 

Bij de kinderrechter hoeft je schuld alleen maar gesteld te zijn.
Bewijs is niet nodig, dus is het ook niet nodig te regelen hoe en wat tot bewijs kan dienen.
En aan waarheid komt de kinderrechter al helemaal niet toe. 

Er is al jaren een discussie gaande over de vraag of het kinderschermingsrecht voor wat de zitting betreft achter gesloten deuren plaats moet vinden of niet. 

Ik ben er altijd tegenstander van geweest.

De gedachte bij mij is/was dat de rest van de wereld niets te maken heeft met de zaken die bij de rechtbank breed uitgemeten worden door de Raad en BJZ zonder dat deze op waarheid berusten.

Executies horen niet in openbaar plaats te vinden.... 

Gesloten deuren 

Ik ben nu echter wel zover dat ik vind dat de bescherming welke de rechter, de Raad en BJZ ontlenen aan het fenomeen gesloten deuren, niet opweegt tegen het recht van de ouders op een niet-openbare executie. 

Gesloten deuren betekent immers dat geen van de aanwezigen na de zitting enige ruchtbaarheid mag geven omtrent hetgeen zich in de zittingszaal heeft afgespeeld.

Je wordt door de Raad en BJZ afgeslacht ter zitting en mag je er achteraf niet eens over beklagen. 

Hoe anders zou het zijn als er een zaal vol mensen zou zitten die het allemaal van dichtbij zouden meemaken en die achteraf over hetgeen zij zagen en hoorden nog eens uitgebreid door zouden kunnen praten, met bijvoorbeeld de advocaat van de ouders. 

Misschien dat als de executie niet meer in beslotenheid plaats zou vinden, en daarmee de zitting ook niet, er niet meer zoveel geëxecuteerden zouden zijn.

De Bastille 

Publieke verontwaardiging heeft geleid tot de bestorming van de Bastille, en de val van vele regimes.

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/10/hoor-je-het-zingen-op-de-straat.html

 
Voor de individuele ouder zou het waarschijnlijk een vernederende ervaring zijn als de zittingen openbaar zouden zijn. Hoewel dat op zich wel mee zal vallen denk ik. 

Immers in het openbaar zullen de Raad en BJZ zich wel enige beperking opleggen in wat zij naar voren brengen. 

Immers het is in het openbaar en dus liggen dan smaad/laster/belediging aangiften door ouders op de loer.

Want het is wel zo prettig dat je in de beslotenheid van een zitting als raadsmedewerker en vertegenwoordiger van BJZ de ouders ongefundeerd van alles en nog wat kunt beschuldigen, terwijl je weet dat je voor je uitlatingen nooit vervolgd zult kunnen worden omdat deze niet in het openbaar gedaan zijn.... 

En ik denk dat als je ouders de keuze geeft tussen een proces waarbij je op voorhand weet dat de executie zal plaatsvinden, maar dat deze dan niet in het openbaar zal plaats vinden, en de situatie dat het proces in het openbaar plaats zal vinden, maar dat je dan misschien een reële kans maakt niet te worden geëxecuteerd, er velen zullen zijn die voor het laatste zullen kiezen. 


 

 

Bonen en gezinsvoogden



Ik kom van het platteland.
In de tijd dat er nog keuterboeren waren.
En al die keuterboeren hadden wel stokbonen staan.
Je weet wel die lange rijen staken met daarover heen een ijzerdraad en dan daaraan hangende touwen waartegen de bonenplanten naar boven groeiden.
Op het eind van de groei werden die planten onder aan de grond afgesneden en werden over de ijzerdraad heen gehangen om te drogen.
Na verloop van tijd waren de bonen droog en werden geoogst.
De bonen werden van de peulen ontdaan en dan werd de oogst gesorteerd.
De dikke bonen (de slechte eigenlijk) voor de soep werden van de dunne bonen gescheiden middels een schudzeef.
Een apparaat van uiterste eenvoud en doeltreffendheid.
Een raamwerk van vier planken met onderin een aantal houten spillen op onderlinge gelijke afstand.
Aan de ene kant een stok waarop de zeef rustte en aan de andere kant de boer die met de zeef schudde.
De ongesorteerde bonen werden met de een emmer of zo in de zeef gedaan.
Door de beweging vielen de kleine bonen door het zeef.
En dan werd er weer een emmer ongesorteerde bonen bij gedaan
De grote bonen bleven liggen op de zeef.
En of de oogst nu veel grote of meer kleinere bonen bleek te bevatten het resultaat was altijd hetzelfde.
Boven de zeef nam het percentage grote bonen alsmaar toe.
Tot er uiteindelijk alleen nog maar grote bonen boven op de zeef lagen.

En hetzelfde gebeurt er bij BJZ.
Met grote regelmaat komt er nieuwe instroom van ongesorteerde bonen (lees nieuwe medewerkers)
Het schudden begint en de de goeden vallen door de zeef en zijn weg.
De goeden zijn zij die uit gedrevenheid en zo, dus loutere motieven, bij BJZ zijn ingestroomd.
Ze vallen door de zeef omdat ze niet passen bij de andere bonen, en bij BJZ moeten alle bonen immers toch hetzelfde zijn?
Dus de goeden vertrekken uit zichzelf of worden uitgestoten.
Omdat ze niet bij de anderen passen.
In de 'cultuur' passen zogezegd.
De cultuur wordt daarmee wel steeds sterker.
En verwordt steeds meer tot een product van inteelt van zieke geesten.
Zonder enige controle of beinvloeding van buitenaf.
Immers de andersdenkenden verdwijnen vanzelf binnen korte tijd.
En daarmee staat dan ook meteen vast dat degenen die blijven het toch wel erg goed doen?

Hoe het nu is weet ik niet maar vroeger was het normaal dat je als medewerker van de rijkspolitie regelmatig van standplaats wisselde.
Om te voorkomen dat er een 'cultuur' ontstond.
Waarin ieder wel iets wist van een ander zodat niemand het zich kon permitteren anders te zijn dan de rest.
Om te voorkomen dat de leidinggevende de ondergeschikte dekte als er bijvoorbeeld een twijfelachtig schietincident was geweest.

Maar bij BJZ werkt het nog gewoon op zijn ouwe jongens krentenbrood.
De teamleider dekt de gezinsvoogd onder alle omstandigheden, wat er ook gebeurt.
Want de eenheid in de organisatie moet koste wat het kost gehandhaafd worden.
Want anders zou wel eens kunnen blijken wat er daar achter de schermen werkelijk gebeurt..

En zo kom je van bonen sorteren op gezinsvoogdijwerkers.

Er is overigens nog een overeenkomst.
Bonen veroorzaken ook warme 'lucht'.

Jan van Ruth


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

 

woensdag 28 november 2012

Wisten wij al lang...

‘Beter beslissen over kindermishandeling’.
Gisteren gaf ‘Darkhorse’ de link naar bovenstaand rapport. Ik heb het globaal doorgelezen, nog niet echt bestudeerd. Bladzij 113 t/m 114 (5. 3.2) trok mijn aandacht.
‘Stimuleer medewerkers om conclusies en besluiten beter te onderbouwen’ en ‘Stimuleer kritisch denken en leren van feedback’! Een onderzoeksrapport van 123 bladzijden en dan tot o.a. deze aanbevelingen komen? Wat een werk! De AMK kliklijn bestaat vanaf 1998. We hebben het in handen gegeven van onvoldoende geschoolde medewerkers. Het is als een pistool in handen geven van een kind! I.p.v. het pistool af te nemen, ga je hem na veel mensen over de kling gejaagd te hebben, tips geven hoe, waar, wanneer en waarom hij op wie schieten mag, in de hoop dat hij die zal oppikken?
5.3.2 Aanbevelingen voor verdere verbetering van de AMK-besluitvorming.
Sinds de invoering van ORBA is de besluitvorming door het AMK in veel zaken meer systematisch en transparant is geworden. Er is echter ook geconstateerd dat de kwaliteit van de besluitvorming nog niet optimaal is en dat met name de onderbouwing van conclusies en besluiten verdere aandacht behoeft.
De onderzoekers doen de volgende aanbevelingen voor een kwaliteitsimpuls:
Systematiek en transparantie
* Zorg voor een goede werkbegeleiding bij het gebruik van ORBA.
Gebrekkige kennis zorgt ervoor dat medewerkers minder geneigd zijn om ORBA te gebruiken (Prins, 2011). Het is belangrijk dat AMK-medewerkers weten wat ORBA inhoudt, hoe zij het kunnen gebruiken en waarom zij het gebruiken. Vervolgens geven de onderzoekers een paar tips op waar,wanneer en welke wijze dit wat, hoe en waarom aangeleerd kan worden:
* In teamvergaderingen en tijdens individuele werkbegeleiding. Dit geldt in het bijzonder voor nieuwe medewerkers.
* Expliciete vragen van de werkbegeleider naar de conclusies en overwegingen van de medewerker. Daarbij wijst hij op belangrijke criteria en richtlijnen van ORBA.
* In werkbegeleiding kunnen medewerkers specifiek gecoacht worden in bespreken van en feedback geven op overwegingen en beslissingen. Dit biedt ook mogelijkheden voor reflectie op en beter inzicht in de eigen denkprocessen en in mogelijke vertekeningen daarin. (Hodgkinson et al., 1999).
* Dit alles impliceert dat de werkbegeleiders ook op hun beurt worden getraind in het gebruik van de ORBA-systematiek in de werkbegeleiding.
* Zorg voor een goede ICT-ondersteuning
Het is essentieel dat KITS het werken met ORBA zo goed mogelijk ondersteunt. Op dit punt is verbetering noodzakelijk. Toevoegen van inhoudelijk deskundigen aan het team van programmeurs van KITS moet ervoor zorgen dat er meer aandacht komt voor hoe medewerkers met het systeem willen en kunnen werken. Het is belangrijk dat KITS eenvoudig dagelijks is toe te passen, zodat het geen extra rompslomp geeft, en daadwerkelijk systematiek en inzichtelijkheid bevordert. Het heeft meerwaarde als de informatie uit KITS gemakkelijk mee te nemen is in de overdracht naar ketenpartners.
* Stimuleer medewerkers om conclusies en besluiten beter te onderbouwen
Waarschijnlijk (?) hebben tekortkomingen in de onderbouwing van conclusies en besluiten deels te maken met analyse- en rapportagevaardigheden van de medewerkers. Daarom is het nodig hen hierin te scholen en er aandacht aan te schenken tijdens werkbegeleiding.
Om analysevaardigheden te verbeteren is het nodig te investeren in reflectie, feedback en intervisie op het handelen. Als medewerkers moeite hebben om de onderbouwing helder te beschrijven in woorden, kunnen ze baat hebben bij rapportagetraining.
* Realiseer meer uniformiteit in de overdracht naar Raad en BJz
Richtlijnen en sturende formats kunnen uniformiteit in de overdracht bevorderen. Voor een goede overdracht in de keten is het handig als deze formats aansluiten bij de ORBA-werkwijze. Dat helpt de AMK’s om hun bevindingen eenvoudig over te dragen en bevordert eenheid van taal in de keten. Voor
overdracht naar de Raad bestaat een landelijk format, dat onlangs is bijgesteld. De individuele AMK’s gebruiken hiervan eigen varianten, die hierop nagekeken kunnen worden. Voor de overdracht naar Bureau Jeugdzorg kan een landelijk format ontwikkeld worden, waarin op uniforme en expliciete wijze om de belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten, conclusies, besluiten en onderbouwingen wordt gevraagd.
* Monitoring en evaluatie
Bij elke kwaliteitsimpuls is het nodig om de resultaten te monitoren en te evalueren. Waar nodig kunnen maatregelen worden genomen om de werkwijze of de borging daarvan bij te stellen.
Uniformiteit van oordelen en besluiten
Het is een legitieme vraag tot op welke hoogte ORBA – of een andere soortgelijke werkwijze voor gestructureerd beslissen – subjectieve invloeden in de weging van informatie kan ondervangen. Werken met dezelfde informatie en algemene criteria voor de weging daarvan in oordeelsvorming en besluitvorming lijkt een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor meer overeenstemming.
Om meer uniformiteit te bereiken doen wij de volgende aanbevelingen:
* Stimuleer kritisch denken en leren van feedback
Het voorkomen van besluitvormingsfouten begint met het bewustzijn dat je fouten kunt maken en de bereidheid om deze te voorkomen (Munro, 1999). Een voorwaarde daarvoor is een cultuur op organisatieniveau waarin fouten gezien worden als kansen om van te leren en de professionaliteit van organisatie en medewerkers verder te vergroten. Met fouten worden overigens niet (alleen) zaken bedoeld waarin evident slecht onderbouwde en niet getoetste beslissingen zijn genomen. Juist het alert zijn op alledaagse valkuilen als tunnelvisie is van belang voor een goede besluitvorming. Belangrijk is ook dat gekeken wordt naar mogelijkheden om medewerkers van feedback te voorzien over hun eigen beslissingen, door te kijken naar het verdere verloop van zaken, na afsluiten. Het ontvangen van feedback is een belangrijke voorwaarde voor mogelijkheden te leren van ervaring.
In de dagelijkse casuïstiek zijn methodische werkbegeleiding en supervisie nodig om de medewerker te helpen kritisch te blijven over de eigen beeldvorming en actief te zoeken naar alternatieven. De werkbegeleider stelt kritische vragen en reikt andere gezichtspunten aan. Training van de werkbegeleider om dit op een respectvolle en constructieve manier te doen is daarbij van belang.
* Stimuleer en faciliteer collegiaal overleg over casuïstiek
Casusoverleg met collega’s en tussen ketenpartners vindt al plaats. Hierdoor worden niet alleen de eigen normen en grenzen inzichtelijker, maar ontstaat ook beter zicht op de normen en grenzen die anderen hanteren. Discussie hierover kan leiden tot meer overeenstemming in wat er in een specifieke casus aan de hand is en welke aanpak in deze en vergelijkbare casus het meest wenselijk is. Uit onderzoek (o.m. Pijnenburg, 1996) is bekend dat ook in teambesluitvorming zich gemakkelijk vertekeningen in besluitvorming voordoen. Het collegiaal overleg heeft dan ook vooral een meerwaarde wanneer bewust methoden worden ingezet om vooringenomen besluiten te ondervangen, bijvoorbeeld door een deelnemer de rol van ‘advocaat van de duivel’ te laten spelen. 
De simpele aanbeveling dat er gekeken moet worden naar mogelijkheden om medewerkers van feedback te voorzien over hun eigen beslissingen, wekt de indruk dat die mogelijkheden er tot nu toe onvoldoende zouden zijn geweest? Feedback op het handelen van de medewerkers- en de werkwijze van het AMK is al zo vaak gegeven vanuit de samenleving en door ouders die hun handelwijze hebben ondergaan! Ze doen er alleen niets mee, maar leggen het naast zich neer.
De onderzoekers van de Radboud Universiteit bevestigen met hun aanbevelingen het beeld en de ervaring die veel ouders al lang hebben van de medewerkers bij de verschillende soorten jeugdzorginstanties: ongeschoold, onervaren, ondeskundig en niet leerbaar op vele fronten.
 
Y. B.


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

 
 

Adviezen over hoe het beter kan


 
Suggesties en insinuaties 

Overzien we de methodes van de jeugdzorgwerkers (het genoemde liegen en bedriegen; het bespelen van de rechter met suggesties en insinuaties en halve informatie, goed doelgericht geselecteerd) dan... kunnen we niet alleen de knelpunten benoemen en voor de beleidsambtenaar en politicus duidelijk maken, maar ook wat meer beleids-herstructurerings-voorstellen geven. Opbouwend.

Constructieve, opbouwende adviezen en voorstellen om de knelpunten rond BJZ weg te werken zijn welkom.

Zo gesteld en verwoord dat juristen (ook vele Kamerleden zijn jurist en geen psycholoog) het begrijpen (zonder onderzoek in psychologie). 
 

‘Incidenten’


Er zijn genoeg scheve BJZ-voorbeelden. Zoekend op internet komt men er vele  tegen, maar die worden door de beleidsmakers en politici weggeschoven als 'incidenten'.
Er heerst een blind geloof in de ongecontroleerde 'jeugdzorg' en 'jeugdhulp'.
 
Diagnostische waarheidsvinding is ver te zoeken waar er geen individueel kwaliteitscontrolemechanisme werkt, en waar BJZ er telkens een sausje overheen gooit van 'incident' en 'niet-waar', en 'we zijn professioneel en goed'.


De effectiviteit van de door jeugdzorg geleverde hulp is nooit goed onderzocht en veel praktijkvoorbeelden die de media hebben gehaald, pleiten niet in haar voordeel.

Alle ouders pedagogisch onbekwaam

'Alle ouders bij BJZ zijn pedagogisch onbekwaam' wordt zo vaak in de mooipraat van BJZ herhaald, dat de beleidsmakers en politici erin gaan geloven. U weet dat benoemen en herhalen bij kinderen werkt. Zo ook bij pedagogisch onbekwame beleidsmakers en politici.

Wanneer BJz-bestuurders op overduidelijke fouten worden gewezen, waar ze niet onderuit kunnen, vervallen ze tot de tactiek van het eigen slachtofferschap; het is ‘complex’ en ‘moeilijk’ werk, waarbij soms ‘zware’ beslissingen moeten worden genomen, alsof ze die complexiteit niet zelf in de hand werken met hun omslachtige en ondeskundige werkwijze.  

Tweesporenbeleid
 

Maar…. met verzet bouwt men in het denkvermogen van de ontvanger muren op.
Het is constructiever om opbouwende ideeën en adviezen te geven, die ...
wel rekening houden met een tweesporenbeleid:

- Er zijn kinderen met mishandeling of verwaarlozing in een bepaalde mate (die bij BJZ altijd te erg heten te zijn);

- Er zijn kinderen waar niets abnormaals in de pedagogische sfeer mee aan de hand is.
>>>> Beide kindergroepen dienen beschermd te worden.  

Goedkoper

Zo is het goedkoper-dan-nu idee van het Jeugdbeschermingsplan van de SSF:
https://dl.dropbox.com/u/2479159/2012-Verkort%20Jeugdbeschermingsplan-JzBlH.pdf

... een heel goed plan om beide groepen te helpen.

In Zeeland zien we dat hulp via thuis zeer goed werkt ondanks de beweringen van BJZ
http://www.youtube.com/watch?v=F6Dthj9XBLU&feature=channel&list=UL
 

en dat uithuisplaatsen bleek niet lekker te liggen bij die kinderen:
http://www.youtube.com/watch?v=7KMmluGjbu0&feature=channel&list=UL


We zien daarbij dat BJZ zich defensief opstelt met beweren dat halve waarheden suggereren naar de rechter "feiten" heten te zijn, terwijl het spreekwoord is: 'Een halve waarheid is erger dan een hele leugen'
http://www.youtube.com/watch?v=JSUr2xxTDJg&feature=channel&list=UL


Geen hoogstaande behandeling

Waar 90% niet werd geholpen onder toezicht van BJZ is BJZ-'hulp' niet de meest hoogstaande 'behandeling':
http://www.youtube.com/watch?v=H2fFBZl-cG0&feature=channel&list=UL

(Psych. Dorrelijers).

Er is bewijs genoeg, ook in het artikel op DarkHorse "Beter beslissen over..." (27/11/2012):
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/11/beter-beslissen-over-kindermishandeling.html

Maar nu moet de politiek en ministeries overstelpt worden met goede adviezen. Laat blijken dat burgers niet meegaan in een niet-medisch gemeente-jeugdhulp, die wel dichtbij staat qua plaats, maar niet qua kennisniveau. 
 

Fuik van onkunde

Laat horen dat we als burger gespecialiseerde kenniscentra willen hebben, die niet te verwaterd over het land uitgestrooid dienen te worden: liever iets verder met de bus en veilig deskundig, dan dichtbij als fuik naar onkunde. Doelgroep-gespecialiseerde ingangen i.p.v. BJZ of 'gecertificeerde instellingen' zijn effectiever.

Men denke aan blz. 28 van het Jeugdbeschermingsplan op
https://dl.dropbox.com/u/2479159/2012-Verkort%20Jeugdbeschermingsplan-JzBlH.pdf
 
Daar staan diverse doelgroepen die elk hun eigen kundigheid verdienen.
 

TS


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

 


 

 

dinsdag 27 november 2012

Dááág poppen

http://fpblog.nl/2012/11/26/chuckie/

http://fpblog.nl/

Posted on

by


Chuckie

Goed nieuws. Sinds mijn vorige blog over het waanidee dat je met Poppenvilla’s kindermishandeling kunt opsporen, is er vooruitgang geboekt. De Poppenvilla is in opspraak geraakt na protest van verontruste ouders. Het Netwerk Passend Onderwijs (een organisatie die het basisonderwijs ondersteunt) stopt daarom direct met het verspreiden van de Poppenvilla. Dag poppen!




En er is nog meer goed nieuws. Het gebruik van poppen of tekeningen wordt nogal eens aangemoedigd in politiestudio’s die ontworpen zijn voor interviews met kinderen (de zogenaamde kindstudio’s). In deze studio’s kunnen kinderen spelletjes doen, tekeningen maken en worden ze ondervraagd over een trauma dat ze zouden hebben meegemaakt. Het komt wel voor dat tijdens zo’n interview de rechercheur zich afvraagt wat het kind probeert te zeggen.

En dan wordt er een pop in de handen van het kind geduwd met de vraag om effe te laten zien wat er nu precies is gebeurd. Onlangs verscheen een overzichtsartikel van Amerikaanse onderzoekers. Ze schrijven over hulpmiddelen als poppen (props): “available research does not instill confidence that props are the best solution to interviewing challenges…”. Ook wij kwamen nog niet zo lang geleden tot dezelfde conclusie. Een aantal weken geleden spraken mijn collega’s en ik daarom met de rechercheurs van kindstudio’s.

We hadden het ook over het gebruik van poppen en tekeningen. Uitkomst: weg met de poppen, weg met de tekeningen. Ook hier dus is het bye-bye met de poppen.




Maar de poppen zijn taai. Tijdens ons gesprek met de politie werd duidelijk dat de poppen nogal eens door orthopedagogen worden gebruikt als er een vermoeden bestaat van misbruik. Dit is verontrustend. Zo hebben Britse onderzoekers al vaak laten zien dat zelfs bij mensen getraind in het gebruik van poppen de kans op suggestieve vragen en vals positieven aanzienlijk is (Lamb et al., 2007).

Dat zal vast niet anders liggen voor bijvoorbeeld orthopedagogen of andere professionals.
De poppen lijken familie van Chuckie te zijn: de bloeddorstige pop die sinds de jaren ’80 regelmatig de leading role heeft in horrorfilms. Hij is nog steeds springlevend, niet kapot te krijgen en blijft schade aan richten.


Henry Otgaar


http://www.klasvanjuflinda.nl/wp-content/uploads/2011/01/handleiding_huiselijk_geweldgoed.pdf

http://www.klasvanjuflinda.nl/wp-content/uploads/2011/01/theorie_deel_ahg1nieuw1.pdf



            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

 

'Beter beslissen over kindermishandeling'


Hieronder een link naar een onderzoeksrapport met de bevindingen die zijn opgetekend door de Radboud Universiteit te Nijmegen. 


Het is getiteld ‘Beter beslissen over kindermishandeling’ - Onderzoek naar de effecten van gestructureerde oordeelsvorming middels ORBA". 

Alle AMK's werken inmiddels met ORBA (Onderzoek, Risicotaxatie en Besluitvorming AMK's). 

Hieronder treft u een korte samenvatting van hun bevindingen. Er staat nog meer in het rapport zelf.

De selectie betreft slechts een samenvatting van de eerste 20 pagina's.  

 
“Uitgangspunt van ORBA is dat door het systematiseren en expliciteren van het besluitvormingsproces en het aanreiken van inhoudelijke criteria de nadelen van subjectieve besluitvorming geminimaliseerd kunnen worden”.
De kwaliteit van de besluitvorming en in het bijzonder de duidelijkheid en onderbouwing van conclusies en besluiten is niet in alle casus consequent hoog”.
“Uit het vignet-onderzoek blijkt dat AMK-medewerkers het redelijk eens zijn over de ORBA kern-oordelen, maar over de besluiten slechts matig”.
“Dit vignet-onderzoek levert dus GEEN overtuigend bewijsdat ORBA leidt tot meer uniformiteit in oordelen en besluiten. Op basis van de onderzoeksresultaten concluderen de onderzoekers dat sinds de invoering van ORBA de besluitvorming door het AMK in veel zaken inderdaad meer systematisch en transparant is geworden”.
“Wat betreft de analyse van de verzamelde informatie valt opdat in ongeveer de helft van de dossiers een expliciete risicotaxatie en verklaringen voor de problematiek ontbreken. Dat suggereert dat de kwaliteit van de besluitvorming nog niet in alle zaken op het gewenste niveau ligt”.
“In hoeverre AMK-medewerkers de door ORBA aangereikte inhoudelijke afwegingen en de ORBA-criteria voor de te nemen besluiten gebruiken, is niet onderzocht. De verwachting dat de oordelen en besluiten van medewerkers door deze afwegingen en criteria meer uniform worden, is in het vignet-onderzoek niet bevestigd”.
“Een belangrijke implicatie van dit onderzoek is dat het structureren en expliciteren vanbesluitvormingsprocessen inderdaad kan leiden tot een kwalitatief beter besluitvormings-proces. Of dit daadwerkelijk leidt tot betere oordelen en besluiten, zal in vervolgonderzoek nagegaan moeten worden”.
Verwacht wordt dateen gestructureerde, empirisch onderbouwde werkwijze uiteindelijk ook leidt tot meer efficiëntie in het besluitvormingsproces”.
“Medewerkers van het AMK beslissen dagelijks over kinderen die mogelijk slachtoffer zijn van kindermishandeling. Zij beoordelen of een kind zich in een bedreigende opvoedingssituatie bevindt en beslissen over de noodzaak van hulp en bescherming. Gezien het ingrijpende karakter van de te nemen beslissingen is snelle, zorgvuldige besluitvorming een vereiste.
Daarnaast hebben kinderen en ouders recht op heldere en goed onderbouwde beslissingen over belangrijke interventies in hun leven. De besluitvorming is echter niet eenvoudig. Medewerkers beslissen op basis van summiere, soms tegenstrijdige informatie, onder grote tijdsdruk en met een gering aantal handelings-mogelijkheden die meestal geen van alle optimaal zijn”.
“De besluitvorming wordt extra bemoeilijkt door het ontbreken van gedeelde inhoudelijke criteria en een uniforme methodische werkwijze” (Inspectie Jeugdzorg, 2005).
“In dergelijke complexe situaties ontstaan vertekeningen door tekortkomingen in hetbeslisproces (bijvoorbeeld te weinig informatie meenemen en irrelevante details teveelgewicht geven) en doordat meer wordt afgegaan op persoonlijke ervaringen enopvattingen van de medewerker dan op empirische kennis” (Garb, 1998; 2005).
“Een systematische literatuur-search naar de besluitvorming door hulpverleners in het kader van onderzoek en diagnostiek, laat zien dat de kwaliteit van het besluitvormingsproces en de beslissingen die voortvloeien uit ongestructureerde besluitvorming beperkt is. Hulpverleners spenderen veel tijd aan het verzamelen van informatie zonder dat dit tot duidelijke en systematische besluitvorming leidt”.
De relatie tussen de verzamelde gegevens en de genomen beslissingen blijkt mager. Vrijwelzonder uitzondering wordt het besluitvormingsproces gekarakteriseerd alsonduidelijk, onlogisch en weinig efficiënt (Pijnenburg, 1996). En veelal blijft het beslisproces onder het mom van ‘intuïtie’, ‘feeling’ of‘inzicht’ onuitgesproken. Een nadeel van intuïtief beslissen is dat beslissingen vaak nauwelijks expliciet onderbouwd zijn”. (Konijn et al., 2002; Munro,1999)
“Een buitenstaander, of zelfs de beslisser zelf, weet vaak niet welke voorkeuren en gegevens uiteindelijk een rol hebben gespeeld bij het nemen van de beslissing (Ten Berge, 1998; Eijgenraam, 2006; Hamburg, 1999; Mulvey & Iselin, 2008) Hierdoor kunnen hulpverleners hun beslissingen niet of nauwelijks verantwoorden tegenover cliënten, collega’s en leidinggevenden”.
“Bij een dergelijke impliciete manier van beslissen spelen persoonlijke kenmerken, ervaringen en beeldvorming van de persoon die de besluiten neemt een grote rol. Onderzoek bevestigt dat hierdoor (soms grote) verschillen in oordelen en beslissingen tussen medewerkers ontstaan”. (Berben, 2000; Ten Berge, 1998; Van Montfoort, 2004; Munro, 2008)
“Eerder Nederlands onderzoek laat zien dat de besluitvorming bij de AMK’s weinig transparant is (Bartelink, 2006; Inspectie Jeugdzorg, 2005) en vooral gericht is op informatieverzameling in plaats van het construeren van een helder beeld” (De Jong,2004)
“Van Gastel et al. (2009) voerden een secundaire analyse uit op het Nederlands onderzoek naar de AMK’s tussen 2000 en 2009. Zij vonden drie wetenschappelijke theses naar de kwaliteit van de besluitvorming en bestudeerden onderzoek van de inspectie jeugdzorg bij alle AMK’s. Zij concludeerden dat de besluitvorming weinig gestructureerd en inzichtelijk verliep. Besluitvorming werd primair gestuurd door eigen inzichten van de medewerker, niet door inhoudelijke criteria. Onderbouwing van besluiten was zeer summier of ontbrak”.
“Naar de effecten van de ORBA-werkwijze is echter nog geen systematisch wetenschappelijk onderzoek verricht”.
Ook internationaal is onbekend of structurering en explicitering van besluitvormingsprocessen in de jeugdzorg leidt tot betere besluitvorming. Buitenlandse werkwijzen voor gestructureerde besluitvorming voor de kinderbescherming zijn het Victorian Risk Framework (VRF) (Armitage et al., 1999) uit Australië en het Structured Decision Making (SDM) model (Children’s Research Center, 1999) uit de Verenigde Staten”.
“De principes van deze modellen zijn vergelijkbaar met ORBA. Er wordt vanuit gegaan dat de besluitvorming uniformer en transparanter wordt als het proces beter gestructureerd wordt en hulpverleners meer instructie hebben over welke informatie nodig is om een beslissing te nemen. Onderzoek naar het VRF is niet gevonden”.
“De besluitvorming in AMK’s is dus complex en gevoelig voor vertekeningen”.
“Door het structureren en expliciteren van de te nemen stappen in het proces beoogt ORBA deze besluitvorming meer systematisch, transparant en uniform te laten verlopen. Deze studie onderzoekt nu ORBA in alle AMK’s is geïmplementeerd in welke mate deze structurering en explicitering ook werkelijk leidt tot kwaliteits-verbeteringen in het besluitvormingsproces”.
“Het ingrijpende karakter van de beslissingen en de potentiële gevolgen voor kind en ouders vereisen zorgvuldige besluitvorming: systematisch, transparant, goed onderbouwd. Eengoede beoordeling van aard en ernst van de problematiek en de noodzakelijke hulp of bescherming is essentieel om kindermishandeling adequaat aan te pakken”.
“(Praktijk)onderzoek en review-studies naar de kwaliteit van diagnostische oordeelsvorming en beslis-gedrag zijn in de internationale literatuur relatief schaars”. (Garb, 1998, 2005; De Kwaadsteniet, 2009; Pijnenburg, 1996)
“Tal van auteurs (Garb, 1998, 2005; Pijnenburg et al., 1998) bepleiten daarom praktijk-onderzoeknaar de mogelijkheid van ondersteuning van klinische oordelen door‘decision support’-modellen en -procedures (zoals ORBA) die het denken expliciteren en formaliseren.
Dergelijk praktijkonderzoek komt echter zoals gezegd nauwelijks voor. Dit maakt het ORBA-effect-onderzoek voor de praktijk en theorievorming uitzonderlijken relevant.
Doel van dit onderzoek is na te gaan of ORBA leidt tot meer systematische, transparante en uniforme besluitvorming door de AMK’s.
Systematisch betekent dat in het besluitvormingsproces een duidelijk onderscheid wordtgemaakt tussen informatie verzamelen, ordenen, beoordelen (analyseren en concluderen)en beslissen en dat belangrijke inhoudelijke aandachtspunten en overwegingen in de besluitvorming worden meegenomen.
Transparant betekent dat voor derden duidelijk is op grond van welke informatie de medewerker tot bepaalde oordelen is gekomen, welke argumenten zijn beschouwd, welke afwegingen zijn gemaakt en tot welke beslissing dit heeft geleid.
Uniform betekent dat medewerkers op basis van dezelfde informatie tot gelijke oordelen en beslissingen komen.
Daarnaast wordt nagegaan ofde besluitvorming anno 2010 voldoet aan de doelen en normen voor kwalitatief goede besluitvorming die met ORBA worden beoogd. Een verbetering ten opzichte van het verleden betekent immers niet automatisch dat de besluitvorming ook voldoet aan de doelen en normen.
Normen voor systematisch werken:
* In elk onderzoek zijn de processtappen verzamelen, ordenen, analyseren, concluderen en beslissen te onderscheiden.
* In elk onderzoek wordt de verzamelde informatie geordend naar aard (i.e. feit,mening, beleving), bron en inhoud (i.e. de ORBA domeinen).
* In elk onderzoek worden bij de analyse de volgende onderzoeksvragen expliciet gesteld: huidige problematiek, verklaringen daarvoor (oorzakelijke en in standhoudende factoren), risicotaxatie, noodzaak van hulp, mogelijkheden van hulp in het vrijwillig kader.
* Voor elk onderzoek wordt een plan van aanpak opgesteld waarin tenminste staan vermeld: de algemene (zie hierboven) en specifieke onderzoeksvragen, welke informatie nodig is om deze vragen te beantwoorden en welke informanten in ieder geval benaderd worden.
* In de conclusie van elk onderzoek wordt antwoord geven op de onderzoeksvragen uit het plan van aanpak.
Normen voor transparant werken:
* In elk onderzoek wordt in de verslaglegging een helder onderscheid gemaakt tussen de verzamelde informatie, het professionele oordeel van het AMK daarover en het genomen besluit.
* De verslaglegging van elk onderzoek bevat een expliciete onderbouwing van conclusies en besluiten.
Normen voor uniformiteit:
* Uniformiteit in verzamelde informatie: in elk onderzoek wordt inhoudelijk relevante informatie verzameld op de zes ORBA domeinen, aan de hand van de ORBA aandachtspunten en checklists (zie paragraaf 1.1.2).
* Uniformiteit in oordeelsvorming: alle AMK-medewerkers werken met dezelfde inhoudelijke afwegingen voor de analyse.
* Uniformiteit in besluiten: alle AMK-medewerkers maken gebruik van dezelfde inhoudelijke afwegingen voor het te nemen besluit.
Deze normen gelden in het algemeen voor alle door het AMK te onderzoeken zaken. In individuele casuïstiek kan het incidenteel voorkomen dat om gegronde redenen wordt besloten hiervan af te wijken. Een dergelijk besluit wordt altijd expliciet vastgelegd en onderbouwd.
Het onderzoek richt zich op de effecten van ORBA op de kwaliteit van het besluitvormings-proces. De veronderstelling is dat een kwalitatief goed besluitvormingsproces bijdraagt aan het uiteindelijke doel van ORBA, te weten dat de kwaliteit van de oordelen en beslissingen (het product) verbetert.
Dit onderzoek gaat daar niet op in; niet op de validiteit van oordelen en beslissingen, en ook niet op de psychometrische kwaliteiten van het voor ORBA ontwikkelde risicotaxatie-instrument LIRIK of van de andere checklists, of de vraag of ORBA ook leidt tot efficiencywinst (bijvoorbeeld een lagere sleutel- en doorlooptijd). In een volgende fase (vervolgonderzoek) dient dergelijk onderzoek zeker plaats te vinden. Tevens kan dan meer aandacht besteed worden aan diversiteit in cliënten en medewerkers.
Subjectiviteit in besluitvorming over (vermoedens van) kindermishandeling is ongewenst. Ouders en kinderen mogen verwachten dat de beslissingen die er over ze genomen worden, niet afhangen van de medewerker waarmee ze te maken krijgen.
Er zitten echter grenzen aan de overeenstemming die te verwachten is op basis van het gebruik van ORBA. Daar zijn twee redenen voor. In de eerste plaats geeft ORBA niet aan hoeverschillende aspecten in een zaak in de beoordeling gewogen moeten worden,welke factoren belangrijker zijn dan andere en hoe zwaar dat belang weegt.
Gestandaardiseerde en gevalideerde instrumenten kunnen daarbij een hulpmiddel zijn, maar er zijn weinig specifieke instrumenten voor de besluitvorming over kindermishandeling.Meer algemene instrumenten zoals de Child Behavior Checklist (CBCL) of de Standaard Taxatie Ernst van de Problematiek (STEP) worden niet of nauwelijks gebruikt. Dat betekent dat medewerkers hun eigen afwegingen maken op basis van de beschikbare informatie. In de tweede plaats geeft ORBA alleen globale normen aan voor de beoordeling of besluiten. Bijvoorbeeld: wanneer is er wel of niet sprake van kindermishandeling?
Wanneer is er sprake van een ontwikkelingsbedreiging? Dat betekent dat elke AMK medewerker daarin zijn eigen normen hanteert.
Elk kind is uniek, met een unieke opvoeding, unieke ervaringen en een unieke schoolloopbaan. Ook elk kind met sociale en emotionele problemen is uniek. Elk kind reageert anders op zijn omgeving. Kinderen reageren anders op deprivatie, stress en verwaarlozing Kinderen reageren anders op hun leerkracht en medeleerlingen. Met andere woorden: Bij elk kind spelen andere beschermende en risicofactoren een rol. (Jeninga, J. 2004, p.13 )


            Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse