zondag 3 juni 2012

Voor - tijdens - ná de William Schrikker 'behandeling'


Jordy werd door zijn vader weggehaald bij een instelling van de WSJ, omdat hij zag dat het niet goed ging met de jongen. Hij vluchtte met hem naar Bolivia, waar hij met zijn vriendin en zijn zoon een nieuw leven heeft opgebouwd.

Op de eerste foto is hij 5 jaar. De foto is genomen op school. Dit was voor zijn verblijf bij de William Schrikker Jeugdbescherming (Toen nog WSG)



Op de tweede foto is Jordy te zien zoals hij er uit zag toen Rhon (zijn vader) hem na een half jaar voor het eerst weer zag (6 jaar). Rhon heeft hem toen ook aan medici laten zien en die waren er unaniem van overtuigd dat hij gedrogeerd werd, maar de gezinsvoogd had toen al besloten niet meer met Rhon te praten. Hij kreeg op zijn vragen over vermoeden van medicatie geen antwoord.


Op de derde foto is Jordy te zien toen hij al een half jaar in Bolivia woonde, tijdens het bezoek van zijn oma. (Hij is dan 8 jaar)


Deze foto's zijn ook aan de rechter getoond, maar ze was vast kippig, want ze zag geen verschil.
(Het volledige verhaal van Jordy is in voorbereiding bij de redactie van Dark horse.)

Oproep redactie Dark horse: Heeft u foto's van uw kind(eren) voor - tijdens en/of ná hun plaatsing in pleeggezin of een instelling, waarbij ze gedrogeerd en/of gewoon doodongelukkig zijn? Stuur deze foto's dan naar jeugdzorg-darkhorse@hotmail.com

Wij zullen hier een fotogalerij van maken en aanbieden aan Defence for Children.

Oma van Jordy:

Geschokt zag ik vorige week de foto's van William op
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/.

Het deed me denken aan Jordy na de uhp. Ook hij zag er zo uit. Dit liet me niet meer los en ik heb hierover gesproken met de moeder van William.

Zo ontstond het idee om bij de petitie een foto galerij aan te bieden.
hiervoor vraag ik je medewerking.

De bedoeling is een foto voor en een foto na de uhp (eventueel van daarna weer thuis) met de leeftijd op de foto's en kort het verhaal. En of het bekend is of er medicatie gegeven wordt. Zo ja, gebeurt dat met of zonder toestemming ouders.

Graag opsturen per mail naar Sven of mij, met vermelding of het ook in een artikel van Dark horse gebruikt mag worden.

jeugdzorg-darkhorse@hotmail.com

adabusman@hotmail.com

PS: We zijn over de 2800 handtekeningen http://jeugdzorg.petities.nl , op naar de 3000

Samenvatting oratie prof. dr. Ido Weijers 2012

Parens patriae en prudentie

Grondslagen van jeugdbescherming

In deze oratie worden drie stellingen verdedigd.

1. Uitgangspunt van kinderbescherming is het schadebeginsel


Tijgermoeders tegenover wollensokkenvaders, presteren of genieten? We
kennen grote verschillen van inzicht op het gebied van de opvoeding. De vraag
vanuit de kinderbescherming is hoe met deze pluriformiteit om te gaan? Onze
wetgeving maakt duidelijk waarvoor in ons land is gekozen: voor een prudente
overheid, die zich terughoudend opstelt waar het gaat om pedagogische waardeoordelen,
maar die tegelijkertijd een heldere grondslag kent voor ingrijpen in de
opvoeding, namelijk waar het aantoonbaar ernstig mis dreigt te gaan.

2. Een prudente overheid hoedt zich voor perfectionisme

Als de ouders voldoen aan hun wettelijke verplichting tot verzorging en
opvoeding heeft de overheid hier geen enkele rol. Als de overheid zou kiezen
voor inhoudelijke eisen betreffende de opvoeding, zou zij zich schuldig maken
aan perfectionisme, dat wil zeggen dat zij het recht zou gebruiken om een
specifieke opvatting van goede opvoeding aan ouders op te leggen.

3. Een prudente overheid hoedt zich voor preventionisme= doorschietende preventie

In de achterliggende eeuw is langzaam erkenning ontstaan dat er rekening moest
worden gehouden met het gezinsleven van het kind. Dit aspect van prudentie
lijkt aan het begin van de 21e eeuw tegen de achtergrond van schokkende
gezinsdrama’s weer op de achtergrond te raken. Deze trend gaat gelijk op met
een zeer uitgesproken en omvattend streven naar preventie in termen van het
absoluut willen uitsluiten van risico’s. Dit resulteert in een enorme toename van
het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen. De nieuwe ‘maatregel
van opgroei-ondersteuning’ past eveneens in deze trend. En tenslotte past daarin
de aanleg van een amper nog te volgen aantal digitale kinddossiers.
Ido Weijers pleit in zijn oratie voor een welbewuste terugkeer naar een prudente
kinderbescherming. Hij laat zien dat het met de jeugd en met de opvoeding in
ons land uitstekend is gesteld. Tegen die achtergrond raadt hij
kinderbeschermers aan net als artsen vooral een terughoudend beleid te voeren
en om alle energie en middelen te richten op de ernstige gevallen.

zaterdag 2 juni 2012

Grote terughoudendheid bij individuele casus

http://www.europa-nu.nl/id/viz04xwkjnz3/verslag_van_een_algemeen_overleg

Uittreksels uit Tweede Kamerdebat: ‘De macht van de gezinsvoogd’ van 18 april 2012

{Van commentaar voorzien door redactie Dark horse}

Mevrouw Dille (PVV): Wij weten allemaal dat de staatssecretaris van VWS alles met de beste bedoelingen doet. Ik zal er echter ook voor de brief over kwaliteitsbeleid voor de brede zorg voor jeugd geen doekjes om winden. Ik vind het taalgebruik in deze brief nogal zweverig. "Klik", "intuïties" en "antennes" zijn allemaal nogal vage woorden zonder duidelijke onderbouwing. Ik mis enkel nog de bloemetjes, de bijtjes en de hartjes op iedere pagina. Een klik tussen het kind en de jeugdhulpverlener zal ook niet binnen drie weken ontstaan. Wat is deze klik eigenlijk? Het geeft allemaal een hoge mate van subjectiviteit weer, die onvermijdelijk ten koste zal gaan van objectieve waarheidsvinding. Voor de PVV is deze waarheidsvinding echter zeer belangrijk. Zijn de staatssecretarissen dat met ons eens en, zo ja, hoe gaan zij dat waarborgen?

De PVV weet dat de meeste werknemers in de jeugdzorg keihard werken en de beste bedoelingen hebben, maar helaas gaat het ook heel vaak mis. Iedereen kent de schrijnende gevallen waarin sprake is van misbruik van posities en van leugens, met alle gevolgen van dien. Ook daar moet het beleid op worden gericht. Wat gebeurt er als er geen klik is? Wat de PVV betreft, moeten wij een aantal worst practices uitkiezen, bijvoorbeeld aan de hand van de uitzending van het eerdergenoemde VARA-programma en daar een analyse van maken om daar lering uit te trekken. Zijn de staatssecretarissen daartoe bereid? klanttevredenheidsonderzoeken zijn prachtig, maar elk Kamerlid weet uit de vele e-mails die wij krijgen dat een grote groep zeer ontevreden is. Waarschijnlijk vullen deze mensen geen tevredenheidsformulieren in. Graag krijg ik hierop een reactie.

Mevrouw Kooiman (SP): Kan mevrouw Dille zich voorstellen dat het bij een gezinsvoogdijmaatregel heel logisch is dat ouders niet altijd tevreden zijn, omdat er ook weleens beslissingen worden genomen die tegen de wil van een ouder ingaan? {Dit is een valse redenering van Kamerlid Kooiman (die zelf twee jaar gezinsvoogd was) waarmee ouders die al decennia lang klagen over fouten in de jeugdbescherming, weer een trap na krijgen. Zij ontneemt hiermee ouders het recht om te klagen over feitelijke misstanden. Zij suggereert met haar opmerking dat ouders die klagen over Jeugdzorg, dit doen omdat zij het niet met een bepaalde beslissing eens zijn (van de kinderrechter), alsof er los daarvan geen echte misstanden zouden bestaan! Alle ouders worden hiermee weer op dezelfde hoop gegooid. De pedagogisch niet capabele ouders, die werkelijk hulp nodig hebben (maar dit moeilijk kunnen accepteren) en de ouders die onterecht met gedwongen maatregelen te maken krijgen, omdat Jeugdzorg of de RvdK heeft geblunderd.}

Mevrouw Dille (PVV): Dat kan ik mij inderdaad heel goed voorstellen. Het is natuurlijk een heel gevoelige vorm van hulpverlening. Mevrouw Kooiman weet echter ook dat er heel veel gevallen bekend zijn van voogden die hartstikke fout aan het werk zijn. Volgens mij moeten wij ervoor zorgen dat dit niet kan gebeuren. Daarvoor moeten wij regelgeving maken.

Mevrouw Kooiman (SP): Ik hecht er waarde aan dat mevrouw Dille met duidelijke voorstellen komt om het probleem aan te pakken en niet suggereert dat elke hulpverlener mogelijk fouten maakt en misbruik van zijn machtspositie maakt.{Het simpele feit dat de gezinsvoogd zo makkelijk misbruik kan maken van zijn/haar macht, zou al voldoende moeten zijn om alle alarmbellen te laten afgaan. Wederom het slappe excuus dat ‘het ook vaak goed gaat’}

Mevrouw Dille (PVV): Het had misschien gescheeld als mevrouw Kooiman goed had geluisterd. Ik zei: ik weet dat de meeste werknemers heel goed werk leveren, maar er blijft een groep werknemers die dat gewoon niet doet. Ook daar moeten wij het wat mij betreft over hebben. Het verzamelen van worst practices vind ik dus een briljant idee. Voorzitter. Wij zijn blij dat er een tuchtcommissie komt, maar wij zijn niet zo blij met het tempo waarin dit gebeurt.

Tot slot heb ik een vraag over de wettelijke verplichting tot registratie. Die vraag is al eerder gesteld. Het lijkt erop dat die verplichting alleen gaat gelden voor hbo'ers en wetenschappelijk opgeleiden. Hoe zit het echter met mbo'ers en zij-instromers? Dat is namelijk ook een heel belangrijke groep binnen deze vorm van hulpverlening. De PVV is ervan overtuigd dat eenieder hier voor betere jeugdzorg staat, maar wij worden zo
langzamerhand wel wat ongeduldig. Kortom: actie graag.

De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. Er zijn in de jeugdzorg ontzettend veel mensen die met veel passie en professionaliteit hun werk verrichten. Ik heb daar diep respect voor. Tegelijkertijd zie je dat het ook wel heel moeilijk en heel verantwoordelijk werk is. Als daar iets misgaat, kan dat dus grote gevolgen hebben. Juist vanuit die invalshoek is het van belang om op de kwaliteit van de jeugdzorg te focussen en te bezien hoe die verder kan worden versterkt. Ik steun het uitgangspunt dat het in de jeugdhulp ook moet gaan om het versterken van de eigen kracht van de burgers en van de sociale netwerken om hen heen.
(….)
Reportages en artikelen over jeugdzorgzaken doen vaak veel stof opwaaien. Dat is begrijpelijk gelet op de betrokkenheid van alle partijen. De staatssecretaris van Justitie wijst terecht op het moeilijke karakter van de kritiek: jeugdzorg is of te vroeg of te laat. Die constatering mag echter geen reden zijn om kritische signalen en problemen te negeren. Wij kunnen niet over allerlei individuele zaken spreken, maar die kunnen wel aanleiding zijn om het systeem tegen het licht te houden. Daarom is het ook van belang dat signalen dat er iets niet goed gaat, voortdurend worden opgepakt en dat wordt bezien of die tot aanpassing van
het systeem of van de werkwijze moeten leiden. De staatssecretaris verwijst naar de kwaliteitseisen die in het kader van de decentralisatie worden gesteld. Gezien de zorgen die hij in het vorige overleg over de decentralisatie heeft geuit, verwachten wij een stevig pakket. In de brief gaat het vooral over de jeugdbescherming en de jeugdreclassering. Wij vragen echter ook aandacht voor de positie van de Raad voor de Kinderbescherming. Wordt ook die organisatie kritisch onder de loep genomen in relatie tot aanbieders van jeugdbescherming?

Mevrouw Dille (PVV): Is de heer Van der Staaij het ermee eens om in plaats van best practices nu een keer een aantal worst practices goed tegen het licht te houden en te bekijken wat wij daarvan kunnen leren? Ik doel op een aantal gevallen waarvan is vastgesteld dat er dingen zijn fout gegaan en waarover de rechter een uitspraak heeft gedaan. Ik wil daar voor de toekomst lering uit trekken.

De heer Van der Staaij (SGP): Dat lijkt mij een heel goed idee. Als volksvertegenwoordiger word je soms zelf ook over allerlei individuele zaken benaderd. Dan verwijs je naar klachtprocedures en naar wat in het systeem allemaal mogelijk is. Je kunt je namelijk niet in elke zaak van A tot Z verdiepen. Soms heb je er echter weleens een nietpluisgevoel of zeg je: wat gebeurt er nu eigenlijk? Soms kun je moeilijk de vinger erachter krijgen. Soms worden eerst kinderen met een crisisplaatsing uit huis geplaatst, maar drie dagen later kunnen zij weer terug als het toch wel blijkt mee te vallen. Dan is er echter wel heel wat gebeurd in zo'n
gezin. Dan ga je een juridische mallemolen van allerlei klachtprocedures in en blijkt dat het eerst precies goed was en later ook. Het is dan echter niet overtuigend. Zo zijn er meer zaken waarvan je zegt: die klachtprocedures moeten er zijn, maar zou het ook niet eens goed zijn om mensen van buiten een aantal zaken te laten doorlichten waarvan wij ons afvragen of het wel goed is gegaan of zelfs weten dat het is misgegaan? Dat is in het verleden ook wel eens met zaken in de rechterlijke macht gebeurd. Dan kan met gezond verstand worden bekeken: wat kunnen wij hiervan leren en wat kan worden verbeterd? Dat voorstel leg ik graag op het bordje van de staatssecretarissen van VWS en Justitie neer. Soms gaat iets volgens de boekjes en de protocollen fantastisch, maar als je het van dichtbij, met gezond verstand en op basis van de menselijke maat bekijkt, dan denk je: is het niet heel raar wat er gebeurt?

Staatssecretaris Veldhuijzen-Van Zanten Ik zal het woord "klik" toelichten. Op het onderzoekscongres sprak Michael Lambert, een Amerikaan, over de effectiviteit van instrumenten in de jeugdzorg. Daar zijn we allemaal naar op zoek. We willen deze instrumenten zo helder mogelijk neerzetten. Hij illustreerde de individuele, outcomevoorspellende waarde van diverse randvoorwaardelijke ingrediënten in de procedure van de ondersteuning van een jongere. 30% wordt voorspeld door de klik. Om deze klik te meten, had de heer Lambert een instrument ontwikkeld. Als er geen klik is tussen het systeem van de jongere en de professional, is het kind volstrekt niet gemotiveerd en is het hele proces zinloos. Soms betekent dit dat de professional, op grond van de vraag of er een klik is of niet, moet besluiten om een proces te beëindigen of op te schalen.

In essentie zat 30% van de effectiviteit hem in het nog niet verder geconcretiseerde woord "klik". Het zit
hem in woorden als "nietpluisgevoel". Deze woorden zijn heel vaag en niet-meetbaar. Ik heb expres deze taal gekozen, omdat de professionals in de jeugdzorg ons vragen om hen hun instrumenten niet af te nemen, ook al zijn die instrumenten nog niet wetenschappelijkonderbouwd {Een niet-pluisgevoel zal nooit wetenschappelijk onderbouwd worden. Vanaf het moment dat een nietpluisgevoel een wetenschappelijke onderbouwing krijgt, kan de wetenschap worden opgedoekt}, zijn ze nog niet in een getal uit te drukken en hebben ze nog geen academische traditie. Als wij die instrumenten wel afnemen, zullen zij erop achteruit gaan, zeggen de professionals. {Veel ouders die valselijk van kindermishandeling zijn  beschuldigd, zullen er daarentegen enorm op vooruit gaan, als deze vage speculaties niet langer als ‘instrumenten’ worden aangeduid.}

Wat zijn wij aan het doen in het kader van professionalisering? Er zijn heel veel vragen gesteld over het tuchtrecht. Het tuchtrecht is bijna iconisch. Het tuchtrecht is het kader van beloften die de professionals doen en waar zij op afgerekend worden binnen hun eigen professionele organisatievorm. Tuchtrecht is een manier om in de kleinste vorm zo dicht mogelijk bij het primaire proces de worst practices onder de aandacht te brengen. Tuchtrecht zorgt ervoor dat de voorbeelden besproken worden waarbij het niet goed is gegaan. Deze voorbeelden worden betrokken bij de opvattingen en de afspraken van professionele groepen. Deze worden, weliswaar geanonimiseerd, onder de aandacht gebracht. Het is niet naming,
maar wel shaming. Dit is bedoeld ter lering van iedereen. Je kunt je voorstellen dat het tuchtrecht ongelooflijk belangrijk is bij een beroepsinhoudelijk normenkader waarvan de infrastructuur nog niet op evidence is gebaseerd. Randvoorwaardelijk daarvoor is dat de professionals de normen en waarden op papier hebben gezet en dat ze het erover eens zijn. Welk proces zijn we nu aan het volgen? In overleg met de professionals uit verschillende beroepsgroepen, met hun eigen traditie en eigen belangen, proberen we consensus te bereiken over registratie, opleiding, nascholing en het daarbij behorende tuchtrecht.

De invalshoeken verschillen per beroepsgroep. De orthopedagogen en de psychologen moeten daarom hun
verworven zekerheden prijsgeven in een beweging naar elkaar toe en in een beweging naar opschaling die wij erin aanbrengen. Dat kost tijd, want ze zijn het niet altijd in een keer met elkaar eens. Er kan gekissebis ontstaan over de normen en waarden die zich in de verschillende beroepsgroepen ontwikkeld hebben. Het is een kwestie van veel gesprekken en tact. Dit loopt keurig op schema. Men is het erover eens. Daarom zeggen wij niet: morgen heb je een tuchtrechtkader. Je kunt een tuchtrechtkader niet van bovenaf opleggen. Het moet van binnenuit komen. Ook daarvoor moet de klik er zijn. De professionals moeten het straks
namelijk verder ontwikkelen.

De ouders en de kinderen moeten zich gehoord en deskundig ondersteund voelen. Ik wil daarbij nogmaals het woord "klik" gebruiken. De ouders moeten aangeven of die klik er is. Dit moet worden uitgezocht en gemeten. {Heel bijzonder hoe er niet aan waarheidsvinding kan worden gedaan, maar er wel metingen zullen worden verricht voor het ‘wetenschappelijk maken’ van  de ‘klik’}

Staatssecretaris Teeven: Jazeker. De brief zal deze week het traject ingaan en moet
binnenkort in de ministerraad worden besproken. De Kamer krijgt die brief, en op dit punt
wordt daarin uitgebreid ingegaan.
Dan kom ik op de beantwoording van de gestelde vragen. Verschillende leden, onder wie
mevrouw Bruins Slot en mevrouw Wiegman, hebben vragen gesteld over de
waarheidsvinding. De term "waarheidsvinding" is afkomstig uit het strafrecht en niet uit de
jeugdzorg. In het civiele recht gaat het, zeker in verband met jeugdbescherming en de AMKwerkzaamheden, eerder om de vraag of iets wordt aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt.{door suggesties en speculaties, kwaadsprekerij van derden en een niet-pluisgevoel}

Wordt aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een ernstige bedreiging -- van mij had dat ook "een bedreiging" mogen zijn, maar het werd "een ernstige bedreiging" -- voor het kind? Dat is dus ook een taak voor de Raad voor de Kinderbescherming. Er hoeft bijvoorbeeld niet te worden aangetoond dat de ouders een kind hebben mishandeld. Dat kan onderwerp zijn van een strafrechtelijk onderzoek dat daarna zal plaatsvinden {dat komt er juist nooit}, maar niet van de waarheidsvinding.

"Waarheidsvinding" is echt een term uit het strafrecht en wezenlijk iets anders dan wat de medewerkers van de jeugdzorg doen. {In het tijdschrift voor Jeugd & Familie Recht verscheen een artikel van de Nationale Ombudsman Brennikmeijer, die benadrukte dat het wel degelijk mogelijk is om aan waarheidsvinding te doen in Jeugdzorgzaken. Het argument dat ‘waarheidsvinding’ alleen in het strafrecht thuis hoort is onzin. Er kan ‘binnen redelijke grenzen’ aan materiele toetsing worden gedaan door de kinderrechter, van de door BJZ gesuggereerde ontwikkelingbedreiging van het kind. Daar is voor nodig dat deze zich niet zomaar alles door BJZ of de Raad laat voorkauwen, maar actief recht spreekt, door deze instanties kritisch te bevragen en hen aan te sporen tot beter onderzoek als er ergens onduidelijkheid over bestaat. Daarnaast is er nog het element van de diagnostische waarheidsvinding die meer inzicht kan geven in de kindeigen problematiek, wanneer daar sprake van is, zodat ouders niet zomaar de ‘schuld’ krijgen van een aangeboren aandoening van het kind.}
Ik begrijp overigens wel dat de medewerkers van de jeugdzorg daardoor vaak onder hoge druk hun werk moeten doen. Daar is nu juist kritiek op. Zij moeten het nodige fingerspitzengefühl ontwikkelen {Dat is véél te subjectief. Hij laat zich hier teveel leiden door de ideeën van Veldhuijzen-Van Zanten}. Wij hebben die medewerkers daartoe onder andere het handboek Deltamethode Gezinsvoogdij meegegeven, maar daarmee zijn wij er nog niet. Het risico op een verkeerde beslissing is soms groter dan in het geval van
waarheidsvinding. Dan heeft de rechter namelijk een heel dossier en kan zich daar een oordeel over vormen. De medewerkers van de jeugdzorg daarentegen moeten in een vroeg stadium al beslissen. {Heel vaak hoeven zij niet snel te beslissen, omdat de echt levensbedreigende situaties maar heel zelden voorkomen. Het is daarom ook niet te verklaren waarom er in de meeste zaken niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, op basis van dit kleine aantal echte crisisgevallen. En het achterwege blijven van degelijk onderzoek achteraf, kan al helemaal niet door de beugel.} Zij moeten daarvoor de algemene kaders van ons meekrijgen. Ik denk dat daar het probleem ligt. Zo kijk ik tegen het begrip "waarheidsvinding" aan.

Desalniettemin lijkt het mij goed dat de beweringen van ouders goed worden onderzocht. De heer Dibi vroeg daar aandacht voor, evenals mevrouw Dille, al deed zij dat in harde taal. Ik heb helemaal geen probleem met de harde teksten die mevrouw Dille uitspreekt, maar de ouders hebben allemaal een belang. Dat moeten we niet vergeten. Soms hebben twee ouders van een kind ook nog eens tegengestelde belangen. {En dat is nu juist één van de redenen waarom AMK, BJZ en de Raad zo slecht functioneren. Ze laten zich te gemakkelijk voor het karretje spannen van één van beide ouders in een ‘vechtscheiding’. Het klinkt dan heel nobel om te zeggen, ‘wanneer twee ouders vechten, kiezen wij voor het kind’, maar vaak doen ze dat juist niet. Voor het kind kiezen, wil zeggen dat je je als jeugdbeschermer ervoor hoedt dat je door de ene ouder wordt opgezet tegen de andere, omdat je juist daardoor het kind beschadigd. Het kind heeft recht op twee ouders en wanneer jeugdbeschermers zo gemakkelijk laster en kwaadsprekerij navolgen, zal het kind daardoor minimaal één ouder verliezen.}  Als de Kamerleden dat in hun e-mailbox krijgen, zoals de heer Van der Staaij zei, dan maakt dat het net zo ingewikkeld als wanneer wij het waarnemen vanuit het departement en in sommige gevallen de Raad voor de Kinderbescherming vragen om nader onderzoek te doen.       

Mevrouw Dille (PVV): Ik ben het uiteraard geheel met de staatssecretaris eens. In de praktijk blijkt vaak uit raadsverslagen dat er maar één ouder gehoord wordt. Als die ouder dan stelt: mijn kind wordt mishandeld door de vader, dan vind ik wel dat er ook met de vader gesproken moet worden. Dat lijkt mij gewoon evident.

Staatssecretaris Teeven: Ik ben die dossiers uiteraard ook tegengekomen. Soms doet de raad dat inderdaad. Heel vaak gebeurt dat omdat de raad onvolledig op de hoogte is {omdat de Raad door BJZ of AMK verkeerd wordt geïnformeerd en de Raad een protocol heeft dat ze ‘onderzoek’ van BJZ niet hoeft over te doen.} en onvolledig is voorgelicht. Soms zijn er ook wel eens vragen te stellen waarom er in een concreet geval niet twee ouders worden bevraagd; zeker. Daar moeten we scherp op zijn. {Dit is al jaren aan de gang, maar een flauwe opmerking als ‘daar moeten we scherp op zijn’ garandeert natuurlijk niets} Ik weet dat de medewerkers die actief zijn in de jeugdbescherming en bij de raad daar ook op letten. Ik
vraag daar bij herhaling aandacht voor vanuit mijn positie. Ik kan echter als bewindspersoon slechts met zeer grote terughoudendheid "afdalen" in een individuele casus. Dat geldt ook voor individuele Kamerleden. We doen het dan ook bijna nooit. {Dan wordt het tijd om die terughoudendheid op te schorten en je juist wél als bewindspersoon persoonlijk met een zaak van schrijnend onrecht te bemoeien. Daarmee krijg je enorm veel respect, van de door Jeugdzorg gedupeerde ouders in dit land en het is een goede manier om de jeugdbeschermers met een schok in de realiteit te brengen, van de gevolgen van hun verkeerde beslissingen.} 

Petitie - nog 200 handtekeningen nodig!

[Deze kwam binnen bij de redactie]


Teken de petitie svp:  nog 200 erbij en er zijn 3000 handtekeningen.
Vraag uw vrienden en familie ook te tekenen. Immers, iedereen kan ermee te maken krijgen.

Het zou je zelf maar overkomen: een uit-buik-plaatsing. Op 7 juni om 20:25 de Vijfde Dag op Nederland. (beladen bevalling)
Vervolgens zie je je kind in één maand maar 2 1/2 uur in totaal, woont het bij pleegouders die ver boven de middelbare leeftijd zijn, die er niet voor kunnen zorgen dat je kind vrij blijft van luieruitslag en wordt het kind -gezien de onbekwaamheid van deze pleegouders - komende week overgebracht naar een volgend pleeggezin!

Hoezo een kinderbeschermende maatregel? Dit kind moet beschermd worden tegen AMK, WSJ en de RvdK! Wie doet dat? Valt dat te bereiken met de petitie?

Hoe zit het met de screening van pleegouders?
En hoe zit het met het netwerk. Een goede nicht met alle papieren op het gebied van kinderverzorging werd niet gevraagd het kindje te verzorgen, tot er goed onderzoek is gedaan en de rechter een goed besluit kan nemen.
Trouwens, kan de rechter dat wel? Heeft de rechter daarvoor gestudeerd? Waarom vertrouwt de rechter blindelings op wat de gezinsvoogd zegt en doet de rechter nog steeds niet aan waarheidsvinding?
 

http://www.eo.nl/overdeeo/pers/page/Thema_avond_De_Vijfde_Dag_over_opvoeden/articles/article.esp?article=13008092

Schriftelijke aanwijzing

                                                                                                     


Aan de Rechtbank:                      
Voorafgaand een verzoek tot schorsing van het gezag (VOVO) van WSJ:

Op 15 mei 2012 heeft William Schrikker Jeugdbescherming moeder een schriftelijke aanwijzing gestuurd, met de volgende aanwijzing:
      Wij verzoeken u meegezonden akkoordverklaring voor het verstrekken en opvragen van informatie te ondertekenen en vóór vrijdag 25 mei 2012 terug te sturen. U krijgt hiervoor een gefrankeerde retourenvelop toegezonden.
      Tevens verzoeken wij u vóór vrijdag 25 mei 2012 het behandelplan van W. van Lijn5  te ondertekenen.
     
      De schriftelijke aanwijzing waarmee de WSJ nu probeert moeder van het ouderlijk gezag te ontheffen, is mede gebaseerd op de weigering van moeder het indicatiebesluit te ondertekenen. Het indicatiebesluit had met moeder uitgebreid besproken moeten worden waarbij er inhoudelijk had moeten worden ingegaan op de bezwaren die moeder heeft bij de huidige gang van zaken. Het verzoek van de WSJ om moeder van het ouderlijke gezag te ontheffen zie ik dan ook als een chantagemiddel om haar te dwingen te tekenen, of een manier voor de gezinsvoogd om het indicatiebesluit zelf te kunnen ondertekenen, zonder daarbij de bezwaren van moeder te hoeven meewegen. Het is schandalig dat moeder geen ruimte krijgt om haar bezwaren uiteen te zetten.
      De haast die wordt gemaakt met het moeder te laten tekenen berust mijns inziens op de inschattingsfout die WSJ en Lijn5 hebben gemaakt dat moeder als vanzelfsprekend het indicatiebesluit zou ondertekenen. Nu dit niet is gebeurd, wordt zij op een oneigenlijke manier onder druk gezet waar de kinderen de dupe van zullen worden, omdat de moeder geen gelegenheid krijgt om in hun belang te spreken.

      Moeder heeft gegronde redenen om de kinderen niet langer door de WSJ begeleid, of bij Lijn5 geplaatst te zien. Moeder is een gezaghebbende ouder en als haar bedenktijd gegeven wordt of - en in welke vorm - zij met het indicatiebesluit zal instemmen, impliceert dit tevens dat zij er ook niet mee kan instemmen. De 'bedreiging van de continuïteit van de behandeling' van de kinderen is een schijnargument om moeder te dwingen te tekenen, omdat de kinderen nooit de behandeling hebben gekregen waarvoor zij ooit vrijwillig uit huis zijn geplaatst. Zij wonen slechts op een andere locatie, waar zij zoals één van de kinderen het zelf verklaarde 'geen vrijheden' hebben. Vrijwillige hulp wordt nu omgezet naar een gedwongen kader, terwijl de WSJ al anderhalf jaar lang tekort schiet in het voldoen aan de feitelijke hulpvraag; behandeling voor seksueel trauma(veroorzaakt door Robert M. en door hun vader - Zij herinneren zich nog de orale seks met vader).

      Het seksueel trauma zou veel beter in de thuissituatie behandeld kunnen worden, omdat beide kinderen bij herhaling aangeven naar huis te willen. Het argument van hechtingsstoornis om de kinderen langer uit huis geplaatst te houden heeft dan ook geen enkele grond. De kinderen raken psychisch beschadigd door nog langer in deze onnatuurlijke toestand te moeten leven en het niet ondertekenen van moeder van het indicatiebesluit, is daarom een daad in het belang van beide kinderen.



vrijdag 1 juni 2012

'Derde wereldland' doet wél aan waarheidsvinding





In mijn Tweede brief aan de 'toverheks' van VWS, die maar door blijft zeveren over de ‘klik’ die er moet zijn tussen ouders en hulpverleners, heb ik uitgelegd dat die gewenste vertrouwensrelatie fundamenteel ondermijnd wordt, door de weigering van jeugdbeschermers om aan waarheidsvinding te doen.

Ik heb aangegeven dat er twee gronden zijn waarop er beslist aan waarheidsvinding kan worden gedaan:

I Materiële toetsing door de kinderrechter van de hypothetische ontwikkelingsdreiging, door binnen ‘redelijke grenzen’ zoveel als mogelijk aan waarheidsvinding te doen.

II Diagnostische waarheidsvinding waarbij er gekeken wordt of er sprake is van kindeigen problematiek, i.p.v. automatisch de ouders gebrek aan pedagogische vaardigheden in de schoenen te schuiven.

De eerste mogelijkheid om aan waarheidsvinding te doen, wordt ondersteund door de Nationale Ombudsman Brennikmeijer en de tweede mogelijkheid is nog steeds onderbelicht, omdat niet veel mensen begrijpen hoe door juridisering van BJZ, het recht op de hoogst mogelijke kwaliteit aan gezondheidszorg van het kind (IVRK. 24) wordt ondergraven. Door de nadruk op het ‘gevaar’ waar het kind in verondersteld wordt te verkeren, wordt veronachtzaamd dat het in de eerste plaats de taak is van Jeugdzorg om naar het welzijn van het kind te kijken en door te verwijzen naar deskundige diagnostiek, om zo effectieve zorg te kunnen bieden.

Verketteren van ouders

Doordat het verketteren van ouders, in de plaats is gekomen van het zorg en advies bieden aan een gezin, omdat Jeugdzorg zichzelf liever in het midden plaatst dan het belang van kind, waar ze zo hoog over van de toren blazen, wordt er door jeugdbeschermers vaak meer kwaad gedaan dan goed. Een kind met alarmsirenes uit huis sleuren, staat niet gelijk aan zorgen voor het welzijn van het kind. Een uithuisplaatsing is een wisseling van woonlocatie en geen behandeling, geen op maat gesneden therapie. Een kind heeft recht op onderzoek door deskundigen (niet de BJZ amateurs) en een feitelijke beoordeling van de leefsituatie, die niet verkleurd wordt door de paniekpolitiek van jeugdbeschermers en kinderrechters, die buigen voor de kortzichtigheid van door sensatienieuws geblindeerde politici in Den Haag.

Met hun mond belijden politici en beleidsmakers dat ze het aantal uithuisplaatsingen willen terug dringen, alleen de methode die ze daarvoor gebruiken (een financiële) is pragmatisch gezien leuk bedacht, maar behalve moeilijk uitvoerbaar door verwatering van gedragswetenschappelijke kennis bij de CJG’s, nog steeds een negatie van de dringende noodzaak voor waarheidsvinding binnen het jeugd en familierecht.

Jordy Helders

In de zaak van Jordy Helders, een jongen die door zijn vader werd bevrijd uit de klauwen van de William Schrikker Jeugdbescherming, door hem mee te nemen naar Bolivia, kwam een zeer opmerkelijk feit naar voren. In Bolivia, een land dat vaak aangeduid wordt als een derde-wereldland, wordt wél aan waarheidsvinding gedaan door de kinderbescherming. Het kind wordt door de kinderechter uitgebreid gehoord, de kinderbescherming doet onderzoek en gaat apart met het kind nog een avondje op een terrasje zitten, om zaken te bespreken zonder de ouders. Dan gaan ze naar de kinderrechter en vertellen deze hun bevindingen. De rechter geeft vervolgens de politie de opdracht, om het rapport van de kinderbescherming te controleren op feiten en dan pas komt er een uitspraak.

Daar kan het dus wel! Misschien is het goed om nog eens na te gaan wat wij precies verstaan onder ‘beschaving’ en ‘ontwikkeling’. Want kennelijk heeft dat niets te maken met rechtvaardigheid, eerlijkheid en transparantie. Misschien zijn wij wel geen ‘beschaafd’ land, maar een ‘modern’ land. Een land waar je effectief geholpen wordt, of effectief met alle moderne middelen tegengewerkt en alle individuele rechten ontzegd, door een perfect georganiseerd systeem van onderdrukking.

(Over de bevrijding van Jordy Helders zal op deze blog later meer worden bericht.)

Sven Snijer

Hoogleraar Weijers: Vaak onterecht ingegrepen

door Hanna Gillisssen                                                                        Telegraaf 29 - 5 - 2012

Amsterdam. - Jongeren die zichzelf in coma zuipen, roofmoorden plegen en een verkrachtingsfilmpje op internet plaatsen. In dat licht vindt vrijdag het vierde Nationaal Congres Opvoedondersteuning plaats. Ido Weijers, hoogleraar Jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht, steekt ouders een hart onder de riem. "Nederland is niet alleen goed in voetballen, maar ook in opvoeden. Dat is iets om trots op te zijn." Weijers pleit daarom voor een terughoudende overheid die alle energie richt op de ernstige gevallen.



Redactie Dark horse: Het is goed om te merken dat er steeds meer hoogleraren zijn, die in de media verklaren dat Jeugdzorg vaak onnodig ingrijpt. Waar ze wat meer aandacht aan zouden mogen geven, is het mechanisme dat dit mogelijk maakt. Het is niet voldoende om alles te verklaren vanuit de zaak Savanna (en anderen) die een verkramping zou hebben teweeggebracht bij jeugdbeschermers en kinderrechers. Het probleem bestaat al langer en gaat bovendien veel dieper. Het is ten ene male een belachelijke stelling van Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming, dat er niet aan waarheidsvinding kan of hoeft te worden gedaan. Dat maakt van de rechtstaat een karikatuur. Een overheid die tot taak heeft te beschermen, wordt een beschadiger van zijn eigen burgers. Het belang van de jeugdige is een slecht gedefinieerd begrip waar de grootst mogelijke onzin onder mag worden verstaan, zolang in de rechtzaal door de Raad maar geeindigd wordt met: 'en daarom vrezen wij dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd'. Dat is het enige wat de kinderrechter wil weten, want de rest heeft hij niet gehoord of gelezen.

Edele kinderredder

Zolang er op die manier wordt 'rechtgesproken' is er niemand die de kinderbeschermers uit hun kramp kan halen en is er ook geen politicus die wakker zal worden, op het punt van aantasting van de fundamentele rechten van burgers (ouders) die hun kinderen blijven verliezen op onrechtmatige gronden. De Raad kan de wet overtreden (door zich niet te houden aan een wettelijke termijn waarin ouders mogen reageren / door ouders niet te wijzen op hun rechten) en de rechter doet daar niets tegen. Het maakt ook van de rechter zelf een karikatuur. Een goeiige sukkel die zich alles laat voorkauwen door de sociaal werkers van BJZ. En de kinderen, waar het allemaal om begonnen was, worden hier het slachtoffer van. Die mogen hun ouders en familie missen, omdat overijverige kinderbeschermers de ouders hebben afgeschilderd als staatsgevaarlijk en hiermee beschermen ze niet de kinderen, maar hun eigen fantasie van 'edele kinderredder'. Ik schud mijn hoofd als ik een BJZ medewerker een brief zie ondertekenen met 'Jeugdbeschermer' en denk daarbij in gedachten 'Oudervernieler'. En als gevolg daarvan, natuurlijk ook 'Jeugdbeschadiger', omdat het kind door gebrek aan degelijk feitenonderzoek het recht wordt ontnomen op gezinsleven.

Gevaarlijk geloof

Ik ben tot de conclusie gekomen dat Jeugdzorg een geloof is. Een geloof van de laagste soort: dogmatisme, fundamentalisme, bijgeloof, verkettering, hysterie en de aanbidding van een onaards, schitterend, rein, zuiver en puur wezen, het KIND. En de kruisvaarders van de jeugdbescherming zullen alles doen om uit naam van die bovenaardse werkelijkheid, iedereen uit de weg te ruimen die de heiligheid van hun streven in twijfel trekt. Alle middelen van leugen, bedrog en chantage zijn daarbij geoorloofd, want er is hen reeds voordat hun campagnes tegen de heidenen (ouders) van start gaan, absolutie gegeven. Hen is het ware geloof! Ze kunnen dus naar hartelust hun gang gaan, in de wetenschap dat elke druppel bloed een noodzakelijk offer is voor de goede zaak. Wie twijfelt aan hun misdadige praktijken, twijfelt aan de onbevlekte geboorte van de godheid zelf. En ergens in een groot paleis, lacht hun opdrachtgever in zijn vuistje.

Sven Snijer

donderdag 31 mei 2012

Maffiapraktijken van de William Schrikker Jeugdbescherming



Deze poging van de WSJ om de moeder van de twee kinderen het ouderlijk gezag te ontnemen, wordt vooraf gegaan door meerdere onfrisse zaken.

Vrijwillig uit huis geplaatst

De kinderen zijn anderhalf jaar terug(10 januari 2011)  vrijwillig uit huis geplaatst voor een observatie en na een half jaar zou die beëindigd worden. Dat is niet gebeurd, want er is nu anderhalf jaar verstreken en ze verblijven nog steeds in een instelling. De gebruikelijke flauwekulreden van ‘hechtingsproblematiek’ werd hiervoor aangevoerd. (De kinderen vragen bij elk bezoek aan moeder wanneer ze weer naar huis mogen, of wanneer ze bij moeder een weekend mogen logeren)

De kinderen zijn van de vorige instelling Reinaerde overgeplaatst naar een nieuwe instelling, Lijn 5, waar de moeder een aanzienlijk verminderde bezoekregeling heeft. (Eerst acht uur per week / nu één uur in de twee weken) Bij deze instelling gaat het met de kinderen minder goed, wat blijkt uit verhalen van gepest worden, zich urenlang vervelen op hun kamer, geen bewegingsvrijheid (alles onder begeleiding). Eén van de twee jongens verklaart telefonisch:’Mama, ik heb geen vrijheden, ik heb hier geen vrijheden.’

De relatie die moeder had met de vorige instelling Reinaerde, was goed en ze volgde met de kinderen gezinstherapie. Deze werd afgebroken en tegen het advies van de behandelaar in, bij de nieuwe instelling niet voortgezet.

Volgens de WSJ was Reinaerde te ‘makkelijk’. Er moest duidelijk een stringenter regime gevoerd worden (De WSJ is hier begonnen met het onthechten van de kinderen van hun moeder)

Eén van de kinderen kreeg van de instelling zonder toestemming van de moeder zware medicatie om hem te kalmeren (Jongen wil gewoon naar huis!) wat later wegens protest van moeder weer werd afgebouwd. Hierdoor begon de jongen er minder versuft en verdoofd uit te zien.

Indicatiebesluit niet ondertekend

Sinds enige tijd wordt de moeder van de twee kinderen door verschillende mensen vrijwillig ondersteund, en is zij bezig de zeggenschap over haar kinderen van de WSJ weg te halen en weer bij zichzelf terug te brengen. In dit kader heeft zij geweigerd om een indicatiebesluit te tekenen, omdat zij haar kinderen niet langer in uithuisgeplaatste toestand wil zien. De hechtingsstoornis is een leugen, want de kinderen zijn duidelijk aan hun moeder gehecht. De WSJ had er nooit rekening mee gehouden, dat moeder terug zou vechten en nam aan dat zij klakkeloos de nieuwe indicatie zou ondertekenen. Nu dit niet gebeurd, schakelen ze over op grovere middelen.

De William Schrikker Jeugd’bescherming’ probeert moeder nu te dwingen het indicatiebesluit alsnog te tekenen, terwijl de indicatie sinds 16 mei is afgelopen! De kinderen verblijven daar op dit moment dus illegaal. Moeder heeft nog steeds het ouderlijk gezag en is zeer ontevreden met het verblijf van haar kinderen in de instelling. De WSJ gaat nu onmiddelijk naar de rechter voor een voorlopige schorsing van het ouderlijk gezag van moeder. De advocaat van moeder heeft op 22 mei gereageerd op de schriftelijke aanwijzing, met het bezwaar dat er niets met moeder is overlegd aangaande het nut, of de veronderstelde noodzaak van een langer verblijf van de kinderen in de instelling, wat volgens moeder ongewenst is.
De bedoeling van de William Schrikker Jeugdbeschadiging is om de moeder het gezag volledig te ontnemen, omdat het weigeren het indicatiebesluit te tekenen volgens de WSJ ‘de continuïteit van de behandeling in gevaar kan brengen’. Dit terwijl de kinderen helemaal geen behandeling krijgen en graag naar huis willen.  Bij de rechter mogen voor deze schorsing, alleen de WSJ en de RvdK stukken inbrengen. De vraag is of de rechter in deze misdadige praktijken van de WSJ zal meegaan, maar we mogen daar wel voor vrezen. De meeste kinderrechters hebben nu eenmaal niet de reputatie van zelfstandig te kunnen nadenken wat jeugdzorgzaken betreft.

Seksueel misbruikt

Deze kinderen zijn seksueel misbruikt door hun vader en door Robert M. van de bekende zedenzaak ’t Hofnarretje in Amsterdam (waarvan recentelijk de uitspraak was). Het misbruik door Robert M. speelde al van voor die tijd. De uithuisplaatsing van de kinderen was om deze reden, maar ze hebben nooit enige behandeling gehad om dit seksueel misbruik te verwerken. De term ‘hechtingsstoornis’ is dan ook volkomen misplaatst.

De William Schrikker Jeugdbescherming wil wél dat de vader die de kinderen heeft misbruikt, een bezoekregeling krijgt! (zij herinneren zich nog hoe zij orale seks met hem moesten bedrijven)

De William Schrikker Jeugdbescherming is nu bang om geld mis te lopen voor nog een jaar indicatiestelling voor twee kinderen en heeft een smerige truc bedacht om de indicatie toch voor elkaar te krijgen. Door de moeder haar ouderlijk gezag via de rechter te ‘schorsen’, kan de WSJ het indicatiebesluit zelf tekenen en op die manier haar geld binnen slepen.

Dat de moeder niet langer met de WSJ meewerkt kan haar moeilijk kwalijk worden genomen. Zij was voor haar kinderen tot alles bereid. Zelfs om samen met hen in een huis van de Bascule te gaan wonen (gezinshuis), als ze maar bij haar kinderen mocht zijn. Ook dit werd geweigerd door de WSJ.

Het is wrang voor een moeder, die in de rechtzaal moest horen hoe de officier van het O.M. verklaarde dat Richard van Olphen op de bank zat in haar huis en haar kinderen hoorde huilen en schreeuwen, terwijl Robert M. in de slaapkamer met ze bezig was, dat ze als beloning voor de hulp die ze voor haar kinderen zocht, nu haar kinderen volledig dreigt kwijt te raken aan de maffiabende van de William Schrikker.

De moeder verklaart:”Wat Robert M. met mijn kinderen gedaan heeft is verschrikkelijk, maar die zit nu opgesloten. Wat de William Schrikker Jeugdbescherming met mijn kinderen doet, beschadigd ze elke dag”

Sven Snijer


From: rrietveld@wsg.nu
To: vlo; mdvos@wsg.nu
CC: r.klaverweide@rvdk.minvenj.nl
Subject: Belangrijke mail: graag direct lezen


Date: Thu, 31 May 2012 13:03:15 +0000

Geachte mevrouw van V,

op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te Alkmaar, stuur ik u deze mail.

Vandaag, donderdag 31 mei 2012, hebben wij de Raad verzocht om u en de heer L. onmiddellijk uit de ouderlijke macht te ontheffen,
Middels een VOVO- maatregel. Deze VOVO kan enkel door de kinderrechter worden uitgesproken.
Zowel de gezinsvoogd, mevrouw de Vos, alsook de Raad hebben geprobeerd u hierover te spreken.
De Raad zal nogmaals proberen u telefonisch te bereiken. De betrokken raadsmedewerker is de heer Klaverweide.
Hij is te bereiken op het telefoonnummer 072 - 514 34 34.

Hierbij stuur ik u in elk geval het verzoek tot ontheffing, wat wij over uw kinderen M en W L. hebben verzocht.

Mocht u hier nog vragen over hebben, dan kunt u ook met mij contact opnemen.

Vriendelijke groeten,

Renée Rietveld
Inhoudelijk manager William Schrikker Jeugdbescherming
Tel: 06 - 11 869 730
William Schrikker Groep
T : 020 740 00 00
F : 020 600 35 44
W : http://www.williamschrikkergroep.nl/

Postadres
Postbus 12685
1100 AR Amsterdam
Bezoekadres
Dalsteindreef 69
1112 XC Diemen





                 Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

dinsdag 29 mei 2012

Verschil pleegzorgvergoeding en kinderbijslag!

         In de basis is het verschil in vergoeding 7 tot 8 maal meer voor pleegouders t.o.v. echte ouders.

                     Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

Tuut, tuut, tuut......




Gisteravond belde de moeder van wie twee kinderen verblijven in een instelling in Driehuis naar Dark horse. Ze had net haar telefonisch 'contactmomentje' gehad met haar zoon Martijn (fictieve naam).

Martijn vertelde aan zijn moeder dat hij die dag verbrand was. Er was geen zonnebrand, zo vertelde hij. Hierop hoorde moeder de groepleidster schreeuwen, "Je liegt Martijn, we hebben wel zonnebrand". "Je kind liegt", vertelde de leidster. Nee, dat is pedagogisch! Waar het kind bij staat vertellen dat hij liegt. Hierna durfde Martijn niet veel meer te vertellen. Moeder vroeg aan Laura of haar zoon het mapje met de Rechten van' het kind' al had gekregen en het aanmoedigingsbriefje dat ze had geschreven voor de komende intelligentietest die haar zoon gaat maken. "Nee, Martijn raakt daar alleen maar van in de war, en dat boekje met de Rechten van het kind krijgt hij ook niet. Dan gaat hij denken dat hij het uit zijn hoofd moet leren" was het antwoord (wat helemaal geen slecht idee is). Dark horse vraagt zich dan af, waarom de leiding niet rustig aan het kind uitlegt waar de tekst toe dient. Het antwoord weet iedereen. Het is helemaal niet de bedoeling dat de beide zoons op de hoogte raken van hun rechten als kind.

Ik besloot om de leiding zelf maar eens te gaan spreken. Ik belde en kreeg Laura aan de lijn. Ik legde uit dat ik vertrouwenspersoon ben van de moeder en wilde benadrukken dat, als de leiding vindt dat de kinderen geen post mogen krijgen van moeder, zij dit schriftelijk moeten onderbouwen. Laura schoot direct in de verdediging, was behoorlijk geagiteerd en wenste niet met mij te spreken. "Ik wens u een prettige avond " Tuut, tuut, tuut..... De telefoon werd erop gesmeten. Die houding vond ik niet acceptabel en ik belde opnieuw. Ik vertelde dat haar houding onprofessioneel was en.... ik kwam niet veel verder. Laura werd nog bozer en vertelde dat ze van haar teamleider niet met mij mocht spreken. Op mijn vraag wat de naam is van haar teamleider... tuut, tuut, tuut. Laura gooide de telefoon er wederom op. Moeder belde hierna nog tweemaal, maar er werd niet meer opgenomen. Vandaag zal ik Lijn 5, de instelling in Driehuis bellen en dit voorval bespreken.

Op donderdag 10 mei 2012 was ik als vertrouwenspersoon van moeder aanwezig bij de behandelbespreking van een van haar zoons. Er werd aan het eind van het gesprek aan moeder gevraagd om het indictaiebesluit te tekenen. Omdat er in de tekst de nodige zaken stonden waar moeder en vertrouwenspersoon zich niet in konden vinden, werd er afgesproken dat we over 14 dagen het gecorrigeerde behandelplan zouden toesturen. We kregen dus 14 dagen de tijd om de tekst aan te passen.

Een week later, 16 mei bezocht moeder haar beide kinderen zonder vertrouwenspersoon. Moeder mag bij deze bezoeken niemand meenemen. De bezoeken vinden plaats onder het toeziend oog van twee gezinsvoogden van de William Schrikker Jeugdbescherming. De psychologe van de instelling duwde moeder bij dit bezoek het indicatiebesluit onder de neus en zei op een aandringende toon dat ze moest tekenen. Het moest namelijk voor 17:00 worden gepost. Moeder was zo slim om eerst haar avocaat te bellen en deze riep door de telefoon:"Jij gaat helemaal niets tekenen!!"

Zo ziet u maar. De instelling ziet dat moeder haar vertrouwenspersoon niet bij zich heeft en duwt heel sneaky het formulier onder haar neus. Dit beschadigd opnieuw het vertrouwen.

Ranada van Kralingen

                Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html           

Het Slavenberaad





Met NLP heb ik geleerd dat de woorden die je kiest om iets te benoemen, een betekenisgevend effect hebben. Neem het woord cliëntenraad. Het klinkt op zich al positief, want het woord ‘cliënt’ komt er in voor. Cliënt = klant en dan denk je al gauw aan de slogan  ‘De klant is koning!’ Je verwacht een goede behandeling: vriendelijkheid, goede informatie, garantie, snelle reparatie als er iets met het product niet in orde is, en vooral….als het je niet bevalt ga je naar een andere winkel.

De vraag is hoe het woord ‘klant’ te rijmen valt met het onvrijwillige karakter dat de ‘hulp’ van Jeugdzorg vaak kenmerkt? Komen de BCC of de SATURN ook mijn duurbetaalde audio/video-apparatuur uit mijn huis roven, omdat ik ze niet vaak genoeg afgestoft heb? Moet ik ook bij hen naar de rechtbank om mijn spullen terug te krijgen? Komt er vanuit de computerwinkel iemand bij mij thuis, om met mij te bespreken wat ik allemaal verkeerd doe? Hoe ik mijn muis mishandel, of mijn werkgeheugen bedreig?

Het woord cliënt, is in verband met Jeugdzorg de meest cynische term die ik kan bedenken. Klantvriendelijk, is niet de manier waarop er met de klant wordt omgesprongen. Een toepasselijker term zou ‘lijfeigene’ zijn, omdat ouders via de gijzelneming van hun kinderen, op geestelijke manier de slaven worden van het Jeugdzorgsysteem. Een ander woord voor cliëntenberaad, zou kunnen zijn: lijfeigenenoverleg of slavenberaad. Ook kan er voor die groep volkomen lamgeslagen ouders, die zodanig in hun eigen waardigheid zijn aangetast door de vernederende en minachtende houding van de ‘hulpverleners’, dat ze er een relatie mee veronderstellen op een ‘zieke’ manier (zoals een junk met zijn dealer) gedacht worden aan het SSOO (Stockholm Syndroom Ouder Overleg)

Het moet in ieder geval een naam worden die het ware karakter van de relatie tussen Jeugdzorg en ouders meer recht doet, dan de reclame-term Cliëntenraad.

Sven Snijer


                Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

maandag 28 mei 2012

Jeugdzorg is een sluipmoordenaar...



Toen ik een klein jongetje was, leerde mijn moeder me veel over insecten. Eén van de verhalen die de meeste indruk op me maakte door de gruwelijkheid ervan, was die van de sluipwesp. De sluipwesp hanteert voor het voeden van zijn jongen, een andere strategie dan de meeste roofdieren. Hij doodt zijn prooi niet, maar maakt van hem een levend onderdeel van zijn voortplantingsmechanisme. Een nietsvermoedende rups wordt geïnjecteerd met een eitje en dat komt uit, in het lichaam van de rups. De jonge wespenlarve begint zich dan tegoed te doen aan de ingewanden van de rups en groeit zo steeds groter, binnenin zijn onvrijwillige gastheer. De rups die van binnenuit opgegeten wordt, blijft nog een lange tijd in leven, omdat de larve in eerste instantie om de vitale organen heen eet. Op die manier kan hij maximaal van de rups profiteren. De rups sterft uiteindelijk een pijnlijke dood als zijn hele organisme is vernield. De wespenlarve gebruikt het omhulsel van de rups om zichzelf te verpoppen en zal naderhand hetzelfde ritueel uitvoeren bij andere rupsen, larven of lieveheersbeestjes.

Deze methode werd opgeroepen uit mijn herinnering, bij het overdenken van de manier waarop Jeugdzorg zich in het leven van ouders binnenwerkt. Eerst een gesprek bij de ouders thuis op de bank, zogenaamd transparant en in alle redelijkheid. Goed getraind in manieren om het vertrouwen van ouders te winnen door over schijnbaar onbelangrijke zaken te praten, die de aandacht moeten afleiden van de ernst van de beschuldigingen en de speurtocht naar al het onzichtbare kinderleed dat wordt vermoed. En hoeveel ouders hebben, geheel onbekend met de praktijken van Jeugdzorg, niet in alle openheid hun levensverhaal verteld, denkende dat ze met hulpverleners te maken hebben, die begrip hebben voor het feit dat het bij iedereen wel eens een beetje tegen zit in het leven? En de hulpverleners lachen vriendelijk en moedigen de ouders aan om nog wat meer te ‘delen’ Het is tenslotte in het belang van het kind. De ouders willen samen met AMK / Jeugdzorg toch wel kijken naar wat het beste is voor het kind? Natuurlijk willen de ouders dat! En daarmee is het eitje geïnjecteerd.

Het zal nog even duren voor het uitkomt en Jeugdzorglarve begint te eten. De ouders van het kind zullen een vreemd gevoel krijgen bij Jeugdzorg, alsof ze niet helemaal de hulp krijgen die ze hadden verwacht, maar misschien moeten ze het nog even aanzien… Intussen begint Jeugdzorg haar invloed uit te breiden en gaat zich met steeds meer zaken bemoeien. Als ouders een beetje gaan tegensputteren en aangeven dat zij zelf ook wat te vertellen willen hebben over de hulp aan hun kind, begint Jeugdzorg te dreigen. Zijn de ouders met hun ‘eigenwijsheid’ nu de veilige ontwikkeling van het kind aan het bedreigen? Moet Jeugdzorg op andere maatregelen overstappen? Het kan goedschiks of kwaadschiks! Van vrijwillige hulp naar OTS en van OTS naar uithuisplaatsing. Van een ruime bezoekregeling, naar een beperkte bezoekregeling, van een minimaal bezoek naar opschorting en ten slotte het volledig uit de ouderlijke macht zetten van de ouders. Jeugdzorg geeft ouders zoveel ruimte als mogelijk is,  zonder de controle te verliezen. Ouders hoeven niet meteen volledig bij hun kind vandaan gehouden worden, want als ze voldoende meewerken aan de hun opgelegde maatregelen, is het goed verdienen aan de OTS die steeds met een jaar kan worden verlengd.

Een uithuisplaatsing is voor Jeugdzorg ook niet altijd de makkelijkste weg, want dan moet er veel geregeld worden. Vaak verhuist een kind van pleeggezin naar pleeggezin en van voogdijinstelling naar voogdijinstelling. En er zijn niet veel goede pleegouders die de ‘samenwerking’ met Jeugdzorg aankunnen. Nee, het is veel beter voor Jeugdzorg om gezinnen zo lang mogelijk met een OTS leeg te melken. Wanneer ze zich daartegen beginnen te verzetten, moet de strategie worden aangepast en kunnen ook de vitale delen van het gezinssysteem worden aangevallen. Het gezin dient als voeding voor de zogenaamde hulpverleners, die problemen nodig hebben om zelf te groeien. Eenmaal binnen in een gezin, kan gekozen worden welke ingewanden opgegeten mogen worden. Het moet niet te snel gaan, want Jeugdzorg moet er voldoende werk aan hebben. Daarom moet de gezinsvoogd ook voortdurend ‘zorgen’ hebben over de veiligheid van het kind, zonder het gezin effectief te begeleiden. En wanneer dit echt niet meer door de ouders wordt gepikt, brengt Jeugdzorg het gezin de doodsteek toe, want zij moet voortdurend de controle behouden, ten koste van het kind en zijn ouders. Zo garandeert zij in een gruwelijke cyclus haar eigen voortbestaan. Wat is de natuur toch fascinerend!

Sven Snijer


(Hieronder de William Schrikker variant onder de sluipwespen)

Dinacampus Coccinellae

Deze wesp legt door middel van haar legboor een eitje in een lieveheersbeestje. In het geval van Dinocampus coccinellae gaat het meestal om zevenstippelige lieveheersbeestjes. Het eitje ontwikkelt zich tot larve en gaat een bepaalde chemische stof afscheiden. Deze stof gaat cellen van het lieveheersbeestje veranderen waarmee de larve zich voedt. Het lieveheersbeestje wordt dus niet van binnen opgegeten en blijft ‘gewoon’ leven. Nadat de larve een week of drie, vier in de kever geleefd heeft bijt het de zenuwen van de pootjes van zijn gastheer door zodat deze niet meer kan lopen. Hierna verlaat de larve het lieveheersbeestje en maakt een cocon tussen de pootjes van de arme, nog steeds levende kever. In de cocon ontwikkelt zich in een dag of negen een nieuwe sluipwesp.

Gesprekken opnemen - wat zegt de Wet er eigenlijk over?

http://bjzonzin.nl/nuttige-informatie/64-gesprekken-opnemen

Wordt u ook voor leugenaar neergezet na afloop van een gesprek met Bureau Jeugdzorg ? Worden aan u ook beloftes gedaan die later ingetrokken of, nog erger, gewoonweg worden ontkend ? Met de Call Recorder Apps is het mogelijk om gesprekken die u voert met uw telefoontoestel op te nemen om zo weerlegbaar bewijs te hebben wanneer men dit nodig heeft.

Waarschijnlijk gaat uw gezinsvoogd of de instelling het gesprek weigeren als u aangeeft een gesprek te zullen/willen opnemen. Soms wordt het u zelfs verboden met als reden dat het de hulpverlening aan uw kind niet ten goede zal komen. Tóch staat u in uw recht als u besluit de gesprekken met de gezinsvoogd opneemt. Daarnaast hoeft u het niet eens aan te geven, al geldt er wel een fatsoensregel die aangeeft dit wél te doen.
Gesprekken opnemen. Wat zegt de wet er eigenlijk over ?

Titel V. Misdrijven tegen de openbare orde

Artikel 139b

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die, met het oogmerk een gesprek dat elders dan in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd af te luisteren of op te nemen, dat gesprek met een technisch hulpmiddel heimelijk:
     1°. anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek afluistert;
     2°. zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van zulk een deelnemer opneemt.
2. Artikel 139a, tweede lid, onder 1° en 3°, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 139a

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die met een technisch hulpmiddel een gesprek dat in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd opzettelijk:
     1°. anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek afluistert;
     2°. zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van zulk een deelnemer opneemt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op het opnemen:
     1°. van gegevens die worden verwerkt of overgedragen door middel van telecommunicatie of door middel van een geautomatiseerd werk;
     2°. behoudens in geval van kennelijk misbruik, met een technisch hulpmiddel dat op gezag van degene bij wie de woning, het lokaal of het erf in gebruik is, niet heimelijk aanwezig is;
     3°. ter uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 .

U heeft altijd het recht om gesprekken op te nemen. AMK en Jeugdzorgmedewerkers liegen als zij zeggen dat dit niet is toegestaan. Zie ook de website van Stichting KOG.

http://www.stichtingkog.info/pages/nuttig-om-te-weten.php of http://dl.dropbox.com/u/3224280/Videos%20%2B%20media%20links%20jeugdzorg.pdf
voor meer tips


Geen richtlijnen waar een medewerker Jeugdzorg aan moet voldoen

Van: J.R.
Verzonden: dinsdag 27 december 2011 14:06
Aan: Info (Hof 's-Hertogenbosch)
Onderwerp: Jeugdzorg bij zitting aanwezig!
Urgentie: Hoog

Geachte heer, mevrouw,

Ik heb enkele vragen over medewerkers van Jeugdzorg die bij zittingen aanwezig zijn.

1. Als een medewerker van Jeugdzorg die bij zittingen aanwezig zijn een schriftelijke verklaring aflegt bij de rechtbank in een gerechtelijke procedure (bijvoorbeeld een OTS), staat de medewerker van Jeugdzorg dan onder ede?

2. Als een medewerker van Jeugdzorg die bij zittingen aanwezig zijn een mondelinge verklaring aflegt bij de rechtbank in een gerechtelijke procedure (bijvoorbeeld een OTS), staat de medewerker van Jeugdzorg dan onder ede?

3. Wat doet de rechtbank om te controleren of het waar of niet waar is wat een medewerker van Jeugdzorg zegt of schrijft?
Wat zijn de gevolgen voor een medewerker van Jeugdzorg als word bewezen dat de
medewerker van Jeugdzorg uw rechtbank opzettelijk heeft misleid, het kan zijn schriftelijk of mondeling?

4. Zijn er richtlijnen vanuit uw rechtbank waaraan een medewerker van Jeugdzorg moet voldoen, om stukken in dienen bij de rechtbank, of om mondeling een verklaring af te mogen geven? (denk hierbij aan het afgeven van een machtiging).

Met vriendelijke groet,
J.R.


Subject: RE: Jeugdzorg bij zitting aanwezig!
From: Westfa, E. (Rvdr 's-Gravenhage) <e.westfa@rechtspraak.nl>
Sent: dinsdag 10 januari 2012 8:16:09
To: info@s

Antwoord:

Geachte heer R,

Uw bericht aan het hof Den Bosch is doorgestuurd naar de Raad voor de rechtspraak met het verzoek uw vragen te beantwoorden (zie hieronder):

Jeugdzorg

1. Een medewerker van Jeugdzorg die bij zittingen aanwezig is en een schriftelijke verklaring aflegt bij de rechtbank in een gerechtelijke procedure (bijvoorbeeld een OTS), staat niet onder onder ede.

2. Een medewerker van Jeugdzorg die bij zittingen aanwezig is en een mondelinge verklaring aflegt bij de rechtbank in een gerechtelijke procedure (bijvoorbeeld een OTS), staat niet onder ede.

3. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de overgelegde stukken en hetgeen is verklaard uitgaan, tenzij uit andere informatie, bijvoorbeeld van partijen, blijkt dat er ernstige twijfels zijn gerezen.

4. Voor meer informatie over de gevolgen voor een medewerker van Jeugdzorg als word bewezen dat deze medewerker de rechtbank opzettelijk schriftelijk of mondeling heeft misleid kunt u zich het beste wenden tot het juridisch loket of een advocaat. De Raad voor de rechtspraak kan daar geen uitspraken over doen.

Er zijn geen richtlijnen voor het indienen van stukken of het mondeling geven van een verklaring vanuit het gerecht waaraan een medewerker van Jeugdzorg moet voldoen.

De Jeugdzorg bepaalt zelf welke stukken in het geding worden gebracht en wie ter zitting de Raad voor de Kinderbescherming vertegenwoordigd.

Met vriendelijke groet,
Afdeling Voorlichting
Raad voor de rechtspraak