woensdag 17 december 2014

Jeugdzorg omzeilt rechter tegen leegstand - Plaatsingen zonder machtiging



Telegraaf - maandag 05 oktober 2015, 15:45

Jeugdzorg omzeilt rechter tegen leegstand

Van onze parlementaire redactie
Den Haag – 

Instellingen voor jeugdzorg omzeilen steeds vaker de rechter wanneer ze een kind willen opsluiten voor behandeling. Ze doen dit niet in het belang van het kind, maar omdat ze kampen met financiële problemen.

Dat constateert de Inspectie Jeugdzorg. Volgens een woordvoerder van de toezichthouder wordt hiermee het VN Kinderrechtenverdrag geschonden. Staatssecretaris Van Rijn werd hier eind augustus al voor gewaarschuwd, maar hij licht nu de Tweede Kamer pas in.

In de jeugdzorg wordt al enkele jaren op het scherp van de snede gevochten om omzet. In die strijd wordt niet geschroomd om hulpbehoevenden kinderen op wachtlijsten te plaatsen om zo meer omzet te kunnen binnenhalen.

Het overheidsbeleid is er op gericht zo min mogelijk kinderen gedwongen op te nemen. Omdat dit beleid werkt, kampen instellingen voor jeugdzorg met overcapaciteit. Om de lege bedden snel te vullen, wordt gezocht naar kinderen die hulp nodig hebben. Hen wordt  opname in een instelling aangeboden, maar de verplichte gang daarvoor naar de rechter wordt overgeslagen. Die zou eigenlijk moeten controleren of het terecht is dat een kind opgesloten wordt voor zijn behandeling.

Bizar genoeg komen de jeugdzorgbedrijven openlijk uit voor het ondermijnen van de rechtsgang. „De door de sector genoemde redenen voor deze plaatsingen zijn voor een belangrijk deel bedrijfseconomisch van aard”, schrijft de Inspectie. „Door een daling van de vraag naar gesloten jeugdhulp plaatsen dreigt leegstand, waardoor de continuïteit van instellingen in gevaar kan komen. Met het opnemen van jongeren zonder machtiging gesloten jeugdhulp kan deze leegstand volgens de sector voor een deel gecompenseerd worden.”

De gang van zaken staat in schril contrast met de uitgangspunten van de nieuwe Jeugdwet, die dit jaar van kracht is geworden. Daarin is juist afgesproken dat de kinderrechter een veel belangrijkere rol zou krijgen.

„Dit is een fundamenteel recht van het kind, het is niet niks als je in een instelling moet worden opgenomen”, zegt een woordvoerder van de Inspectie. Hij kan niet zeggen in hoeveel gevallen de rechter is overgeslagen.



Geen plaatsing gesloten jeugdhulp zonder machtiging kinderrechter
De Inspectie Jeugdzorg acht het onaanvaardbaar dat jongeren zonder een machtiging gesloten jeugdhulp van de kinderrechter in de gesloten jeugdhulp worden opgenomen, omdat dit in strijd is met nationaal en internationaal recht. Dit heeft de inspectie aangegeven in een signalement gericht aan de staatssecretaris van VWS. De inspectie verzoekt de staatssecretaris met klem om aan deze situatie een einde te maken.

Wanneer een jongere kampt met ernstige opgroei- en opvoedproblemen is soms een zware en intensieve vorm van jeugdhulp met verblijf nodig. Om te voorkomen dat de jongere zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken, kan gesloten jeugdhulp worden ingezet. Een jongere kan deze vorm van gespecialiseerde jeugdhulp alleen ontvangen met een machtiging gesloten jeugdhulp van de kinderrechter, ook als hij of zijn ouders instemmen met het verblijf of er zelf om verzoeken. In de gesloten jeugdhulp worden de vrijheden van de jongere ingeperkt. Vandaar dat dit met de nodige juridische waarborgen is omkleed in zowel nationale wetgeving als in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Plaatsingen zonder machtiging

De Inspectie Jeugdzorg constateert dat instellingen voor gesloten jeugdhulp in toenemende mate jongeren opnemen zonder dat de kinderrechter hiertoe een machtiging gesloten jeugdhulp heeft afgegeven. De inspectie acht dit onaanvaardbaar, omdat dit in strijd is met nationaal en internationaal recht. Wanneer jongeren zonder een rechterlijke toets gesloten worden opgenomen schaadt dat hun rechtspositie in belangrijke mate.

Als reden noemen instellingen onder meer dat het voor jongeren goed is om de overgang van gesloten naar open jeugdhulp geleidelijk te laten verlopen. De inspectie is hiervan ook voorstander, maar geeft aan dat in zo’n situatie een jongere met een machtiging gewoon in de open jeugdhulp mag verblijven. Dit signalement gaat expliciet over jongeren die zonder machtiging – al dan niet in vrijwillig kader - in de gesloten jeugdhulp verblijven.

Maatregelen en vervolg

De inspectie heeft de sector het afgelopen half jaar gevraagd om met een gezamenlijk voorstel te komen voor verantwoorde jeugdhulp. Dit is de sector niet gelukt. Vandaar dat de inspectie zich nu tot de staatssecretaris van VWS richt met het klemmende verzoek om een einde te maken aan deze onwenselijke situatie en maatregelen te nemen die ertoe leiden dat instellingen voor gesloten jeugdhulp uitsluitend jongeren opnemen met een machtiging gesloten jeugdzorg van de kinderrechter.
De inspectie is voornemens om vanaf 1 januari 2016 hierop te handhaven. Dit geeft de betrokken instellingen tot deze datum de gelegenheid om voor jongeren die zonder machtiging in de gesloten jeugdhulp zijn geplaatst een alternatieve plek te vinden dan wel een voorstel te formuleren voor verantwoorde jeugdhulp, bijvoorbeeld wanneer het gaat om jongeren die zonder een dergelijke machtiging geplaatst worden op de school behorend bij de instelling voor gesloten jeugdhulp. Direct overgaan tot handhaving is volgens de inspectie niet in het belang van de betreffende jongeren.


Verklaring van Jeugdzorg Nederland: http://www.jeugdzorgnederland.nl/nieuws/nieuws/gesloten-jeugdzorg-altijd-via-kinderrechter/

Op 28 juli 2014 waarschuwde Defence for Children voor te weinig waarborgen voor een machtiging gesloten plaatsing


Waarborgen voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp schieten te kort

28 juli 2014

De nieuwe Jeugdwet, die per 1 januari 2015 ingaat, maakt het mogelijk om in bepaalde gevallen minderjarigen op te sluiten in de gesloten jeugdzorg zonder tussenkomst van de rechter. Defence for Children heeft in haar advies op het conceptwetsvoorstel voor de nieuwe Jeugdwet gewezen op deze kinderrechtenschending en de aanbeveling gedaan het wetsvoorstel op dit punt aan te passen en dit bij herhaling onder de aandacht gebracht. Deze aanbeveling blijkt niet te zijn opgevolgd.

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdzorg

Met de Jeugdwet wordt een geheel nieuwe machtiging uithuisplaatsing geïntroduceerd: de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdzorg. Deze machtiging kan worden verleend indien de kinderrechter van oordeel is dat de verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en de ernstige belemmering buiten de gesloten jeugdzorg slechts door het stellen en naleven van voorwaarden kan worden afgewend (artikel  6.1.4 Jeugdwet). De jeugdhulpaanbieder (lees: de instelling voor gesloten jeugdzorg) ziet erop toe dat de voorwaarden worden nageleefd. Houdt de minderjarige zich niet aan de voorwaarden of blijkt de problematiek toch te zwaar te zijn om buiten de instelling te kunnen behandelen, dan kan de jeugdhulpaanbieder besluiten de minderjarige alsnog op te nemen in de instelling (artikel 6.1.6 Jeugdwet). Een rechterlijke toets is hierbij niet vereist!

Ongeldig verklaren

De overheid vindt echter dat de voorwaardelijke machtiging niet in strijd is met het internationale recht. Volgens de overheid is het feit dat een rechter de voorwaardelijke machtiging uitspreekt genoeg. De minderjarige kan tegen de plaatsing opkomen bij de kinderrechter wat de invoering van een rechterlijke toets vooraf overbodig maakt, aldus staatsecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie tijdens het Kamerdebat in februari 2014. Dit betekent echter wel dat een minderjarige in afwachting van de beslissing van de rechter tot drie weken in een gesloten jeugdzorginstelling moet verblijven.

Vrijheidsbeneming

Een besluit over de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke machtiging is een besluit over vrijheidsbeneming. Een beslissing over vrijheidsbeneming moet worden genomen door een rechter (artikel 5 EVRM) of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit (artikel 37 sub d IVRK). Vrijheidsbeneming zonder tussenkomst van de rechter is dus in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De beslissing om een minderjarige, waarvoor een voorlopige machtiging gesloten jeugdzorg is verleend, alsnog op te nemen in de instelling voor gesloten jeugdzorg, mag naar de mening van Defence for Children niet door de jeugdhulpaanbieder worden genomen. De jeugdhulpaanbieder is niet onafhankelijk en onpartijdig. Dat de minderjarige achteraf de zaak kan voorleggen aan de kinderrechter doet daar niets aan af. De vrijheidsbeneming heeft dan immers al plaatsgevonden.

Meer informatie

Lees hier de samenvatting van het advies van Defence for Children op het conceptwetsvoorstel voor de nieuwe Jeugdwet

Klik hier voor het artikel in het NRC Handelsblad, 'Kind straks te makkelijk uit huis geplaatst.', d.d. 18 juni 2014. (betaalde content)

In magazine Right!, tijdschrift voor de rechten van het kind, d.d. juni 2014 staat een artikel hierover. Klik hier voor meer informatie over de Right!. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen