vrijdag 13 april 2012

Perverse prikkels in de Jeugdzorg


Door Erik Gerritsen (Directeur Jeugdzorg Amsterdam, BJAA) 

(Gevolgd door commentaar van Dark horse)

Meerdere keren ben ik in mijn columns ingegaan op de verschillende perverse prikkels die er in de jeugdzorg voor zorgen dat sprake is van 'goede mensen in een slecht systeem'. Een cultuur van angst voor het maken van fouten leidt tot disfunctioneel indekgedrag en overbodige bureaucratie. 
Financieringssystemen ontmoedigen de zo noodzakelijke betere samenwerking. Eigenlijk is het een wonder dat er nog zo veel goed gaat in de jeugdzorg. Met dank aan de betrokken professionals die er tegen de stroom in het beste van proberen te maken.

Of het ooit goed komt met de cultuur van angst valt nog te bezien. De mediacratie laat zich lastig ombuigen naar een meer evenwichtige berichtgeving. Positief is de zelfkritiek op dit punt van de breed samengestelde parlementaire werkgroep jeugdzorg, die in haar eindrapport destijds pleitte voor minder incidentgedreven reageren, minder zwarte pieten en meer tolerantie voor fouten zolang er maar van geleerd wordt. En van bestuurders in de jeugdzorg mag verwacht worden dat ze hun medewerkers rugdekking geven. Veel meer dan regelmatig aandacht vragen voor deze perversiteit en zelf het goede voorbeeld geven weet ik niet te verzinnen.

Zonder meer veelbelovend is dat in het kader van de aanstaande stelselherziening op landelijk systeemniveau een einde wordt gemaakt aan een aantal perverse financiële prikkels die tot op heden een belangrijke oorzaak vormden voor gebrek aan samenwerking. Ik doel dan op de keuze voor één bestuurslaag (de gemeenten) die de beschikking krijgen over één gebundelde doeluitkering. Daarmee worden gemeenten in staat gesteld samenwerking tussen instellingen te belonen en zelf financieel te profiteren van de besparingen die dit gaat opleveren. Als de gemeenten ook nog zo verstandig zijn om het nieuwe financieringssysteem zo in te richten dat afgerekend wordt op daadwerkelijke resultaten in plaats van activiteiten en doorlooptijden, dan komt ook aan het perverse effect, dat met sturen op jeugdzorgtrajecten en maximale doorlooptijden het doel (kinderen zich veilig laten ontwikkelen) uit beeld raakt, een einde.

Voor één hardnekkige perverse prikkel is tot op heden nog te weinig aandacht. Die heeft te maken met de huidige financiering van de Bureaus Jeugdzorg. De taken in het gedwongen kader (jeugdbescherming/jeugdreclassering) worden vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie p x q gefinancierd. De taken in het “gedwongen vrijwillige” kader, waarin ouders, in situaties die net zo zorgelijk zijn als die in het gedwongen kader, “vrijwillig” meewerken, omdat ze een justitiële maatregel willen voorkomen, worden vanuit het ministerie van VWS, (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) “lump sum” gefinancierd. Dit verschil in financieringssystematiek leidt er toe dat wanneer Bureaus Jeugdzorg er door toenemende professionaliteit in slagen om meer gezinnen in het vrijwillige kader te houden, daarvoor financieel niet gecompenseerd worden in het vrijwillige kader. Vanwege de p x q systematiek bij Ven J, vloeit de besparing bij de jeugdbescherming/jeugdreclassering terug naar Ven J. Het extra werk dat dit oplevert in het gedwongen vrijwillige kader moet worden opgevangen binnen het vaststaande “lump sum” budget vanuit VWS.

Neem daarbij het eveneens perverse feit dat de al jaren tekortschietende financiering vanuit VWS van het vrijwillig gedwongen kader leidt tot een “caseload” van rond de 1 op 40 (terwijl is vastgesteld dat alleen met een “caseload” van rond 1 op 15 zoals die geldt bij de jeugdbescherming kwalitatief goed werk kan worden geleverd) en het onmogelijke dilemma tekent zich helder af. Het succesvol voorkomen van ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen leidt tot een verdere stijging van de toch al onverantwoord hoge “caseload” in het gedwongen vrijwillige kader. De wal zal het schip dan vanzelf keren, omdat de extreem hoge “caseload” als opwerkfabriek gaat werken voor nieuwe ondertoezichtstellingen die weer wel p x q worden gefinancierd. En moet ik als bestuursvoorzitter medewerkers dan maar aanzetten tot het sneller dan nodig aanvragen van een gedwongen maatregel, omdat die tenminste p x q worden gefinancierd? De tekortschietende financiering en financieringsmethodiek van VWS leidt zo tot onnodige kostenstijging bij VenJ.

Deze perverse situatie is inmiddels kritiek geworden omdat we er, door gezinsgericht werken (één gezin, één plan, één gezinsmanager) steeds beter in slagen om ondertoezichtstellingen korter te laten duren en, beter nog, als gevolg van verdere professionalisering van medewerkers en de inzet van Eigen Kracht Conferenties, te voorkomen dat een ondertoezichtstelling nodig is. En dat is toch waar we naar toe willen met de jeugdzorg in Nederland?

De oplossing voor deze perverse prikkel is simpel en in lijn met de filosofie achter de aanstaande stelselwijziging: een ontschotte gezinsgerichte p x q financiering voor alle gezinnen waarvan, na een zorgmelding, is vastgesteld dat de veilige ontwikkeling van kinderen wordt bedreigd en dat inschakeling van een gezinsmanager van Bureau Jeugdzorg nodig is. Als de gemeenten per 1-1-2015 verantwoordelijk worden voor de taken van de huidige bureaus jeugdzorg kunnen ze deze systematiek natuurlijk zelf invoeren. Maar als we wachten tot 2015 dan missen we de kans om gewoon nu orde op zaken te stellen en belasten we de gemeenten in 2015 met de erfenis van een dolgedraaid systeem.


Reactie Dark horse:

Wat Erik Gerritsen hier aankaart is een belangrijk probleem, waar politici in Den Haag zo snel mogelijk mee aan de slag moeten gaan. Een onhandig financieringssysteem dat Bureau Jeugdzorg eigenlijk ‘straft’ voor het verminderen van gedwongen hulp. Wat het financiële gedeelte betreft, moet ik Gerritsen volkomen gelijk geven. Het is een perversiteit. Overheid, doe hier iets aan!

Een ander opvallend punt dat hij noemt: “Een cultuur van angst voor het maken van fouten leidt tot disfunctioneel indekgedrag en overbodige bureaucratie” Hij erkent dus wel degelijk, zij het op een algemene wijze, dat er een cultuur is van angst om fouten te maken en dat jeugdzorgmedewerkers als gevolg daarvan, beslissingen nemen die voor henzelf het minst risicovol zijn. (Gedwongen hulp als het niet echt nodig is?)
Hij voegt daar aan toe dat van bestuurders in de jeugdzorg verwacht mag verwacht worden dat ze hun medewerkers ‘rugdekking’ geven. Met andere woorden, ook al maken zijn medewerkers fouten, hij blijft loyaal aan zijn mensen, want ze moeten nu eenmaal werken in een systeem van ‘perverse prikkels’. En zij nemen niet altijd de meest wijze beslissingen, door het angstklimaat en de te zware bestraffing van fouten.

Dat kan wel zo zijn, maar het lijkt er nu toch weer op dat we met zijn allen medelijden moeten hebben met die arme zorgprofessionals, terwijl ik wederom niet tegen kom in deze column, waar dat perverse beleid en die angstcultuur toe kunnen leiden. Wat voor gevolgen heeft het dan voor ouders? Meer gedwongen hulp, dat is duidelijk. Maar dat klinkt zo abstract…Wat dacht u van: “Ouders kunnen zonder zinnige reden hun kind kwijt raken en blijven jaren lang de speelbal van het machtspel van Jeugdzorg”? of “Kinderrechters worden misleid en voorgelogen, omdat de gezinsvoogd haar fouten niet durft toe te geven en daardoor wordt een gezin geruïneerd”?

Loyaliteit naar je eigen medewerkers is mooi en het begrip voor hun indekgedrag als gevolg van ‘het angstige klimaat’ is hartverwarmend, maar er is ook nog zoiets als de openheid die je creëert door je fouten een keer ruiterlijk toe te geven. Door gewoon te zeggen: “We zaten er volkómen naast en wat hebben we deze moeder / vader/ ouders/ dit kind, een groot onrecht aangedaan (omdat we onder grote druk staan) Dat kan bijzonder ontwapenend werken! Niemand is boos op degene die spijt betuigd en een serieuze poging doet om zijn fouten te herstellen. Mensen worden wel woedend op daders, die geen enkele spijt betuigen, of die fouten wel toegeven onder druk, maar daarbij meteen weer met excuses komen…

Er is echt wel meer aan de hand dan een systeem van perverse prikkels en een angstcultuur. Zo is er bijvoorbeeld te noemen, de ondeskundigheid waarmee gezinnen beoordeeld worden, omdat de jeugdbeschermers het zelf allemaal zo goed weten en het niet nodig vinden om een gedragswetenschapper deskundig onderzoek te laten doen. Als een moeder vier jaar lang aan Jeugdzorg vraagt haar zoon te diagnosticeren en daar wordt maar niet aan tegemoet gekomen, dan kan men zich toch afvragen waar dát mee te maken heeft.

(Uiteindelijk kwam de diagnose, en werd het vermoeden van de moeder bevestigd) Vier jaar lang heeft BJZ lopen aanrotzooien! Dat kost toch ook een hoop geld? En welk gevaar schuilt er in een goede diagnose? Daar wordt bij mijn weten geen enkel risico mee genomen en het leidt tot snelle en effectieve hulpverlening. Jeugdzorg heeft het maar over de ‘belasting’ van de jeugdige met onderzoek. Is het dan geen belasting om jarenlang rond te stuiteren en de ouders gek te maken, zonder dat iemand weet wat er eigenlijk aan de hand is? Kies voor veiligheid én geldbesparing, door deskundig onderzoek.

Sven Snijer

              Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen