zondag 8 april 2012

De droom



Waarzegster

Op een nacht had de directeur van Jeugdzorg Amsterdam een nare droom. Hij zag alle Jeugdzorgkantoren in Nederland ineenstorten en alle kinderen renden terug naar hun biologische ouders, hun vrienden en omringende familie. Toen hij uit de droom ontwaakte was hij erg ongerust en hij besloot naar een waarzegster te gaan om er achter te komen wat de droom kon betekenen. De waarzegster verzekerde hem dat de droom een voorspelling was, die binnen vijf jaar uit zou komen.

Jungiaans therapeut

Hierna ging hij voor de zekerheid ook nog even naar een Jungiaans therapeut. (Ja, als het henzelf betreft doen ze wél goed onderzoek!) Deze verklaarde de droom als volgt: “De droom is een uiting van je onbewuste angsten. Je voelt de Archetypische krachten in het Collectief Onbewuste, die zich aan het verenigen zijn en die op het punt staan om tot een geweldadige uitbarsting te komen. De woede van ouders, over het onrecht dat hen al jaren wordt aangedaan is niet meer tegen te houden. Je bent bang dat de hele façade, het gepropageerde, glad gepolijste imago van Jeugdzorg, als een masker zal afvallen. Je weet onbewust dat er een omkering zit aan te komen. Ook politici beginnen nu te twijfelen. Je vreest dat de fundamenten onder je voeten zullen wegvallen en dat jij daarin zal worden meegesleurd. Erik, het wordt tijd dat je je Schaduw onder ogen gaat zien.” Erik slikte. “Weet u zeker dat de droom die betekenis heeft? Het is nogal, eh, hoe zal ik het zeggen…diep. Bij Jeugdzorg zijn we gewend aan wat meer oppervlakkige conclusies.”
Na de waarschuwende woorden van de therapeut, ging de BJZ-directeur weer naar buiten, op zoek naar iemand die hem een wat hoopvollere verklaring kon bieden.

Mental Coach

Hij kwam bij een ‘mental-coach’ die de droom een iets andere uitleg gaf. “De droom geeft weer wat je onbewuste drijfveren zijn. Je dieper liggende verlangens, die je nog niet voor jezelf durft te erkennen. Eigenlijk baal je verschrikkelijk van het werk wat je doet. Je hebt er ook spijt van. Je zou graag ander werk willen, dat volkomen het tegendeel vormt van je huidige werkzaamheden. Je zou je wel willen aansluiten bij de mensen die nu door jouw organisatie gekweld worden. Eigenlijk wil je die mensen helpen om Jeugdzorg op te doeken, maar je laat deze diepere emoties niet bij jezelf toe . Je bent teveel verstrikt geraakt in gewoontevorming, procedures en niet te vergeten je eigen veiligheid en belangen. Ben je wel echt bezig kinderen te beschermen? Of ben je onderdeel van een onpersoonlijke machine, waardoor je zonder dat je er erg in hebt, belangen aan het verdedigen bent, die niets meer te maken hebben met de verbetering van de ‘kwaliteit van leven’, van de jeugdigen?

Dit waren confronterende vragen voor de Jeugdzorgmanager. “Ik vrees dat je gelijk hebt”, zei hij. “Het gaat helemaal niet meer om de kinderen. Het managersvak is gewoon spannend en uitdagend. Het maakt ook eigenlijk niet uit of we wasmachines verkopen of ‘kindermishandeling’. Uiteindelijk zijn het gewoon producten en streef je naar een gezond bedrijf. Ik dacht dat ik daar goed aan deed.” De mental-coach gaf hem even de tijd. Toen zei hij:”Je weet diep van binnen dat je het geluk van kinderen niet mag vergelijken met een ‘gewoon’ product. Je moet leren om de cijfers niet hoger te stellen dan de levens van ouders en kinderen. Er is onduidelijkheid in je waarden-hiërarchie. Maar het is nog niet te laat om te veranderen. Je kunt vandaag nog een begin maken met je nieuwe leven. Jij bent de baas over je eigen toekomst!.” De BJZ-directeur hief zijn handen in de lucht, met een vragende blik in zijn ogen. “Hoe moet ik dat aanpakken? Iedereen ziet mij nu als de grote boeman. Ouders haten mij! Ik heb mijzelf heel lang wijs gemaakt dat ze in mijn verkooppraatjes trapten, maar ze beginnen me langzaam door te krijgen.”

“Je moet gewoon bij het begin beginnen”, zei de mental coach. ”Vertel als eerste aan iedereen wat je nieuwe houding is, je nieuwe instelling. Spreek vrijuit, want je hebt niets te verliezen. Wees spontaan en zeg wat je op je hart hebt.” De BJZ-directeur krabde in zijn nek, terwijl zijn gezicht een grimas liet zien. “Maar dat heb ik al zo vaak gedaan in de columns die ik schreef.  Daar kreeg ik juist een hoop gedonder mee!.” “Tja”, zei de mental coach. “Je zit natuurlijk wel met een imagoprobleem. Je geloofwaardigheid, daar schort het aan.” “Dat is waar”, zei de gewetensbezwaarde, terwijl hij met zijn blik naar de vloer ging. “In het begin presenteerde ik mezelf als een vriend van ouders en kinderen. In mijn columns schreef ik ‘maak jeugdzorg overbodig’, maar gaandeweg ontpopte  ik me tot een wolf-in-schaapskleren, die het ene pleidooi na het andere de arena in slingerde, voor meer en vooral verdergaande gedwongen hulp. Ik ben bang dat de ouders me niet zullen geloven als ik nu opeens zeg, dat ik ze echt wil helpen. “En die uitdaging”, zei de Mental Coach “moet je gewoon aan gaan!”

Dr.Phil

Om er zeker van te zijn dat hij op de goede weg was, reisde Erik naar Amerika om Dr.Phil te consulteren. Hij had het geluk al spoedig in één van de televisie-uitzendingen zijn verhaal te mogen doen. In het kort legde hij de droom uit en zijn ervaringen met vorige raadgevers in de kwestie. Dr. Phil maakte hem duidelijk, dat hij alleen zou kunnen veranderen en zijn leven een180 graden draai zou kunnen geven, als hij zou erkennen wat hij fout had gedaan. En niet alleen als persoon. Ook voor de organisatie als geheel moest hij verantwoordelijkheid nemen, aangezien hij zich zo sterk had geprofileerd als uithangbord voor het nieuwe kinderbeschermen.

“Erik, you can ’t change what you don ’t acknowledge”, sprak Dr. Phil met zijn onvervalste Texaanse accent. Maar wat moet ik dan allemaal erkennen? Vroeg Erik. “Alles! Alles wat kinderbeschermers aan onrecht hebben begaan tegen ouders en kinderen, gedurende de laatste 40 jaar.” “Wow!!” zei de zorgmanager, terwijl hij terug schoot tegen de achterkant van zijn hoge stoel. “Is dat echt nodig? Kunnen we niet gewoon ‘sorry’ zeggen en dan vrolijk verder gaan? Positief voorruit kijken en zo?

“Ik ben bang dat dat een beetje te makkelijk gedacht is”, zei Dr. Phil. “Je zult dieper moeten graven dan dat. Je zult ernstig in de spiegel naar jezelf moeten kijken.” “Oh, maar dat doe ik voortdurend”, antwoordde Erik. Ik ben gek op mezelf.” Dr.Phil schudde zuchtend zijn kale hoofd “Zo bedoelde ik het natuurlijk niet!” En zich naar het publiek wendend:“Wie van jullie vindt dat deze man het nog niet helemaal door heeft?”(vele handen gaan omhoog)  “Luister, je moet gaan inzien dat de ‘hulp’ die Jeugdzorg geeft, een paardenmiddel is. Een medicijn dat erger is dan de kwaal. Als je niet erkent dat er door het misbruik van de ‘uiterste maatregel’ (UHP) meer schade wordt gedaan, dan dat het ondersteuning biedt aan het kind, dan is al ons gepraat zinloos. Jeugdzorg beschadigt kinderen, begrijp je dat? Al die mooie beloften voor verbetering… Dat horen ouders nu al 10 jaar. De professionalisering van jullie Jeugdzorg, dat is er toch nooit van gekomen? Je houdt niet alleen ouders voor de gek, maar uiteindelijk ook jezelf.”

De uitzending kwam tot een einde en Dr. Phil beloofde de BJZ-directeur dat hij een goede therapeut voor hem zou regelen in Nederland, in de buurt van zijn eigen woonplaats. Maar daar had Erik bij nader inzien eigenlijk helemaal geen zin in. Als hij zich werkelijk zou gaan inzetten voor de rechten van ouders en kinderen, dan nam hij daarmee een enorm risico. Zijn collega’s zouden hem meteen de rug toe keren. Ze zouden hem beschouwen als een verrader. Hij hoorde hun stemmen al in zijn hoofd. “Wil jij soms verantwoordelijk zijn voor de volgende kofferbakmoord, Erik!??” Dit was veel te ver buiten zijn ‘comfortzone.’ Dit ging allemaal veel te ver. Waarom zou hij zich ook wat aantrekken van een droom? Wat zou het, als er aan de ongebreidelde macht van Jeugdzorg op een zeker moment een einde zou komen?

Voorlopig had Bureau Jeugdzorg de meeste politici nog in haar zak. Kijk nou naar de Staatssecretaris, die Veldhuyzen-Van Zanten: die gelooft toch alles wat BJZ haar wijs maakt? Hij haalde haar beleidsbrief van 2 april 2012 nog eens uit zijn zak en las de passages nog eens, over de ‘klik’ die er moest zijn tussen BJZ-medewerkers en ouders. “Ach”, zei hij met een relativerende glimlach om zijn lippen. “Zolang dit soort lariekoek nog officieel beleid kan zijn, hebben we bij Jeugdzorg nog niet veel om ons zorgen over te maken…

Sven Snijer

               Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen