vrijdag 6 september 2013

Speculeren met kinderen


Mama wil niet voor je zorgen, een mooi kindermishandelend signaal naar het kind van jeugdzorg: 


Het jeugdzorgniveau stelt dat onderzoek is het aannemen van beweringen als waarheid.

Dus geen diagnostisch en therapeutisch verantwoorde waarheid, -onderzoek.  
Zonder aan therapeutische gevolgen en toekomstmogelijkheden te denken litigieus prejudiciëren dor met jeugdzorg-handelen de beste mogelijkheid voor het welbevinden van het kind af te kappen. 
 
Kindermishandeling door BJZ

Drie maanden niet de vertrouwde ouder en familie zien is vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt kindermishandeling (‘institutionele kindermishandeling’ door BJZ). 

Te laag contact (minimaal is dagdeel per week) is een straf voor het kind, een verlatenheids-gevoel. Een niets-waard-zijn-gevoel. Omdat dit de eigenwaarde ondermijnt is dit een vorm van kindermishandeling door jeugdzorg. 

Een contact met repressie op spontaan kunnen reageren op het kind werkt in het ontvankelijk kind alsof de ouder je als kind niet serieus neemt. Deze  niet uitgelegde bevoogding werkt kindermishandelend in de psyche van het kind. Natuurlijke verbaliteit wordt door jeugdzorg verboden, wat een kind psychisch misvormt. 
 
Traumatisch
 
Er moet aan de term “perspectief-biedend” deze betekenis in de praktijk gegeven worden: ‘er wordt ingezet op oudervervreemding en volgens de Regeling Normbedragen Jeugdzorg geld in het laatje tot 18 jaar’. Het heeft niets te maken met een juist perspectief voor het kind, zo zònder gespecialiseerd diagnostisch onderzoek. Dergelijke “trajecten” zijn traumatisch.

Dit is speculeren met kinderen, als op de beurs.  

Het ‘perspectief’ blijkt op een grotere kans op seksueel misbruik (Samson), op verhoogde kans op disregulatie, onveilige gehechtheid (dat gezinsvoogden ‘hechtingsstoornis’ noemen), op grote kans op tienerzwangerschap en criminaliteit, op vroegtijdig schoolverlaten en lagere opleiding, en meer dat is aangetoond door o.a. Joseph J. Doyle jr. in 2007 en andere wetenschappers. Kinderen zijn beter-af thuis met passende begeleiding dan in één pleegsetting, bleek, en dat is ook door Jo Hermanns (in Zeeland) aangetoond: http://www.youtube.com/watch?v=F6Dthj9XBLU  na 04:19 minuten)

Ook is verdere overplaatsing een ondermijnen van vertrouwdheid, een stimuleren van verlatenheidsgevoel en schijnaanpassingen in de psyche.  

Signalen negeren en wel bidden ervoor helpt niet en is geen ‘zorg’. Verre van dat.  

Een kind signalen geven alsof de biologische ouder (de genetische afkomst van het kind) niet meer geïnteresseerd is in het kind, is traumatisch, onpedagogisch, en een vorm van ondeskundige kindermishandeling waar de rechter uitgaat van deskundigheid.
 
Afkomst denigreren
 
De afkomst denigreren in pleegsetting is tegen elke adoptiewetenschap in, goed vergelijkbaar met pleegzorg (Prof. Dr. R.A.C. Hoksbergen et al.. Hij adviseerde een IBAP reeds in 2000 voor specialistische zorg – voor adoptie- en pleegkinderen – dus moet het bekend zijn bij deskundigen in dit veld).

Een kind moet een groot hart hebben voor zo mogelijk 4 ouders. Respectvol spreken over de herkomst wordt op de door Justitie verplichte VIA-cursus geleerd aan aspirant-adoptiefouders. Waarom niet tegen pleegzorgers en pleegouders?  

“Mama wil niet voor je zorgen” en “Je gaat nooit meer naar huis” zijn kindermishandelende signalen.

Zeker daar jeugdzorg dient te weten dat een kind in dergelijke gevallen de schuld bij zichzelf zoekt, slecht voor het gevoel van eigenwaarde en een beheersbaar wereldbeeld voor een gezonde maatschappelijk-sociale toekomst. Dit jeugdzorg-handelen heeft een levenslang gevolg.
 
Ondeskundig

 
Het heeft niets met optimaliseren van schijnhechting te maken! Zeer ondeskundig, zeer onpedagogisch! http://silkslides.com/S9dEk vertelt meer over gevolgen van pleegplaatsen.  

Het meermaals overplaatsen naar andere pleegsettingen wijst op een te grote ondeskundigheid om de UHP-machtiging in stand te houden of te verlengen (Ook de OTS kan dan vervallen).   Dan dient de rechter een echte, meer deskundige te benoemen dan jeugdzorg; bijvoorbeeld een adoptie(zorg)deskundige of hechtingsdeskundige (http://www.hechtingsproblemen.nl/nl/therapeuten ).

Het kind gaat voor!

Er dient (door de rechter) in dergelijke gevallen gewerkt te worden naar ‘hulp thuis’, want overplaatsingen na de afgestaan-ervaring door de UHP induceren in het pleegkind een secundaire relationele gedragsstoornis (Ger de Lange; F. Juffer). http://www.hechting.eu/index.php?pagina=literatuur.txt . 

De zorg die de ouder levert met haar wettelijke verantwoordelijkheid (BW1:247) wordt afgestraft onder de noemer naar de rechter: “moeder werkt jeugdzorg tegen”, “moeder is een gevaar voor het kind”. Voor de inzet tot een optimaal hulptraject en voor het eindelijk toepassen van diagnostieke waarheidsvinding wordt een ouder zo bij de rechter afgeserveerd 

Een ‘onderzoek’, hoe schijnbaar uitgebreid en ‘getest’ ook, voor een indicatie gezinshuis is geen valide diagnostisch onderzoek, waar het voor de hand ligt eerst een (gefaseerde) thuisplaatsing te onderzoeken in het belang van het kind.

Hoe kan een gezinsvoogd het in haar hoofd halen, zo moet men zich bedenken, om na onderzoek dat wijst op thuisplaatsen nog aan verlengen van OTS te denken, waar deze slechts verslechtering heeft gebracht in de psyche van het kind?!

In deze zaak verdient die laatste rechter een pluim om te onderkennen dat opeens komen door de gezinsvoogdij met nieuwe bezwaarpunten een bespelen van de rechter betreft, en niets te maken heeft met psychisch-fundamentele belangen van het kind.

Bij elke verlenging OTS kan een rechter verwachten dat de gezinsvoogdij/jeugdzorg smoesjes  oppert waar geen valide bewijs voor afgegeven kan worden, laat staan dat deze uitleg kan geven hoe dat dan wel psychisch optimaler werkt dan thuisplaatsen. Het schemeren met ‘veiligheid’ is doorzichtig, aangezien een kind zo niet voelt.  

Schade

Dat een kind na zoveel overplaatsingen door de gezinsvoogdij schade heeft geleden, mag geen reden zijn voor het onthouden aan contact met en opvoeding door de familie; de schade kwam door pleegzorg/UHP. Dat mag de ouder(s) niet aangerekend worden; die verdienen naar BW1:257 hulp wegens het belang van de kind-ouderband en het oorspronkelijke family-life (IVRK 24 resp. EVRM 8). 

Men mag zich afvragen wie nu moet bewijzen? Beweringen zijn geen feiten.

Zowel het gezin als de jeugdzorg/gezinsvoogdij zij juridische partijen, met hun zwakheden en sterke informatieve kanten, want een ouder kent het kind beter dan jeugdzorgwerkers die maar een tipje aan tijd het kind zagen.

Daarom is vòòr aanvang van UHP een diagnostische nul-meting  noodzakelijk en kindbeschermend.  

Jeugdzorg-bemoeien belast een kind meer dan een (psycho)medisch specialist. 

Deze case bewijst het belang van de vertrouwde omgeving van het kind.

Nu mag de familie de schade door jeugdzorg opvangen en betalen. Want jeugdzorg kent geen financiële aansprakelijkheidsverzekering zonder enorme en belastende strafrechtelijke rechtsgangen. Jeugdzorg kent geen effectief excuus.  

Jeugdzorg zorgt niet dat de lasterlijke figuren die hebben bijgedragen aan de verkeerde nul-meting tot UHP worden gestraft of gecorrigeerd, opdat het kind in een frisse vertrouwde omgeving terugkomt.  

Wie was nu de ‘bedreiger’ uit het cliché van BW1:254, lid 1, waarvoor de RvdK en jeugdzorg een OTS+UHP aanvroegen?

Ja: deze jeugdzorg zelf!

Deze scoren meerdere punten op institutionele kindermishandeling, en is dat niet strafbaar?  

Rechters:

De rechter mag dit onderkennen, en het belang van het kind centraal stellen i.p.v. het belang van jeugdzorg met oog op de Regeling Normbedragen Jeugdzorg, hoofdstuk 2 dat te financieren etiketten noemt, i.p.v. effectief handelen.
 
 
Teamlid JDH 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen