zaterdag 31 maart 2012

Glossy en inhoudsloos jaarverslag 2010 Jeugdzorg zorgelijk

Zaterdag 2 juli 2011

‘Zelfstandig worden, op eigen benen staan, gaat vaak van auw. Maar niet bij Jeugdzorg Nederland,’ zo kondigt Jeugdzorg haar eigen jaarverslag 2010 aan. Wie het jaarverslag leest, begrijpt waarom er geen ‘auw’ aan te pas komt. Het is een inhoudsloos marketingwerkje. Jeugdzorg heeft de aanhoudende kritiek vanuit de politiek en de maatschappij niet aangepakt om een professionaliseringsslag op inhoud en kundigheid door te maken. Jeugdzorg heeft zich vooral een nieuwe ‘look en feel’ aangemeten.

‘Het jaar waarin MOgroep Jeugdzorg ‘haast organisch’ transformeerde naar Jeugdzorg Nederland.’ Het jaarverslag beschrijft naar eigen zeggen dat er een jaar lang intensief aan de nieuwe organisatie is gebouwd. ‘Daarna stond er een zelfstandige vereniging, met een eigen naam, een eigen huisstijl en een eigen website. Politiek en samenleving vragen de jeugdzorg dan ook voortdurend om verantwoording en transparantie,’aldus de wervingstekst op hun nieuwe website.

Evaluatie Wet op de Jeugdzorg
In het Jaarverslag Jeugdzorg 2010wordt verrassend genoeg echter geen enkele verantwoording afgelegd of transparantie geboden. Het is een verzameling van glossy interviews met kek geklede bestuurders die hun visie ter berde brengen. Zo ‘onthult’ Hans Kamps’ namelijk hoe Jeugdzorg Nederland haar visie in het regeerakkoord kreeg. Nergens een inhoudelijke bijdrage over hoe een nieuwe opbouw van een inhoudelijk fundament van de ondersteuning en zorg voor jeugdigen en/of hun opvoeders binnen hun sociale context met waar nodig een integrale aanpak van de problematiek wordt ingeleid, zoals de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg als huiswerkopdracht meegaf.
Deze opdracht tot transformatie van de Jeugdzorg stond ook niet op zich. De transformatie op de Jeugdzorg werd beoogd in samenhang met omvangrijke decentralisatieoperaties rond de AWBZ, werken naar vermogen en de invoering van passend onderwijs. ‘De Centra voor Jeugd en Gezin worden daarbij als spilvoorziening op lokaal niveau gezien.’ Dit terwijl onlangs bekend werd deze centra niet functioneerden. Honderden gemeenten hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in de Centra voor Jeugd en Gezin, maar velen worden alweer gesloten: er is geen animo. In een jaar tijd bezochten slechts 24 inwoners van Deventer een van de drie inlooppunten voor Jeugd en Gezin. Volgens de gemeente Deventer waren de medewerkers uitsluitend bezig aanwezig te zijn. Het Jaarverslag 2010 rept hier geen woord over.

Wij van WC eend…

Het voorbeeld van de Centra Jeugd en Gezin is een schoolvoorbeeld van de denkwijze van Jeugdzorg. Ze ontwikkelen hun beleid achter het bureau en staren zich vervolgens blind op de eigen visie. Niemand binnen Jeugdzorg vraagt zich blijkbaar af wat de hulpbehoevende nodig heeft. In mei 2011 verscheen er wel een publicatie van de Inspectie Jeugdzorg. Hierin rapporteerden zij dat Jeugdzorg onderdeel Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s) ‘over het algemeen bruikbare adviezen en consulten geven aan beroepskrachten’. Van de beroepskrachten was 85 procent tevreden met het verkregen advies of consult.
‘De inspectie beveelt de AMK’s aan om via interne analyse en extern (tevredenheids-) onderzoek de eigen werkwijze en de bruikbaarheid van adviezen en consulten regelmatig te evalueren. Daarnaast presenteert de inspectie in haar rapport een aantal ‘best practices’ bij de verschillende AMK’s, zodat andere AMK’s hier een voorbeeld aan kunnen nemen.’
Maar beroepskrachten zijn geen ‘cliënten’ van Jeugdzorg of de AMK’s. Vindt echte evaluatie van de kwaliteit van de Jeugdzorg immers niet plaats onder kinderen en ouders? Bijvoorbeeld onder uithuisgeplaatste kinderen en ouders die onder ‘toezicht’ staan. Hoe vergaat het hen? Sluit de geboden hulp aan? Wordt er echt door Jeugdzorg naar hen geluisterd en met hen gebouwd aan een betere toekomst voor hun kind? Of zijn ze gewoon het volgende adresje op de wachtlijst die met ongepaste dwang door de molen moeten? Een kleine zoekopdracht <<Jeugdzorg>> op YouTube levert de geinteresseerde een schokkend beeld op over hoe de instantie werkelijk wordt beleefd in Nederland. Zo rijst eens te meer de vraag: heeft dergelijke ‘zorg’ wel effect?

Parlementaire zelfreflectie Jeugdzorg

Pierre Heijnen deed dit jaar namens de Tweede Kamer onderzoek naar het functioneren van Jeugdzorg. Zijn werkgroep deed onderzoek naar de brede problematiek van de jeugdzorg en voerde tientallen gesprekken met een kleine honderd betrokkenen: cliënten, bestuurders, gezinsvoogden en ambtenaren van het programmaministerie voor Jeugd en Gezin. ‘Er zijn heel veel, vaak tegenstrijdige feiten, meningen en adviezen aan de orde gesteld,’ schetst het onderzoeksrapport.
‘Werkers, maar ook ouders en jongeren, lopen in het huidige stelsel tegen structurele belemmeringen aan die de uitvoering van de zorg bemoeilijken,’ aldus het rapport. Problemen als van het kastje naar de muur verwezen worden, lange wachttijden, teveel hulpverleners die werken binnen één gezin, te weinig tijd voor daadwerkelijke zorg aan het kind, nog te weinig bewezen effectieve behandelmethoden die worden toegepast, grote regel- en verantwoordingsdruk voor de werkers en teveel en te complexe en gescheiden financieringsstromen.’ Het rapport liegt er niet om.

Fundamentele benadering moet veranderen

Tegen al deze problemen zijn goede bedoelingen alléén niet opgewassen’ aldus de werkgroep Heijnen. Vanaf het begin was het de werkgroep duidelijk dat de onvrede over het functioneren van de jeugdzorg ook een fundamentele benadering vergt. Deze onvrede komt deels voort uit de alsmaar oplopende aantallen kinderen die een vorm van hulp of zorg nodig (lijken te) hebben. ‘We moeten onszelf, als samenleving, de vraag stellen waarom we bepaalde risico’s of afwijkend gedrag niet meer willen en/of kunnen accepteren. Als de samenleving dergelijke mechanismen kan doorbreken, zou dat een broodnodige ontlasting van een behoorlijk overspannen sector kunnen betekenen.’

RMO

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling presenteert soortgelijke conclusies in hun aanbevelingsbrief, een bevrijdend kader voor jeugdzorg (april 2011) en concludeert daarnaast dat de besluitvorming van de bureaus Jeugdzorg niet gestuurd worden door het (willen) bieden van kwalitatieve zorg, maar dat deze onderhevig zijn aan perverse, financiële prikkels. ‘Momenteel hebben de vele financiers een eigen systematiek, die onvoldoende overeenkomt met de uitvoeringswerkelijkheid en bovendien gepaard gaat met diverse perverse prikkels (alleen al te zien aan de jaarlijkse groei van indicaties en uitgaven),’ aldus het RMO.

Ernstige zorgen geuit

Het jaarverslag 2010 van Jeugdzorg brengt vooral één ding naar voren. De maatschappij heeft zeer ernstige zorgen geuit over de Jeugdzorg, maar Jeugdzorg weigert hand in eigen boezem te steken en lijkt de essentie van de opdracht ook niet te begrijpen. Jeugdzorg heeft geen imagoprobleem dat opgelost kan worden met een nieuwe ‘look en feel’ en een kekke glossy met wijdloopse bestuurdersvisies. Jeugdzorg verkeert in een fundamentele crisis die – naar blijkt – voorlopig nog niet is opgelost.

Reactie Jeugdzorg Nederland

Mevrouw Tukkers van de branchorganisatie Jeugdzorg Nederland benadrukte dat dit jaarverslag niet het cijfermatig jaarverslag is van Jeugdzorg en/of de AMK’s. Zij verklaarde dat het vooral bedoeld is om de mensen achter de branchorganisatie meer zichtbaar te maken bij de voor hen relevante doelgroepen en dat zij er als organisatie alles aan doen om de bestaande problematiek in de Jeugdzorg op te lossen.

Bron: Jolanda Clement voor MedicalFacts



                   Terug naar Alle Artikelen Jeugdzorg Dark horse:
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/03/index-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen