maandag 26 augustus 2013

Goochelen met Gerritsen

Zoals wel vaker met commentaren van jeugdzorgbestuurders in de krant, naar aanleiding van ernstige klachten over het handelen van Bureau Jeugdzorg, is het ook met het commentaar van bestuursvoorzitter Erik Gerritsen van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam in de Telegraaf van 24 augustus 2013 weer een kwestie van afschermen, tegenstrijdige dingen zeggen en met willekeurige cijfers slingeren.   

In een kort stukje vallen een aantal merkwaardige dingen te lezen die zich op meerdere manieren laten uitleggen, maar waarvan elke uitleg weer vragen oproept. Vijfenzeventig procent van de jeugdzorgouders kan of wil niet meewerken aan jeugdzorghulp volgens Gerritsen en dat zouden de ouders zijn die hulp mijden en aangemeld worden door bijvoorbeeld huisartsen, politie of scholen. Deze grote groep noemt hij een ongemotiveerde doelgroep. Daarnaast zijn er volgens Gerritsen de multiprobleemgezinnen (zijn stokpaardje) die hij vaak aanduidt als ‘kwetsbare’ gezinnen die  wél gemotiveerd zijn om samen met jeugdzorg hun situatie te verbeteren. Helaas spreekt hij zichzelf daar al meteen tegen, omdat hij begint over de sociale wijkteams die eraan komen, waardoor volgens Gerritsen het aantal zorgmeldingen met veertig procent naar beneden kan. Vreemd, want hij stelt daarvoor net dat deze groep gemotiveerd was, dus waar komen die zorgmeldingen dan vandaan?  

De meeste ondertoezichtstellingen en UHP’s 

Ook merkwaardig is, dat de groep van vijfenzeventig procent van tot samenwerking met Bureau Jeugdzorg ongemotiveerde ouders, die voortkomt uit meldingen door voornoemde instanties, leidt tot het grootste aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, terwijl je bij die groep juist spreekt over enkelvoudige of tijdelijke problematiek. (Daarnaast verzuimt de bestuursvoorzitter te vermelden, dat veel zorgmeldingen ook iedere substantiële onderbouwing missen en louter op vermoedens en kwaadsprekerij gebaseerd zijn, aangezien de instanties die zeggen kinderen te beschermen niet aan waarheidsvinding doen). We kunnen de vraag opwerpen hoe het komt dat de grootste groep van ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen, verbonden is met mensen die juist een lichtere problematiek kennen. Is het niet veel logischer dat een gezin met meervoudige problemen van bijvoorbeeld relationele aard, opvoedingsproblemen, huiselijk geweld, schulden, leerproblemen van de kinderen, etc, veel meer moeite hebben met een succesvolle samenwerking met de hulpverlener? Als deze gezinnen zo bereid waren te leren, zou de situatie ook niet zover hebben hoeven te escaleren. Een ouder met een beetje hersens weet op zeker moment wanneer de problemen hem of haar boven het hoofd groeien en schakelt hulp in.  

Wat we uit deze gegevens kunnen opmaken, is dat ouders met minder problematiek en met meer hersens, minder zitten te wachten op hulp van jeugdzorg en daardoor zwaarder in de problemen komen en sneller hun kind kwijt zijn. Ja, dat geloof ik wel. Ik moest het stukje in de krant wel drie keer lezen, maar nu begrijp ik hoe de vork in de steel zit. Alleen die mensen die totaal onmachtig zijn en met hun problemen volledig aan de grond zitten, willen zich wel laten helpen door Bureau Jeugdzorg. Dat is de kleinste groep en omdat de problemen  zo ernstig zijn, doe je het als hulpverlener dan al gauw goed. En wat minder ontwikkelde mensen laten zich natuurlijk ook beter sturen, reden waarom jeugdzorg bij echtscheiding vaak de kant van de minst stabiele ouder kiest. Zodra de problemen wat complexer worden en wat meer specialistische hulp vragen, dan weet jeugdzorg het niet zo goed meer en ontstaat er een machtsstrijd tussen de hulpverlener die graag alles in eigen hand wil houden om zelf  te ‘dokteren’, terwijl de ouder die wat meer ontwikkeld en zelfstandig is, zich dan niet serieus genomen voelt. En dan komen er gedwongen maatregelen.   

De nieuwe manier van werken 

Van de ouders die meewerken met jeugdzorghulp en de ouders die daar niet van gediend zijn, kom ik op een ander punt wat meteen opvalt bij het merkwaardige cijfer van vijfenzeventig procent 'ongemotiveerde ouders'. De cliënttevredenheidscijfers van BJAA. Het was zo’n jaar geleden een vraag van het Nederlands Jeugdinstituut hoe het er met die tevredenheidscijfers voorstond in Amsterdam. Gerritsen deed daar een beetje schimmig over en had het over een ‘gemiddelde tussen de vijf en de zeven’. De kwaliteit van jeugdzorg kennende, dacht ik toen ik hiervan hoorde meteen aan een 5,1, maar enige tijd later liet Gerritsen aan het publiek veel positievere cijfers zien. In Amsterdam zou de cliënttevredenheid wel rond het cijfer 7 liggen, want ze zaten in een opwaartse lijn bij BJAA, met hun nieuwe manier van werken met één gezinsmanager per gezin, die de centrale regie heeft over alle hulpverleners die in het spel zijn. De nieuwe manier van werken houdt onder meer in dat er nu samen met ouders gekeken wordt naar wat het beste is (waarom kon dat in al die jaren hiervoor dan niet?) en er kwam daarom een steeds betere verstandhouding tussen BJAA en haar cliënten. En net als je dat bijna dreigt te geloven, want de propaganda-machinie draait op volle toeren bij BJAA,  komt Gerritsen opeens met zijn vijfenzeventig procent ongemotiveerde ouders. Tja, dan ga ik rekenen….  

Clienttevredenheidcijfers BJAA 

Indien de gemotiveerde groep ouders die vijfentwintig procent beslaat, een tevredenheidheidsniveau zou aangeven van het cijfer 8 of 9, dan blijft er voor de groep van onvrijwillige jeugdzorgcliënten die andere driekwart over. Als we die groep verdelen in drie subcategorieën, van gematigd ontevreden ouders (cijfer 5), behoorlijk ontevreden en geïrriteerde ouders (cijfer 4 of 3) en de ouders die van mening zijn dat jeugdzorg hun leven verwoest heeft (cijfer 2 of 1), dan komen we voor het totaal tot een optelsom van rond de 18 of 19 punten. Het gemiddelde daarvan zou uitkomen op een 4,25 tot een 4,75 en op zijn hoogst een 5,  maar dan ga ik uit van een extreem hoog tevredenheidcijfer bij de gemotiveerde groep. Zelfs dat cijfer komt in de verste verte niet in de buurt van de 7 waar Gerritsen het over heeft.  

Sven Snijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen