woensdag 28 augustus 2013

Drang - De 'Sociale Staatsgreep"


We horen de laatste tijd in jeugdzorgland steeds vaker de term ‘drang’ gebezigd worden, als alternatief voor gedwongen maatregelen. Drang is het opdringen van vrijwillige hulp (wat is dat?) aan gezinnen, zodat er geen rechter aan te pas hoeft te komen en er geen ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing hoeft te worden aangevraagd, door de Raad voor de Kinderbescherming (op aangeven van Jeugdzorg). Menigeen vraagt zich af hoe dat juridisch geduid moet worden, deze bemoeienis met gezinnen zonder een rechterlijke toetsing. En wat is eigenlijk het verschil met de SPOOK-OTS die we nu al kennen van AMK/jeugdzorg? De chantage om ouders te laten voldoen aan de eisen van deze instanties onder dreiging van een kinderbeschermingsmaatregel, die heel vaak een speculatieve grond heeft, zonder concreet bewijs voor bedreiging van het kind, noch voor het vermeende gebrek aan pedagogische vaardigheden bij de ouders. Is ‘drang’ niet gewoon een nieuw woord voor een reeds bestaande praktijk?   


Na enige tijd over deze kwestie nagedacht te hebben als persoon zonder juridische expertise, kwam bij mij het inzicht dat het massaal invoeren van  ‘drang’, de ‘vrijwillige’ hulp aan gezinnen ‘met een stok achter de deur’ helemaal geen juridische zaak is, maar dat het een politiek-sociale revolutie betekent, of beter gezegd, een sociale staatsgreep! Een machtsovername van de overheid ten opzichte van het privédomein en het zelfbeschikkingsrecht van de burgers. De ‘drang’ moet vooral gezien worden in samenhang met de sociale wijkteams in steden als Amsterdam en Rotterdam, waarbij er zo vroeg mogelijk bemoeienis komt met gezinnen, nog voordat er problemen of hulpvragen bestaan. Op die manier kan er snel ingegrepen worden, wanneer er een probleem dreigt, al bepalen anderen voor het gezin of iets als een probleem bestempeld moet worden. 

Staatsopvoeding

Je leven wordt dus kwalitatief beoordeeld, zonder dat je als burger een hulpvraag hebt, wat betekent dat de overheid ons kan opleggen wat een ‘goed leven’ is en wanneer er iets aan schort. Dat heet staatsopvoeding.

Omdat de lokale overheid (de gemeente) ook de zorg moet betalen, die zij nodig acht voor gezinnen, is er evenmin voor de burger keuzevrijheid in het bepalen van welke zorgaanbieder het meest geschikt is. De gemeente zal burgers opzadelen met de meest goedkope zorgaanbieder en dan hebben we het nog niet eens over de vraag of er hulpverlening gewenst is of dat het probleem juist wordt ingeschat, want eveneens om kosten te besparen, wordt de specialistische zorg zoveel mogelijk buiten de deur gehouden.


De overheid wil steeds meer ‘achter de voordeur komen’ heet het, maar er is nooit aan de burgers gevraagd of die het met z’n allen een goed idee vinden om die overheid ongevraagd bij voortduring op de koffie te hebben en voor ons te bepalen wat de hulpvraag is en wie die gaat invullen (op straffe van gedwongen maatregelen). Er is nooit volgens democratisch principe gestemd over de vraag hoever we de overheid achter onze voordeur willen hebben en met welke frequentie. Er is geen referendum voorbij gekomen en het stond ook niet nadrukkelijk in de programma’s van de politieke partijen vermeld: ‘Wij gaan ons met u bemoeien en uw keuzevrijheid beperken.’ Er vindt een depersonalisatie plaats, een assimilatie, dit keer niet van allochtonen aan de ‘Ik hou van Holland-cultuur’, maar nog veel verder strekkend, een assimilatie van de burger aan het totalitaire overheidssysteem. De overheid die de mondige burger kennelijk spuugzat begint te worden en nu haar legalistische kant laat zien.  


Sociaal dwangsysteem

Maar zo wordt het de burger natuurlijk niet uitgelegd, dat ze steeds meer zelfbeschikking inleveren en in een sociaal dwangsysteem terecht komen, want je ziet onder politici die dit soort overheidsverstikking propageren alleen maar vrolijke gezichten. Als die in tv of radio-programma’s mogen vertellen hoe dat werkt, de sociale wijkteams en de sociale controle op overheidsaangeven, dan komen er frappant genoeg nooit antwoorden aangaande de juridische structuur van de nieuwe plannen en de betekenis van de sociale wijkteams ten opzicht van het oude jeugdzorgsysteem. In plaats daarvan komen er een hoop ‘blije eikel-verhalen’ voorbij, waar de nadruk ligt op hoe gezellig het is om als buurt, met z’n allen te werken aan meer leefbaarheid. Om meer betrokken te zijn op elkaar. Let vooral op de verdoezeling van het juridische traject verbonden met het Samen Doen team in Amsterdam dat ook jeugdzorgmedewerkers onderbrengt en de nadruk op de gezamenlijke verantwoordelijkheid als ‘kans’ op een meer sociale samenleving. 

Pieter Hilhorst

Een mooi voorbeeld van zo’n ‘blije eikel-verhaal’, of ‘wonderverhaal’ zoals ze ook genoemd mogen worden, wordt verteld door de Amsterdamse wethouder van Jeugdzaken Pieter Hilhorst die tegen Theodor Holman begint over een buurt waar hij nieuw kwam te wonen, waar overlast was van jongeren vanuit een nabijgelegen school. En hoe door de hele buurt te mobiliseren er uiteindelijk een veel betere verstandhouding kwam tussen school en buurt. Eind goed, al goed. En dit soort kleine wondertjes, verwachten de propagandisten van de Civil Society, nu in iedere wijk en iedere straat. Allemaal uiterst subjectieve en persoonlijke verhalen die in schril contrast staan met de collectieve maatregelen en verkrachting van de privacy en zelfbeschikking van burgers. We hebben als individu straks geen rechten meer, maar als groepsdieren kunnen we ons leven opleuken, door de popie-jopie’s onder de bestuurders na te volgen in hun prettige kijk op het leven (met bijhorende salarisschaal, want zij kunnen zich natuurlijk wel specialistische hulp voor hun kinderen veroorloven).

Sven Snijer







Gegevens

Met de opinie ‘Drang in de jeugdzorg’ legt de voormalige kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt precies de vinger op de zere plek.

Ze haalt een voorbeeld aan van een schriftelijke ‘beslissing’ van het Rotterdamse Jeugdbeschermingsplein waarin ouders een contactpersoon krijgen toegewezen met de mededeling: “Deze hulpverlening is niet meer vrijblijvend, daar zijn onze zorgen te ernstig voor.”

De gemeente en betrokken beroepskrachten doen net alsof ze bevoegd zijn om beslissingen te nemen die in een rechtsstaat alleen door een rechter genomen kunnen worden.

De grens tussen drang en dwang vervaagt. Quik-Schuijt constateert terecht, dat de ouders gewoon de deur dicht kunnen houden, omdat de instanties geen enkele titel hebben om bij hen binnen te komen.
Voor de bescherming van kinderen hebben we in ons land heel goede procedures. Melden bij de Raad voor de Kinderbescherming en een verzoek voorleggen aan de rechter.


FJR 2015/51, aflevering 10, oktober, pag. 214.


Update 30 oktober 2015: het gehele artikel "Drang in de Jeugdzorg" - Nanneke Quik-Schuijt

Mr. A.M. Quik-Schuijt
1 Opinie

Drang in de Jeugdzorg

FJR 2015/51 oktober 2015 

Na jarenlange discussie over een oplossing voor de problemen in de jeugdzorg hakte Minister Rouvoet de knoop door: een stelselwijziging is onvermijdelijk, de gemeente staat dichter bij de burger en zou daarom sneller en gerichter zorg kunnen leveren.

Daardoor zou de druk op de zware geïndiceerde zorg afnemen en zou het probleem van de wachtlijsten eindelijk tot een oplossing komen. Er werd veel en kwalitatief op hoog niveau gebrainstormd over de vraag hoe deze operatie zo goed m mogelijk tot een goed einde zou kunnen worden gebracht … totdat er een nieuw kabinet (Rutte 1) aantrad, gevolgd een kabinet-Rutte 2, de post van minister voor jeugd en gezin na zijn korte bestaan weer werd afgeschaft, en de discussie werd verlegd naar de vraag hoe de gewenste transitie zo snel mogelijk kon worden gerealiseerd.

Overdracht van de zorg voor jeugd aan de gemeente zou immers, in de ogen van de nieuwe bewindslieden,  goedkoper kunnen en de beoogde bezuiniging moest zo snel mogelijk worden gerealiseerd.

De behandeling van de Jeugdwet in de Eerste Kamer was voor mij een nachtmerrie: ik stond een sta achter de overdracht naar de gemeente, maar de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer heb ik als Eerste Kamer onwaardig ervaren: een wetsvoorstel dat in november 2014 binnenkomt, met de mededeling dat hij vóór 1 januari afgehandeld moet zijn. Een wetstekst van 69 pagina’s, waaraan de Raad van State – zeer uitzonderlijk – 49 bladzijden wijdde, en een MvT van 261 pagina’s.

Als het aan mij had gelegen, hadden we ons niet onder druk laten zetten, ook al was de beoogde bezuiniging al ingeboekt. Maar ook voor op zich verstandige standpunten heb je in de politiek een meerderheid nodig.

Wat mij opviel in de discussie is dat “drang” ineens tot een belangrijk item wordt gebombardeerd, hoewel de wetstekst daar op zich geen aanleiding voor gaf. Drang in de jeugdzorg, dit is ouders onder druk zetten om “vrijwillig” hulp te accepteren in het belang van hun kinderen, is op zich niet verkeerd.
De vrijwillige hulpverlening is jarenlang zó vrijblijvend geweest dat ik mij als kinderrechter, en veel collega’s met mij, afvroeg of die hulpverleners de kinderen wel in beeld hadden. Als ouders niet meer gemotiveerd waren om hulp te accepteren, werd deze stopgezet ongeacht wat dit betekende voor de kinderen. Veel kinderrechters hadden toen graag gezien dat er wat meer “outreachend” werd gewerkt.

Je zou zeggen dat de huidige “drang”-filosofie in die behoefte voorziet. Maar het gaat mis als de grens tussen drang en dwang niet scherp wordt getrokken. Dat dit aan de orde is, werd pijnlijk duidelijk op de studiedag van de Vereniging voor Familie-en Jeugdrecht, toen de Rotterdamse advocaat Feiner ons een schriftelijke “beslissing” voorlegde van de gemeente Rotterdam, Jeugdbeschermingsplein, waarin letterlijk de volgende zin voorkwam:
“U krijgt een contactpersoon van het Jeugdbeschermingplein toegewezen. Deze gaat U helpen om de opvoedingssituatie van kind X te verbeteren. Deze hulpverlening is niet meer vrijblijvend, daar zijn onze zorgen te ernstig voor. Wij advisering U dus dringend om mee te werken.”

De laatste twee zinnen zijn onbegrijpelijk omdat zij innerlijk tegenstrijdig zijn: niet vrijblijvend, maar een advies, geen verplichting.

In de medische wereld speelt het begrip informed consent een belangrijke rol. In de jeugdzorg is dat begrip in het kader van de drang/dwang-controverse m.i. eveneens van kapitaal belang. In het belang van kinderen mag er best een stevig appel worden gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van ouders. Maar ze hebben het volste recht om te weten waar ze precies aan toe zijn. In bovenstaande tekst is dat volstrekt onduidelijk.

Mijn eerste reactie was dat er onder dit, als “besluit’ gekwalificeerd, geschrift moest staan dat er recht van bezwaar en beroep was. Bij nader inzien ben ik echter van mening dat hier helemaal geen sprake is van een besluit in de zin van de AWB. Ouders kunnen volstaan met de deur dicht houden.

De jeugdbescherming zal dan een volgende stap zetten als zij de situatie daarvoor ernstig genoeg achten. Er zou dus gewoon moeten staan: “Wij bieden u een contactpersoon aan van het Jeugdbeschermingsplein. Deze kan u helpen om de opvoedingssituatie van kind X te verbeteren. Indien u niet op dit aanbod ingaat zullen wij ons over de ontstane situatie beraden.

Omdat wij ernstige zorgen hebben over uw kind is het mogelijk dat wij dan aan de Raad voor de Kinderbescherming vragen om een onderzoek te doen naar de vraag of u gedwongen moet worden om hulp bij de opvoeding te accepteren.
Als de Raad tot de conclusie komt dat dat het geval is zal de Raad aan de rechter vragen om uw kind onder toezicht te stellen. U treft als bijlage aan een folder over de rechtsgang en de gevolgen van een ondertoezichtstelling.”
Of woorden van gelijke strekking.

Als ouders er dan voor kiezen om mee te werken is er sprake van informed consent . Kiezen ouders ervoor om niet mee te werken, dan kunnen ze gewoon de deur dicht houden. De jeugdbescherming heeft geen titel om bij ze binnen te komen en moet dan een beslissing nemen of zij een traject in gedwongen kader via de rechter wil opstarten. Ik ben benieuwd wat de bestuursrechter gaat zeggen over de hiervoor omschreven werkwijze van de gemeente Rotterdam, die mogelijk ook door andere gemeenten wordt gehanteerd.

Nanneke Quik-Schuijt was vele jaren kinderrechter en tot 2 juni 2015 lid van de Eerste Kamer. 

Update: 27 november 2015



Gemeente Rotterdam mag gezinnen geen jeugdhulp opleggen, dat mag alleen de kinderrechter!

http://www.advokatenkollektief.com/verplichte-jeugdhulp-opleggen-dat-mag-alleen-de-kinderrechter/

Sinds 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp aan gezinnen. Als er ernstige zorgen zijn over opvoedingsproblemen binnen gezinnen worden die zorgen gemeld bij het Jeugdbeschermingsplein van de gemeente.

Het Jeugdbeschermingsplein bepaalt dan of de zaak zo ernstig is dat de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingeschakeld en naar de kinderrechter moet worden gegaan.

Vaak wordt ouders alsnog een laatste kans geboden bepaalde jeugdhulp te accepteren. Dit gebeurt dan in een zogenaamd drangkader.

Als ‘drang’ wordt ingezet krijgt het gezin meteen een jeugdbeschermer van Jeugdbescherming Rotterdam toegewezen, zonder dat aan ouders iets wordt gevraagd.
De rechtbank heeft bij uitspraak van 24 november 2015 bepaald dat zo’n besluit van het Jeugdbeschermingsplein gewoon geweigerd mag worden door ouders en kinderen

Als ouders dat doen dan lopen ze wel het grote risico dat de zaak wordt voorgelegd aan de kinderrechter en dat het gezag daadwerkelijk wordt beperkt of dat de kinderen uithuisgeplaatst worden. De rechter vindt wel dat de beslissing van het Jeugdbeschermingsplein ondoorzichtig is en eigenlijk ook niet behoorlijk is, omdat ouders onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming over welk traject van jeugdhulp dan noodzakelijk zou zijn en of de zorgen eigenlijk wel terecht zijn.
Mijn advies is dat als de gemeente u jeugdhulp aanbiedt, terwijl u vindt dat dat te weinig is of de verkeerde jeugdhulp, dat u dan altijd aan de gemeente vraagt om het aanbod van jeugdhulp op schrift te zetten in een zogenaamde ‘verleningsbeschikking jeugdhulp’.

U kunt dan altijd bezwaar maken en zelf beargumenteren waarom u andere, beter geschikte jeugdhulp nodig heeft of juist geen jeugdhulp nodig heeft.
U hoeft niet bang te zijn voor de kinderrechter. Die toetst namelijk of de gemeente op zorgvuldige wijze een beslissing neemt die diep ingrijpt in uw gezin. Bovendien zal de Raad voor de Kinderbescherming eerst nog onderzoeken of de gemelde zorgen wel kloppen en of er daadwerkelijk sprake is van een bedreiging van het welzijn van de kinderen. Pas als ook de Raad voor de Kinderbescherming die conclusie trekt, kan de Raad een verzoek tot ondertoezichtstelling indienen bij de kinderrechter.

De kinderrechter zal altijd toetsen of u noodzakelijke jeugdhulp accepteert en of er echt wel sprake is van ernstige bedreiging van de kinderen. De Kinderrechter toetst ook of het plan dat is opgesteld om de problemen op te lossen wel goed genoeg is. U krijgt altijd de gelegenheid om uw mening te geven en u wordt door de kinderrechter beschermd tegen verkeerde beslissingen van de jeugdhulpverleners.

Mijn advies bij een zorgmelding: De Koffietactiek! Indien medewerkers van het wijkteam zorgen hebben en graag bij u langs willen gaan. Nodig ze uit en biedt een kopje koffie aan. Hoewel soms verkeerde adviezen en beslissingen worden genomen, gebeurt dit bijna altijd vanuit oprechte bedoelingen de kinderen in het gezin te helpen. In die situaties loont het eerst met elkaar in gesprek te gaan en als u er niet uit komt, onafhankelijk advies te vragen.

Als u er niet uitkomt, of als u angst heeft voor het optreden van de gemeente, kunt u altijd bellen voor een gratis telefonisch advies. U kunt uw klachten ook doorgeven aan de kinderombudsman.

Reinier Feiner


jeugd- en strafrechtadvocaat

5 opmerkingen:

  1. De "open haard" illustreert de "inhoud" van de opmerkingen van onze Pieter!! FAKE !!!!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hilhorst wil niet zien dat er een overgang is die de gemeente niet kan sturen: de overgang tot dwang-zorg.

    Hilhorst denkt dat een arts onnodig met een pilletje komt, terwijl de gezinsvoogd de pleegkinderen lief houdt door onnodig Ritalin dwingend in laten nemen.

    Dat is veel duurder en het is geen zorg op basis van echte diagnostiek. Of de gezinsvoogdes zorgt dat de j-GGZ maar een pilletje verstrekt op haar gegevens. Jeugdzorg is de duurmaker!

    Hij schemert met 'hulpverlener', zonder opleidingseis te noemen?! Zonder inzicht kennelijk dat jeugdzorgwerkers niet diagnostisch inzicht hebben om een kind goed te wijzen naar juiste hulp. Hij verzint door JN voorgezegde problemen in zo'n gezin erbij.
    Is hij nu zo dom?

    Hij heeft naar horen-zeggen de brief gekregen:
    https://www.dropbox.com/s/19rhq581gj2kw1p/2013.%20Word%20van%20PPS%20Gehechtheid%2C%20diagn%2BJeugdhulp.pdf en heeft het kennelijk niet gesnapt dat hij kon kiezen voor diagnosten in die overgang naar dwang, wat goedkopere trajecten veroorzaakt die effectiever zijn (Jo Hermanns, Zeeland: http://www.youtube.com/watch?v=F6Dthj9XBLU na 04:19 minut.); 6.000 (j-GGZ per traject gemiddeld) t.o.v. 100.000 (bovenlokaal BJz).

    Indicaties blijven, door CJG naar BJZ verwijzend, bovenlokaal. In CJG zit geen diagnost die de cliënt ziet. Doorgegeven meningen van horen zeggen worden bij doorgeven binnen bovenlokaal jeugdzorgniveau 'feiten'.
    De ouders heten vele problemen te hebben, wat een valse voorstelling van zaken! Eigen Kracht zonder echt te kijken wat de EKC deed. Maar met bemoeizorg en spook-OTS (opvoedondersteuning).

    Eigen Kracht is veel melden uit de buurt, 'van horen zeggen' aannemen als feiten door jeugdzorg; dat wordt gezellig; ahum.
    Hilhorst bagatelliseert, en wendt aandacht af.

    Bezuinigen door "herprofileren" is geen structurele herziening omdat de toegangspoort meer wagenwijd open gaat staan tot 'de rechter heeft beslist'-zorg. (OTS/UHP/Oz).

    Hij verzandt in politiek, VVD of PvdA, wat niets van doen heeft met belangen van diagnostiek en hulp.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Hilhorst lijdt dus aan hersenspoeling van mooipratende lobby jeugdzorg, met toch zulke leuke voorstellen, die zo fijntjes verzwijgen waar de gaten zitten, die de gemeente mag betalen!
    Immers de rechter heeft beslist, op voorspraak van jeugdzorg.
    Dat is niet door een overheid terug te draaien, te sturen.
    De overheid, ook lokaal, is geen diagnost.
    De WOZ zal daardoor omhoog gaan.
    De belastingen worden minder en de heffingen meer en meer.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hartgrondig haat ik de jeugdpsychiatrie die ons een zorgmelding bezorgde waardoor ik soms nog de weg kwijt ben.
    Toch zijn zij degenen geweest die mij en mijn kinderen geleerd hebben wat het betekent om autisme te hebben, hoe je dat kunt zien en wat je er mee kunt. Zonder de jeugdpsychiatrie en de literatuur en al die hulpverleners die wel snappen hoe je daar als ouder en kind in staat, waren we nog steeds de weg kwijt.

    De raadsonderzoeker wist er niets meer van dan dat het misschien een kwestie was van een 'eigen willetje'? En daar dan een gezinsvoogd bij te zetten om de ouder te leren met een 'eigen willetje' om te gaan.

    Teken de petitie tegen de jeugdpsychiatrie die uit het ziekenfonds gehaald dreigt te worden.
    http://www.petitiejeugdggz.nl/petitie/

    BeantwoordenVerwijderen
  5. https://www.youtube.com/watch?v=y-dXMVWGviY

    TPO Talkshow: Pieter Hilhorst

    BeantwoordenVerwijderen