http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20140124/nadere_memorie_van_antwoord/document3/f=/vjgpp75h48z9.pdf
Aanvullend bij dit artikel: Een zelfde soort ontwikkeling in het betwijfelen van de competentie van huisartsen als in bovenstaande tekst, zagen we bij de vernieuwingsdrift van de regering waar het ging om hulp door huisartsen aan chronisch zieken. De ‘Actiegroep jonge huisartsen’ nam hier flink stelling tegen. Dit is een stukje uit hun chronologie van activiteiten overgenomen van hun website: http://gnhuisarts.nl/?page_id=75
‘Op 22 december 2011 vond een Tweede Kamerdebat plaats inzake de uitvoeringstoets van Schippers aan de NZa, waarin zij de NZa verzocht een advies uit te brengen over een nieuwe bekostigingssystematiek van de huisartsenzorg; in dit uitvoeringsverzoek werd in zeer kritische, soms tendentieuze bewoordingen gesproken over de huisartsenzorg, en gooide de minister al een balletje op voor meer marktwerking in de eerstelijns zorg; hierop stuurden wij een uitgebreide schriftelijke reactie aan de NZa en aan de Tweede Kamerleden van de vaste Kamercommissie voor VWS, die zij dankbaar gebruikten als input ter voorbereiding op het debat met de minister.’
Uit bovenstaande wordt eveneens duidelijk waarom de regering de huisarts met rust moet laten en hem niet de les te lezen waar het over zorg voor de jeugd gaat. De huisarts moet helemaal niet doorverwijzen naar sociale wijkteams, maar doen waar hij goed in is. Een deskundige inschatting maken van de zorgvraag, gebaseerd op zijn vertrouwensrelatie met het gezin, de medische voorgeschiedenis (van het kind) en het belang van wetenschappelijke duiding van iedere kwaal die niet gesorteerd kan worden onder het sociale gefröbel van opvoedingsvragen, of andere dingen die ze ervan proberen te maken.
Sven Snijer
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3621389/2014/03/24/Artsen-bezorgd-over-kwaliteit-jeugdzorg.dhtml
Eerder hield de Volkskrant een enquête onder gemeenten met onder meer de vraag hoe zij denken de budgetkorting op de specialistische jeugdzorg voor jongeren met bijvoorbeeld zware psychische klachten of ernstige gedragsproblemen te realiseren. Ongeveer een kwart van de gemeenten antwoordde dat zij gaan werken met een maximumaantal kinderen dat mag worden doorverwezen naar dit type hulp. 13 procent eist dat een arts eerst toestemming vraagt aan de gemeente alvorens een jongere door te verwijzen. 'Onbestaanbaar', is het oordeel van Van Eijck. 'Het kan niet zo zijn dat een ambtenaar op de stoel van de arts gaat zitten.' Toch staat dit ook in een document van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In een soort handleiding voor het op poten zetten van een jeugdzorgsysteem schrijft de VNG dat het sociale wijkteam (lees: een gemeentefunctionaris) vanaf 2015 altijd toestemming moet geven als een kind door een arts wordt doorverwezen naar een gespecialiseerde instelling.
Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid tikte de VNG hiervoor afgelopen week op de vingers. De onafhankelijke positie van de huisarts mag niet worden ondermijnd, stelt hij in antwoord op Kamervragen. De handleiding moet worden aangepast.
Maar al mag het dus kennelijk niet, een stad als Helmond is wel van plan de doorverwijzingen naar specialistische zorg vooraf te laten toetsen, zo laat een woordvoerster weten. Weliswaar niet door ambtenaren, maar door een 'pool van experts uit de jeugdzorg' onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Meer steden overwegen dergelijke constructies, blijkt uit de enquête van de Volkskrant.
Gesprek met huisarts
'Er zit een gat in de nieuwe wet', zegt Corine Schuil, projectmanager jeugd in de gemeente Rhenen. 'Hoe kunnen wij het aantal doorverwijzingen terugdringen, als de huisarts de vrijheid houdt om onbeperkt kinderen door te sturen naar de jeugd-ggz? Daarop weten wij het antwoord niet. We zijn in gesprek met huisartsen. Je zoekt naar een goede overlegmodus om een vinger aan de pols te houden.'
Van een goed gesprek is in de meeste gemeenten echter nog totaal geen sprake, althans niet volgens de 875 huisartsen die de LHV-enquête invulden. Tweederde van hen zegt dat er nog geen enkel contact is met de gemeente over de jeugdzorg.
De lokale bestuurders hebben geen realistisch beeld van de zorg die wordt geleverd aan kinderen, zegt 92 procent van de huisartsen. 'Zo zijn er enkele huisartsen die speciale begeleiding bieden aan zwaar ontspoorde jongeren', zegt Van Eijck. 'Dat voorbeeld wordt door ambtenaren steeds aangehaald van: zo moet het. Maar dat gaat om slechts vijf huisartsen in Nederland die iets bijzonders konden opzetten met een speciale startsubsidie. De overige achtduizend huisartsen hebben die mogelijkheid en middelen niet. Dat moeten gemeenten zich wel realiseren.'
Voorstanders van de aanpassing van het wetsartikel, waaronder de Nederlandse Zorgautoriteit, zeggen dat de zorg hierdoor goedkoper wordt.
Het voorstel heeft ook gevolgen voor de relatie tussen u als zorgverlener en uw patiënten. VvAA is van mening dat deze vertrouwensrelatie niet nodeloos onder druk mag worden gezet. Daarnaast zijn wij van mening dat de keuze voor een zorgverlener niet mag afhangen van de eerdere keuze voor een verzekeringsvorm. Tenslotte mag het niet zo zijn dat de zorgverzekeraars voor Nederlandse burgers bepalen door wie en waar zij behandeld worden.
* Als we spreken over vrije artsenkeuze bedoelen we de keuze voor zorgverleners en zorginstellingen in de volle breedte.
De
leden van de VVD-fractie wijzen erop dat
de doorverwijsbevoegdheid van de huisarts ertoe kan leiden dat er huisartsen
zijn die in vergelijking tot collega’s bovenmatig (?) door verwijzen
naar de 2e lijn en/of naar andere specialismen. Van gemeenten wordt in het
nieuwe stelsel verwacht dat het onderwerp doorverwijzingsgedrag van huisartsen
met hen in bespreking gebracht wordt. Huisartsen zouden zich vanuit hun
vertrouwenspositie en vanuit hun geheimhoudingsplicht aan dergelijke gesprekken
kunnen onttrekken, ook al zijn vertrouwelijke patiëntgegevens geen onderwerp
van gesprek. (Dus waar doen ze eigenlijk moeilijk
over??) De leden van de VVD-fractie vragen welke
mogelijkheden de regering voor gemeenten ziet om de huisartsen bij gemeenten
aan tafel te krijgen. (Om ze te
bespelen en onder druk te zetten mee te werken aan de ‘vijandelijke overname’
van hun vakgebied door de goedkopere sociale bemoeials van het wijkteam)
Update: 12 januari 2016: (zo min mogelijk doorverwijzen naar écht specialistische hulp!)
Update: 12 januari 2016: (zo min mogelijk doorverwijzen naar écht specialistische hulp!)
In
de gesprekken die de gemeente met de huisarts voert over doorverwijsgedrag, zal
de gemeente zich met name baseren op benchmarkgegevens. De gemeente kan het
aantal doorverwijzingen monitoren in haar eigen gemeente en dit vergelijken met
het aantal doorverwijzingen van andere huisartsen. Ook is het mogelijk dat
gemeenten een verbinding maken met de gegevens die de huisarts op verzoek van
verzekeraars registreert. (Huisartsen worden als kleine kinderen
gewezen op hun ‘doorverwijsgedrag’ en hiermee wordt hun status als onafhankelijk
deskundige aangetast. Dit in combinatie met het doorbreken van het
beroepsgeheim zal ervoor zorgen dat ouders straks hun eigen huisarts niet meer
durven te vertrouwen, wanneer ze oprechte zorg hebben over het opgroeien van
hun kind.)
Een
belangrijke parameter waar de zorgverzekeraar de huisarts op beoordeelt, is
zijn doorverwijsgedrag. Verwijzingen inzake de jeugd-ggz maken daar nu ook deel
van uit. De gemeenten kunnen overwegen deze benchmark-gegevens geanonimiseerd
op te vragen van de huisarts. Dit leidt voor de huisarts niet tot extra
administratie aangezien de huisarts deze gegevens nu ook al voor de verzekeraar
registreert.
Bij
grote verschillen kan de gemeente met de huisarts in gesprek gaan over de
mogelijke oorzaak hiervan. Hieruit kan bijvoorbeeld blijken dat de populatie
van deze huisarts zodanig is dat de doorverwijzingen daardoor verklaard kunnen
worden, dat in deze buurt meer inzet op preventie gewenst is, of dat de
huisarts onvoldoende inzicht heeft in het gemeentelijke aanbod. (Er is geen enkele
huisarts die de weg tot maatschappelijk werk, opvoedhulp, etc, niet weet te
vinden, dus dit is weer een kul-argument. Het gaat niet om geld, ze willen de
huisarts alleen maar ‘helpen’, de lieve schatten.)
De
gemeente kan er als dat nodig is voor kiezen de huisarts ondersteuning te
bieden vanuit samenwerking met een sociaal wijkteam of een
praktijkondersteuner. Zowel de huisarts als de gemeente zullen adequate
doorverwijzing wenselijk vinden, dit gesprek is zowel voor de gemeente als voor
de huisarts van belang. (Hiermee zegt de VVD in
feite dat huisartsen niet goed kunnen doorverwijzen, maar dat ze daarvoor hulp
nodig hebben van de gemeentelijke budgetregisseur en het sociale wijkteam,
omdat de universitair geschoolde huisarts problemen veel te zwaar inschat. Er
kan een veel betere ‘diagnose’ gesteld worden de HBO-‘generalisten*’ van het
Sociale wijkteam, die de hele gezinssituatie in kaart gaan brengen en een
risicoschatting zullen maken, discriminerend naar wijk, inkomen, etniciteit en
relatiestatus, om uiteindelijk te achterhalen wat er met één kind in het gezin aan
de hand is. Hiermee wordt de autoriteit van de huisarts onder die van het
wijkteam gesteld, wat misschien een opmaat is voor mogelijke nieuwe
kabinetsplannen om het verplegend personeel in ziekenhuizen operaties te laten
doen, omdat de chirurgen te duur worden.)
*Generalist betekent hier een persoon die van veel zaken
een beetje verstand heeft, maar die nergens in gespecialiseerd is.
Vergelijkbaar met de huidige gezinsvoogd/manager van Bureau Jeugdzorg, maar dan
met een paar cursusjes extra.
Aanvullend bij dit artikel: Een zelfde soort ontwikkeling in het betwijfelen van de competentie van huisartsen als in bovenstaande tekst, zagen we bij de vernieuwingsdrift van de regering waar het ging om hulp door huisartsen aan chronisch zieken. De ‘Actiegroep jonge huisartsen’ nam hier flink stelling tegen. Dit is een stukje uit hun chronologie van activiteiten overgenomen van hun website: http://gnhuisarts.nl/?page_id=75
‘Op 22 december 2011 vond een Tweede Kamerdebat plaats inzake de uitvoeringstoets van Schippers aan de NZa, waarin zij de NZa verzocht een advies uit te brengen over een nieuwe bekostigingssystematiek van de huisartsenzorg; in dit uitvoeringsverzoek werd in zeer kritische, soms tendentieuze bewoordingen gesproken over de huisartsenzorg, en gooide de minister al een balletje op voor meer marktwerking in de eerstelijns zorg; hierop stuurden wij een uitgebreide schriftelijke reactie aan de NZa en aan de Tweede Kamerleden van de vaste Kamercommissie voor VWS, die zij dankbaar gebruikten als input ter voorbereiding op het debat met de minister.’
Dit
is een gedeelte uit een schriftelijke reactie van de jonge huisartsen aan de
NZa:
De minister lijkt geen oog te hebben voor de
kernkwaliteiten van de
huisartsenzorg. Huisartsen
behandelen 95% van alle zorgvragen tegen
slechts 3% van
de kosten, bieden 24-uurszorg, werken intensief samen
en leveren een
hoge kwaliteit zorg.
Bovendien hebben
huisartsen de afgelopen jaren hard gewerkt om hun zorg
verder te verbeteren,
onder meer door overname van tweedelijnszorg, de inzet
van
praktijkondersteuners voor de begeleiding van chronisch zieken, uitbreiding
van preventieve
taken en de organisatie van huisartsenposten. Niet voor niets staat de
Nederlandse huisartsenzorg hierdoor bekend als een van de beste ter wereld.
Daar zijn we trots op en hier willen we in de toekomst voor blijven gaan!
In
verband met de veronderstelde toegevoegde waarde van de ‘generalisten’ van de
sociale wijkteams in de nieuwe jeugdzorg, is er nog een parallel aan te wijzen
van veronderstelde kwaliteitsverbetering door zaken ‘in de breedte’ te trekken
door de overheid, tegenover de specialistische zorg van een deskundige:
“De minister gebruikt het begrip ‘integrale
zorg’ op een andere manier dan gangbaar is onder huisartsen. Dit leidt hier,
net als later in haar brief, tot verwarring. Huisartsen verstaan onder
‘integrale zorg’ gezondheidszorg op maat, met kennis van de patiënt, zijn of
haar klachten, medische voorgeschiedenis, sociale context en levensloop. De
minister lijkt met de term ‘integrale zorg’ eigenlijk ‘multidisciplinaire zorg’
te bedoelen, …”
Uit bovenstaande wordt eveneens duidelijk waarom de regering de huisarts met rust moet laten en hem niet de les te lezen waar het over zorg voor de jeugd gaat. De huisarts moet helemaal niet doorverwijzen naar sociale wijkteams, maar doen waar hij goed in is. Een deskundige inschatting maken van de zorgvraag, gebaseerd op zijn vertrouwensrelatie met het gezin, de medische voorgeschiedenis (van het kind) en het belang van wetenschappelijke duiding van iedere kwaal die niet gesorteerd kan worden onder het sociale gefröbel van opvoedingsvragen, of andere dingen die ze ervan proberen te maken.
Sven Snijer
24 maart 2014
Update: Huisartsen vrezen dat zij kinderen niet meer kunnen
doorverwijzen naar de juiste hulp als de jeugdzorg volgend jaar onder de
gemeenten valt. Driekwart vreest dat gemeenten te weinig psychiatrische zorg
voor kinderen inkopen. Dat blijkt uit een peiling onder 875 leden van de
Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). De eerste
signalen dat het misgaat zijn er al, zegt LHV-voorzitter Steven van Eijck. 'Een
kind van wie je sterk vermoedt dat er adhd-problematiek speelt, verwijs je door
naar een kinderpsychiater. Maar de laatste tijd krijgen huisartsen dit soort
kinderen teruggestuurd door de ggz-instellingen met de boodschap: deze gevallen
doen wij niet meer. Wie helpt zo'n kind dan wel?'
Het afwijzen van patiënten is volgens Van Eijck een teken dat de instellingen aan het voorsorteren zijn op de bezuinigingen. Als de gemeenten in 2015 verantwoordelijk worden voor de jeugdzorg, gaat het budget met 15 procent omlaag.
Er dreigt volgend jaar een enorme strijd tussen gemeenteambtenaren die moeten bezuinigen en huisartsen die goede zorg willen voor de kinderen uit hun praktijk. Juridisch gezien kunnen huisartsen doorverwijzen zoals het hun goeddunkt, ook straks onder de nieuwe jeugdwet. Maar gemeenten zagen aan de stoelpoten van die onafhankelijke 'poortwachter'.
Maximum aan kinderen
Het afwijzen van patiënten is volgens Van Eijck een teken dat de instellingen aan het voorsorteren zijn op de bezuinigingen. Als de gemeenten in 2015 verantwoordelijk worden voor de jeugdzorg, gaat het budget met 15 procent omlaag.
Er dreigt volgend jaar een enorme strijd tussen gemeenteambtenaren die moeten bezuinigen en huisartsen die goede zorg willen voor de kinderen uit hun praktijk. Juridisch gezien kunnen huisartsen doorverwijzen zoals het hun goeddunkt, ook straks onder de nieuwe jeugdwet. Maar gemeenten zagen aan de stoelpoten van die onafhankelijke 'poortwachter'.
Maximum aan kinderen
Eerder hield de Volkskrant een enquête onder gemeenten met onder meer de vraag hoe zij denken de budgetkorting op de specialistische jeugdzorg voor jongeren met bijvoorbeeld zware psychische klachten of ernstige gedragsproblemen te realiseren. Ongeveer een kwart van de gemeenten antwoordde dat zij gaan werken met een maximumaantal kinderen dat mag worden doorverwezen naar dit type hulp. 13 procent eist dat een arts eerst toestemming vraagt aan de gemeente alvorens een jongere door te verwijzen. 'Onbestaanbaar', is het oordeel van Van Eijck. 'Het kan niet zo zijn dat een ambtenaar op de stoel van de arts gaat zitten.' Toch staat dit ook in een document van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In een soort handleiding voor het op poten zetten van een jeugdzorgsysteem schrijft de VNG dat het sociale wijkteam (lees: een gemeentefunctionaris) vanaf 2015 altijd toestemming moet geven als een kind door een arts wordt doorverwezen naar een gespecialiseerde instelling.
Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid tikte de VNG hiervoor afgelopen week op de vingers. De onafhankelijke positie van de huisarts mag niet worden ondermijnd, stelt hij in antwoord op Kamervragen. De handleiding moet worden aangepast.
Maar al mag het dus kennelijk niet, een stad als Helmond is wel van plan de doorverwijzingen naar specialistische zorg vooraf te laten toetsen, zo laat een woordvoerster weten. Weliswaar niet door ambtenaren, maar door een 'pool van experts uit de jeugdzorg' onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Meer steden overwegen dergelijke constructies, blijkt uit de enquête van de Volkskrant.
Gesprek met huisarts
'Er zit een gat in de nieuwe wet', zegt Corine Schuil, projectmanager jeugd in de gemeente Rhenen. 'Hoe kunnen wij het aantal doorverwijzingen terugdringen, als de huisarts de vrijheid houdt om onbeperkt kinderen door te sturen naar de jeugd-ggz? Daarop weten wij het antwoord niet. We zijn in gesprek met huisartsen. Je zoekt naar een goede overlegmodus om een vinger aan de pols te houden.'
Van een goed gesprek is in de meeste gemeenten echter nog totaal geen sprake, althans niet volgens de 875 huisartsen die de LHV-enquête invulden. Tweederde van hen zegt dat er nog geen enkel contact is met de gemeente over de jeugdzorg.
De lokale bestuurders hebben geen realistisch beeld van de zorg die wordt geleverd aan kinderen, zegt 92 procent van de huisartsen. 'Zo zijn er enkele huisartsen die speciale begeleiding bieden aan zwaar ontspoorde jongeren', zegt Van Eijck. 'Dat voorbeeld wordt door ambtenaren steeds aangehaald van: zo moet het. Maar dat gaat om slechts vijf huisartsen in Nederland die iets bijzonders konden opzetten met een speciale startsubsidie. De overige achtduizend huisartsen hebben die mogelijkheid en middelen niet. Dat moeten gemeenten zich wel realiseren.'
Update: 2 juni 2014
Huisartsen van de Vereniging Praktijkhoudende
Huisartsen (VPH) leggen woensdag een uur het werk neer. Ze roepen ook
fysiotherapeuten, apothekers, tandartsen en psychotherapeuten op om mee te
doen. Ze protesteren tegen de dreigende afschaffing van de vrije artsenkeuze.
Donderdag neemt de Kamer daar een besluit over.
Zorgverzekeraars zijn verplicht om voldoende zorg in
te kopen voor hun verzekerden. Daarnaast moeten ze de kosten vergoeden van
zorg, ook als die wordt gegeven door een zorgverlener waarmee ze geen contract
hebben. Zoals het er nu naar uitziet, schrapt de Tweede Kamer de wettelijke verplichting
om zorg te vergoeden van een niet-gecontracteerde arts.
Te veel macht
Als die verplichting wegvalt, bepaalt de verzekeraar
naar welke zorgverlener hun verzekerden gaan. Want, zeggen de huisartsen, een
patiënt moet de zorg anders zelf betalen en die kosten zijn heel erg hoog. De
VPH denkt dat de zorgverzekeraars zo te veel macht krijgen en ziet dit als een
fundamentele inperking van de vrijheid van burgers.
Herman Suichies, huisarts en voorzitter van de
Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen, maakt zich grote zorgen. "Als we
een patiënt verwijzen naar een specialist omdat we die goed vinden in zijn vak,
dan moeten we eerst controleren of onze patiënt daar wel naar toe mag van zijn
verzekering."
Goedkoper
Goedkoper
Voorstanders van de aanpassing van het wetsartikel, waaronder de Nederlandse Zorgautoriteit, zeggen dat de zorg hierdoor goedkoper wordt.
Daar twijfelt Suichies aan. "Volgens de
Zorgautoriteit zou het de basisverzekering 8 euro goedkoper maken per maand,
maar de berekening is niet te volgen. Dus het blijft de vraag of dat
klopt."
Petitie
De vrije artsenkeuze* is straks van de baan.
Tenminste, als het aan de minister en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ligt.
Want dan beslist niet langer de patiënt welke zorgverlener of instelling hij of
zij bezoekt, maar de zorgverzekeraar.
Afzien van fundamenteel recht niet op basis van
'lokkertje' van € 100,-
De NZa stelt in haar advies aan de minister dat de
afschaffing van de vrije artsenkeuze voor verzekerden een financieel voordeel
van € 100,- per jaar oplevert. De NZa onderbouwt dat overigens verder niet.
Iedere patiënt moet te allen tijde zelf zijn of haar zorgverlener kunnen kiezen. Daarom roepen we de leden van de Tweede Kamer op tegen het voorstel te stemmen. En u ook. Het is onze overtuiging dat mensen niet zomaar, ook niet op basis van een ‘lokkertje’ van € 100,-, willen afzien van het recht om een eigen (huis)arts, tandarts, psycholoog of fysiotherapeut te kiezen.
Iedere patiënt moet te allen tijde zelf zijn of haar zorgverlener kunnen kiezen. Daarom roepen we de leden van de Tweede Kamer op tegen het voorstel te stemmen. En u ook. Het is onze overtuiging dat mensen niet zomaar, ook niet op basis van een ‘lokkertje’ van € 100,-, willen afzien van het recht om een eigen (huis)arts, tandarts, psycholoog of fysiotherapeut te kiezen.
Gevolgen voor patiënten
Het voorstel heeft grote consequenties voor patiënten.
Denkt u bijvoorbeeld aan chronische patiënten die van de zorgverzekeraar ineens
moeten switchen van zorgverlener of -instelling, en hun contacten met
vertrouwde verpleegkundigen en artsen kwijtraken. Of aan patiënten die rondom
de jaarwisseling van het ene ziekenhuis naar het andere moeten verhuizen, omdat
de zorgverzekeraar het ene ziekenhuis niet meer contracteert.
Het voorstel heeft ook gevolgen voor de relatie tussen u als zorgverlener en uw patiënten. VvAA is van mening dat deze vertrouwensrelatie niet nodeloos onder druk mag worden gezet. Daarnaast zijn wij van mening dat de keuze voor een zorgverlener niet mag afhangen van de eerdere keuze voor een verzekeringsvorm. Tenslotte mag het niet zo zijn dat de zorgverzekeraars voor Nederlandse burgers bepalen door wie en waar zij behandeld worden.
Steun de vrije artsenkeuze!
VvAA wil voorkomen dat de patiënt straks niets meer te
kiezen heeft en dat de relatie tussen arts en patiënt onder druk komt te staan.
Het feit dat dit voorstel zo snel mogelijk door de Kamer geloodst lijkt te gaan
worden, verontrust VvAA dan ook ten zeerste. In een brief roepen we de
Tweede Kamer op te voorkomen dat een fundamenteel recht van de
Nederlandse burger wordt aangetast. We vragen u hetzelfde te doen.
* Als we spreken over vrije artsenkeuze bedoelen we de keuze voor zorgverleners en zorginstellingen in de volle breedte.
Teken hier de petitie tegen afschaffing van de vrije artsenkeuze:
Uw
gegevens worden niet online zichtbaar en niet verstrekt aan derden.
VvAA presenteert de petitie binnenkort aan de Tweede Kamer.
VvAA presenteert de petitie binnenkort aan de Tweede Kamer.
Update: 17
november 2015:
We interviewen
Ella Kalsbeek, voorzitter van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), voor ons dossier ‘Zorg in de gemeente’. Er wordt in
sommige gemeenten slordig omgegaan met de privacy van jongeren en kinderen die
via de jeugdwet hulp krijgen,
zo blijkt uit ons onderzoek.
Ook
huisartsen maken zich ernstig zorgen over de privacy van kinderen en jongeren
die te maken hebben met de jeugdwet, zo vertelt Kalsbeek.
Wij
horen inderdaad dat artsen daar zorgen over hebben. Daar zijn verschillende
redenen voor. Ten eerste vinden artsen dat er door gemeenten soms teveel
informatie wordt gevraagd aan hen.
Artsen, maar ook patiënten, worden door
gemeenten onder druk gezet om medische gegevens te delen, terwijl ze dat niet
willen,’ aldus Kalsbeek. Het gaat over medische informatie die gemeenten zeggen
nodig te hebben om te bepalen of een kind jeugdhulp moet krijgen.
De regel is
dat ouders toestemming moeten geven voor het opvragen van die informatie bij
hun arts en dat zeker niet hele dossiers mogen worden opgevraagd.
Kalsbeek:
‘Huisartsen geven die gegevens dan niet, maar patiënten voelen zich misschien
onder druk gezet om die gegevens wel te geven of om toestemming te geven om die
gegevens op te vragen. Ouders zijn bang dat de behandeling van hun kind anders
niet wordt betaald.’
Wijkteam
Ten
tweede vinden huisartsen het zorgelijk dat medische gegevens in een wijkteam
worden besproken, waar ook niet-hulpverleners zonder medisch beroepsgeheim bij
zitten. Kalsbeek: ‘Daar zijn artsen heel ongelukkig over. Het is voor artsen
onduidelijk wie in de wijkteams zitten en wie – daardoor- mogelijk toegang
heeft tot de informatie die zij aan het wijkteam zouden verstrekken.’
Systemen
Tot
slot zijn huisartsen gewend om medische gegevens via beveiligde systemen te
delen en constateren zij dat gemeenten dat nu vaak niet doen. ‘In de
uitwisseling van informatie met wijkteams en gemeenten worden deze systemen
vaak niet gebruikt. Dus ook dat is een zorgenpunt.’ De LHV
ziet bij gemeenten nog grote onbekendheid met de regels en veilige methodes om
medische gegevens uit te wisselen en op te slaan.
Oplossing
Wat
is nu de oplossing voor dit privacy-probleem? Kalsbeek: ‘De Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG) moet samen met de
huisartsen en de jeugdhulporganisaties kijken hoe we dit beter moeten
inrichten. We moeten veel preciezer aangeven wat wel en wat niet mag zodat
jeugdhulpverleners, maar ook gemeente-ambtenaren meer houvast krijgen. Het
medisch beroepsgeheim moet veilig zijn, zodat ook patiënten zich
veilig voelen.’
We
interviewen Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG, later deze week.
Heeft
u ook ervaring met de jeugdwet, als ouder of als ambtenaar? Laat het ons weten! DeMonitor@kro-ncrv.nl
"Bovenmatig"...
BeantwoordenVerwijderenEen voorbeeld van politiek denkwerk:
Uit welk onderzoek met welke gegevensbron blijkt dat huisartsen 'bovenmatig' doorverwijzen naar een specialist die tests doet om te bezien of en wat er mogelijk aan de hand is?
GEEN.
Het is napraterij van de mooipraat vanuit Jeugdzorg.
Jeugdzorg initieerde het idee dat de j-GGZ duur zou zijn, duurder (-als we toch dienen te vergelijken-) dan wat....?
Wanneer het gezin met het kind niet bij de testende specialist mag komen, waar komt het dan wel? - Bij Jeugdzorg!!!
Het afkraken van de specialisten (die overigens gemiddeld goedkoper zijn dan Jeugdzorg per hulptraject) brengt werkgelegenheid bij Jeugdzorg.
Zo zit dat.
Nogwel Jeugdzorg met twee petten op:
Een ingang onder het mom van "gespecialiseerd in jeugd", waar zorg weggelaten wordt in de praktijk; we denken bij 'zorg' in dit geval orthopedagogische tot psychiatrische gezondheidszorg.
Dat is echter Jeugdzorg NIET!!!
Jeugdzorg speculeert te vaak, en gebruikt te vaak dwang, zonder gronden uit diagnostiek.
Daarentegen is echte diagnostiek door een specialist testend in een anamnese.
Gezondheidszorg op diagnostisch niveau is betrouwbaarder, hoeft niet te leiden tot dure of lange hulptrajecten, kan wel leiden tot passende therapieen, en het bleek dat gemiddeld deze weg goedkoper is per case dan Jeugdzorg.
Waar is de politiek bang voor?:
de mooipraat van JN gaat over dat de specialist ZELF de behandeling kan voortzetten (i.p.v. een passend therapeut), wel is waar na een diagnose dat tuchtrechtelijk onder beroepsethiek valt, waar jeugdzorg het kind in diverse afdelingen onder 1 dak in eigen beheer houdt.
Jeugdzorg gebruikt schijn.
De politiek nam dat over.
De regering nam dat over.
Afgaan op selectief materiaal vanuit deze jeugdzorg-beroepsgroep is niet objectief, niet onafhankelijk wetenschappelijk, en is in feite propaganda, ondoordacht idealisme, na-aperij vanuit een bereopsgroep.
Jeugdzorg is een beroepsgroep dat niet (zoals wel de diagnosten) be-edigd is onder medisch tuchtrecht.
Het vage pseudotuchtrecht van de Jeugdzorgwerker (heeft u dat al gevonden?) is een niet aan af te meten mooipraat, geen MAATstaf!!!
Er wordt dus "bovenmatig" gespeculeert door de politiek op hand van jeugdzorg, en dat is verre van gezond.
Dwang gebruiken, gezinsvoogdij, is dus de tweede pet, die jeugdzorg op kan zetten.
VerwijderenEn dat is vaak geen deskundige 'hulp' maar bemoeizorg, waar gewone ouders (en soms multiproblemouders) moeten voldoen aan een standaardbeeld dewelke de gezinsvoogd heeft geleerd op school.
Dat beeld is eigenlijk niet realistisch tegenover de praktijk waar elk kind anders is en eigen behoeften heeft.
Het is opmerkelijk dat deze ouders geen cursus krijgen aangeboden door de gezinsvoogd; er wordt gewoon beweert dat de ouders niet meewerken, regelmatig om te verdoezelen dat de gezinsvoogd zelf aan inspanningsverzuim deed, of waar kennis (deskundigheid) bij de gezinsvoogd ontbrak.
Insinueren, speculeren, verdraaien van feiten, anders voorstellen dan de werkelijkheid......, het wordt allemaal waargenomen in dossiers uit jeugdzorg.
OTS, Uithuisplaatsen, Ontheffen uit het ouderlijk gezag, pleegzorg, gesloten opsluiting,.... het is allemaal jeugdzorg-dwangzorg, de tweede pet van Jeugdzorg, dat straks (bovenlokale) gecertificeerde instelling gaat heten!
"..een stad als Helmond is wel van plan de doorverwijzingen naar specialistische zorg vooraf te laten toetsen, zo laat een woordvoerster weten. Weliswaar niet door ambtenaren, maar door een 'pool van experts uit de jeugdzorg'"
BeantwoordenVerwijderenWelke experts? Dezelfde experts die nu ook al zo "professioneel" te werk gaan?
Dus voordat de ECHTE EXPERT een medische diagnose kan stellen dan wel uitsluiten,
zit het sociale wijkteam al bij je aan de keukentafel!
Yvonne
http://www.nd.nl/artikelen/2014/juni/02/huisartsen-leggen-werk-neer-om-wetswijziging#.U4w0wtB2Ffo.twitter
BeantwoordenVerwijderenHuisartsen leggen werk neer om wetswijziging
Huisartsen leggen woensdagmiddag tijdelijk het werk neer uit protest tegen een dreigende aanpassing in de Zorgverzekeringswet waardoor de vrije artsenkeuze verdwijnt. Dat schrijft De Telegraaf maandag. De kans is groot dat ook tandartsen, fysiotherapeuten, psychologen en apothekers gaan staken.
Het kabinet wil zorgverzekeraars niet meer verplichten om zorg te vergoeden van een zorgverlener waarmee ze geen contract hebben. De verzekeraars kunnen dan selectiever zorg inkopen wat onder meer ten goede zou komen aan een minder snelle stijging van de zorgpremie.
”Mocht de wijziging doorgaan, dan kan ik als huisarts mijn patiënten niet meer naar iedereen doorsturen”, zegt een woordvoerder van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) in de krant. “Dat houdt bijvoorbeeld in dat die patiënt met zijn zere knie niet meer naar die zorginstelling kan gaan waar hij zo goed is geholpen, maar gedwongen wordt om naar een andere instelling te gaan.”
De huisartsen vrezen dat de macht van de verzekeraar nu veel groter wordt. “Als zorgverzekeraars vinden dat in een bepaald gebied te veel fysiotherapeuten of psychologen zitten, of ze vinden ze te duur, dan kunnen ze zeggen: we geven jullie geen contract meer”, aldus de VPH.
Hoeveel artsen met de staking mee gaan doen is nog niet duidelijk.