zondag 13 november 2011

Kindermishandeling - Een welles / nietes verhaal?


Een paar dagen geleden  (8 november 2011) werden wij gebeld door de Raad voor de Kinderbescherming. Dit naar aanleiding van een terugkoppeling naar het AMK, om het grote verschil te bespreken tussen de rapportage van het AMK en dat van de Raad. Geheel tegen onze ervaringskennis in, hadden wij van deze terugkoppeling nog enigszins ‘verwachtingen’. De gedragswetenschapper van de Raad had ons in eerder stadium laten weten dat wij in een ‘Kafka-achtige toestand’ waren terecht gekomen. De Raad zou het AMK in ieder geval om de oren kunnen slaan met grote feitelijke onjuistheden in het AMK rapport. Dan bedoel ik, zaken die met één telefoontje te verifiëren zijn bij de betreffende instanties, zoals scholen.

Echt veel kon de raadsonderzoekster ons over de inhoud van het gesprek met het AMK niet mededelen. Wel dat het gesprek bij hen was ‘aangekomen’. Wij wilden vanzelfsprekend weten wát er precies bij ze was aangekomen. Welke pijnlijke feiten hadden de AMK-onderzoeksters, hun praktijkleider en hun teamleider in verlegenheid gebracht? Waarover precies werden ze rood van schaamte? Daarover kon de raadsonderzoekster niets zeggen. Maar wat hadden ze dan aan het AMK verteld, dat bij ze was ‘aangekomen’? Waren ze geschokt dat onze dochter een Post Traumatische Stress Stoornis had opgelopen? (Vooral gezien het feit dat de AMK onderzoekster nog actief geprobeerd had de therapie tegen te houden, door de organisatie te bellen en de behandeling ‘af te raden’ – wat wij de Raad voor dit gesprek nog extra hadden meegegeven) Nee, de raadsonderzoekster had alleen gezegd dat de therapie ‘heftig’ was geweest.

Wij wilden weten wat het eigenlijk voor soort gesprek was geweest, want zoals we het hoorden waren alle pijnlijke feiten in het gesprek overgeslagen. Volgens de raadsonderzoekster hadden ze ‘de ruimte gekregen’ om hun verhaal te doen. Het was een algemeen gesprek geweest en het was niet de bedoeling om te verzanden in een ‘welles / nietes spelletje’. Nu had de Raad aan ons het verzoek of het AMK de verslagen van de Raad mocht inzien. In de veronderstelling dat het AMK misschien met ons in gesprek wilde, brachten wij naar voren alleen met onze advocaat bij het AMK aan tafel te willen schuiven. Maar nee, dat was niet de bedoeling! Geen gesprek, alleen de verslagen inzien. De raadsonderzoekster kon zich voorstellen dat dit ook voor ons prettig kon zijn, omdat het AMK zo de andere kant van het verhaal te zien zou krijgen. Ze wilden daarvan ‘leren’.

Mijn vrouw repliceerde snel dat de enige manier om het AMK iets te leren, was om ze voor de rechtbank te slepen. Dáár konden ze van leren! Wij zagen er niets heilzaams in voor onszelf om het AMK te laten delen in informatie die wij in een later stadium nog nodig zouden hebben voor juridische doeleinden. We zouden het AMK niet van munitie voorzien tegen ons. Mijn vrouw ging verder over de aantoonbare leugens in het AMK-rapport, waarvan wij de Raad toch uitvoerig van op de hoogte hadden gebracht. In ieder geval waren wij als ouders blij dat de Raad haar werk wél goed had gedaan. Maar hier schoot de raadsonderzoekster in haar collegiale verdediging. “Het blijft allemaal mensenwerk. Misschien hebben wij het ook niet goed gedaan”.

Een bedroevend besluit van een toch al teleurstellend gesprek. De Raad weet niet zeker of zij er goed aan heeft gedaan om ons vrij te pleiten. Je krijgt als ouders nog even ingewreven dat de Raad zich ook niet op feiten baseert en eigenlijk net zo subjectief is als het AMK. Natuurlijk, het had ook allemaal anders kunnen aflopen. Wij hebben het geluk gehad dat wij door de Raad wel zijn geloofd op onze ‘blauwe ogen’. Dat ze ons, anders dan het AMK,  sympathiek vonden. Of beter gezegd, de Raad kwam tot haar ‘mening’ over ons, grotendeels gebaseerd op de ‘mening’ van de gezinsbegeleidster van Families First, die overwegend positief was geweest. Hoe dan ook, de subjectiviteit was in ons voordeel omgeslagen.

En hoe zat het nu met de feiten die er voorhanden waren, om de mening van het AMK over ons te weerleggen? Zoals eigenlijk te verwachten viel, wilde de Raad daar haar vingers niet aan branden. Als je het in een terugkoppelingsgesprek hebt over je ‘mening’, je ‘zienswijze’ of je ‘interpretatie’, hoef je daarmee nooit een ander pijn te doen. Dat wil zeggen: Geen andere kinderbeschermer pijn te doen. Want al deze meningen en interpretaties worden natuurlijk wél gebruikt om gezinnen onder toezicht te stellen of kinderen uit hun ouderlijk huis weg te halen. En of dat nu terecht is of niet, op feiten gebaseerd of op meningen…ach, het blijft allemaal mensenwerk!

Sven Snijer

                Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen