woensdag 9 november 2011

Adri Van Montfoort - tweede e-mail

E-mail ontvangen op 8 november 2011

Beste meneer Snijer,

Ik ben het ermee eens dat de professionalisering van de medewerkers in de jeugdbescherming (vanaf AMK) cruciaal is en dat daar nog veel gedaan moet worden. Mijn opmerking is als volgt bedoeld. Alle gezinsvoogden, medewerkers van de Raad en medewerkers van het AMK zijn tenminste op HBO-niveau opgeleid.

Dat is hoog in vergelijking met de geschiedenis en ook hoog in vergelijking met bij voorbeeld de Angelsaksische landen. Maar het verhogen van het opleidingsniveau naar HBO heeft op zichzelf niets veranderd aan de kritiek op het functioneren van AMK, Raad en jeugdbescherming. Inmiddels werken bij het AMK ook academisch opgeleide gedragsdeskundigen (pedagogen of psychologen). Als regel zijn zij betrokken in de beoordeling van iedere melding. Ook zijn er artsen betrokken bij die beoordeling in het AMK. Maar de kritiek blijft. Daarom denk ik, dat het niet zozeer een kwestie is van een algemene verhoging van het opleidingsniveau, maar van een gerichte scholing op het uit elkaar houden van feiten, meningen en oordelen.

Ik kom nog even terug op wat ik de twee-koppigheid noem. Ook al is de slinger doorgeslagen: nog steeds worden ernstige gevallen van kindermishandeling over het hoofd gezien en ook nu nog wordt er in sommige gevallen ten onrechte niet ingegrepen. Het is niet zo, dat in een klimaat van ‘angst voor een Savanna’ dat andere probleem is verdwenen. Zoals u mij vragen stelt vanuit de positie van ten onrechte beschuldigde ouders, zo ontvang ik ook vragen van mensen die in hun jeugd zijn mishandeld en die mij vragen ‘duidelijker’ voor vroegtijdig ingrijpen te pleiten. Zie bij voorbeeld de film ‘Geheim Geweld’ die recent is verschenen. Dat zijn authentieke verhalen. Net zoals er authentieke verhalen zijn van ouders. Het zijn verschillende situaties en verschillende beelden. Ik loop te lang mee om mijn ogen voor één van deze beelden te sluiten. In mijn opvatting gaat het niet om beroepskrachten die te veel letten op het belang van de ouder of juist te veel op het belang van het kind. Dat zie ik niet als tegenstelling. Het zou in het belang van de moeder van Savanna geweest zijn als tijdig was ingegrepen. Immers, nu zit deze vrouw in de gevangenis, is haar kind kwijt, en ook haar tweede kind (uit huis geplaatst) en ze zit waarschijnlijk met een levenslang schuldgevoel.

Andersom: als een kind uit huis geplaatst wordt waar dit niet terecht is, is dat tegen het belang van het kind. Dat is schade die de overheid aanbrengt – zeker aan de ouders, maar ook aan het kind. Gemeenschappelijk is steeds, dat te snel wordt meegegaan met een eerste idee of conclusie en dat te weinig kritisch onderzoek plaatsvindt naar alternatieve verklaringen. Daarom pleit ik voor gerichtheid op feiten, discussie over normen en terughoudendheid met conclusies.

Tuchtrecht voor medewerkers van de jeugdzorg is door Rouvoet een aantal jaren geleden aangekondigd, maar dat gaat inderdaad niet erg snel. Ik heb ervoor gepleit om niet in één klap iedereen die in de jeugdzorg werkt onder een tuchtrecht te brengen, maar eerst de medewerkers van AMK, Raad en jeugdbescherming, omdat die de meest ingrijpende bemoeienis hebben met kinderen en ouders. Bovendien is het een afgebakende groep, zodat het sneller gerealiseerd kan worden dan wanneer het moet gaan gelden voor alle pedagogisch medewerkers in tehuizen, pleegzorg, dagopvang, etc. Overigens bestaat wel klachtrecht bij de instantie (BJZ voor AMK). Als de beroepskracht is aangesloten bij een beroepsvereniging (NVMW voor maatschappelijk werkers; NVO voor pedagogen en NIP voor psychologen) kan daar geklaagd worden. Voorts zijn de Inspectie Jeugdzorg en de Nationale Ombudsman actief in de controle op het werk van deze beroepskrachten. En tenslotte is het altijd een rechter die beslist of daadwerkelijk wordt ingegrepen in het gezag van ouders. Er zijn dus wel vormen van controle op de praktijk.

Ik wens u succes bij het werk aan uw boek en ben altijd bereid vragen te beantwoorden.

Met vriendelijke groet,

Adri van Montfoort


Toevoeging bij de mail

In deze mail noemt Van Montfoort een heel belangrijk punt. Er worden door kinderbeschermers aan het begin van hun onderzoek naar kindermishandeling, te snel conclusies getrokken zonder oog te hebben voor alternatieve verklaringen. Hij stelt dat dit probleem zich voordoet in twee richtingen. Zowel bij het schuldig verklaren van ouders die juist heel goed voor hun kinderen zorgen, als bij het ‘met rust laten’ van ouders door Jeugdzorg, die hun kind wel degelijk mishandelen. Dit fenomeen lijkt vaker voor te komen in ons land, want we komen het ook regelmatig tegen bij het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld in de ‘Puttense moordzaak’. Het heet tunnelvisie. Vanwege deze tunnelvisie lijkt het me van groot belang dat de rechtspositie van ouders in de nieuwe jeugdbescherming beter wordt gewaarborgd dan nu het geval is. Door middel van het tuchtrecht, maar ook zoals Van Montfoort voorstelt, door een evenwichtigere benadering, aan het begin van het onderzoekstraject, kan veel leed worden voorkomen.

Een betere rechtspositie van ouders hoeft naar mijn idee de opsporing van feitelijke kindermishandeling niet in de weg te staan. De onderzoekers zullen gewoon nauwkeuriger hun werk moeten doen. In het huidige systeem, waar er geen bewijzen voor mishandeling hoeven te worden geleverd, en een verdenking op zich al voldoende is, bestaat er voor hen geen noodzaak om feit en fictie uit elkaar te houden. Het beperken van de macht van kinderbeschermers ten opzichte van ouders, zal ze dwingen om uit te gaan van de feitelijke situatie. Nu zijn ‘meningen’ van derden al voldoende om een gezin in een gedwongen hulptraject te doen belanden, of erger, hun kind te doen verliezen. En dat moet snel veranderen.

Ik ben overtuigd van de goede bedoelingen van een aantal beleidsmakers, maar we zullen er alert op moeten zijn, hoe onze rechten in de nieuwe jeugdbescherming in de praktijk zullen uitwerken. We weten uit ervaring dat ‘papieren rechten’ niet altijd gelijk zijn aan de harde realiteit. Wij kunnen daarom als ouders niet ophouden met het onder de aandacht brengen van het onrecht in het huidige systeem, als waarschuwing voor de toekomst. Gruwelijk leed dat wordt veroorzaakt bij kinderen in disfunctionele gezinnen, mag geen excuus zijn voor kinderbeschermers, voor een onmenselijke en oneerlijke behandeling van ouders die wél zorgzaam en oprecht zijn.

(Meer over dit onderwerp zal volgen)

Sven Snijer

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen