Pedagogische speculatie in het omgangsrecht
Recentelijk heeft een
moeder een klacht ingediend tegen een pedagoog van de Raad voor de
Kinderbescherming, bij het College van Toezicht van de Nederlandse Vereniging
van pedagogen en Onderwijskundigen. Zij is inmiddels van alle jeugdzorgbemoeienissen
verlost en het College van Toezicht heeft haar klacht gegrond verklaard. Onder
het motto ‘gekker kun je het niet verzinnen’, willen wij de lezers van
Jeugdzorg Dark horse in kennis stellen van de ‘expertise’ van de Raad, naar
aanleiding van de meest wonderlijke interpretaties van een drietal kindertekeningen,
waaruit volgens de pedagoog ernstige ontwikkelingsbedreiging, extreme agressie
en loyaliteitsconflict zijn af te leiden.
Beeldvorming in het multidisciplinair team
De klacht die moeder heeft
ingediend is veelomvattend en laat op een heldere manier zien, hoe er een
samenhang bestaat tussen de werkwijze van de Raad en de uitkomst van het
deelonderzoek (rond de vraag of er voor de omgangsregeling met vader een OTS
nodig wordt geacht) zoals dit in opdracht van de rechtbank werd uitgevoerd. Een sterk punt in de klacht, is het in het
juiste perspectief zetten, van de vaak door onderzoekers en gezinsvoogden van
BJZ en de Raad gebruikte rechtvaardiging van hun persoonlijke vermoedens en
interpretaties, dat ze multidisciplinair werken. Daarmee de indruk wekkend dat
de uitkomst van het onderzoek, de mening en deskundigheid van veel meer
personen betreft. Terecht staat hierover in de klacht:
“Degene die de indruk van het kind of de ouders heeft, is wel degene die
de beeldvorming over deze personen inbrengt in een multidisciplinair team. Zijn
of haar beeldvorming is leidend voor de anderen in dat team.”
Een hele juiste uitspraak,
die naar mijn mening vaker zou mogen worden gebruikt om het functioneren van
jeugdbescherming aan de kaak te stellen. Want ook in dit geval was de
gedragswetenschapper die ‘bij het onderzoek betrokken was’, niet persoonlijk in
contact met het kind of met de ouders (alternatiefstelling art 35 UvB.Wjz)
waardoor het wetenschappelijk gehalte van die betrokkenheid van een afgeleide
kwaliteit is.
De voornaamste kritiek die
moeder heeft op het onderzoek, is dat de verschillende onderdelen van het
onderzoek niet congruent zijn en dat de onderzoekster geprobeerd heeft uit één
deel van het onderzoek (de tekeningen) zaken af te leiden die door de andere
delen van het onderzoek niet bevestigd worden. De methoden voor onderzoek die
door de pedagoge zijn gebruikt, omvatten FRT, ZALC, diagnostisch interview,
projectieve vragen en tekeningen. Met name de tekeningen vallen in het geheel
uit de toon en stroken niet met de resultaten van de andere onderzoeksmethoden. Moeder
beklaagt zich dat de onderzoekster informatie ‘van horen zeggen’ heeft, terwijl
de onderzoekster zich verdedigt met het gegeven dat zij geen informantenonderzoek
heeft gedaan. Het betreft hier naar alle waarschijnlijkheid uitspraken van de
vader van het kind (de enige die overblijft als het niet van moeder zelf
afkomstig is) welke door de onderzoekster als feiten worden vermeld, terwijl
uit het onderzoek door haar zelf verricht, niets naar voren komt om dit te
ondersteunen. Om de informatie, die niet in lijn is met de rest van het
onderzoek toch te kunnen gebruiken, kent de onderzoekster een
buitenproportionele waarde toe aan de interpretatie (háár interpretatie) van de
kindertekeningen. De gronden voor de ontwikkelingsbedreiging, zijn buiten de
tekeningen nergens aangegeven en de tekeningen op zich zijn onvoldoende
wetenschappelijke basis om verregaande conclusies aan te verbinden, zoals door
de onderzoekster wordt gedaan.
Er zijn buiten deze voornaamste
klacht, nog een aantal onregelmatigheden in de hele procedure waar te nemen, met
betrekking tot het ouders niet inlichten of niet laten meebeslissen, en het
dreigen met ‘verdergaande maatregelen’, die het geheel de bekende nare smaak in
de mond geven. Er wordt de pedagoge door moeder ‘kokervisie’ verweten, en
‘door haar aannames, haar beeldvorming, haar interpretaties en haar
persoonlijke mening heeft ze het kind in gevaar gebracht’.
Het College van Toezicht
van de NVO haalt in haar oordeel enkele passages uit het onderzoek van de
pedagoge aan, die bij haar twijfels hebben gegeven aangaande het gehalte van wetenschappelijkheid
ervan. Het is bij het lezen van de passages moeilijk om niet te lachen, of
zelfs in gieren uit te barsten. De mate van speculatieve pseudowetenschap die de
onderzoekster hier aan de dag legt, is zelfs binnen een spiritueel kader van
droomduiding nog buitensporig en vergezocht te noemen, maar deze dame durft er
in alle ernst mee naar de rechter te stappen om een OTS aan te vragen!
Lees en lach je te
barsten.
Uit het Raadsonderzoek t.b.v.de omgangsregeling:
Pag.7 “Kind kiest als dier
een wilde papegaai. Moeder is een vlinder. In vergelijking met de andere dieren
die worden uitgekozen zijn zij de enige dieren die kunnen vliegen. Een wilde papegaai
kan wegvliegen. Dit zou mogelijk kunnen wijzen op bindingsproblemen.”
Pag.8 “Een lange nek zou
er op kunnen duiden dat hij zijn impulsen onder controle probeert te houden met
denken….De handen die lijken op wanten, zouden mogelijk ook kunnen wijzen op
agressie.”
“Doordat de ramen
opgedeeld zijn in kleine hokjes, straalt het geslotenheid uit. Het ontbreken
van een schoorsteen zou mogelijk kunnen wijzen op het gebrek aan
interpersoonlijke warmte in zijn eigen huis. Door het tekenen van een zon geeft
hij aan belang te hechten aan warmte. Mogelijk terughoudendheid om gevoelens te
tonen.”
“Voor een 8-jarige jongen
tekent hij een eenvoudige boom. Dat de wortels niet in de aarde eindigen zou
mogelijk kunnen wijzen op een gebrek aan contact met de realiteit en suggereert
mogelijk agressie.”
“De tekening van het
poppetje die de baby uit het raam gooit, is uitdagend en morbide. De emotie
lijkt zo diep te zitten dat hij het poppetje, in tegenstelling tot de
menstekening, eerder op een primitieve manier tekent. De tekening is theatraal
en fantasievol.”
Pag.11 “Het kind toont
naar zijn broertje agressieve gevoelens, die in een tekening zelfs shockerend
overkomen.”
Pag.13 “Kind verkeert in
een ernstig loyaliteitsconflict. Er is sprake van een emotionele blokkade
richting vader. Er is sprake van extreme agressie.”
Op onbewust niveau
Het geheel lijkt op een
mislukte Jungiaanse analyse, die in dronken toestand is uitgevoerd. Over haar
tekeningenassociaties zegt de pedagoge: ‘Dit zijn thema’s die mogelijk spelen op onbewust niveau’. Het betreft hier dus een dubbele onzekerheid,
want niet alleen zijn het mogelijke problemen (die er mogelijk ook niet zijn),
ze zijn ook nog eens op onbewust niveau (dus onzichtbaar) waardoor de enige manier
om hun bestaan te bewijzen, afhangt van waar de onderzoekster naar op zoek is.
Ze worden in feite door de onderzoekster tevoorschijn getoverd, wat mij weer
brengt op de Staatssecretaris van VWS die ik wel eens oneerbiedig de ‘toverheks’
van VWS heb genoemd. Hoewel de Staatssecretaris herhaaldelijk vanuit diverse
richtingen erop gewezen is dat er vaak niet volgens wetenschappelijke criteria
wordt gewerkt door kinderbeschermers, heeft zij met haar beleid niets gedaan om
hierin enige verandering aan te brengen. Sterker nog, in haar beleidsbrieven
geeft ze grif toe, dat bepaalde methodes (nog) niet wetenschappelijk onderzocht
zijn, maar dat dat voor haar nog geen reden is om dat uit ‘ervaringsdeskundigheid’
voortkomend instrumentarium van de jeugdwerkers af te nemen. Het is juist haar
bedoeling om jeugdwerkers meer dan ooit op hun eigen ervaring en oordeel te
laten vertrouwen, en bij een ‘niet pluisgevoel’ het zekere voor het onzekere te
nemen. Nog meer subjectiviteit dus, regelrecht ingaand tegen het verzoek van
alle ouders om te doen aan objectieve waarheidsvinding. De jeugdzorgwerker moet
nog meer op het eigen gevoel gaan vertrouwen.
Nog meer speculatie…
Hieraan werd al snel
gehoor gegeven door de ‘frontlijndeskundigen’ die de mogelijke
kindermishandeling op moeten sporen, in de vorm van weer een speculatief instrument: de ‘Sociocards Original’.
Bij deze methode van ‘onderzoek’ die door een voormalig jeugdzorgmedewerker
zelf is bedacht, mogen kinderen op school kaarten aanwijzen van mensen en
dieren, waarbij de jeugdzorgmedewerker zijn eigen associatie de vrije loop kan
laten en mag proberen hier betekenissen in te zien. Zo proberen ze met behulp van
een stel kaarten, van maatschappelijk werker te promoveren tot psycholoog, wat
ze niet zijn en ook nooit zullen worden. Hoe leuk en creatief ze ook bezig zijn.
Hoeveel schade er aan een gezin kan worden gedaan door losgeslagen speculaties,
mag na het lezen van dit artikel duidelijk zijn geworden.
Zelfreinigende werking
Het college van Toezicht
oordeelde in de casus van deze moeder dat de pedagoge in strijd had gehandeld met art.24, 25 en 36 van haar beroepscode. Veel
belangrijker dan dit oordeel echter, is de vraag hoe deze volkomen speculatieve
onzin, opgenomen kon worden in een Raadsrapport, om aan de rechter te worden
voorgelegd? Het is op zich al voldoende bewijs dat het toetsingskader waar de
jeugdbeschermers graag naar verwijzen, weinig betrouwbaar is. Bij het
overbrengen van de ‘diagnostische signalen’ gaat er kennelijk toch wat mis. Wanneer
zal de jeugdbescherming nu eens gaan inzetten op echte, hoogwaardige
gezondheidszorg voor kinderen, in de vorm van diagnostiek op universitair
niveau? Tot nu toe zijn financiële tekorten altijd het argument, waardoor beter
onderzoek door gedragswetenschappers wordt tegengehouden. Alsof alle onterechte OTS-en en
UHP’s de belastingbetaler geen klauwen met geld kosten. Als men bij Jeugdzorg
en de Raad zo gecharmeerd is van preventie, dan zouden ze een systeem
moeten hanteren dat ook preventief werkt tegen onnodige speculatie door
gezinsvoogden, en AMK-onderzoekers. De zelfreinigende werking van deze sector,
kan best een flinke opwaardering gebruiken. De deskundigen van BJZ en de Raad
willen als het goed is zelf ook liever doorverwijzen naar toegesneden hulp, die
ouders en kinderen effectief kan ondersteunen. Of blijven we nog langer getrakteerd
worden op ‘wilde papegaaien’ en ‘ontbrekende schoorstenen’…?
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/08/psycholoogje-spelen.html
http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/08/sociokaarten-en-de-imbecielen-van.html
Sven Snijer
Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse