dinsdag 8 oktober 2013

Jeugdzorg faciliteert omgangsfrustratie

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/10/het-houdt-niet-op-niet-vanzelf.html

De ‘Open Brief’ van Sandra Veenstra is heel duidelijk. Enkele van haar formuleringen gebruik ik om onze situatie onder woorden te brengen:

In werkelijkheid wordt de ouder/familie die de omgang met de andere ouder/familie frustreert door het ‘systeem’ uit de wind gehouden. De omgangsfrustrerende ouder/familie worden eerder gefaciliteerd door het ‘systeem’ dan dat zij door het ‘systeem’ worden tegengehouden of aangepakt.
Omgangsfrustratie wordt door de jeugdzorgketen niet of nauwelijks herkend of erkend. Het wordt afgedaan als ‘vechtscheiding’.


Vader uit de wind houden 

Uitspraken van de gezinsvoogd in ons geval naar moeder: ‘Je probeert vader zwart te maken! Je zeurt!’ En een paar maanden later: ‘Jij zorgt voor onrust. Als  er geen rust komt, krijgt vader het eenhoofdig gezag!’ En in een gesprekje met moeders advocaat: ‘Tja, als dit gevecht niet ophoudt, dan slachtofferen we moeder maar!’ En vader en familie kregen vrij spel, gingen door en moeder is geslachtofferd. Vader heeft nu het eenhoofdig gezag. Is er rust? Nee! Zelfs het ene weekendje in de maand dat de kinderen bij moeder mogen komen wordt de kinderen en moeder niet gegund, ook dat moet verdwijnen. Eigenlijk moeten moeder en familie verdwijnen. Vader en familie gaan nog steeds door.

Moeder telt niet mee
 
Hoe gaat het verder? Bespreekt de gezinsvoogd zaken de kinderen betreffend met moeder? De gezinsvoogd zegt: ‘Moeder heeft het gezag niet, dus daar hoeven we niet mee te praten. Wij richten ons op vader, hij heeft het gezag. De rechter heeft dat zo bepaald’.


Moeder die door vader, moeder vaderszijde en de gezinsvoogd, al met van alles en nog wat is beschuldigd en van allerlei etiketten is voorzien, heeft zich laten onderzoeken door echte deskundigen. Hun gefundeerde visie over moeder, op basis van feiten en op basis van klinisch/wetenschappelijke methodiek voor onderzoek? De gezinsvoogd negeert het! Ze blijft moeder verdacht maken in Plannen van Aanpak en blijft de rechter onwaarheid voorschotelen.

Hoe fundeert de jeugdzorgketen haar visie? Jeugdzorg werkt op basis van ‘horen zeggen’ en op basis van ‘niet-pluis gevoelens’. Ze doen precies dat, wat ze juist niet moeten doen. Feiten? Ze onderzoeken ze niet, ze verdraaien die wel, of laten ze gewoon achterwege.

'Het kwaad dat groeit, waar jeugdzorg bemoeit'
 
Zó, faciliteren zij de omgangsfrustrerende ouder, zó wordt deze niet afgeremd, zó neemt het kwaad toe. Zó wordt de ouder die zich hiertegen wil verdedigen, langzaam maar zeker op sluipende wijze succesvol rechteloos gemaakt en wordt aan kinderen het recht van ongestoorde omgang met deze ouder en de familie onthouden.
 
Hopelijk dat Sandra Veenstra’s ‘Open Brief’ de ogen opent van VWS minister van Rijn. Anders raad ik hem aan het boek ‘Destructieve relaties op de schop’ van Jan Storms eens te lezen. Het gaat o.a. over mensen die er een genoegen in scheppen heel geraffineerd anderen te beschadigen en wat mooi is te vernielen. Daar reken ik de omgangsfrustrerende ouder ook toe.


Y.B.

Het stelen van Yunus

De zaak Yunus – de feiten 


"Ouders zijn niet leerbaar": Dit argument wordt dikwijls gebruikt door BJZ teneinde haar doelstellingen (het kind blijvend te vervreemden van de ouder(s), te kunnen uitvoeren.

In feite betekent het in de praktijk dat de ouders niet doen wat BJZ zegt, daar zij dit niet in het belang van hun kind achten.

Zo mochten de ouders van Yunus hem niet oppakken, knuffelen, hem begroeten tijdens het karige bezoekuur van eens in de drie maanden omdat dat angstaanjagend zou zijn voor hem (op basis van de valse beschuldiging van kindermishandeling) het moest allemaal "uit Yunus zelf komen".
 
Als de ouders hem dan uiteindelijk knuffelden was dat "niet leerbaar" = niet leerbaar dat zij zich moesten opstellen als vreemdelingen-bezoekers i.p.v. als ouders/niet leerbaar dat zij geen band mochten opbouwen met HUN kind?

Als zij hem optilden werd er gezegd: "Zet hem neer". Als zijn vader hem kietelde: "Houd daar mee op, maak hem niet druk". Als zij een foto van hem wilden maken: "Doe je telefoon dicht". Sowieso mochten er nooit foto's van hem met hen samen gemaakt worden.

Dit alles op weg naar de uitgestippelde route: Het stelen van Yunus.
 

SN.

Snel even 'opleuken' - de gebroeders Teeven en Van Rijn


Broeders in het kwaad

En daar waren ze hoor, de ‘broeders in het kwaad’ Teeven (V&J) en Van Rijn (VWS) in het Algemeen Dagblad, om een dag voorafgaand aan het Kamerdebat de nieuwe jeugdwet nog even op te leuken middels een fris interview. Een armzalige poging om iedereen gerust te stellen dat de oprukkende overheid die onze huiskamers binnenmarcheert heus wel weet waar hij mee bezig is en zijn toenemende (toegeëigende) bevoegdheden vanzelfsprekend niet zal misbruiken. Dat doet de overheid toch nooit? 

Het hele interview becommentariëren is niet nodig, omdat het jeugdzorgbedrog ‘zoals u dat van ons gewend bent’, vooral duidelijk wordt in het allerlaatste gedeelte waar er doelbewust geen antwoord wordt gegeven op de vraag naar het machtsmisbruik. Het gaat hier over het achter de voordeur komen door de overheid ('drang') en in hoeverre dit juridisch is toegestaan. 

De vraag luidt, of jeugdzorg niet teveel macht krijgt, omdat de kinderrechter niet meer mee kijkt en dus geen toetsing meer kan uitvoeren op het hulpverleningstraject (aangenomen dat ze dat normaal gesproken behoren te doen). Met name het opleggen van allerlei opvoedingsadviezen aan gezinnen kan op deze manier geschieden met ontwijking van de diagnostische vraag naar de kindeigen -en/of medische problematiek. Dit kan in theorie eindeloos gerekt worden (onder dreiging van gedwongen maatregelen) omdat dan niemand controleert of de hulpvraag door de professionals juist wordt ingeschat.
 
Nietszeggend 

Het antwoord van Teeven, dat hij niet denkt dat jeugdzorg teveel macht krijgt, omdat het professionals zijn die daarvoor zijn opgeleid, lijkt zo uit de mond van Sprokkereef of Gerritsen te komen. Een nietszeggend antwoord, dat niet refereert aan de kinderrechter en zijn controlerende functie, maar afleidt naar de zogenaamde professionaliteit, alsof machtsmisbruik tegen gaan niet in handen zou moeten liggen van een onafhankelijke instantie. Alsof mensen automatisch altijd aardig en eerlijk zijn als niemand hun werk controleert.  

Ten eerste valt er over de professionaliteit te twisten (in een eerder deel van het interview wordt bevestigd dat gezinsvoogden vaak erg jong zijn, dus waar is die werkervaring/levenservaring?) en ten tweede kan de integriteit van jeugdzorgwerkers nu ook niet gezien worden als hun meest kenmerkende eigenschap. Een misleidend antwoord dus, dat goedgelovigen op het verkeerde been moet zetten.
 
De vuiligheid van decennia lang falen

Zouden Teeven en Van Rijn nu beloven dat ze ontzettende haast gaan maken met het introduceren van waarheidsvinding in de jeugdzorg, dan kan die professionaliteit zowaar enige geloofwaardigheid krijgen, maar daar horen we de heren niet over.  Dat laten ze over aan de oppositie (Vera Bergkamp D66) en de Kinderombudsman. Nee, de twee politieke belhamels hebben geen vrees voor nog meer misstanden en nog meer onwaarheden die tot in eeuwige dagen in rapporten blijven bestaan. Ze hopen door een sociaal netwerk (Wijkteams) rond ouders te creëren dat de misstanden uit het huidige jeugdzorgsysteem geleidelijk aan zullen verdwijnen. 

Op die manier hoeven ze niet hardop te zeggen wat er nu (al decennia lang) fout gaat, maar kunnen ze over vijf jaar triomfantelijk de cijfers presenteren van de teruggedrongen aantallen ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen. En dan spreken ze enkel over verbetering en kan iedereen blijven lachen. Dus is ze er veel aan gelegen dat de nieuwe jeugdwet morgen door de Kamer komt en daarna door de Eerste Kamer, want zo niet, dan loopt iedereen op het Ministerie en bij jeugdzorg de kans dat alsnog de hele berg vuiligheid van jarenlang wanbeleid, leugens en machtsmisbruik in de jeugdzorg, voor iedereen aan het licht zal komen.
 
Sven Snijer 

https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/20131008BrieCieVWSdecentralisatie.pdf

Jeugdzorg is niet op zoek naar échte slachtoffers

http://www.privacybarometer.nl/maatregel/91/Gebruik_burgerservicenummer_bij_jeugdzorg_verplicht
 
Voordat de mogelijkheden om in te grijpen nog meer verruimd worden, is het misschien een overweging om het begrip kindermishandeling duidelijk te definiëren in de wet. Iedere bezoeker van deze site zal het er mee eens zijn, dat Jeugdzorg moet ingrijpen in gezinnen waar kinderen seksueel misbruikt c.q. ernstig mishandeld worden. 


Geldstroom op gang houden

In de praktijk wordt het begrip mishandeling echter enorm uitgerekt door de Jeugdzorg. Een ruzie tussen ouders in bijzijn van de kinderen heet tegenwoordig meteen psychische kindermishandeling in de rapportages van Jeugdzorg. In bijna iedere rapportage wordt aangedragen, dat de ouders onvoldoende pedagogische kwaliteiten bezitten. Zo'n vermeend gebrek aan pedagogische kwaliteiten wordt in de rapportages aangemerkt als een zeer groot gevaar voor de ontwikkeling van de kinderen. Jeugdzorg lijkt inderdaad niet op zoek te zijn naar echte slachtoffers, maar naar potentiële cliënten die de geldstroom van de Jeugdzorg op gang kunnen houden.  

‘Ernstige zorgen’

Ik vraag me wel eens af hoeveel van de kinderen die momenteel onder een OTS/UHP maatregel vallen, daadwerkelijk slachtoffer zijn van ernstige mishandeling, ernstige verwaarlozing en/of seksueel misbruik. En hoeveel kinderen met zo'n maatregel opgezadeld zitten, louter omdat de Jeugdzorg zich "ernstig zorgen maakt over hun ontwikkeling" (volgens mij het meest gebruikte argument in OTS-verzoeken, waarbij geen sprake is van mishandeling of misbruik).  

Anoniem

maandag 7 oktober 2013

Laat Bureau Jeugdzorg niet in medische gegevens snuffelen

http://www.privacybarometer.nl/maatregel/91/Gebruik_burgerservicenummer_bij_jeugdzorg_verplicht
 
Gebruik BSN bij jeugdzorg verplicht

Het gebruik van het burger­service­nummer bij bureaus jeugdzorg en de betrokken zorgaanbieders wordt verplicht. Dit staat in een wetsvoorstel (toelichting) dat staatssecretaris Van Rijn bij de Tweede Kamer heeft ingediend. De staatssecretaris denkt dat hiermee de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders eenvoudiger en betrouwbaarder gegevens kunnen uitwisselen. "Misverstanden liggen op de loer wanneer de ene zorgaanbieder een cliënt aanduidt met bijvoorbeeld naam, adres, woonplaats en geboortedatum, terwijl de andere zorgaanbieder dezelfde cliënt aanduidt met het BSN." 

Als overheidsorgaan mogen bureaus jeugdzorg op dit moment het BSN al wel gebruiken, maar zijn ze hiertoe niet verplicht. Om de privacy van jeugdigen te beschermen mogen marktpartijen dat niet zomaar, maar moet dat wettelijk worden toegestaan. 
 
Gegevens over de gezondheid zijn volgens de Wet bescherming persoonsgegevens extra privacy-gevoelige persoonsgegevens. Staatssecretaris Van Rijn erkent dat vanwege het verplichte gebruik die privacy wordt aangetast, maar meent dat dat nodig is en niet op een andere manier kan.

Eén van de redenen voor het verplichten van het gebruik van het BSN is dat het ministerie dan beter kan controleren welke zorg aan wie wordt verleend. Controle-ambtenaren van het ministerie krijgen met dit wetsvoorstel inzage in het dossier van jeugdigen. Op advies van de Raad van State zullen er wel zoveel mogelijk gegevens geanonimiseerd worden.

Tweede Kamer

De Tweede Kamerfracties van de SP, D66 en het CDA willen nadere onderbouwing over de noodzaak van dit wetsvoorstel. Het CDA en de VVD vragen zich af wie er nu allemaal inzage in de dossiers krijgt. Het CDA wil daarbij weten waarom inzage door controle-ambtenaren noodzakelijk is. De VVD oppert om het systeem van het Landelijk Elektronisch Patiëntendossier (EPD) te gebruiken voor het uitwisselen van de gegevens.
 

Bezwaar CBP

Het College bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft bezwaar tegen het wetsvoorstel. "Het CBP constateert dat [..] niet is aangetoond dat voor invoering van het BSN in de jeugdzorg een maatschappelijke noodzaak als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bestaat. Het CBP heeft daarom bezwaar tegen het voorstel." 
 

Het CBP is niet overtuigd dat er zoveel misgaat met het uitwisselen van gegevens, dat deze verplichting om het BSN te gebruiken noodzakelijk is. Eventuele persoonsverwisseling zal volgens het CBP niet tot gezondheidsschade leiden omdat bij de jeugdzorgverlening geen medicijnen worden voorgeschreven. Bovendien is het door de aard van de jeugdzorg "niet waarschijnlijk" dat verwarring over de identiteit van de cliënt ontstaat. 
 
Jeugdzorg Dark horse: als Bureaus jeugdzorg inzage krijgen in medische gegevens kunnen ze dit misbruiken en feiten verdraaien in rapportages. Bijvoorbeeld als een meisje meerdere malen blaasontsteking heeft gehad kan men aanvoeren dat er 'waarschijnlijk seksueel misbruik heeft plaatsgevonden'. Als een kind in korte tijd meerdere malen bij de huisartsenpost is geweest, of een jong kind is wat vaker ziek dan 'normaal' is dit ook weer een reden om ouders verdacht te maken. Onze dochter is een moeilijke eter en drinker (grotendeels te maken met haar autisme).  Ze weigerde zelfs als ze koorts had om te drinken. Ik hield goed in de gaten of ze niet uitdroogde. Tweemaal is ze opgenomen als heel klein meisje in het ziekenhuis vanwege gevaar voor uitdroging. Door mijn jarenlange werk in de zorg was ik er altijd snel bij. In het AMK-rapport werd gesteld: kind is meerdere malen bij de huisartsenpost geweest (in ons geval gegevens verkregen via het Medisch Orthopedagogisch Centrum). Wij waren als ouders heel open in informatie verstrekken. Toen hadden wij nog geen idee, hoe in onze ogen onschuldige feiten door Jeugdzorg verdraaid kunnen worden in verdachtmakingen aan het adres van ouders. Jeugdzorg inzage in medische gegevens? Een slecht idee!
 
Ranada van Kralingen

zondag 6 oktober 2013

"Jeugdzorg houdt niet op, niet vanzelf!"

https://www.dropbox.com/s/qquq55pz646il8c/2013%20OpenBrief%20-MinJusVWS%20-%20Jz-niveau%2C%20Sandra%20Veenstra.pdf

Geachte heer Sven Snijer, 

Bij dezen neem ik de vrijheid u  te attenderen op mijn open brief inzake kindermishandeling en seksueel misbruik van kinderen in de familiale sfeer. Deze open brief kan inmiddels rekenen op veel adhesie van burgemeesters (waaronder die van Zeist en Rotterdam), vele hoogleraren en vele particulieren. 

Ik wil u vragen ook van deze open brief kennis te nemen en deze brief in uw netwerk onder de aandacht te willen brengen. U treft daarbij ook de vertalingen van deze brief aan, voor internationale contacten. 

Ook dit jaar zijn in Nederland opnieuw kinderen (de broertjes Julian en Ruben) gestorven, mede als gevolg van het incapabele ingrijpen van zogenaamd kind-beschermende instanties waaronder Jeugdzorg, welke in de praktijk vaak eerder escalerend werken dan beschermend. Escalerende factoren zijn: het weigeren aan waarheidsvinding te doen, het direct waarschuwen van de van mishandeling verdachte ouder, het onder druk zetten van de beschermende ouder etc. Als ontwikkelingspedagoog zie ik dit al jaren gebeuren en loop ook ik vast in bureaucratie en onderlinge afschuifsystemen, terwijl de risico’s en schade voor de kinderen blijven en blijven toenemen. 

Daarom heb ik bijgaande open brief geschreven aan de Ministers van Justitie en van VWS. 


Het wordt echt de hoogste tijd dat men tot zich door laat dringen dat nu vaak als zgn “vechtscheiding” weggezette relatiebreuken vaak een gevolg zijn van structureel familiaal geweld en níet de oorzaak van de problematiek. Juist in dergelijke situaties waarin intimidatie en geweld een grote rol spelen, werkt de werkwijze van Jeugdzorg escalatie en verder en harder geweld tegen kinderen (en de beschermende ouder) in de hand. Over preventie hoor je nog steeds niemand.  

Het houdt niet op, niet vanzelf!”  

Met hartelijke groet, 

Sandra Veenstra Drs. Sandra I. Veenstra, AMI grad.
Raadgevend ontwikkelingspedagoog en kindkundige

Grow'n'up Education Coaches
- Galerij 3, 1411 LH Naarden
- Diezestraat 8hs, 1078 JP Amsterdam


 

Teamlid JDH: De a.s. Jeugdwet treft veel gezinnen, en van deskundigen komen signalen dat deze wet, uitgevoerd op het huidige niveau van jeugdzorg, nogal dubieus of gevaarlijk zal zijn.

Krijgt het kind dat door streptokokkeninfectie een gedragsverandering ondervond wel een antibioticum, waar de jeugdzorgwerker denkt aan een Eigen Krachtconferentie of anders dwang?

Wordt diagnostische hulp voor het kind nog wel vergoed door de zorgverzekeraar, als de gemeente (dus de ingekochte jeugdzorg) geen indicatie daartoe afgeeft omdat de jeugdzorgwerker andere dingen ziet of beweert?
 

(http://www.artsennet.nl/opinie/artsen-blogs/Robert-Vermeiren/Blogbericht-Robert-Vermeiren/130655/Kinderpsychiatrie-uit-het-basispakket.htm)

Bijgaand een brief van een ontwikkelingspedagoge over het niveau jeugdzorg. (NL, D, GB).

Staat ook in: 
 


De lezende ambtenaar van het ministerie zal vast niet doorhebben hoe de definitie van het gebruikte woord "slachtoffer" of 'kinderen' hier gelezen zou moeten worden:

Hier moet het woord "slachtoffer" gedefinieerd worden, niet als "misbruikte", doch als 'door jeugdzorg binnengehaalde cliënt'. Hierbij aangetekend dat een dwangmaatregel door jeugdzorg aangevraagd of 'geadviseerd' veelal schadelijke aspecten kent voor de ervaring van het kind:

- Een OTS (ondertoezichtstelling door jeugdzorg) kan de sfeer thuis verpesten indien de jeugdzorgwerker c.q. gezinsvoogd niet de coöperatieve, communicatieve en informerend-lerende, maar ook niet een realistische houding inneemt naar de ouders, naar het gezin. Betweterij en chantage-drang bij jeugdzorgwerkers of gezinsvoogden is niet opbouwend, niet stimulerend of niet bijdragend aan het 'willen leren' voor een moderner pedagogische houding (indien deze echt nodig zou zijn). Drang op zich geeft geen inzicht.

- Een UHP (uithuisplaatsing), een pleegplaatsing, is voor het kind een onttrekken uit zijn vertrouwde omgeving, en wordt dus NIET als 'veilig' ervaren door het kind, dat zich ontheemd gaat voelen, en pas na 5 jaar kan bijtrekken (wennen). 

Onjuiste gronden tot UHP zullen later de opgegroeide belasten.
Vreemd is dat niet de bedreiger weggeplaatst wordt, indien deze niet leerzaam bleek; maar de zorg dient wel eerst de te leren stof te verstrekken, maar dat geschiedt te weinig door jeugdzorg dat denkt de zorg enkel aan het kind, buiten de gezinsdyade te moeten of mogen verstrekken, terwijl BW1:257 lijkt te duiden op het stimuleren van de kind-ouderbanden.
 

Dit niveau van zorg aan het kind treft ook geadopteerden en kinderen na een scheiding (omgangsfrustratie).

Fred Teeven en Martin van Rijn (staatssecretarissen) hebben zonder een tegenwoord aangehoord wat op het Symposium Leren van Calamiteiten bij de Inspectie jeugdzorg is afgesproken:

De grenzen van de wetgeving, zoals rond privacy, mogen worden overtreden wanneer men eerst met collega's (dus van hetzelfde lagere niveau) overlegt, en de teamleiding informeert. Van Rijn heeft daar toegezegd dit in de a.s. Jeugdwet aan te passen, opdat er zoveel mogelijk kindermishandeling wordt ontdekt. "Melden moet" -- maar is het verstandig dit naar dit niveau te doen?

Dit niveau wil veel soms dubieuze informatie, en de praktijk is dat dit selectief en verdraaiend gebruikt wordt als fuik (eenrichtingsverkeer). Veel gewone kinderen geraken daar ook in. Dwang. Ondeskundig.
 
Echter, m.i. is deze afspraak een mandaat geven aan een te ondeskundig niveau dat te vaak werkt aan het binnenhalen van cliënten, ook al is er te weinig of niets mee aan de hand. En met binnenhalen moet men denken aan: dwang: OTS en UHP (uithuisplaatsen naar pleegsettingen). Waar 72% van de OTS-sen na 2 jaar geen verbetering te zien gaf, is deze dwang-zorg dubieus van niveau ('909 zorgen', N.W. Slot et al. die deze week, 10-10, met emeritaat gaat: http://www.vu.nl/nl/nieuws-agenda/agenda/2013/okt-dec/10-okt-prof-dr-n-w-slot.asp **).

Bijgaande Open Brief is weer een signaal over dit jeugdzorgniveau.
(Wat nog mogelijk is: de gemeenten aanzetten tot zorginkoop van diagnosten i.p.v. jeugdzorg, ook bovenlokaal bij de 41 regio's). 

Omgangsfrustratie

Over 'vechtscheidingen gesproken': het gaat veelal over omgangsfrustratie, waar één ouder naar eigen interpretatie, en bij gebrek aan moderne inzichten, aan OMGANGSFRUSTRATIE doet.

Dit is schadelijk voor het kind, ook als het enkel non-verbaal geschiedt.
Groot probleem is dat de RvdK en daarop jeugdzorg niet direct deze omgangsfrustrerende ouder aanpakt, maar die andere ouder die voor het belang van het kind opkomt om beide ouders onbelast te kennen mee frustreert door deze ouder te beschuldigen van vechten en strijden. 

Jeugdzorg bevordert escalatie
 
Dat zou ‘geen rust’ geven naar het kind, waar feitelijk het 'niet kennen' van beide ouders, onbelast door signalen, die rust niet geeft. Jeugdzorg geeft geen kennis, helpt niet, behalve aan escalatie.

Jeugdzorg neemt de bedreiger (zie lid 1 in BW1:254, bedreiging als reden tot OTS en UHP) niet weg van het kind, middels een cursus, VIB of plaatsverbod, maar neemt het kind uit z'n vertrouwde omgeving, en dan is er pleegzorg: http://silkslides.com/S9dEk ; waarvan o.a. Joseph J. Doyle (2007) zegt dat het kind beter-af is thuis (met evt. zorg) dan in een pleegsetting.

Overigens is bij UHP het risico op seksueel misbruik ruim 100x groter in pleegzorg dan thuis. (Nico Mul heeft een berekening op zijn site JzDH+) staan:
http://jeugdzorg-darkhorse-plus.blogspot.nl/2013/06/seksueel-misbruik-in-jeugdzorg-100-x-zo.html met reacties w.o.:
 
De berekening klopt

Aangezien de gemiddelde duur van OTS ca. 4 jaar is en 4 x 12.000 = 48.000, dan is 30.000 dus een lage schatting.
Dan wordt die 100x goed benaderd. Seksueel misbruik.
De traumatiserende schade aan het kind dat zich het veiligst thuis voelt, en daar effectiever behandeld kan worden (Zeeland-onderzoek, Jo Hermanns e.a.), is dus nog niet meegewogen in deze cijfers.

Nemen we ˊ909 zorgenˊ (N.W.Slot e.c.), dan bleek dat 72% na 2 jaar OTS er niet door geholpen was, maar in die 72% zit 38% (van N=100%) die zelfs er verslechterd uitkwamen.

48.000 x 38% = 18.000 kinderen die er bewijsbaar door getraumatiseerd werden, dankzij verkeerde en beschuldigende indicaties zonder diagnost te zien door BJZ-handelen.
 
Eigenlijk mag men zeggen dat zeker al die 72% onthouden is om in een bekende sfeer of bij de eigen ouders te zijn opgegroeid en ontwikkeld en dan wordt het al:

48.000x 72% = 34.500 kinderen op de 3,2 miljoen = Een op de honderd kinderen in NL werd bedreigd in z'n ontwikkeling door jeugdzorg (BJZ of AMK en RvdK).

Het is de vraag of men nu die 1% moet bagatelliseren? Nominaal is het nogal een aantal opgroeiende mensen die onjuist een traject zijn ingestuurd, die diagnostisch en pedagogisch gezien verre van optimaal is gebleken uit wetenschappelijk denken (vanuit de nulmeting voor OTS). 
 

Niet luisteren!
En JA, er zijn onafhankelijke wetenschappers die bevonden dat er zwaargewichten in die jeugdzorgingang zouden moeten komen (die het kind zelf zien voor een mogelijke OTS of UHP). En die adviseerden om tot gespecialiseerde ingangen te komen (voor OTS e.d.).

Het is de vraag waarom de jeugdzorgwerkers en hun beleidsmakers juist daar NIET naar luisteren?!!
Een dwangmaatregel door jeugdzorg aangevraagd of 'geadviseerd' veelal schadelijke aspecten kent voor de ervaring van het kind.

Een OTS kan de sfeer thuis verpesten indien de jeugdzorgwerker c.q. gezinsvoogd niet de coöperatieve, commutatieve en informerend-lerende, maar ook realistische houding inneemt naar de ouders, naar het gezin. Betweterij en chantage-drang is niet opbouwend of werkend aan het willen leren voor een moderner pedagogische houding. Drang geeft geen inzicht.
 
Schijnaanpassing duurt vijf jaar
 
Een UHP (uithuisplaatsing), een pleegplaatsing, is voor het kind een onttrekken uit zijn vertrouwde omgeving, en wordt dus NIET als 'veilig' ervaren door het kind, dat zich ontheemd gaat voelen, en pas na 5 jaar kan bijtrekken (wennen). Onjuiste gronden tot UHP zullen later de opgegroeide belasten.

Vreemd is dat niet de bedreiger weggeplaatst wordt, indien deze niet leerzaam bleek; maar de zorg dient wel eerst de te leren stof te verstrekken, maar dat geschiedt te weinig door jeugdzorg dat denkt de zorg enkel aan het kind, buiten de gezinsdyade te moeten of mogen verstrekken, terwijl BW1:257 lijkt te duiden op het stimuleren van de kind-ouderbanden.

Het kan beter

Laat de ouders kiezen tussen een aanbod van hulpverleners, van schuldsaneerders tot psychiaters, inclusief huisartsen die een goede ingang kunnen zijn voor doorverwijzing. Hier is een traject te vinden die effectief kan zijn omdat de ouders zelf er voor kozen. De hulpverlener dan uiteraard doorverwijzen zo nodig, en dat ook goed uitleggen zonder beschuldigen naar de ouders toe. Dat helpt echt beter dan bemoeizucht van jeugdzorgwerksters, die niet beëdigd zijn en niet academisch opgeleid. Het tuchtrecht in jeugdzorg is verre van effectief en concreet om te wegen.

Op artsen is een beter toezicht dan BJZ, dat geneigd is dossierstukken te selecteren bij controle van de inspectie.
Met berekening, dus!

Dus doet jeugdzorg aan sloppy science: http://www.youtube.com/watch?v=ymwV2AqLBBE : rommelen en manipuleren met de diagnostische belangen van het kind en diens gezinsdyade.
 

Teamlid JDH

zaterdag 5 oktober 2013

Academische kinderpsychiatrie kind van de rekening

http://www.artsennet.nl/opinie/artsen-blogs/Robert-Vermeiren/Blogbericht-Robert-Vermeiren/137431/Academische-kinderpsychiatrie-kind-van-de-rekening.htm 

Vanaf 2015 moet ook de academische kinder- en jeugdpsychiatrie voor zijn financiering bij de gemeente aankloppen.
 
Althans, zo blijkt uit de lijst landelijke gefinancierde jeugdhulpaanbieders die de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) recent publiceerde. Geen enkel academisch centrum komt er immers op voor. Innovatie en specialisatie wordt aldus gedecentraliseerd naar 408 verschillende gemeenten, die zich in 41 regio’s hebben gebundeld.
 
 
Inhoudelijke keuze 
 
De VNG heeft enkele landelijk in te kopen functies bepaald op basis van drie criteria. Ten eerste, het aantal cliënten, als het een zeer beperkte groep betreft. Ten tweede, ordening van het aanbod, als dit gespreid is over het hele land. Ten derde, zorginhoud van het aanbod, als dat dusdanig specialistisch is dat het moeilijk regionaal kan aangeboden worden.

Op basis van deze criteria zijn de volgende 'functies' uitgekozen: eetstoornissen, autisme, persoonlijkheidsstoornissen, ggz voor doven en slechthorenden en psychotrauma. Een zeer beperkte landelijke pot (2,2 procent van het hele budget) zal hiervoor verdeeld worden over een vijftal door de VNG aangeduide instellingen. Echter voor een beperkte tijd, namelijk de eerste jaren vanaf januari 2015. Nadien is er mogelijk geen landelijke inkoop meer.
 
 
Ernstige psychiatrische aandoeningen 
 
Kinderen met psychotische stoornissen, bipolaire stoornissen, ernstige suïcidegedachten, … vallen buiten de landelijke regeling. Het zijn kleine groepen die maar al te vaak acute hulp behoeven. Omwille van de ernst organiseert de kinderpsychiatrie 7/7 - 24/24 een crisisfunctie.

Als er opname nodig is, dan gebeurt dit op een beperkt aantal gespecialiseerde afdelingen in academische centra.

Voor de VNG kennelijk onvoldoende specifiek om voor landelijke inkoop in aanmerking te komen.

Voor deze groep gelden regiogrenzen niet. Net zo als voor kinderen die meer langdurig opgenomen worden. Kinderen kunnen in een psychiatrisch centrum in een andere regio verblijven omdat daar de specialiteit te vinden is die voor hen nodig is. Of simpelweg omdat de afdelingen in de eigen regio vol zitten. Curium-LUMC te Leiden heeft om die redenen de laatste maanden kinderen opgenomen uit meerdere regio's, van Drachten tot Dordrecht.
 
 
Specialiteiten 
 
Een waaier aan andere functies zijn evenmin gemeentelijk en regionaal te regelen. Bijvoorbeeld hulp aan kinderen die tijdens een somatische kindergeneeskundige opname een delier ontwikkelen. Dat is een toestand van ernstige verwardheid, vaak als gevolg van de somatische behandeling. In het LUMC worden kinderen vanuit het hele land opgenomen. Voor elk kan een kinderpsychiatrisch consult gevraagd worden.

Een andere groep zijn de transgender kinderen, jongens die zich een meisje voelen en vice versa. Slechts enkele centra hebben zich gespecialiseerd in deze problematiek. Of de kinderen met genetische syndromen, somatoforme stoornissen, gilles-de-la-tourettesyndroom, beginnende psychose, ernstige affectieve aandoeningen… Gepaste hulp ligt voor hen vaak buiten de eigen regio.
 
 
Onderzoek 
 
Nederland bekleedt een toppositie wat betreft onderzoek in de kinder- en jeugdpsychiatrie  . Dat kan dankzij specialisatie en een landelijke oriëntatie. Inclusief een coherent landelijk aangestuurd subsidiebeleid. Decentralisatie van academische activiteiten, waarbij centra voor hun financiering moeten terugvallen op de gemeentelijke regio’s, dreigt dat in één klap weg te vagen.
 
Incompetentie of onwil? 
 
De VNG is van dit alles op de hoogte. Voorafgaand aan de keuze voor landelijke inkoop is immers met meerdere partijen gesproken. Door een adviesbureau, Significant. Ik was er één van de informanten. Nog omstandiger dan ik hier uitleg heb ik een overzicht gegeven van specialistische functies. Het mocht niet baten. 
 
Jeugdzorgkosten 
 
Men zweert bij het uitgangspunt dat gemeenten individueel financieel verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorgkosten van hun kinderen. Met een wijkgerichte, laagdrempelige en integrale aanpak denkt men dat voor elkaar te krijgen. Academische specialistische centra passen niet in dit plaatje.
Zij zijn het kind van de rekening. En uiteraard zij niet alleen.


Teken de petitie zorg over de jeugd-ggz  
 
Robert Vermeiren

EVRM 8

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in meerdere zaken gesteld dat bij de besluitvorming rond een uithuisplaatsing altijd moet worden meegewogen waar het kind heen gaat, of het daar geschikte zorg krijgt en welke impact het weghalen uit de gezinssituatie zal hebben. Een uithuisplaatsing moet immers een toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het verblijf thuis.

Dat vloeit ondermeer voort uit artikel 8 EVRM. Een ander belangrijk aspect daarbij betreft de hulp aan de ouders. Wil een ondertoezichtstelling met of zonder uithuisplaatsing echt het karakter hebben van een tijdelijke maatregel, dan zullen naast het kind, de betreffende ouders hulp en steun dienen te krijgen om hun pedagogische capaciteiten te vergroten. 

De overheid

De rechtspraak van het EHRM is op dit punt bijzonder helder: ‘de overheid is verplicht de ouders advies te verstrekken en ondersteuning te bieden bij het oplossen van hun problemen’ (zie EHRM 18-12-2008, nr. 39948/06, par. 55-58 (Saviny vs Ukraine) en EHRM 29-09-2006, nr. 12643/02, par. 68-70 (Moser vs Oostenrijk).
Doelstelling

Primaire doelstelling moet zijn het kind en de ouders op een zodanige manier hulp en zorg te bieden dat het gezin weer op eigen kracht kan opvoeden. Dit volgt behalve uit de rechtspraak van het ERHM ook uit nationale wetgeving. Volgens art. 1:257 BW dient immers hulp en steun geboden te worden aan het kind en aan de ouder, teneinde de bedreiging van zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de minderjarige af te wenden. 
 

Daarnaast moet de hulp en steun erop gericht zijn de familieband zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk zelfs te bevorderen het aanbieden van de gewenste zorg primair aan het kind, maar daarnaast ook aan het gezin moet zoveel mogelijk en adequaat worden opgepakt.  

Gebeurt dit niet of onvoldoende, dan kan dat een schending opleveren van het aan art. 8 EVRM ontleende herenigingsbeginsel (Asser/de Boer 2010, nr. 842 en meer specifiek EHRM 19-09-2000, nr. 40031/98, pag. 441 (Gnahoré vs France).  

Maria B. 

vrijdag 4 oktober 2013

’Jeugdwet rampzalig voor kind én ouders’

DEN HAAG, vrijdag | door Hans Kuitert en Jan-Willem Navis

De nieuwe Jeugdwet die de Tweede Kamer volgende week woensdag behandelt, zal leiden tot nog veel meer kinderleed, rechteloosheid van ouders en een ontslaggolf voor duizenden hulpverleners in de jeugdzorg. Bovendien is de wet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Dit voorspellen ouderorganisaties, Jeugdzorg Nederland, klinieken voor jeugdpsychiatrie, huisartsen, opvoedkundigen en een keur aan experts. Doel van de wet, waarvan de staatssecretarissen Van Rijn (VWS) en Teeven (Veiligheid en Justitie) deze week de laatste versie naar de Kamer hebben gestuurd, is het overhevelen per 2015 van jeugdzorg naar de 408 Nederlandse gemeenten, inclusief stevige bezuinigingen op het budget van 3,8 miljard.

De koepel van jeugdzorginstellingen, Jeugdzorg Nederland, is het wel eens met het principe dat problemen binnen een gezin moeten worden opgelost met één hulpverlener, maar vreest enorme chaos nu er geen ’fatsoenlijke overgangsregelingen’ worden getroffen. „Instellingen zullen met de kortingen op hun budgetten failliet gaan, met als gevolg kinderen en gezinnen in de kou, zegt Arthur Schellekens van de koepel.

„Er is veel te weinig tijd om die bezuinigingen zorgvuldig door te voeren”, aldus Schellekens. Jeugdzorg Nederland wil daarom dat de Kamer een overgangsperiode treft van ten minste drie jaar. De oppositiepartijen die nodig zijn voor steun in de senaat dringen ook aan op vertraging. In de Tweede Kamer ontstond deze week ruzie tussen coalitie en oppositie omdat de ingewikkelde wet in sneltreinvaart door het parlement wordt gejast. 

Lees verder…. 

Ik beloof een goede Kinderrechter te zijn

Ik beloof een goede Kinderrechter te zijn
 
En alles wat jeugdzorg speculeert en fantaseert
Als waarheid in te drinken . . .
Ik beloof niet materieel te toetsen,
Maar te geloven,
En indien ik per ongeluk beslis ten nadele van BJz
Zal ik zwijgen, indien mijn uitspraak door hen wordt genegeerd
Dat beloof ik, zo waar helpe mij G.., (ahum)
 Jeugdzorg Nederland en haar lobby Almachtig!

De borderline maatschappij




In deze discussie wordt duidelijk waar we met zijn allen aan zijn gaan lijden in de welvaartsmaatschappij en waar naar mijn idee ook de doorgeslagen definitie van kindermishandeling gezocht moet worden. We mogen geen imperfecties meer hebben en moeten de gehele tijd ‘succes’ projecteren.  

Wie op de radar is gekomen van de jeugdbeschermers en moet bewijzen een goede vader of moeder te zijn, kan daar haast met geen mogelijkheid in slagen, omdat het mode is geworden om overal een tekortkoming te zien en dat afschuwelijk uit te vergroten.  

Aan deze tafel wordt met name bij jonge mensen gesignaleerd dat ze nogal worstelen met hun keuzes en met de zingeving van het leven, speciaal bij tegenslagen. Dat onderstreept nog eens voor mij hoe schadelijk het is dat gezinsvoogden vaak zo jong zijn en niet of nauwelijks levenservaring hebben opgedaan, wat het vermogen zou geven om dingen te relativeren en niet onmiddellijk iets tot bovennatuurlijke proporties op te blazen.  

Want los van wat ze menen te observeren in een gezin, is er nog de krampachtige poging pedagogisch deskundig over te komen, en de angst om door de mand te vallen tegenover ouders die het klappen van de zweep wel hebben leren kennen. 

Mogen mensen alstublieft af en toe een beetje imperfect of anders zijn en kan het toegestaan worden dat niet iedere opvoeding synchroon loopt met de methoden en de curven in het opvoedingsboekje?  

Of kost dat jeugdzorg teveel geld, zoveel coulance?
 

Sven Snijer