zaterdag 29 september 2012

Nederlandse advocate uitgenodigd op Amerikaanse hoorzitting over Joris Demmink

http://www.katholieknieuwsblad.nl/nieuws/item/2632-nederlandse-advocate-uitgenodigd-op-amerikaanse-hoorzitting-over-joris-demmink.html




Mevrouw mr. Adèle van der Plas is op donderdag 4 oktober aanstaande uitgenodigd voor een hoorzitting voor de U.S. Commission on Security and Cooperation in Europa (Helsinki Commissie) op Capitol Hill in Washington.

Zij wordt gehoord over kinderhandel ten behoeve van prostitutie in Nederland. De hoorzitting is toegankelijk voor de media.


Wettige stappen

Mr. van der Plas is uitgenodigd omdat zij de advocate is van vier slachtoffers die beweren dat ze als kind misbruikt of verkracht zijn door mr. Joris Demmink, de omstreden secretaris-generaal van Justitie. De commissie wil van Van der Plas weten "waarom er nog geen onderzoek tegen Demmink is geopend, of dat alsnog zal gebeuren en wat er gedaan kan worden om te bereiken dat slachtoffers van kindermisbruik en -handel alsnog wettige stappen kunnen ondernemen tegen hun misbruikers."

                        Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

vrijdag 28 september 2012

Dure Gezinscentra een flop!

http://www.nrc.nl/nieuws/2012/09/28/inlooppunten-centrum-voor-jeugd-en-gezin-nauwelijks-bezocht/




Van de inlooppunten van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt weinig gebruikgemaakt. Dat blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad langs locaties in de grootste steden.

De centra, in 2007 bedacht door minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie), waren bedoeld als vast loket waar ouders hun opvoedvragen kunnen stellen.

Aan het opzetten van de centra en het ontwikkelen van lokaal jeugd- en gezinsbeleid gaf het Rijk tot nu toe 1,2 miljard euro uit. Maar ouders blijven weg van de inlooppunten.

Haagse gezinscentra krijgen per dag “een handjevol” ouders over de vloer, in Rotterdam komen er wekelijks zes ouders naar een inloopspreekuur.

Amsterdamse inlooppunten zien 5 tot 10 ouders per week. In gemeenten als Eindhoven en Breda worden de inlooppunten helemaal niet meer gebruikt om vragen van ouders te beantwoorden. Wethouder Saskia Boelema van Breda:
“We hebben die inlooppunten gesloten omdat het gewoon niet werkt, de bezoekersgetallen vielen enorm tegen”.
De stad gebruikt nu interne begeleiders op basisscholen als aanspreekpunt voor ouders met hulpvragen.

De Algemene Rekenkamer constateerde in juni al in een kritisch rapport dat er imagoproblemen zijn met de centra. Het centrum “is vooralsnog geen plek waar iedereen zonder schroom binnenloopt”, aldus de Rekenkamer.

Veel ouders associëren het centrum met Bureau Jeugdzorg, dat bij zware problemen in actie komt.

Lees meer in het NRC Handelsblad van vanmiddag (digitale editie).

                 Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

donderdag 27 september 2012

Ouders kunnen zich melden voor letselschade door Jeugdzorg

http://stichtingprojeugd.nl/

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/05/seksueel-misbruik-in.html

http://www.telegraaf.nl/binnenland/12081101/___Massaal_misbruik_in_Almelo___.html


Welkom op de website van Stichting Pro Jeugd. Stichting Pro Jeugd (Adwin den Hartog) is een claimstichting en is opgericht met als primaire doel het aanpakken en tegengaan van misstanden in de Nederlandse jeugdzorg. Het woord “misstanden” dient daarbij in een breed perspectief gelezen te worden. Het omvat zowel misstanden in de instellingen voor jeugdzorg alsook misstanden bij de bureau's jeugdzorg die, in de ogen van veel ouders en advocaten, misbruik maken van hun machtspositie.
De ervaring leert dat een individuele klacht vaak niet serieus wordt genomen en ouders en/of kinderen veelal met lege handen blijven staan.




Claimstichting Pro Jeugd wil dat een halt toeroepen. Wij zullen dit doen door al deze klachten te bundelen en daarmee de misstanden aan de kaak te stellen bij de landelijke politiek. De middelen die Stichting Pro Jeugd daarvoor inzet kunnen divers zijn, van softe en harde aanpak, van het vragen van media-aandacht tot het voeren van collectieve procedures. Vanwege dat laatste voldoet Stichting Pro Jeugd aan de zogenaamde claim code.

Commissie Samson


De door de regering ingestelde commissie-Samson doet onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid in instellingen en/of pleeggezinnen zijn geplaatst en komt naar verwachting in oktober 2012 met haar eindrapport.
Stichting Pro Jeugd betreurt het dat deze commissie zich uitsluitend richt op het sexueel misbruik en niet op de grootschalige geestelijke mishandeling, die onder leiding van jeugdzorg plaats vindt. Stichting Pro Jeugd verwacht een vernietigend oordeel en wil het logische vervolg zijn op de conclusies en aanbevelingen van de commissie Samson.
Aanmelden
Op deze pagina kunt u misstanden in de jeugdzorg melden aan Stichting Pro Jeugd. Heeft u het idee dat er iets niet in de haak is in het contact tussen u en bureau jeugdzorg of de gezinsvoogd ? Misschien wordt u als ouder van alles op de mouw gespeld door medewerkers en leidinggevenden ! Ook kan het zijn dat uw kind seksueel misbruikt of geïntimideerd is of wordt in een jeugdzorg instelling.

Voor al deze, en vele andere zaken aangaande jeugdzorg, kunt u zich desgewenst wenden tot Stichting Pro Jeugd. Wij zullen dan samen met u bekijken wat de misstanden precies inhouden en wat de mogelijkheden zijn voor een vervolgtraject.

Momenteel zijn wij hard aan het werk om de juiste formulieren online beschikbaar te stellen. Tot die tijd kunnen aanmeldingen worden gedaan door een e-mail te sturen aan Stichting Pro Jeugd. Deze e-mail moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:
- Uw volledige naam, adres, postcode/woonplaats en eventueel telefoonnummer.
- Reden van uw aanmelding.

Daarnaast dient het bedrag van €60,- inschrijfgeld te worden voldaan. Dit kan met paypal en i-deal. Meer informatie hierover ontvangt u in de antwoord-mail.

Alle binnengekomen e-post zal strikt vertrouwelijk worden behandelt en wordt door een van onze medewerkers zo spoedig mogelijk beantwoord. Denkt u eraan dat u om aanvullende informatie gevraagd kan worden.

Stuur een e-mail met betrekking tot:
Wie naar de werkwijze van de huidige jeugdzorg kijkt en met de mensen spreekt die met een jeugdzorg instantie te maken hebben zal al gauw zien dat het niet is zoals de grote landelijke media ons voorspiegelt. Men zegt open en transparant te werken maar ondertussen liegt men rapportages bij elkaar om (verlenging) OTS af te dwingen bij de kinderrechters die absoluut niet aan waarheidsvinding (wensen te) doen. Doordat jeugdzorg instanties dit keer op keer weer lukt dwalen steeds meer kinderen af van de werkelijkheid. Vaak worden deze kinderen gescheiden van hun ouders, waarna deze ouders in diskrediet worden gebracht door leidinggevenden en zelfs door gezinsvoogden en pedagogisch medewerkers. Dit gebeurt vooral als men probeert voor de rechten van hun kind, én die van henzelf, op te komen.
Het contact wordt teruggebracht naar eens per twee weken een uurtje bezoek en twee keer per week tien minuten bellen. Bij al deze contactmomenten zit vaak een medewerker om mee te luisteren en te oordelen. In het ernstigste geval wordt het kind, in de instelling waar het door jeugdzorg en haar "plaatsende instantie" is weggestopt, zwaar mishandeld of seksueel misbruikt. Dit kan zijn door een groepsgenootje maar ook door een medewerker. De geharde internaatbewoner weet zelfs dat aangiftes gedaan vanuit een instelling in de meeste gevallen geseponeerd worden.
Helaas berusten deze verhalen op waarheid en zijn het GEEN incidenten !
Stichting Pro Jeugd trekt zich het lot van deze kinderen en hun ouders enorm aan en wil door middel van het bundelen van krachten én klachten deze werkwijze een halt toeroepen. Om dit te bereiken zullen wij het volgende hanteren:

Doelen van Stichting Pro Jeugd


Lid 1. De stichting heeft ten doel:

a. In zijn algemeenheid het bevorderen van de kwaliteit van jeugdzorg en jeugdzorginstellingen alsmede het behartigen van de belangen van een ieder die zich benadeeld voelt door de Staat der Nederlanden in haar hoedanigheid van beschermer van de rechten van het kind/minderjarigen/jeugdigen dan wel door Bureaus voor Jeugdzorg dan wel door met voornoemde partijen gelieerde instanties voor jeugdzorg dan wel door anderszins gelieerde (jeugd)zorginstellingen waaronder pleegouder(s),
b. Het aanpakken van misstanden bij Staat der Nederlanden in haar hoedanigheid van beschermer van de rechten van het kind/minderjarigen/jeugdigen en/of Bureaus voor Jeugdzorg en/of met voornoemde partijen gelieerde instanties voor jeugdzorg en/of anderszins gelieerde (jeugd)zorginstellingen waaronder pleegouder(s),
c. Het voeren van (collectieve) (juridische) procedures voor degenen die zich benadeeld voelen door de Staat der Nederlanden in haar hoedanigheid van beschermer van de rechten van het kind/minderjarigen/jeugdigen en/of Bureaus voor Jeugdzorg en/of met voornoemde partijen gelieerde instanties voor jeugdzorg en/of anderszins gelieerde (jeugd)zorginstellingen waaronder pleegouder(s),
d. Het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

Werkwijze van Stichting Pro Jeugd

Lid 2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
· Het verzamelen van informatie, feiten en documenten met betrekking tot mogelijke misstanden bij de onder lid 1 genoemde instituties, instellingen, rechts- en natuurlijke personen,
· Het benaderen van de media teneinde mogelijke misstanden onder de aandacht van een breed publiek te brengen,
· Het creëren van een gespreksplatform voor degenen die zich benadeeld voelen door de onder lid 1 genoemde instituties, instellingen, rechts- en natuurlijke personen,
· Het voeren van gesprekken en onderhandelingen met de onder lid 1 genoemde instituties, instellingen, rechts- en natuurlijke personen,
· Het instellen van (collectieve) rechtsvorderingen tegen de onder lid 1 genoemde instituties, instellingen, rechts- en natuurlijke personen,
· Het aangaan van dadingen en het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met de onder lid 1 genoemde instituties, instellingen, rechts- en natuurlijke personen.

Redactie Dark horse: De 60 € inschrijfgeld is voor alle onkosten die worden gemaakt. Dossiervorming, dossieropvraag, etc. De letselschade advocaat zal de ouders vertegenwoordigen in een proces tegen de Nederlandse Staat en Jeugdzorg. De stichting krijgt binnenkort een Kamer van Koophandel nummer en zal die vermelden. Dark horse staat in contact met de Stichting Pro-Jeugd.
Adwin de Hartog heeft de Stichting opgericht, zijn dochter is in een instelling seksueel misbruikt. Zie de link hieronder.

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/05/seksueel-misbruik-in.html

http://www.telegraaf.nl/binnenland/12081101/___Massaal_misbruik_in_Almelo___.html


Adwin den Hartog (rechts) met zijn advocaat mr. A. J. R. Oude Middendorp, sleept jeugdzorg voor de rechter.



                        Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

    Niet te geloven....


    Koningin benoemt twee nieuwe leden van de RMO
      
    woensdag 26-09-2012 13:39 
        
    Dit is een origineel bericht van Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)
    Bij Koninklijk Besluit zijn op voordracht van de Ministerraad twee nieuwe leden toegetreden tot de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling: mevrouw prof. dr. Irene van Staveren en de heer dr. Erik Gerritsen.

    Irene van Staveren (1963) is hoogleraar pluralist development economics aan het Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is voorzitter van het PhD programma en projectleider van de online database Indices of Social Development. Daarnaast is Van Staveren onder meer lid van de denktank Sustainable Finance Lab en redactielid van Journal of Economic Issues, Review of Social Economy, Feminist Economics en Economic Thought.

    Erik Gerritsen (1962) is bestuursvoorzitter Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Daarvoor was hij onder andere gemeentesecretaris in Amsterdam en plaatsvervangend Secretaris-Generaal van het Ministerie van Buitenlandse zaken. Gerritsen is onder meer voorzitter van de Raad van Toezicht van de Esprit Onderwijsgroep en bestuurslid van de Vereniging Overheidsmanagement. Hij promoveerde onlangs op het proefschrift 'De slimme gemeente nader beschouwd'.

    De RMO is de adviesraad van regering en parlement op het terrein van participatie van burgers en stabiliteit van de samenleving.

                               Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

    woensdag 26 september 2012

    Algemeen meldpunt seksueel misbruik vanaf 1 oktober


    Voor alle slachtoffers van seksueel misbruik is er vanaf 1 oktober één landelijk telefoonnummer. Dat blijkt uit het antwoord van staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten op vragen van Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) over seksueel misbruik in tehuizen en pleeggezinnen.
     
    Zowel slachtoffers van misbruik in de rooms-katholieke kerk, die zich konden melden bij de commissie Deetman, als slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugdzorg, die een beroep konden doen op de commissie-Samson, kunnen bij het nieuwe meldpunt terecht. Ze kunnen hun verhaal vertellen en professioneel advies krijgen over een vervolgtraject.

    Het telefoonnummer 0900-99 99 001 is ondergebracht bij Slachtofferhulp Nederland. Slachtoffers kunnen ook de website Hulplijnseksueelmisbruik.nl bezoeken.

    Op maandag 8 oktober presenteert de commissie-Samson haar eindrapport over seksueel misbruik in de jeugdzorg. Het tijdelijke meldpunt van de commissie-Samson vervalt dan.

    Lees ook:

    'Wie luistert nog naar ze als ons meldpunt...

    Meldpunt misbruik ingesteld
     

    maandag 24 september 2012

    Voorbeeldbrief Verwijsindex meldingen (ESAR)




































    Ouders huiverig om opgenomen te worden in de verwijsindex

    Ouders zijn huiverig om opgenomen te worden in de verwijsindex dat blijkt uit een evaluatie van dit systeem. 

    Ouders worden vaak niet ingelicht wat de verwijsindex precies inhoud en moeten het meestal doen met een simpel foldertje wat overhandigd word in plaats van goede en voltallige uitleg en motivatie wat een vermelding in de verwijsindex inhoud en wat de gevolgen daar van zijn.

    Niet alleen de ouders zijn huiverig voor een vermelding ook Professionals ervaren een drempel om te melden, omdat zij bang zijn het vertrouwen van de ouders/jeugdige te schaden door te melden en omdat ze niet goed weten wanneer een melding opportuun is. Het beeld is dat de verwijsindex aan kracht zou winnen als er vaker gemeld wordt.

    Daartegenover staat dat sommige professionals voor de contacten met andere professionals binnen de regio niet het gevoel hebben dat melding in de verwijsindex veel meerwaarde heeft. Zij ervaren de andere contacten met professionals, zoals in diverse casusoverleggen, als een zinvoller manier van afstemming zoeken met andere professionals dan het contact leggen via de verwijsindex.

    Dit beeld wordt onderschreven door het feit dat slechts 30% van de gevallen waarin de verwijsindex professionals die bij dezelfde jeugdige zijn betrokken bij elkaar brengt, professionals betreft die werkzaam zijn binnen elkaars regio.

    Evaluatierapport blijkt promotiepraatje voor uitbreiding registratie

    6 december 2012


    Vandaag verscheen een evaluatierapport over de inzet van de Verwijsindex Risicojongeren. De evaluatie werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Op basis van deze evaluatie zullen de minister en de Tweede Kamer kijken waar regels en wetgeving aangepast moeten worden.
    De Verwijsindex krijgt als systeem van de gebruikers een onvoldoende en de hulp wordt er niet beter van. Conclusie rapport? Systeem uitbreiden en intensiever gaan gebruiken. Begrijpt u het nog?

    Er is alleen gekeken naar de positieve signalen voor de verwijsindex gekeken. Niet alleen bij de vraagstelling naar de huidige situatie, maar ook hoe het systeem "beter kan". Alsof het het systeem is, dat geholpen moet worden en niet de jongeren die het betreft. Met andere woorden, voor de onderzoekster is het registratiesysteem het doel geworden en niet meer een middel om risicojeugd bij te sturen.

    Vandaag verscheen een evaluatierapport over de inzet van de Verwijsindex Risicojongeren. De evaluatie werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Op basis van deze evaluatie zullen de minister en de Tweede Kamer kijken waar regels en wetgeving aangepast moeten worden. Prima dus.
    Tot zover het goede nieuws. Want het beeld van de verwijsindex dat uit het rapport opstijgt is niet best. En ook van de manier waarop de onderzoekster (ja, iemand deed deze evaluatie even in haar eentje) te werk is gegaan stemt niet vrolijk. Natuurlijk doet zij haar werk in opdracht van de minister, maar het is geen beste evaluatie. En zelfs dan nog moeten de bevindingen de kamerleden aan het denken zetten.

    Verwijsindex

    De Verwijsindex Risicojongeren is een registratiesysteem bedoeld om jongeren die in een risicoprofiel passen, preventief bij te kunnen sturen. Op basis van 'meldcriteria' kunnen scholen, artsen en nog wat groepen een jongere in het systeem plaatsen. Als er voldoende meldcriteria worden aangevinkt, gaan de alarmbellen rinkelen en komt de 'hulp' in actie. Meldcriteria zijn oa. of een kind voldoende vriendjes heeft en of het kind wel voldoende "hobby's en interesses" heeft. Het registratiesysteem is sinds augustus 2010 een verplicht instrument.

    Onvoldoende

    Uit het evaluatierapport blijkt dat het rapportcijfer voor de meerwaarde van de verwijsindex een 5,9 is. In normaal Nederlands betekent dat, dat de hulpverleners dit systeem geen voldoende geven. Daarbij vindt slechts 21% van de professionals die met het systeem werken, dat de hulpverlening voor jeugdigen door dit systeem is verbeterd. 79% van de hulpverleners vindt dus dat dit systeem geen meerwaarde heeft. Hoeveel van die 79% vinden dat de hulpverlening zelfs slechter is geworden, wordt in het rapport niet vermeld. Ook met de stelling dat professionals onderling beter samenwerken, is slechts 30% het eens. Hoevelen vinden dat de onderlinge samenwerking verslechtert, omdat het systeem in de plaats komt van de persoonlijke contacten, wordt niet vermeld.

    Faliekant de mist in

    En dat is precies waar deze evaluatie faliekant de mist in gaat. Het heeft alleen naar de positieve signalen voor de verwijsindex gekeken. Niet alleen bij de vraagstelling naar de huidige situatie, maar ook hoe het systeem "beter kan". Alsof het het systeem is, dat geholpen moet worden en niet de jongeren die het betreft. Met andere woorden, voor de onderzoekster is het registratiesysteem het doel geworden en niet meer een middel om risicojeugd bij te sturen.
    Het zal u dan ook niet verbazen dat dit moeizaam werkend systeem de volgende aanbevelingen meekrijgt: Vergroot de meldingsbereidheid, bevorder als organisatie het gebruik van de verwijsindex, maak de kring met meldingsbevoegden groter. Kortom, het systeem krijgt van de gebruikers een onvoldoende en de hulp wordt er niet beter van, dus moeten we het systeem uitbreiden en intensiever gaan gebruiken. Begrijpt u het nog?

    Alternatief

    Er is één punt in het rapport waarop de verwijsindex een duidelijke meerwaarde blijkt te hebben. En dat is als jongeren verhuizen en uit het zicht van de huidige hulpverleners raken. Door het landelijke systeem weten ze nu in de nieuwe woonplaats dat er een risicojongere aan komt. Zou een aanbeveling daarom niet beter zijn om de verwijsindex af te schaffen en een verhuisindex in te voeren?
    Op basis van dit rapport zou mijn conclusie zijn: onderzoek wat je aan registraties kan verminderen, zodat je het enkele positieve punt kan bewaren. Stop de doorgeschoten registratie, want die staat in de weg van het persoonlijk contact tussen hulpverleners in de regio. 

    Stop met evaluaties die systemen als uitgangspunt nemen en steek energie in onderzoek hoe je de jongeren zelf kunt helpen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             
    (brief van Bureau Jeugdzorg Flevoland)

    Een melding naar de Verwijzingsindex wordt gelukkig wel bevestigd/gemeld aan een ouder.
    Wat in zo’n brief kan ontbreken, is: 
    – Het wettelijk kader; dat is: Hoofdstuk 1A van de Wet op de jeugdzorg (en later in de a.s. jeugdwet; www.wetten.nl);

    - De inhoud van de ontvangen melding van de oorspronkelijke melder is weer wel bij BJZ zelf op te vragen onder de Wbp;

    - Het adres van BJZ in dit geval moet men kennelijk opzoeken op de site van BJZ.
    Deze melding is geen AMK-melding; bij de gemeente komt slechts de naam en sofinummer te liggen, waardoor een tweede ‘professional’/’beroepskracht’ (uch en zucht, wat een nietsbetekenend nonsense-woord) kan gaan overleggen met de andere melder. 

    De in brief gegeven adressen zijn van de gemeenten. Als men daar eerst om inzage vraagt, om te weten wat de inhoud van de melding zou zijn, heeft men weer dagen of weken verloren.

    Er staat dat de ‘beroepskrachten’, een ander woord voor ‘professionals’ dus mogelijk ‘ondeskundigen’ (van school, consultatiebureau of BJZ), bij een tweede melding kunnen overleggen om te gaan.... 'helpen'

    Er staat dus niet diagnostisch “onderzoeken” of hulp nodig zou kunnen zijn!
    Men hoeft als ouders niet meteen in angst te vervallen, maar moet nu wel laat-preventief actie ondernemen, zakelijk en kort ’t dossier opvragen bij de echte meldende instantie{s} onder Wbp (http://wetten.overheid.nl/BWBR0011468/ 35...), en weten en voorbereid zijn op wat men moet doen of moet zwijgen bij benadering van jeugdbeschermers, jeugdzorgwerkers, RvdK, BJZ e.d.. Er zijn ouderorganisaties waar men lid van kan zijn. 

    Wat te doen bij onraad

    Bij onraad, dus bijvoorbeeld, bij het ontvangen van zo’n brief moet men meteen een afspraak met een echte diagnost (orthopedagoog-generalist) maken (op schrift), met het kind. Dit in verband met UvbWjz artikel 3 of 4, lid 2 tegenover lid 1. Bewijs! (Mondelinge zaken bevestigen met brief). 
    Lid 1 gaat over het ondeskundig ‘recht’ op jeugd‘zorg’, waar lid 2 gaat over het echte recht van gezondheidszorg naar IVRK artikel 24. 

    Ook ouders dienen de wet te kennen, en dat is echt aanbevolen.
    U gaat liever toch zelf voor een ziekte naar de dokter of medisch specialist, en niet naar de professionele schoonmaker op de gang? 
    U kan na zo’n brief weinig tijd over hebben!
    (Dit geldt ook voor andere provincies).


    Ik wil mijn zoon zien

    10 juni 2011 -

    De strijd over de omgang van ouders met kinderen na een echtscheiding kan leiden tot een heftige strijd, die soms over de rug van kinderen uitgevochten wordt. Recent heb ik mij bezig gehouden met het geval van Marcel* en zijn zesjarige zoon Brent*.

    Marcel scheidt in 2006 van de moeder van de toen tweejarige Brent. Om het weekend is Brent bij zijn vader. In 2007 wordt Brent onder toezicht gesteld en in een pleeggezin geplaatst. Na de uithuisplaatsing verandert de omgangsregeling tussen Marcel en Brent. Marcel mag Brent eens per maand een paar uur zien. Marcel wil vaker omgang met Brent, maar Bureau Jeugdzorg houdt dit tegen. In Brents dossier ligt een verklaring van Marcels ex dat er sprake is geweest van huiselijk geweld.…

    'Huiselijk geweld'? Ik zou mijn gezinsleden nooit iets aandoen.

    Mijn ex kletst,’ zo schrijft Marcel in een brief die hij mij stuurt omdat hij het gevoel heeft dat hij vastloopt. Bureau Jeugdzorg heeft de bewering van zijn ex zonder nader onderzoek voor waar aangenomen omdat deze informatie door de Raad voor de Kinderbescherming is doorgespeeld.

    Er staat meer belastende informatie over Marcel in het dossier waarover hij zelf zegt dat deze niet klopt. De gezinsvoogd met wie hij hierover een gesprek heeft, schrijft dat ze zich door Marcel geïntimideerd voelt. Wat hij heeft gedaan om haar dat gevoel te geven, staat er niet bij. Volgens Marcel wordt hij onterecht afgeschilderd als een boeman; hij wilde alleen maar zorgen dat de informatie in het dossier van Brent klopt.

    Hij schrijft de klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg. De uitspraak van de klachtencommissie luidt: de informatie in het dossier is belastend voor de vader en is nooit gecontroleerd. Die uitspraak leidt echter niet tot aanpassing van het dossier. Dus blijven de belastende verklaringen gewoon in het dossier. Ik vraag Bureau Jeugdzorg om een toelichting. Jeugdzorg is met de Raad voor de Kinderbescherming van oordeel dat de informatie helder genoeg is.

    Het huiselijk geweld staat onder het kopje ‘Mening moeder’. Bovendien stellen zij dat het niet de taak is van de Raad om de waarheid te achterhalen. Het gaat volgens hen om het vinden van de juiste oplossing. ‘Niet de taak om de waarheid te achterhalen’ is een zinnetje dat mij onaangenaam treft als ik alle stukken heb gelezen. Het is de taak van een overheidsinstantie om onpartijdig en niet vooringenomen te zijn. Bureau Jeugdzorg heeft naar Marcels idee een negatief beeld van hem en neemt beschuldigingen van zijn ex klakkeloos aan. Nooit is onderzocht of er bijvoorbeeld aangifte van huiselijk geweld is gedaan, en of Marcel hiervoor vervolgd is.

    Ik vind dat Jeugdzorg zich actiever had moeten opstellen. Als ze een verklaring willen opnemen in een rapport, moet eerst de juistheid getoetst worden. Alleen over feiten kan een rechter immers een goed oordeel vormen.
    Nationale Ombudsman

    (namen zijn veranderd)

                       Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

    De Nationale Ombudsman en Waarheidsvinding


    Uit een drietal uitspraken van de Nationale ombudsman uit 2011 blijkt onloochenbaar dat BJZ, en de Raad en het AMK weten dat zij niet aan waarheidsvinding doen. Een problematische situatie omdat de kinderrechters die verzoeken van de Raad ten behoeve van BJZ te behandelen krijgen de zaken in enkelvoudige kamers achter gesloten deuren behandelen en daarbij géén onderzoeksrechter zijn zoals een rechter commissaris of een rechter in strafzaken. Kinderrechters zijn relatief lijdelijk en vertrouwen in grote mate op de adviezen en rapportages van de Raad, BJZ en het AMK. De Raad is immers de Raad van bescherming en niet de Raad van gebrek aan waarheidsvinding.

    Gezien de wettelijke taak van de Raad bevreemd het dat de Raad deze problematiek niet ambtshalve aan de orde stelt en hoog op de politieke agenda zet en ondanks de afwezigheid van waarheidsvinding bij de eigen organisatie, uit huis plaatsingen en onder toezicht stellingen blijft aanvragen bij kinderrechters. Methoden en middelen die door BJZ en de Raad en het AMK worden ingezet zijn vergelijkbaar met strafrechtelijke methoden en middelen. Niet zelden wordt de sterke arm ingezet om jeugdigen met veel machtsvertoon bij ouders weg te halen en in handen van BJZ te plaatsen.

    Wanneer een verdachte van strafbare feiten iets dergelijks overkomt terwijl politie en justitie niet aan waarheidsvinding doen is het huis te klein, bij BJZ en de Raad en het AMK is deze inbreuk op de rechten van mensen voor advocaten niet standaard aanleiding om schande te spreken. De volgende drie rapporten van de Nationale ombudsman horen ‘by default’ opgenomen te zijn in het repertoire wat advocaten tot de beschikking hebben bij en tijdens het behartigen van de belangen van jeugdigen en ouders indien zij geconfronteerd worden met enige bemoeienis van BJZ, de Raad of het AMK met het gezin:

    Rapportnummer: 2011/015 van 17 januari 2011:

    In overweging 1 staat:


    Van Bureau Jeugdzorg kan immers niet worden verwacht dat er aan waarheidsvinding wordt gedaan, aldus de directie

    In overweging 5 met de zienswijze va BJZ staat:

    Bovendien doet de Raad niet aan waarheidsvinding.

    In de aanbeveling van de Nationale ombudsman staat:


    De stelling van de Raad voor de Kinderbescherming of van Bureau Jeugdzorg dat er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, is geen vrijbrief om de mening van één van de strijdende partijen zonder verifiëring in de rapportages op te nemen.


    Rapport: 2011/126 van 12 april 2011:

    In overweging 7 staat:

    Het AMK doet volgens haar niet aan waarheidsvinding.


    In overweging 15 staat:

    De toenmalige directeur benadrukte dat het AMK niet aan waarheidsvinding doet.


    In overweging 25 staat:

    De stelling van de directeur dat BJZ niet aan waarheidsvinding doet is geen vrijbrief om een verklaring van één van de ouders zonder verifiëring als feit in een rapportage op te nemen.


    Rapport: 2011/128 van 21 april 2011 (2011/128):

    In overweging 5 als visie van de Raad voor de Kinderbescherming:

    De Raad doet niet aan waarheidsvinding

    In overweging 7 staat:

    De Raad daarentegen heeft laten weten dat zij zelf niet aan waarheidsvinding doen

    In overweging 8 staat:


    De Nationale ombudsman heeft ook in eerdere rapporten (waaronder rapport 2011/015: Nationale ombudsman) voorop gesteld dat de stelling van onder andere de Raad, dat er niet aan waarheidsvinding wordt gedaan, geen vrijbrief is om de mening van één van de strijdende partijen zonder verifiëring in de rapportages op te nemen.

    Op grond van bovenstaande feiten waarbij uit eigen verklaringen van BJZ en de Raad en het AMK blijkt dat zij zich bewust zijn dat zij niet aan waarheidsvinding doen, is de redelijke conclusie gerechtvaardigd dat de wijze waarop deze organisaties zich in de samenleving manifesteren onwetmatig en derhalve ter ene male onwenselijk is. Duizenden jeugdigen en ouders hebben maatregelen opgelegd gekregen waarvan door het ontbreken van waarheidsvinding niet gezegd kan worden dat deze maatregelen terecht zijn opgelegd of uitgevoerd. De ervaring met BJZ en de Raad en het AMK is dat deze organisaties zich niks aantrekken van het eigen gebrek aan waarheidsvinding en op basis van horen zeggen verklaringen jeugdigen en ouders voortgaand in problemen brengen, om daar zelf van te profiteren.

    Er gaan miljarden om in de jeugdzorg waarbij op basis van het gebrek aan waarheidsvinding bij BJZ en de Raad en het AMK met zekerheid vast te stellen is dat elke euro besteed wordt aan een corrupt systeem waar jeugdigen in het algemeen géén belang bij hebben. De jeugd is de toekomst. Door het gebrek aan waarheidsvinding bij BJZ en de Raad en het AMK is elke euro aan deze organisaties besteedt een investering in een onzekere toekomst met jong volwassenen die op enigerlei wijze getraumatiseerd zijn door hun ervaringen met BJZ, de Raad of het AMK.

                           Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse