NOS-journaal
30-09-2013
Trouw
van 4 april 2011
Vorige
week zag ik de hoofdinspecteur van Jeugdzorg Gemma Tielen op het NOS journaal.
Eén
zinnetje bleef bij mij hangen
‘De
kinderen moeten … eh … naar pleegouders of …. weet ik het …. of zoiets….’ Dit
zinnetje blijft bij mij hangen. Gemma Tielen hoofdinspecteur Jeugdzorg, hakkelt
dit zinnetje uit tijdens het interview n.a.v. het onderzoeksrapport over de
gebeurtenissen rond de broers Ruben en Julian.
Hoe werkt de inspectie? Hoe
voert de inspectie haar controlerende taken
uit?
In
‘De grote ophef over incidenten zal
altijd blijven’ een interview (eind 2010 of begin 2011)met Gemma Tielen
vertelt zij het e.e.a. over de werkwijze van de inspectie.
Enkele fragmenten
hieruit:
In
het onlangs uitgekomen jaarbericht over 2010 wijzen jullie erop dat afspraken
in de jeugdzorg op uitvoerend niveau niet altijd worden nagekomen of anders
worden ingevuld. Sommige media vertaalde dat als: de jeugdzorg faalt. Dit moet
vervelend zijn…
Gemma
Tielen: ‘Soms gaan dingen echt niet goed. Je moet dat als inspectie in de
publiciteit brengen. Maar ik ben me ervan bewust dat openlijke kritiek hard
aankomt bij instellingen en sommige media daarover ongenuanceerd berichten. Ook
elk incident wordt uitgebreid belicht.
Dat zal altijd zo blijven. De
verhoudingswijze grote ophef over incidenten in de jeugdzorg is vreemd als je
het bijvoorbeeld vergelijkt met wat misgaat in ziekenhuizen. Maar een fout van
een specialist levert een ander gevoel op dan als een ouder bewust een kind
iets aandoet of een instelling onvoldoende ingrijpt. Dan krijgt het soms de
lading dat de hele jeugdzorg faalt. We moeten dus steeds zeer zorgvuldig
communiceren.’
Hoe
gaan jullie om met klachten en signalen van ouders en jeugdigen?
Gemma
Tielen: ‘Wij hebben de afhandeling van telefonische klachten neergelegd bij het
klachtenloket van de IGZ. De aanpak van beide inspecties is hetzelfde: we behandelen
geen individuele klachten. Daarvoor moeten mensen in eerste instantie bij de
instelling zelf zijn. De medewerkers van het klachtenloket wijzen hen op de
instanties die kunnen helpen bij het indienen van een klacht. Wij gebruiken
klachten en signalen van cliënten binnen ons systeem van risicogestuurd
toezicht. Als wij dat nodig vinden, vragen we bij de instelling na: wat is hier
gebeurd? Hoe hebben jullie het probleem aangepakt? Gaat het volgens ons om een
structureel probleem bij de instelling, dan onderzoeken we dit nader. Vaak gaan
klachten over bejegening. Wij hebben dit tot onderwerp gemaakt van een
themaonderzoek.’
Jullie
richten vanaf maart 2011 de aandacht meer op calamiteiten en minder op
incidenten. Waarom?
Gemma
Tielen: ‘Dat heeft te maken met de professionalisering van de sector. De
instellingen hebben tegenwoordig een HKZ-certificaat. HKZ staat voor
Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector. Een onderdeel van het
certificaat is dat instellingen zelf incidenten registreren, analyseren en
evalueren. We kijken daarom niet meer naar de incidenten, maar naar de analyses
van de instellingen. Door deze meer systeemgerichte aanpak hebben wij meer tijd
over om calamiteiten te onderzoeken. Dan heb je het over ernstige
gebeurtenissen met ernstige gevolgen. Helaas zijn er vanaf begin dit jaar weer
aardig wat calamiteiten geweest.’
Het
hele interview is te lezen op:
Iris
Pronk stelt in een interview met Gemma Tielen de vraag:
Instellingen
meldden vorig jaar 1495 incidenten bij de Inspectie Jeugdzorg, tegen 1242 in
2009.
De
inspectie gaat zich vanaf deze maand vooral op calamiteiten richten. Waarom?
Gemma Tielen: "Het ontbreekt ons aan tijd om al die 1495 incidenten te onderzoeken. De instellingen moeten zelf een registratie bijhouden, maatregelen nemen en ons eens per half jaar verslag doen. Wij concentreren ons dan op de ernstiger zaken, waarbij iemand is overleden of mensen fysieke schade hebben geleden."
Gemma Tielen: "Het ontbreekt ons aan tijd om al die 1495 incidenten te onderzoeken. De instellingen moeten zelf een registratie bijhouden, maatregelen nemen en ons eens per half jaar verslag doen. Wij concentreren ons dan op de ernstiger zaken, waarbij iemand is overleden of mensen fysieke schade hebben geleden."
Dus:
De
inspectie kijkt niet naar de incidenten.
De
inspectie behandelt geen individuele klachten en signalen.
De
inspectie verwijst ouders met hun klachten en signalen naar de instellingen
zelf.
Instellingen
zelf registreren, analyseren en evalueren incidenten, klachten en signalen.
De
inspectie kijkt naar de analyses en de evaluaties van die incidenten van de
instellingen.
De
inspectie kijkt naar calamiteiten.
Een
calamiteit is dus, volgens Gemma Tielen, een ernstiger zaak. Iemand is
overleden of heeft fysieke schade geleden. Ruben en Julian en hun vader hebben
de aandacht van de inspectie gekregen omdat ze aan die voorwaarde hebben
voldaan. Triest! Aan deze calamiteit zijn wel een reeks van incidenten vooraf
gegaan.
Hoe
jeugdzorg registreert, analyseert en evalueert, daar weten heel veel ouders,
die met deze instantie te maken hebben, alles van. Kijk er de Plannen van Aanpak op na. Goochelen
met- en manipuleren van data, gegevens en feiten, gefantaseerde bezoekjes en
gesprekken, selectief shoppen op zoek naar eventuele diskwalificerende
omschrijvingen in onderzoekrapportages opgesteld door echte professionals, enz. enz.
Een
echt gekwalificeerde professional reageerde, na lezing van zo’n Plan van Aanpak
woedend en riep vertwijfeld uit: ‘Wat hier staat is of pure dommigheid, of
bewust kwade opzet!’ Hou het maar op allebei, en ze doen het vanuit de beste
bedoelingen. Jeugdzorg zorgt vooral goed voor zichzelf. Zo krijgen ze geld en
behouden werkgelegenheid.
Jeugdzorg
kweekt incidenten, veroorzaakt psychische schade. Volgens mij lopen er in
Nederland nogal wat wandelende tijdbommetjes rond. Ouders, kinderen, die dankzij die ‘professionele’ jeugdzorg op ontploffen staan.
Voordat dit gebeurt en
Gemma Tielen weer een aantal calamiteiten moet gaan onderzoeken hoop ik dat zij
de staatssecretarissen Teeven en van Rijn en de Kamerleden nog even snel toehakkelt:
‘De
ouders en kinderen moeten … eh … naar echte deskundigen of …. waarheidsvinding
moet … en …. eh … weet ik het …. of zoiets….’
Y.B.








