vrijdag 11 oktober 2013

Weet ik het...?

NOS-journaal 30-09-2013

Vorige week zag ik de hoofdinspecteur van Jeugdzorg Gemma Tielen op het NOS journaal.
 
Eén zinnetje bleef bij mij hangen

‘De kinderen moeten … eh … naar pleegouders of …. weet ik het …. of zoiets….’ Dit zinnetje blijft bij mij hangen. Gemma Tielen hoofdinspecteur Jeugdzorg, hakkelt dit zinnetje uit tijdens het interview n.a.v. het onderzoeksrapport over de gebeurtenissen rond de broers Ruben en Julian.
 
Hoe werkt de inspectie? Hoe voert de inspectie haar controlerende taken  uit?

In ‘De grote ophef over incidenten zal altijd blijven’ een interview (eind 2010 of begin 2011)met Gemma Tielen vertelt zij het e.e.a. over de werkwijze van de inspectie.
 
Enkele fragmenten hieruit:

In het onlangs uitgekomen jaarbericht over 2010 wijzen jullie erop dat afspraken in de jeugdzorg op uitvoerend niveau niet altijd worden nagekomen of anders worden ingevuld. Sommige media vertaalde dat als: de jeugdzorg faalt. Dit moet vervelend zijn…

Gemma Tielen: ‘Soms gaan dingen echt niet goed. Je moet dat als inspectie in de publiciteit brengen. Maar ik ben me ervan bewust dat openlijke kritiek hard aankomt bij instellingen en sommige media daarover ongenuanceerd berichten. Ook elk incident wordt uitgebreid belicht.
 
Dat zal altijd zo blijven. De verhoudingswijze grote ophef over incidenten in de jeugdzorg is vreemd als je het bijvoorbeeld vergelijkt met wat misgaat in ziekenhuizen. Maar een fout van een specialist levert een ander gevoel op dan als een ouder bewust een kind iets aandoet of een instelling onvoldoende ingrijpt. Dan krijgt het soms de lading dat de hele jeugdzorg faalt. We moeten dus steeds zeer zorgvuldig communiceren.’

Hoe gaan jullie om met klachten en signalen van ouders en jeugdigen?

Gemma Tielen: ‘Wij hebben de afhandeling van telefonische klachten neergelegd bij het klachtenloket van de IGZ. De aanpak van beide inspecties is hetzelfde: we behandelen geen individuele klachten. Daarvoor moeten mensen in eerste instantie bij de instelling zelf zijn. De medewerkers van het klachtenloket wijzen hen op de instanties die kunnen helpen bij het indienen van een klacht. Wij gebruiken klachten en signalen van cliënten binnen ons systeem van risicogestuurd toezicht. Als wij dat nodig vinden, vragen we bij de instelling na: wat is hier gebeurd? Hoe hebben jullie het probleem aangepakt? Gaat het volgens ons om een structureel probleem bij de instelling, dan onderzoeken we dit nader. Vaak gaan klachten over bejegening. Wij hebben dit tot onderwerp gemaakt van een themaonderzoek.’

Jullie richten vanaf maart 2011 de aandacht meer op calamiteiten en minder op incidenten. Waarom?

Gemma Tielen: ‘Dat heeft te maken met de professionalisering van de sector. De instellingen hebben tegenwoordig een HKZ-certificaat. HKZ staat voor Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector. Een onderdeel van het certificaat is dat instellingen zelf incidenten registreren, analyseren en evalueren. We kijken daarom niet meer naar de incidenten, maar naar de analyses van de instellingen. Door deze meer systeemgerichte aanpak hebben wij meer tijd over om calamiteiten te onderzoeken. Dan heb je het over ernstige gebeurtenissen met ernstige gevolgen. Helaas zijn er vanaf begin dit jaar weer aardig wat calamiteiten geweest.’

Het hele interview is te lezen op:
 
 
Trouw van 4 april 2011

Iris Pronk stelt in een interview met Gemma Tielen de vraag:

Instellingen meldden vorig jaar 1495 incidenten bij de Inspectie Jeugdzorg, tegen 1242 in 2009.

De inspectie gaat zich vanaf deze maand vooral op calamiteiten richten. Waarom?

Gemma Tielen: "Het ontbreekt ons aan tijd om al die 1495 incidenten te onderzoeken. De instellingen moeten zelf een registratie bijhouden, maatregelen nemen en ons eens per half jaar verslag doen. Wij concentreren ons dan op de ernstiger zaken, waarbij iemand is overleden of mensen fysieke schade hebben geleden."
 

Dus:

De inspectie kijkt niet naar de incidenten.

De inspectie behandelt geen individuele klachten en signalen.

De inspectie verwijst ouders met hun klachten en signalen naar de instellingen zelf.

Instellingen zelf registreren, analyseren en evalueren incidenten, klachten en signalen. 

De inspectie kijkt naar de analyses en de evaluaties van die incidenten van de instellingen.

De inspectie kijkt naar calamiteiten. 

Een calamiteit is dus, volgens Gemma Tielen, een ernstiger zaak. Iemand is overleden of heeft fysieke schade geleden. Ruben en Julian en hun vader hebben de aandacht van de inspectie gekregen omdat ze aan die voorwaarde hebben voldaan. Triest! Aan deze calamiteit zijn wel een reeks van incidenten vooraf gegaan.  

Hoe jeugdzorg registreert, analyseert en evalueert, daar weten heel veel ouders, die met deze instantie te maken hebben, alles van.  Kijk er de Plannen van Aanpak op na. Goochelen met- en manipuleren van data, gegevens en feiten, gefantaseerde bezoekjes en gesprekken, selectief shoppen op zoek naar eventuele diskwalificerende omschrijvingen in onderzoekrapportages  opgesteld door echte professionals, enz. enz.
 
Een echt gekwalificeerde professional reageerde, na lezing van zo’n Plan van Aanpak woedend en riep vertwijfeld uit: ‘Wat hier staat is of pure dommigheid, of bewust kwade opzet!’ Hou het maar op allebei, en ze doen het vanuit de beste bedoelingen. Jeugdzorg zorgt vooral goed voor zichzelf. Zo krijgen ze geld en behouden werkgelegenheid. 

Jeugdzorg kweekt incidenten, veroorzaakt psychische schade. Volgens mij lopen er in Nederland nogal wat wandelende tijdbommetjes rond. Ouders, kinderen, die dankzij die ‘professionele’ jeugdzorg op ontploffen staan.
 
Voordat dit gebeurt en Gemma Tielen weer een aantal calamiteiten moet gaan onderzoeken hoop ik dat zij de staatssecretarissen Teeven en van Rijn en de Kamerleden nog even snel toehakkelt:  

‘De ouders en kinderen moeten … eh … naar echte deskundigen of …. waarheidsvinding moet … en …. eh … weet ik het …. of zoiets….’ 

Y.B.

donderdag 10 oktober 2013

Behoorlijk brutaal

Column van Erik Gerritsen 


Het is behoorlijk brutaal, om te beweren dat het aantal uithuisplaatsingen met 50% of meer naar beneden kan, omdat jeugdzorg sinds kort PROFESSIONELER is gaan werken. Wat heeft jeugdzorg dan al die jaren hiervoor gedaan!? Een muntje opgooien?  

Wat een hoopvolle boodschap zo opeens vanuit jeugdzorgland, nadat BJZ de afgelopen jaren genadeloos op haar donder heeft gekregen van ontevreden ouders en advocaten die zich steeds meer beginnen uit te spreken tegen de zorgterreur. En wat een leuk bericht voor al die ouders die nog onder het 'oude systeem' van de jeugdzorg hebben mogen genieten. Ouders die nodeloos hun kinderen zijn kwijtgeraakt, omdat BJz toen nog niet geprofessionaliseerd was.  

Krijgen deze mensen nu met terugwerkende kracht, in het licht van de nieuwe inzichten hun kinderen terug? Of blijft in al die zaken zoals die van Arlette Heskes,  Jordy en de Culemborg-affaire de verkramping bestaan?  

Is fouten toegeven alleen mogelijk, tussen neus en lippen door bij een sprong voorwaarts , onder het motto 'zo amateuristisch  en autoritair als toen, doen we het niet meer'?  

Fijn, dat er niet nog meer onnodige jeugdzorgslachtoffers zullen komen, indien deze mooie droom doorgang zal vinden. Het lijkt me dan wel zaak, om naast meer respect (en Eigen Kracht) voor ouders, nog een klein dingetje in te voeren, genaamd 'materiële toetsing' (van hypothetische ontwikkelingsbedreiging), zodat die zaken die makkelijk controleerbaar zijn (een trap waar moeder zogenaamd vanaf geduwd is door vader) straks ook echt gecontroleerd zullen worden, zodat in rapportages niet langer de niet-bestaande trap (in de gelijkvloerse woning) kan blijven voortspoken en jeugdzorg kan doen alsof het 'moeders woord tegenover dat van vader' is.  

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/01/de-spook-ots.html 

Ook een 'positievere' jeugdzorg moet zich baseren op feiten en niet op de vermoedens en speculaties van de hulpverleners. Eigen Kracht is net zo goed een dwangsysteem, waar niemand mee opgezadeld wil worden, als er niet werkelijk iets aan de hand is. Jeugdzorg moet leren om feiten en de interpretatie van feiten, als twee aparte dingen te zien. Jeugdzorg wordt pas echt professioneel, als ze niet langer de feiten binnen haar eigen subjectieve beleving trekt en misvormt naar de reeds bestaande vermoedens of ze gewoon negeert, omdat ze het bestaande beeld niet lijken te bevestigen (tunnelvisie).  

Een hoop werk voor een organisatie die zo lang gewend was om haar gang te kunnen gaan, totdat internet roet in het eten gooide. Maar jeugdzorg is nu op de goede weg en wij blijven met z’n allen flink druk uitoefenen, bij wijze van aanmoediging. En als het straks allemaal gelukt is jeugdzorg, dan niet vergeten om ook de rotzooi op te ruimen die achter jullie ligt. De spanningsboog van het heden, wordt tenslotte gevormd door een duidelijke visie voor de toekomst en een volledige erkenning (en herstel) van wat er gebeurd is in het verleden. 
 

Sven Snijer 

Decentralisatie Jeugdzorg Amsterdam

(Met commentaar van Sven Snijer)  

Artikel,   

31 mei 2013  


Amsterdam gaat dit jaar proefdraaien met de nieuwe inrichting van de jeugdzorg. Pieter Hilhorst, wethouder financiën, onderwijs en jeugdzaken legt uit waarom dit noodzakelijk is. 

Wethouder Hilhorst: ‘Al eerder is het jeugddomein in Amsterdam doorgelicht. Het is duidelijk dat de zorg nu te versnipperd, te duur en te bureaucratisch is. Dit creëert machteloosheid bij cliënten en hulpverleners. Het moet eenvoudiger, dichterbij, meer vanuit de eigen kracht van opvoeders en jeugdigen en met meer vrijheid van professionals.’ 
 

Vier nieuwe zorgvormen  

In het huidige jeugdstelsel is er een indeling naar zorgzwaarte (nulde, eerste, tweede lijn) en naar sectoren,  zoals jeugdgezondheidszorg, opvoed- en opgroeiondersteuning en jeugdzorg. Amsterdam laat dat los en creëert vier zorgvormen:  

Digitaal platform

Waarin voorlichting, advies, en hulp geboden kan worden via de virtuele wereld. Het is een podium voor zelfhulpinitiatieven en voor een presentatie van het zorgaanbod (de zorgmarktplaats). 
 

Ouder- en kindteams en Samen DOEN-teams

De ouder- en kindteams stimuleren de sociale veerkracht van ouders en jeugdigen. Ook geven zij hen voorlichting, advies en hulp in de buurt, wijk en school. De Samen DOEN-teams zijn specifiek voor kwetsbare gezinnen én huishoudens die intensievere begeleiding nodig hebben als gevolg van verminderde zelfredzaamheid.
{Wie bepaalt of een gezin een ‘kwetsbaar’ gezin is?} 

Flexibel aanbod

Aanvullend en kan meer gespecialiseerde ondersteuning bieden. In principe is dit vrij toegankelijk. Voor intensievere zorg is verwijzing van ouder- en kindteams, Samen DOEN-teams of huisarts nodig. 
 

Gespecialiseerde voorzieningen

De gespecialiseerde stedelijke en regionale voorzieningen zijn voorzieningen die zo gespecialiseerd zijn dat ze regionaal of landelijk worden georganiseerd. Dat zijn de jeugdbescherming en reclassering, expertise en behandelcentra, de crisisdienst en de residentiele opvang.
{Dus de expertise komt alleen om de hoek kijken op het niveau van jeugdbescherming (mishandeling), reclassering (criminaliteit) en crisisdienst/residentiële opvang (als het al helemaal mis is gegaan) Wat een fijn idee dat je dan pas hulp kunt ontvangen van een beetje niveau. En alles wat nog niet in crisis is geraakt, mag het doen met amateuristische goede bedoelingen, waarbij ze om een financiële besparing te realiseren de ‘etiketjes’ er gewoon vanaf halen. Zo kunnen kinderen die echt autisme hebben, of een soortgelijke pervasieve ontwikkelingsstoornis, door de Ouder & Kind-teams getreiterd worden onder het mom van een ‘kwetsbaar gezin’ met ‘pedagogisch onmachtige’ ouders. Als vervolgens jeugdzorg dit gezin met haar insinuaties en onderbuikgevoelens steeds dieper in de ellende heeft geholpen en er sprake is van een echte crisis, krijgt de jeugdige alsnog de broodnodige diagnose; in de instelling waar deze dan (uit huis) geplaatst is! 

Ondersteuning dichterbij en meer integraal  

Waarom deze nieuwe indeling? Pieter Hilhorst: ‘Op deze manier doorbreken we de oude schotten en zorgen we ervoor dat ondersteuning aan ouders en hun kinderen dichterbij en integraler geboden wordt. Het is geen keiharde wetenschap maar wij denken dat het dichterbij hulp bieden ons de beste garanties geeft om zoveel mogelijk te ontzorgen en te normaliseren. Ouders en kinderen hebben de ‘etiketjes’ niet meer nodig om steun te krijgen. De professional wordt meer een onderdeel van het sociaal netwerk en zal dus geneigd zijn dat netwerk meer bij de oplossingen te betrekken.’  

Nieuwe taken jeugdprofessional  

Het digitale platform, de ouder- en kindteams en de Samen DOEN-teams vormen samen de basisstructuur van het nieuwe stelsel in de stad. De nieuwe jeugdprofessional moet in staat zijn om te herkennen wat er aan de hand is bij een cliënt en weten wat dichtbij opgelost kan worden en wat naar specialisten verwezen moet worden. Daarnaast zal de nieuwe jeugdprofessional verantwoording moeten leren afleggen over  teveel of te weinig verwijzingen en zich daarmee verantwoordelijk leren voelen voor de budgetbeheersing en het resultaat van de geboden hulp, aldus de wethouder. Hoe beoordeel je dan wat te veel of te weinig is? Hilhorst: ‘Door dat  te monitoren en te benchmarken op verschillen tussen de wijken.’  

Sturing op proces, kwaliteit en bekostiging  

Amsterdam staat dus aan de vooravond van een gigantische omslag die vraagt om strakke sturing op het proces, de kwaliteit en de bekostiging. Hoe gaat Amsterdam dat doen? Pieter Hilhorst: ‘We sturen op verschillende manieren: via de ouder- en kindteams en Samen DOEN-teams. Zij bewaken de kwaliteit van de zorg en stimuleren de sociale veerkracht. Zij sturen in de uitvoering het zorggebruik door problemen klein te houden en de eigen kracht te stimuleren, via de kwaliteits- en budgetregisseurs die gebiedsgericht budgetten bewaken en sturen. {Dit is een mooie: ‘Ze stimuleren de sociale veerkracht’. Dat is in jeugdzorgtermen dat zij bepalen wat er nodig is, op het niveau van goede bedoelingen zonder diagnostisch inzicht, want doorverwijzing willen ze het liefst tot een minimum beperken vanwege de kosten.  

Als alternatief voor echte expertise, gaan ze zich bemoeien met het sociale netwerk van mensen en beoordelen of de ouders wel ‘voldoende’ sociale contacten hebben, of dat de kinderen wel ‘genoeg’ vriendjes en vriendinnetjes hebben en of ze ‘genoeg’ aan na-schoolse sporten doen. (Een balletje trappen met de buurtkinderen staat niet officieel geregistreerd, dus dat telt niet) Deze sociale beoordeling/veroordeling van het gezin, (door de HBO-geschoolde Ouder& Kind-adviseur, waar niemand om gevraagd heeft en die een minder goede vertrouwensband heeft met ouders dan hun eigen huisarts), is een lichter variant op de Amerikaanse ‘koelkastmoeder/ vader’ uit de jaren ’50. (kind met autisme => ‘moeder is niet in staat liefde te geven’)   

De niet-diagnostisch gespecialiseerde O&K-teamwerker gaat beoordelen of u als gezin wel ‘normaal’ bent en of u wel recht heeft op gespecialiseerde hulp. Want het mag niet teveel geld kosten, en misschien heeft uw kind wel helemaal geen kind-eigen problematiek en bent u gewoon ‘sociaal zwak’.   

De O&Kadviseur kan ‘drang’ uitoefenen (dwang in de vorm van chantage) om een gezin met hulp op te zadelen die niet op zijn plaats is en die niet werkt. Dat lijkt sympathiek, want ‘uw eigen netwerk wordt erbij betrokken’. Maar het kan ook andersom gelden; uw netwerk (en wat men daar eventueel aan vindt mankeren) kan gebruikt worden om u te veroordelen, te vernederen en uw gezinsstructuur te bedreigen, zoals we bijvoorbeeld hebben kunnen lezen in de brief van die moeder die met haar kind voor jeugdzorg is gevlucht naar het buitenland. Er stonden ‘te weinig’ geboortekaartjes op de schoorsteenmantel….en dat was verdacht.  http://jeugdzorg-darkhorse-plus.blogspot.nl/2013/05/praktijk-van-jeugdzorg-3.html

De grote vraag bij het Amsterdamse plan blijft natuurlijk, wat er gebeurt als het zorgteam in de wijk vindt dat u sociaal zwak bent, terwijl u zelf een andere mening bent toegedaan? Wat kunt u doen om zich daartegen te verweren? Weerstand wordt door mensen met een jeugdzorgmentaliteit per definitie beschouwd als ‘gevaar voor het kind’, want een probleem in de relatie met de cliënt ligt nooit aan de ‘professional’. Twijfelen aan de professional staat gelijk aan straf (drang). Indien de drang leidt tot een ondertoezichtstelling, kan deze na beëindiging door de rechter nog jaren gerekt worden met een spook-OTS in de vorm van extra in de gaten gehouden worden door het Samen Doen-team.  Welke ouder zal zijn hoofd als eerste in deze sociale strop steken… }   http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/01/de-spook-ots.html 

Verdeling budget  

Op dit moment wordt gewerkt aan het ontwikkelen van objectieve indicatoren om het budget per wijk te kunnen verdelen via de stedelijke sturing op beleidskaders. Een centrale beleidsafdeling monitort de resultaten en bewaakt de begroting. En de vierde sturing doen wij via de regionale afspraken over de gespecialiseerde voorzieningen. Een centraal inkoopbureau contracteert of subsidieert alle zorgaanbieders. Op deze manieren houden we centraal de regie op het nieuwe jeugdstelsel. Eén integraal budget vraagt om een andere manier van sturen die niet alleen gericht is op financiën maar ook gericht is op wat de behaalde resultaten zijn.’ 

Aandacht voor cliënten?  

Tijdens de besprekingen van het plan door de commissie jeugd van Amsterdam kwam aan de orde dat er te weinig aandacht is voor cliëntenbelangen en de rol van cliëntenorganisaties. Verrassend, gezien de achtergrond van Hilhorst als ombudsman. Hoe gaat hij dit oplossen? ‘Dit jaar gaan we op verschillende plekken in de stad proefdraaien met de nieuwe inrichting van de jeugdzorg. Bij de beoordeling van deze proeftuinen is de mening van cliënten van groot belang. Het gaat erom dat zij meer vertrouwen krijgen in de aangeboden hulp, zodat ze sneller weer zelf de problemen de baas kunnen. Hun ervaringen zijn dus een directe graadmeter voor het succes van de omslag. Ook mensen die in de jeugdzorg werken, willen we betrekken we bij de transitie  {Dat hoeft niet apart, want de Ouder en Kind-adviseurs zijn al omgeschoolde jeugdzorgmedewerkers, dus van die mentaliteit is het plan al doortrokken.}  We zijn gestart met een leergemeenschap waarin zij hun ervaringen kunnen delen en kunnen schetsen hoe zij de hulp georganiseerd willen zien.’  

Risico: noodzaak tot bezuiniging  

Zitten er risico’s aan de hele operatie? Hilhorst: ‘Ik zie een aantal risico’s. We hebben deze omslag in denken en handelen nodig om de ontstane machteloosheid van cliënten en hulpverleners tegen te gaan. De focus moet gericht blijven op cliënten zodat zij meer grip krijgen op hun eigen leven zonder te medicaliseren {De vraag van het medicaliseren zou eigenlijk niet door politici moeten worden behandeld, maar door mensen die verstand hebben van aangeboren problematiek bij kinderen en het effect van medicatie op het gedrag. Hoe kan het bestaan dat politici vinden dat er minder etiketjes moeten komen? Als beslissingen op dit gebied niet genomen worden op grond van degelijke kennis (vanuit de sector, psychologen/ psychiaters) zullen de kinderen die echt iets mankeren juist weer het slachtoffer worden van deze politieke actie, die gestimuleerd wordt door bezuinigingen. We zien al zo vaak dat de jeugdzorgmedewerker voor psychiater speelt “Moeder heeft vermoedelijk psychische problematiek’ en nu doen de politici hetzelfde maar dan in omgekeerde richting: ‘Kind mankeert niets’.} Als deze kwaliteitsverbetering voorop staat dan gaan we effectiever werken en zal dat uiteindelijk geld opleveren. Ik zie als risico dat deze ideologie gecompromitteerd wordt door de noodzaak om te bezuinigen.‘  

Overgang moet goed worden voorbereid  

‘Als gemeente moeten we te allen tijde de bescherming van kinderen kunnen garanderen. Echter één gruwelijk incident kan het nieuwe jeugdstelsel aan het wankelen brengen doordat zo’n incident gezien kan worden als de schuld van de veranderingen. Immers niet iedereen wil veranderen. Daar ligt een andere vrees. Wat als het ons niet lukt om iedereen in het proces mee te nemen? Daarom wil gemeente Amsterdam extra investeren om de overgang goed voor te bereiden.’  

Meer informatie  

Wilt u meer weten over het nieuwe jeugdstelsel voor Amsterdam? Lees dan meer op de website van Amsterdam 

Dit artikel is een gewijzigde versie van het hoofdartikel uit MOVISIES 17, juni 2013. Auteurs: Lou Repetur (MOVISIE) en Joanka Prakken (Nederlands Jeugdinstituut). 

Vervolging inzake De Terebint

http://eservice-data.solidam.com.s3-website-us-east-1.amazonaws.com/publication/telegraaf/native-app/issue/2013/10/10/0001/public/frame/ce5287ecfd29b8af02ddd0721902141aca5e7741.html

Vervolging ’tante’ toegejuicht

’Fysieke en geestelijke mishandeling in tehuis’ 

NIEUWLEUSEN, donderdag | door Arjen ten Cate en Rob Hirschmann  

Ex-bewoners en medewerkers van het christelijke gezinshuis De Loot in Nieuwleusen zijn opgelucht dat justitie pleegmoeder Wilma E. (72) gaat vervolgen voor diverse mishandelingen. Ook het onderzoek naar stichting De Terebint – waar De Loot onder valt – juichen ze toe. „Dat werd tijd”, zegt voormalig bewoonster Jacquelina Koopman. 

http://www.eo.nl/tv/devijfdedag/reportage-detail/justitie-onderzoekt-leefgemeenschap-terebint/  

http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3523991/2013/10/09/Oud-pleegmoeder-gezinshuis-vernederde-pleegkinderen.dhtml

In het tehuis, waarin mensen met (psychische) problemen werden opgevangen, zouden tussen 1984 en 2010 meerdere zware mishandelingen zijn gepleegd. Niet alleen lichamelijke mishandelingen, maar ook geestelijke. 

De Terebint zelf weigert om op de zaak in te gaan. „Wij hebben besloten geen commentaar te geven”, zegt een medewerkster van de stichting resoluut. Ook op de vraag waarom de onder vuur liggende christelijke stichting niets kwijt wil, komt geen antwoord. „Dat zeg ik niet”, stelt ze, voordat de hoorn erop wordt gegooid. 

Voormalige bewoners en medewerkers van zowel De Loot als de Terebint zelf schetsen een vreselijk beeld van hoe het er in de instellingen van deze stichting aan toe gaat. Een van de hoofdrolspelers in dat drama is volgens de betrokkenen Wilma E., ook wel ’tante Wilma’ genoemd. Zij runde jarenlang De Loot in Nieuwleusen en zou daarbij alle perken te buiten zijn gegaan. 

Zo gaan er verhalen over mishandelingen met mattenkloppers, bewoners die aan de haren werden getrokken of in de vrieskou buiten de deur werden gezet en kwetsbare slachtoffers die werden vastgebonden aan stoelen. 

Het Openbaar Ministerie vervolgt Wilma E. voor een nog onbekend aantal geweldplegingen, maar benadrukt dat van stelselmatige mishandelingen geen sprake was. Hoeveel zaken er op de dagvaarding van tante E. verschijnen, is afhankelijk van de bewijzen die voor elke afzonderlijke aangifte zijn gevonden. Dat kon een woordvoerder gisteren nog niet vertellen. 

In een nieuw onderzoek wordt de rol van de top van De Terebint onder de loep genomen. De stichting werd geleid door het echtpaar Grietje en wijlen Harry Terpstra. Zij zouden de grote boosdoeners in de inrichting zijn. 

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/05/stelselmatige-mishandeling-in.html


http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/05/william-schrikker-groep-reageert-op.html
 

woensdag 9 oktober 2013

Clowntje Gerritsen zegt alles 'verkeerd om'

 
Erik Gerritsen, wie kent hem niet? Deze schaamteloze jeugdzorgprediker praat iedereen naar de mond, net hoe de politieke wind waait. Hij is nooit een pleiter voor waarheidsvinding geweest, maar heeft diverse malen gewezen op de zogeheten ‘perverse prikkels’ in het jeugdzorgsysteem. Het zou door de wijze van financieren over twee Ministeries (VWS en V&J) goedkoper zijn voor Bureau Jeugdzorg om gezinnen sneller (onnodig) het gedwongen kader in te loodsen, omdat het geld dan niet uit het standaardbudget van BJz hoeft te worden betaald.  

De aanwezigheid van de perverse prikkels in het huidige systeem, impliceert dat het voor BJz voordeliger is om juist geen scheiding te hanteren tussen feiten en meningen, omdat anders ouders geen gedwongen maatregelen aangesmeerd kan worden als deze feitelijk niet nodig zijn. Pleiten tegen de perverse prikkels is een politiek/beleidsmatig streven, dat tijd nodig heeft en in de tussentijd blijven de perverse prikkels gewoon doorwerken.  

Aan waarheidsvinding doen is van een geheel andere orde. Hoe het werk van jeugdbeschermers ook wordt gefinancierd, als feiten de leidraad vormen voor hun handelen in plaats van het ‘niet-pluisgevoel’ van de AMK-medewerker/gezinsvoogd, kunnen er eenvoudigweg geen gezinnen meer uit elkaar getrokken worden door de BJz-speculanten. 

En dan blijven er voor Bureau Jeugdzorg twee mogelijkheden over: nog meer mekkeren om geld, ditmaal bij de gemeente (krokodillentranen dat ze ‘gestraft’ worden omdat ze het zo goed doen en alle ‘vrijwillige’ hulp uit eigen zak moeten betalen) of… toegeven dat een groot deel van de BJz-cliëntele helemaal niet in hun kaartenbak thuishoort en met de bemoeizuchtige twistzieke bejegening van jeugdzorg niet geholpen is, omdat ze elders beter en goedkoper geholpen kunnen worden.  

En als hij tot die dappere conclusie durft te komen, heeft Erik voor de echte probleemgezinnen nog genoeg centjes over…. 

Sven Snijer

Scheiding feiten en meningen

http://eservice-data.solidam.com.s3-website-us-east-1.amazonaws.com/publication/telegraaf/native-app/issue/2013/10/09/0001/public/frame/1fa88feedfcfb93cab09c625b8e001d92eb4d18d.html
 
Dossiers jeugdzorg moeten objectiever 

DEN HAAG, woensdag | door Jan-Willem Navis  

Hulpverleners mogen in de toekomst in rechterlijke dossiers geen eigen meningen of waarnemingen meer spuien over gezinnen waar een kind uit huis geplaatst moet worden. Alleen de feiten moeten tellen, de inkleuring daarvan moet strikt gescheiden worden. Nog te vaak baseert de rechter zijn oordeel op subjectieve waarnemingen. 

Dat vindt de VVD, die de Jeugdwet vandaag op dit punt gaat wijzigen, met steun van in ieder geval PvdA en D66. Met de motie loopt de VVD vooruit op een onderzoek dat de kinderombudsman heeft ingesteld naar de „onduidelijke rapportage door gezinsvoogden”. Erik Gerritsen, directeur van het Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, noemt de motie een steun in de rug. „Ik pleit hier al langer voor. Feiten en meningen moeten ook uit elkaar worden gehaald.” 

Boze ouders 

„In dossiers wordt vaak onjuiste informatie van hulpverleners geknipt en geplakt”, merkt het liberale Kamerlid Van der Burg uit de stroom aan brieven die ze van boze ouders krijgt. „Zaken die al zes keer zijn verbeterd, belanden zo toch een zevende keer opnieuw bij de rechter. Net als bijvoorbeeld opmerkingen van onbevoegde hulpverleners, die zonder dat ze dat kunnen beoordelen schrijven dat het gedrag van een moeder op borderline lijkt.” 

Van der Burg vindt het prima dat opinies ook onder ogen van de rechter komen. „Maar zet ze wel apart van de feiten.” Wanneer hulpverleners dit niet doen, krijgt de rechter in de toekomst de mogelijkheid daar in zijn uitspraak rekening mee te houden. „Daar doe ik veel ouders en kinderen recht mee”, zegt ze. 

De nieuwe Jeugdwet blijft voor veel beroering zorgen. Zo zijn al vijftigduizend handtekeningen verzameld tegen het voornemen om gemeenten verantwoordelijk te maken voor psychiatrische zorg aan kinderen, in plaats van de zorgverzekeraars.  

Voor de coalitie is dit onbespreekbaar. Dat komt mede doordat er twee keer zoveel kinderen bij specialistische ggz-hulp lopen dan bij de reguliere. „In geen enkele andere zorgsector komt dat voor”, zegt Van der Burg. Ze hoopt dat in de toekomst minder kinderen het etiket van een stoornis opgeplakt krijgen.
 
Jeugdzorg Dark horse: De jarenlange knechting van ouders door jeugdbeschermers, die ongestoord de wildste speculaties over hen aan rechters konden voorleggen zonder enige noemenswaardige controle op de feitelijkheid, lijkt nu toch echt zijn langste tijd gehad te hebben (ouderprotesten blijven aanhouden en krijgen momentum). En dan opeens zijn er meer politici dan Vera Bergkamp (D'66) die snakken naar feiten en -hoogst opmerkelijk- ook Jeugdzorgbestuurders voelen nu de 'verlossing' naderbij komen. Met dit voorstel van Kamerlid Verburg (VVD) wordt dan eindelijk gehoor gegeven aan een oproep van ouders die al zo lang klinkt als men zich kan herinneren, om waarheidsvinding in de jeugdzorg. Over de opmerking van BJAA-bestuursvoorzitter Erik Gerritsen mag u natuurlijk proesten, of desgewenst schaterlachen.

dinsdag 8 oktober 2013

Gemeente krijgt macht over elk gezinsprobleem

http://www.nrc.nl/nieuws/2013/10/08/ouders-slechter-af-onder-jeugdwet/ 

Door onze redacteur Elsje Jorritsma 

Ouders zijn onder de nieuwe Jeugdwet slechter af dan nu. Dat zegt Ido Weijers, hoogleraar jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht. De rechtsbescherming van ouders is al zeer gebrekkig, maar die zal verder achteruitgaan. 

De wet regelt dat gemeenten vanaf 2015 alle jeugdzorg uitvoeren. Dat doen ze het liefst met vrijwillige medewerking van de ouders, zo nodig onder dreiging van zwaardere maatregelen – de zogeheten bemoeizorg, of drang. „Er komt veel macht bij de gemeente, en de wet stelt daar niets tegenover”, stelt Weijers.

Volgens hem mengen gemeenten hun bevoegdheden.  

Dat is bijvoorbeeld zichtbaar in gemeenten waar vooruitlopend op de wet de drangaanpak al wordt toegepast, zoals Rotterdam, zegt advocaat Reinier Feiner. Daar dreigde bijvoorbeeld een voor de kinderen aangestelde gezinsvoogd een moeder te laten korten op haar bijstandsuitkering, omdat ze een nieuwe woning weigerde vanwege de slechte buurt. Weijers: „Er is geen toetsingskader voor het handelen van gemeenten in deze zogeheten vrijwillige fase. Men gaat er op gemeentelijk niveau van uit dat alles mag.” 

Een fundamenteler probleem is volgens Weijers en Feiner dat kinderbeschermingsmaatregelen worden getoetst door de civiele rechter en niet door de bestuursrechter.  

De civiele rechter is gewend aan gelijkwaardige procespartijen. Daar is geen sprake van in jeugdbescherming, en er is al jaren veel kritiek op de zwakke positie van ouders in dat proces en het gebrek aan waarheidsvinding. 

De Tweede Kamer behandelt het wetsvoorstel morgen. 

Minder privacy, zelfde zorg'kwaliteit'

Dichtbij hulp en preventie verstrekken is nog niet denken aan kwaliteit. Nog steeds adverteren Jeugdzorg Nederland en de BJz's om hèn in te kopen als de 'specialist' in jeugdzorg. Daarmee zeggen ze in feite dat 'jeugdzorg' niet kwalitatief is, want jeugdzorg heeft zich bewezen nauwelijks aan open diagnostiek te doen.  

Er al zijn decennia te veel klachten over jeugdzorg; en de bevindingen van wetenschappers (N.W. Slot e.c., Jo Hermanns, Joseph J. Doyle, S.L. Smith, R. Hoksbergen, etc.) buiten BJz zijn ook niet zo positief, in tegendeel. Slechts 5% van de interventies van BJz zijn evidence-based (elders op JDH). Als men meeneemt dat op Artsennet.nl (zoek: transitie jeugdzorg) er ook artsen en medische hoogleraren schrijven over dubieuze aspecten van deze a.s. jeugdwet, dan is 'jeugdzorg' niet de zorg die een gezin wenst.  

Het leidt te snel en te speculatief tot drang (betweterij en dreigen met OTS en UHP) en tot dwangmaatregelen via de rechter, waarbij diagnostieke grond veelal ontbreekt of niet integraal, maar sturend is verricht. Jeugdzorgwerkers zijn geen diagnosten! 
 
Kortzichtig

Teeven houdt de klachten en "krokodillentranen" op "onzekerheid". Je moet wel erg kortzichtig of gehersenspoeld zijn om dit te beweren, waar er voldoende gronden zijn gerezen in de laatste decennia om deze speculatieve (ook wel genoemd: 'als kwakzalvers werkende') zorg-ingang tot drang en dwang niet structureel op het niveau diagnostiek te brengen.

Jeugdzorg mag nog meer de privacy schenden ten behoeve van enkele opsporingen van mishandeling, waar te veel gewone kinderen eveneens onder zullen lijden door de speculatieve fuikwerkende methode van het niveau jeugdzorg. Daar vertrouwen (ervaringsrijke) gezinnen en artsen niet op; moeten ambtenaren van de gemeente daar dan wel op vertrouwen? De Wbp is niet veilig voor jeugdzorgwerkershanden.

We weten dat één persoon (de zogeheten ’generalist’) breed en dus niet diepgaand diagnostisch, opgeleid kan zijn. Dat is vragen om het niet-herkennen van organisatorische, psychosomatische of somatische problematiek en door dit over het hoofd te zien, het niet tijdig medisch ingrijpen. De inzet van deze transitie is immers 'òntmedicaliseren', al medicaliseert de gezinsvoogdij (BJz) nogal (kinderen in residentiële instellingen, waarvan de signalen van gehechtheid aan de biologische ouders moeten worden onderdrukt). 
 

Een bacteriële infectie die tot gedragsverandering leidde, wordt het met ‘Eigen Kracht’ bestreden, i.p.v. met noodzakelijke medische zorg. En als blijkt dat het niet werkt, dan toch maar uit huis plaatsen (UHP).
 
Rotterdam

Als Rotterdamse niet-medische "ambtenaren snakken" naar een experiment met jeugd, met een beperkte doelgroep voor ogen, dan wil het nog niet zeggen dat jeugdzorg-nieuwe-stijl een verbetering is die zonder naar diagnostiek niveau te kijken doorgedramd moet worden.
 
Het lijkt mij dat Rotterdam niet maatgevend zou moeten zijn. Teeven lijkt gehersenspoeld waar hij het omgekeerde beweert.
Staatssecretaris Van Rijn klaagt dat er "te veel hulpverleners" zijn; maar die blijven, want het gaat immers om één coördinator, die niet van alles diepgaand af weet?! Die andere hulpverleners blijven regelmatig nodig. Vaak zonder diagnostiek rapport om de kern te bepalen van het probleem.
 
Het gaat om versnippering tegen te gaan in coördinatie. Het zal dus niet echt groots bezuinigend werken, of men moet op diverse vlakken geen hulp meer geven en het zal snel diagnostiek zijn dat afvalt. Mogelijk kunnen een paar hulpverleners wegvallen in een multiprobleemgezin, maar de meeste gezinnen onder OTS zijn geen multiproblem-gezinnen; ja, 't zijn soms zelfs belezen gezinnen met pedagogische opleiding die gediskwalificeerd werden door de jeugdzorgwerker in de ingang.  

Het voortzetten met de bewering dat deze wijkgebonden gezinsregie "betere zorg" is, waar eisen aan de kwaliteit ontbreken en er geen woord gerept wordt over diagnostiek niveau, is volksverlakkerij. Maar ook het intimideren van de Kamerleden en ambtenaren der gemeenten. Er wordt met geen woord gerept over de bovenlokale en bovenregionale jeugdzorg (BJZ), dat waarschijnlijk BJZ zal zijn met gezinsvoogdij (de slager keurt z'n eigen vlees).  
 
Waarheidsvinding

Public Relations is nog geen wetenschap. "Expertise" van een sociaal werkster is nog geen kundigheid van beëdigd artsen-niveau. "Informatie" dat door vele handen gaat wordt vervormd en de klacht is al lang dat er niet aan (diagnostieke) waarheidsvinding wordt gedaan door deze jeugdzorgwerkers.
 
"Jeugdreclassering", aldus Teeven "met oudere werknemers", na een waarheidlievend strafproces, is nog geen jeugdzorg of jeugdbescherming waarbij de 'ingang' anders ligt, zonder waarheidsvinding en bezet wordt door vaak jonge broekjes die alles zouden moeten weten over het gezin en de diversiteit van problematieke oorzaken??? Kan niet!


Hun opleiding is te laag en kan niet met het volgen van cursusjes bijgespijkerd wordt om medisch-academisch niveau te halen. Hoe kun je dit zeggen als Staatssecretaris?
Drang zònder rechter, zonder waarheidsvinding, is het toverwoord om vele mishandelingen voor te zijn. Is dat geen speculeren? Is dat niet, gepleegd door het niveau jeugdzorgwerkers, experimenteren met kinderen als proefdieren? Met toestemming van de overheid?!

Het is mooipraat dat de oplossing (eerst) meer "in het gezin gezocht wordt", maar daarna, als de ouders mondiger zijn, hun twijfels hebben over het beweerde door de jeugdzorgwerker, of klagen over valse bejegening, zal dan niet gewoon weer de spoed-UHP (naar pleegsettingen) in beeld komen (zonder Rv 800 lid 3 te raadplegen), als werk voor dezelfde werknemersgroep, gezinsvoogdij??
 
Zichzelf etaleren en verkopen


Natuurlijk 'liepen de OTS-sen en UHP's de afgelopen jaren terug',  als p.r. voor de aanstaande zorginkoop. De besturen van de BJz's willen zichzelf toch goed etaleren en verkopen? Maar vanaf het begin van de vorige Wet op de Jeugdzorg per 1-1-2005 zijn de kosten tot 2012 met 50% gestegen.  

Hulptrajecten van jeugdzorg duurden vaak te lang. Gemiddeld meer dan 4 jaar, met hoge kosten per jaar. Daar staat tegenover dat zorg via de J-GGZ veel korter duurt, effectiever is en gemiddeld veel minder duur.
 
Jeugdzorg Nederland heeft reeds geklaagd om meer geld, zeggende dat er toch niet bezuinigd wordt op de onverkoopbare gebouwen die leeg komen te staan van de j-GGZ, dat dus wil zeggen dat JN/BJz niet graag doorverwijst naar die j-GGZ, en dus geen (integrale) diagnostiek wil plegen als het even kan, op de woorden en naar het inzicht van de jeugdzorgwerker (gezinsregisseur, OKA, wijkteamlid, gezinscoach, etc.).

Speculeren in de ingang tot dwang zònder rechter en het 'tegenwerken' van mondige of belezen ouders als reden tot UHP, is niet gezond! Teeven ziet dat niet zo. Hij komt zeker uit de strafrechthoek (met waarheidsvinding)?
Inderdaad wordt (inhoudelijk) het "straks niet anders" dan nu. Helaas.
 

Teamlid JDH