maandag 25 november 2013

Een ‘rondje pleegplaatsingen’


Onze kanjer van net zeven jaar werd eind 2010 met spoed uit huis geplaatst op grond van een AMK melding/melding door mijn ex vriend. Het hoger beroep tegen deze beslissing liet een aantal maanden op zich wachten. Binnen 1,5 jaar werd hij verplaatst van tijdelijk pleeggezin naar pleeggezin, naar een perspectief biedend pleeggezin, een aantal weken naar een vakantiepleeggezin en nóg een ander pleeggezin/gezinshuis.

Er werd niets over de reden van deze verplaatsingen aan hem verteld of uitgelegd. Hij werd hier ook niet op voorbereid door Jeugdzorg, pleegzorg of pleeggezin. Wel werd hem vrij snel voorgehouden dat hij nóóit meer naar mama thuis zou terug gaan. Dit zou noodzakelijk zijn om het hechtingsproces binnen het pleeggezin te stimuleren. Ons kind kreeg door deze gang van zaken het idee dat hij iets vreselijk verkeerds had gedaan. Dat hij niet lief genoeg was geweest. Dat hij daarom steeds moest inpakken en vertrekken. Omdat er iets heel erg mis met hem was.

Hij raakte er ook van overtuigd dat zijn moeder niet meer van hem hield. (Zij kwam hem immers niet ophalen?) Er was niets meer van zijn zelfbeeld over. Van enige begeleiding bij thuiskomst was geen enkele sprake. Jeugdzorg was niet in staat om bruikbare praktische adviezen te geven over hoe wij de draad met ons kind weer het beste konden oppakken thuis. Ook ontbrak het hen aan kennis over onderzoeken of literatuur aangaande kinderen die na uithuisplaatsing uiteindelijk tóch weer terug komen thuis.

Natuurlijk heb je behoefte aan handvatten in zo'n situatie. Je krijgt een heel ander kind terug na elkaar zó lang niet te hebben mogen zien en na het doorlopen van zoveel andere pleeggezinnen/woonplaatsen. Op ons eigen initiatief werd een andere organisatie ingeschakeld om weer aan elkaar te wennen en opnieuw vertrouwen te krijgen in de situatie. Wanneer je een hondje ophaalt in het asiel, krijg je doorgaans meer begeleiding dan dit.


Anoniem

zondag 24 november 2013

Verschil tussen medicaliseren en ontmedicaliseren

"Medicaliseren" = na indicatie (jeugdzorg) of vakbekwaam diagnosticeren (j-GGZ) zelf (dus in eigen beheer) een therapie of behandeling inzetten. Jeugdzorg heeft geschreeuwd dat j-GGZ dat doet en onnodige behandelingen geeft zonder deze beëdigde deskundigen voor het tuchtrecht te slepen.  

Daarentegen geven vele gezinsvoogden (op suggestieve gronden) (pleeg)kinderen pleegzorg en dan Ritalin om het weggeplaatste kind rustig te houden voor de pleegouders. Ook is het wegplaatsen naar een voor het kind vreemde omgeving een dure vorm van medicaliseren (in eigen beheer). Ook dat is medicaliseren.... (Maar daar wordt geen ruchtbaarheid aan gegeven!)
 
Ontmedicaliseren

"Ontmedicaliseren" = het niet in eigen beheer behandelen na een indicatie (Jeugdzorg) of diagnose (GGZ); dus de diagnost verwijst nu door naar een therapeut voor effectieve behandeling (op basis van de WGBO en de medische beroepsethiek), en BJZ zou behoren door te verwijzen naar een diagnost om een echte basis te leggen voor een behandeltraject in plaats van het op suggesties wegnemen uit de vertrouwde omgeving van gezin van het kind.

Waar medici vallen en werken onder de beroepsethiek en beëdigd zijn,
werken de jeugdzorgwerkers zowel als ingang en met kinderbeschermend oog, als met dwang en gezinsvoogdij.

Duurder
 

Uit cijfers bleek dat dit veel duurder is dan GGZ-zorg, en schadelijke effecten heeft op een weggeplaatst kind. BJZ/gezinsvoogdij gebruikt smoesjes om de rechter te overtuigen, en dat kan, want BJZ heet voor de goedgelovige rechter 'geen partij te zijn' waar BJZ uiteraard wel partij is van werkgelegenheidsbevordering. (Cijfers zijn op deze blog genoemd.)

Het kind binnen de invloedssfeer te houden (in eigen beheer) van BJZ, d.m.v. gezinsvoogdij en dus met OTS en/of UHP of Oh/Oz, is juist dit een vorm van medicalisering; doch dit wordt in de p.r. vanuit JN (BJZ's) verzwegen.

Het niveau van jeugdzorgwerk (BJZ) is niet hoog genoeg om integraal te zien. Eveneens 'vergeet' jeugdzorg dat dwang contraproductief werkt in de 'behandeling'.

Gevaarlijk
 

Pleegzorg kent gevaarlijk negatieve aspecten voor het ontheemde kind. Uithuisplaatsen is geen therapie en wordt niet als veilig ervaren door een kind of jongere.

Waar pleegadept Weterings, Leiden, vragen heeft gecreëerd voor de rechter, vergat ze bewust om de vragen over de gevolgen van pleegplaatsen te noemen; de negatieve aspecten van pleegplaatsen.

Valse smoesjes
 

Wat gebeurt er met een opgegroeide die ontdekt dat de 'smoesjes' (=de gronden of argumenten om tot OTS/UHP te komen) van BJZ om tot UHP te verzoeken (en te verlengen) ongegrond en onheus waren? Wat doet pleegplaatsen met het hormoonhuishouden in een kind? Wat voor zelfbeeld ontwikkelt een kind dat zo een signaal ontvangt dat hij en zijn ouders kennelijk niet 'goed' waren? Wat doet dit met het identiteitsgevoel?  

Wat doet die ontdekking over valse 'smoesjes' waardoor hij niet bij zijn eigen ouders mocht blijven met de identiteitsgevoelens? Welke schadelijke weg gaat de jongvolwassene dan nog in? Wat doet dit ontheemden met de adolescent die zijn genetische afkomst nauwelijks of niet meer kent? (Deze vragen zijn bekend in de adoptiezorg-wereld.)

Waar uit Weterings 'onderzoek' bleek dat een kind wel vijf jaar moet wennen aan een pleegplaatsing, is dat een kwart van diens jeugd, en dus gevaarlijk lang!
Welke gevolgen dat heeft, zijn in de onafhankelijke wetenschap bekend, maar worden niet genoemd in direct verband met pleegplaatsen door jeugdzorg, en de wetenschappers die dat wel noemen worden weggewoven door dit niveau van jeugdzorg.

Pleegplaatsen wordt als mooipraat wel "perspectiefbiedend" genoemd ("een perspectiefbiedend pleeggezin"), wat wel zo geldt voor het inkomen van BJZ, doch zeker niet voor de gevolgen in de ontwikkeling en het wereldbeeld van de opgroeiende! Pleegplaatsen is een schadende en dure vorm van 'medicaliseren'.
 
Teamlid JDH

zaterdag 23 november 2013

Krijsen als een mager varken

19 november 2013

Een lam schijnt zich gewillig naar de slachtbank te laten leiden. Zo wil het spreekwoord althans, terwijl een varken zijn misnoegen duidelijk kenbaar maakt en een mager varken kennelijk nog uitgesprokener. Ik weet niet wie beter af is: het varken of het lam. Beide worden geslacht en misschien is dat lijdelijk ondergaan dan nog wel het beste. Maar een varken gedraagt zich als een varken en daar verander je niks aan.
Reageer ik als een mager varken op het wetsvoorstel om de gezondheidszorg voor kinderen met psychische aandoeningen over te hevelen naar de gemeente? Vreemd zou dat niet zijn. Door de genen of door de opvoeding ben ik niet in de wieg gelegd dan wel opgevoed tot kalm ondergaan. Van huis uit heb ik geleerd in heftige termen te denken over het gevaar wat ons bedreigt en het leed wat op ons pad komt. Mijn moeder hield niet van half werk.

Wij waren thuis niet ziek maar doodziek, niet misselijk maar kotsmisselijk, niet rillerig maar hondsberoerd, niet moe maar afgedraaid en niet verdrietig maar zielsverdrietig. We waren voortdurend aan het eind van ons Latijn, konden geen pap meer zeggen of vielen om van moeheid. Bij ons regende het niet maar het plensde. Het was geen rotweer maar noodweer. Het waaide een storm, de helft van de winter was het spiegelglad en bitterkoud en als het écht koud was bitter-bitterkoud. En als we een half uur te laat waren dan was mijn moeder dodelijk ongerust.
Nee, geen pasteltinten in huize Oosterhoff.
Overdreven?
Zou ik daarom die nieuwe Jeugdwet rampzalig voor de geestelijke gezondheidszorg noemen? Is dat overdreven? Dat is wel wat de heer Gerritsen van Bureau Jeugdzorg Amsterdam ons verwijt. In een interview in het Parool zegt hij: ‘Het is bangmakerij wat de jeugdpsychiaters nu doen terwijl ze er juist voor zijn om mensen van hun angst af te helpen.’
Dat klopt niet helemaal, wat meneer Gerritsen zegt. Angst moeten we niet meteen als ziekte bestempelen waar mensen vanaf geholpen moeten worden. Dat is immers medicaliseren. Angst is een hele normale en nuttige emotie. Pas als het overmatig is en verstorend voor het functioneren dan komt de psychiatrie eraan te pas. De vraag is dus of we mensen terecht waarschuwen of onnodig bangmaken.
Ontzorgen, demedicaliseren en normaliseren
Gemeentes zijn erop gebrand dat niet alleen de jeugdzorg maar ook de jeugd-ggz overgeheveld wordt. Niet gehinderd door veel detailkennis maar met een blijmoedig geloof in vooruitgang, stralen ze een gretigheid uit om dit varkentje eens grondig te wassen. Wat zijn ze van plan?
Ontzorgen, demedicaliseren en normaliseren. Dat ontzorgen klinkt al als ontwormen. Het verwijderen van een lastige parasiet. Demedicaliseren voorspelt ook weinig goeds voor geestelijke gezondheidszorg voor kinderen. Normaliseren zou minder eng hoeven zijn want dat proberen we in ons werk te doen. Hier klinkt het echter vermanend: doe even normaal, doe niet zo moeilijk!
Minder zorg, minder gezondheidszorg en doe even normaal. Ik vind dat krijsenswaardig. Je zou dat eens van de kindergeneeskunde moeten zeggen. Iedereen zou op zijn achterste benen staan en briesen van verontwaardiging. Maar dat is meer iets van een paard.
Big Bang
Als ik Kees Bakker van het Nederlands Jeugdinstituut mag geloven dan gaan we een Big Bang tegemoet. Een Big Bang! De uitspraken van mijn moeder zijn daarbij vergeleken flets. Jeugdzorg spreekt inmiddels van massaontslagen. Alle reden om te blijven krijsen als een mager varken. In de Jeugdwet komt het woord gezondheidszorg niet voor. ‘Ach ze zijn bang voor hun baantje’ hoor ik wel als tegenwerping tegen de kritiek op de transitie. Bang zijn voor je baantje is bij de 60.000 ondertekenaars van de petitie hooguit bij vijf procent aan de orde.
Kinderen en hun ouders
Deze overheveling treft ook en vooral kinderen en hun ouders. Als je kind een psychisch probleem heeft moet je straks eerst aan de keukentafel met mensen uit je netwerk zoals school en familie. Kijken of je er zelf niet kunt uitkomen. Ik word daar misselijk van. Onder ogen moeten zien dat je kind hulp nodig heeft is niet gemakkelijk.
Lekker dan: zo’n ballotage waarbij je je hele hebben en houwen op tafel moet leggen met de buren, de school, de huisarts en je schoonfamilie erbij. Mijn hemel, sta ouders bij! Je kind heeft misschien een psychische aandoening en jij moet je dit laten aanleunen. En als je deze ronde doorkomt, krijg je misschien een verleningsbeschikking van de gemeente. Lekker om met je anorectische dochter zo’n traject af te leggen of met je dwarse zoon, die later een autismespectrumstoornis blijkt te hebben of met je angstige kind die paniekaanvallen heeft.
Louter aannames
Op den duur gaat wat er overblijft van gezondheidszorg voor deze kinderen ook nog eens enorm achteruit in kwaliteit door minder wetenschappelijk onderzoek, minder animo voor het vak en vele andere problemen. En waarop is dit wetsvoorstel helemaal gebaseerd? Op louter aannames. Geen enkel onderzoek dat aantoont dat er werkelijk sprake is van medicaliseren, geen enkel proefproject dat aantoont dat de voorgestelde maatregelen effectief en kostenbesparend zijn.
Het varken krijst en gilt. Mijn moeder zei als ze iets beslist niet wilde: ‘Ik heb nog liever dat een beer me opvrat!’




De Eerste Kamer behandelt de wet zorgvuldig.Tekenen van de Petitiejeugdggz is dus nog steeds zeer zinvol. Inmiddels 60.000 tekenden www.petitiejeugdggz.nl waaronder tienduizenden ouders, duizenden zorgprofessionals en bijna duizend hoogleraren.

Verjaardagsetentje

Onlangs was ik uitgenodigd voor een verjaardagsetentje. Ik zat naast de vader van een vrouw die bij BJZ werkte. Hij vertelde mij dat zijn dochter "criminologie" had gestudeerd, maar: ach, ze hoefde niet per se een academische baan zo sprak hij nederig en ze was... maatschappelijk werkster geworden bij BJZ. "Dat is nu juist het punt", zei ik, "uw dochter IS HELEMAAL GEEN MAATSCHAPPELIJK WERKSTER en daardoor worden ouders en kinderen niet adequaat geholpen." "Nou, ze heeft een paar applicatiecursussen gevolgd", zo sprak hij.

Ik vertelde hem dat de maatschappelijk werk-opleiding een vierjarige opleiding is en het niet beschikken over de voor dat beroep benodigde vaardigheden niet ondervangen kan worden door enige applicatie-cursussen. Hij werd boos, helemaal toen ik hem vertelde dat BJZ en RvdK niet aan waarheidsvinding doen. Hij zei dat ik mijn mond moest houden en wilde er niets meer over horen. Ik heb hem naderhand per mail de voordracht van Peter Prinsen d.d. 6 november jl. toegestuurd.

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2013/11/waarheidsvinding-is-een-drogreden.html 


Verbazing
 
Een schoonzusje van mij had ooit de kweekschool gedaan. Ze zakte voor haar eindexamen. Het speelde begin jaren tachtig. Ik was zelf maatschappelijk werker en had na die opleiding ook de tweejarige Voorgezette Opleiding gedaan.

Doordat mijn broer specialist was bij een academisch ziekenhuis, kon zij een baan krijgen als "maatschappelijk werkster" bij de afdeling kinderpsychiatrie van dat ziekenhuis, tot mijn grote verbazing en ontsteltenis. Zij was iemand met uitgesproken meningen die vaststonden als een huis en haar vooroordelen beletten iedere vruchtbare discussie.

Tot mijn verbazing ging zij ook......de Voortgezette Opleiding doen. Om daartoe toegelaten te worden was op zijn minst een H.B.O. m.w. opleiding vereist. Maar ja, het waren de jaren tachtig en in die tijd raakte het onderwijsbouwsel in verval. Badinerend werd gesproken over de aanvankelijk wettelijk gestelde eisen. Dit moest allemaal zo kunnen.

Na enige tijd raakte ik gebrouilleerd met mijn schoonzus door haar inmiddels naar mij toe negerende houding. Wat ik ook probeerde: Ik was lucht voor haar. In mijn gevoel had het te maken met het verschil tussen haar en mijn opleiding voor het werk wat wij beiden deden. Voelde zij zich minderwaardig omdat zij ergens toch mank ging daarin?

Jaren later overleed zij en in een speech in de kerk werd vermeld hoe geschokt zij was geweest doordat zij haar congé gehad gekregen bij het ziekenhuis i.v.m. haar onvoldoende opleiding, die gebleken was bij haar beroepsuitoefening. Evenals de maatschappelijk werkers van BJZ, bleek ook zij door haar niet capabel zijn rampen te hebben aangericht. Voor mij viel toen alles op zijn plaats. Mij had ze daar nooit iets over verteld: Ze had me sinds die tijd buitengesloten uit haar leven.
 
Anoniem

vrijdag 22 november 2013

De OTS deed meer kwaad dan goed

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2013:8663
  
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
CR 200.132.734-01 12-11-2013
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie
 

Beëindiging ondertoezichtstelling. Ondertoezichtstelling heeft meer kwaad dan goed gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak
Beschikking d.d. 12 november 2013
Zaaknummer 200.132.734
HET GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Locatie Leeuwarden
Beschikking in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante, hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P.A.K. van Eck, kantoorhoudende te Groningen,
tegen Bureau Jeugdzorg Flevoland,
kantoorhoudend te Lelystad,
geïntimeerde, hierna te noemen: BJZ.
Belanghebbende:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats],hierna te noemen: de vader,
advocaat mr M.E. Beeker, kantoorhoudende te Zwolle. 
 
Het geding in eerste aanleg
 
Bij beschikking van 4 juni 2013 (zaaknummer C/16/343560 / JL RK 13-359) heeft de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op verzoek van BJZ de termijn van de ondertoezichtstelling van de minderjarige [kind], geboren [in 1999], verlengd voor de termijn van één jaar, ingaande op 22 juni 2013.
 
Het geding in hoger beroep
 
Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 26 augustus 2013, heeft de moeder verzocht het inleidende verzoek van BJZ alsnog af te wijzen en, zelf recht doende, te verstaan dat de ondertoezichtstelling over [kind] is beëindigd per 21 juni 2013, althans zodanig te bepalen als het hof zal vermenen te behoren.  

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 27 september 2013, heeft BJZ het verzoek bestreden en verzocht het beroepschrift niet ontvankelijk te verklaren, subsidiair ongegrond te verklaren met zoveel nodig bekrachtiging van de beschikking van 4 juni 2013. 

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 10 oktober 2013, heeft de vader het verzoek bestreden en verzocht de verzoeken van de moeder af te wijzen en de uitgesproken verlenging van de ondertoezichtstelling in stand te laten. 
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 6 september 2013 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) en een brief van 12 september 2013 van mr. Beeker. De brief van 16 oktober 2013 met bijlagen van mr. Van Eck is buiten de termijn van artikel 1.4.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven ingediend, maar de zich in de bijlage daarvan bevindende stukken waren reeds eerder aan het hof ter beschikking gesteld, zodat daarvan al kennis was genomen. 
 
Van [kind] is op 22 oktober 2013 een brief binnengekomen waarin hij zijn mening heeft kenbaar gemaakt. 
 
Ter zitting van 22 oktober 2013 is de zaak behandeld. Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Eck;
- mr. Beeker namens de vader;
- mevrouw P. Brandenburg en mevrouw S. Veldhuis namens BJZ.
Mr. van Eck heeft ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van een door haar overgelegde pleitnotitie.  
 
De beoordeling
 
De vaststaande feiten
1.
Uit de - inmiddels verbroken - relatie tussen de vader en de moeder is [kind] geboren. [kind] staat sinds 22 december 2010 onder toezicht van BJZ. De moeder was aanvankelijk met het eenhoofdig gezag over [kind] belast. [kind] had zijn hoofdverblijf bij de moeder.
2.
De moeder is op 15 februari 2011 met [kind] (en zijn halfzus) naar de Verenigde Staten vertrokken, wetende dat de dag daarna een verzoek van BJZ tot machtiging uithuisplaatsing van [kind] bij de kinderrechter zou worden behandeld.
3.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 februari 2011 het gezag van de moeder over [kind] beëindigd, de vader met het eenhoofdig gezag over [kind] belast en het hoofdverblijf van [kind] bij de vader bepaald. Het hof heeft deze beschikking bekrachtigd bij beschikking van 2 februari 2012.
4.
[kind] is in juni 2011 weer teruggekeerd naar Nederland en woont sindsdien bij de vader.
5.
Op grond van de beschikking van 8 juni 2012 is sprake van een omgangsregeling tussen de moeder en [kind] van eenmaal per 14 dagen, telkens van vrijdag na schooltijd tot zondag 19.00 uur, waarbij de moeder [kind] op vrijdag ophaalt en de vader [kind] op zondag ophaalt, tweemaal per week telefonisch contact, op dinsdagavond en op donderdagavond tussen 19.00 uur en 20.00 uur, zulks via de vaste telefoonlijn en de eerste helft van de zomervakanties, met ingang van de zomervakantie 2013. Bij die beschikking is eveneens bepaald dat de vader aan de moeder eenmaal per kwartaal per brief of e-mail inlichtingen verschaft over belangrijke omstandigheden met betrekking tot [kind], zoals zijn gezondheidssituatie, schoolprestaties en hobby's.
6.
Bij verzoekschrift van 7 maart 2013 heeft BJZ de kinderrechter verzocht om de bij beschikking van 8 juni 2012 vastgestelde omgangsregeling tussen de moeder en [kind] te wijzigen, in die zin dat Bureau Jeugdzorg de invulling van de omgangsregeling tussen de moeder en [kind] met ingang van heden zelf kan bepalen. De moeder heeft daartegen verweer gevoerd. Bij beschikking van 9 april 2013 heeft de kinderrechter het verzoek van BJZ afgewezen. De man heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld. Op 5 december 2013 staat de mondelinge behandeling van dit hoger beroep bij het hof gepland.
7.
BJZ heeft de kinderrechter bij inleidend verzoekschrift, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank op 3 mei 2013, verzocht om de ondertoezichtstelling van [kind] te verlengen voor de duur van zes maanden, ingaande 22 juni 2013.
8.
De moeder heeft daartegen verweer gevoerd bij verweerschrift van 3 juni 2013.
9.
De vader heeft bij brief van 3 juni 2013 aangegeven zich niet te verzetten tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind], doch het in het belang van [kind] te achten dat de ondertoezichtstelling met één jaar wordt verlengd.
10.
Bij de beschikking waarvan beroep heeft de kinderrechter beslist als hiervoor vermeld onder 'Het geding in eerste aanleg'. Het hoger beroep van de moeder richt zich tegen deze beslissing.
De verlenging van de ondertoezichtstelling
11.
Voor het antwoord op de vraag of de duur van de ondertoezichtstelling van de minderjarige moet worden verlengd, dient te worden beoordeeld of de minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.
12.
Het hof is - met de moeder - van oordeel dat er ten aanzien van [kind] niet langer aan de gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat [kind] een positieve ontwikkeling doormaakt. Op school gaat het goed met [kind] en in de thuissituatie bij de vader en [kind] is Intensieve Pedagogische Thuishulp (IPT) ingezet, hetgeen met positief resultaat is afgesloten.
 

13.
Hoewel de vader en BJZ aangeven dat er wel degelijk zorgen zijn over [kind], acht het hof een verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind] niet langer gerechtvaardigd. Immers, [kind] heeft weliswaar last van psychosomatische klachten in de vorm van buikpijn en soms hoofdpijn, doch deze klachten zijn te wijten aan de conflicten tussen de ouders over de omgangsregeling tussen de moeder en [kind]. [kind] staat vanwege deze situatie reeds sinds 22 december 2010 onder toezicht en er zijn tot op heden geen verbeteringen in de communicatie tussen de ouders waargenomen. 
 
De strijd tussen de ouders woedt - ondanks de ondertoezichtstelling van [kind] - onverminderd voort. BJZ geeft zelf ook aan dat het hen niet lukt om de strijd tussen de ouders op te lossen. Daarenboven is op grond van het dossier bij het hof de indruk ontstaan dat de gezinsvoogd wordt ingezet door de ouders in hun eigen strijd en de gezinsvoogd hier onvoldoende weerstand tegen heeft kunnen bieden wat juist voor problemen rondom de omgangsregeling heeft gezorgd. Door de inzet van de macht van de gezinsvoogd door met name de vader is er geen verbetering opgetreden, eerder een verslechtering. In ieder geval heeft de ondertoezichtstelling de ouders er niet toe aangezet om rechtstreeks met elkaar te communiceren. Ook [kind] heeft in zijn brief aan het hof aangegeven dat de ondertoezichtstelling hem gedurende de afgelopen periode meer problemen heeft bezorgd dan oplossingen.
14.
Het hof is van oordeel dat de ouders in het belang van [kind] een manier zullen moeten vinden om gelijkwaardig en met respect voor de andere ouder met elkaar te overleggen over zaken aangaande hun kind. De ouders communiceren thans enkel per e-mail of via hun advocaten. [kind] heeft er belang bij dat zijn ouders op fatsoenlijke wijze met elkaar omgaan en communiceren. Dat vergt van beide ouders inzet, ook van de moeder om de schade die ze met haar vertrek met [kind] naar de Verenigde Staten in het vertrouwen van de vader heeft veroorzaakt, te erkennen en te herstellen. De vader zal de positie van de moeder moeten erkennen en respecteren. Van volwassen ouders mag zoiets verwacht worden in het belang van hun kind. Zij moeten ervoor zorgen dat [kind] zich vrij kan voelen om contact te hebben met de andere ouder en zij dienen [kind] niet te belasten met hun onderlinge conflicten over de (uitvoering van de) omgangsregeling.
15.
Ten overvloede wenst het hof nog te benadrukken dat de vader - die weliswaar met het eenhoofdig gezag over [kind] is belast - een wettelijke plicht heeft om de moeder te informeren over zaken aangaande [kind]. De moeder dient op haar beurt de vader - die met het eenhoofdig gezag is belast - te consulteren alvorens zij voornemens is om met [kind] naar het buitenland af te reizen.
16.
Gelet op het vorenstaande zal het hof het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind] met ingang van de datum van deze beschikking afwijzen.  
 
Slotsom
 
17.
De beschikking waarvan beroep dient gedeeltelijk te worden vernietigd en er zal opnieuw worden beslist zoals hieronder aangegeven. 
 
De beslissing 
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover het de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind] betreft voor de periode met ingang van de datum van deze beschikking;
en in zoverre opnieuw beslissende:
wijst af het inleidend verzoek van BJZ tot verlenging van de termijn van ondertoezichtstelling van de minderjarige [kind], geboren [in 1999], met ingang van de datum van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
 
wijst af het meer of anders verzochte;
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige. 
Deze beschikking is gegeven door mr. R. Feunekes, mr. A.H. Garos en mr. D.J. Buijs en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van
 
12 november 2013 in bijzijn van de griffier.

donderdag 21 november 2013

Wie bewaakt het protocol?

Een groot nadeel van een over-georganiseerde samenleving, is dat weinigen zich verantwoordelijk voelen als de manier waarop iets is georganiseerd niet blijkt te werken, en speciaal wanneer er situaties optreden waarin de voorgeschreven, protocollaire handelswijze door de instanties niet wordt opgevolgd.

Naïef gaan veel hoger opgeleiden met verantwoordelijke functies er vanuit dat iets is ‘geborgd’ als er een protocol is opgesteld en het allemaal helder en duidelijk op papier staat. Alsof het papier zelf een magische werking heeft en mensen vastplakt aan het protocol, door de voorgeschreven handelswijze gedwongen tot professioneel en gewetensvol handelen. 

Als dit voldoende was voor een aanvaardbare kwaliteit van werken zouden er nooit zoveel klachten over Bureau Jeugdzorg bestaan, want op papier ziet het er altijd heel keurig, professioneel en gelikt uit bij Jeugdzorg. Als je enkel door hun documenten en eigen publicaties zou gaan, lijkt het moeilijk voor te stellen dat er met die manier van werken nog iets mis kan gaan.  

Maar er bereiken ons iedere dag andere berichten, dat er ondanks de protocollen (en sommigen beweren zelfs vanwege) toch erg veel fouten worden gemaakt in de opvoedondersteuning-en-beschermingstaken, wat een teken is dat het idee niet altijd zijn weg vindt naar de realiteit. Regelmatig krijgen we casussen te zien waarbij de juiste procedure niet wordt gevolgd, bijvoorbeeld door een school met een zorgmelding, maar dit heeft voor de school geen enkele consequentie. Het maakt de gevolgen ervan voor het gezin dat het betreft niet minder en wat op papier een eerlijke procedure lijkt, blijkt dat in de praktijk geenszins te zijn. 

‘Met de kennis van nu’ 

We hebben gezien hoe de controle op de banken faalde, zodat het na de kredietcrisis in 2008 een wirwar werd van excuses door toezichthouders in de lijn van ‘met de kennis van nu’ en ‘achteraf gezien’, terwijl ze tegelijkertijd van mening waren dat ze het ook niet hadden kunnen weten. Niet tot het moment zelf, toen het echt mis ging! Toen begrepen ze dat er een crisis was.  

Bij Bureau Jeugdzorg krijgen we zelfs die armzalige constatering niet en moeten we met nog minder genoegen nemen wanneer ze verklaren wat er fout ging. Er zijn weliswaar een paar ‘dingetjes’ niet helemaal goed gegaan, maar ze bedoelen het toch goed en bovendien hebben ze ‘andere zorgen’ ontdekt. Ja, ze hebben verkeerde conclusies getrokken (alleen wanneer het bewijs ze in het gezicht geduwd kan worden, anders zijn het meningen en ‘percepties’ van ouders) maar ze doen alles in het ‘belang van het kind’. 

Dat is uiteindelijk de kwaliteitsgarantie, de verklaring dat ze alles wat ze doen, goed of fout handelend, professioneel of amateuristisch, welwillend of kwaadwillend, doen in het belang van het kind en daarmee vervalt eigenlijk het protocol tot het niveau van ‘convenant’, een goede bedoelingenverklaring waar later niemand aan gehouden wordt, wanneer het toch niet werkt.  

Rondvaart zonder gasten 

Zoals bij de aanpak van probleemjongeren een jaar of acht terug in de Baarsjes in Amsterdam (februari 2006), toen de zogeheten ‘doe-normaal-contracten’ werden gesloten met de jongeren, waarin ze met de gemeente afspraken zich sociaal wenselijk te zullen gedragen. Het kwam in kranten, er werd een tv-uitzending aan gewijd en iedereen, politie, gemeente, jongerenwerkers, moskeeën, waren er enthousiast over, maar een jaar later bleek het een grote mislukking. Een andere goede bedoelingenactie rond die zelfde tijd was toen de Amsterdamse politie zich van zijn vriendelijke kant wilde laten zien naar de probleemjongeren. Ze huurden een rondvaartboot, een complete catering en er moesten twintig of meer agenten die dag beschikbaar zijn voor het evenement, om eens een keer echt met elkaar kennis te maken. Er kwam geen enkele jongere opdagen… 

Goede bedoelingen pakken niet altijd uit zoals ze bedoeld zijn en het ligt heus niet aan de middelen, want vaak worden kosten noch moeite gespaard door de enthousiastelingen. Het mankement bij mensen die zelf fatsoenlijk zijn, is dat ze er vaak voetstoots vanuit gaan dat anderen dat ook zijn en ze komen bedrogen uit wanneer die vooronderstelling niet blijkt te kloppen.  

Naar eer en geweten 

Een verklaring bij een formulier van het AMK, van origine betrokken van het NJi (risico-taxatielijstje), is dat er vanuit wordt gegaan dat de jeugdzorgwerker het ‘naar eer en geweten’ zal invullen. Anders gezegd, er wordt zonder meer vertrouwd op de goede bedoelingen van de jeugdwerker, maar er is niemand die het zal controleren. Als de praktijk van het jeugdbeschermingswerk vervolgens het karakter krijgt van een ‘doe-normaal-contract’ of een ‘politie-rondvaart’ zal dit voor de jeugdwerker geen verdere gevolgen hebben, maar wel voor de ouders die het lijdend voorwerp zijn. 

Meldcode 

Op dit moment is de Meldcode in de mode en steeds meer mensen die met kinderen werken worden aangemoedigd om een cursus vroegsignalering te volgen. De Meldcode kent vijf stappen, waaronder het in contact treden met ouders om eventuele zorgen over het kind bespreekbaar te maken. Daarna pas kan er contact worden opgenomen met het AMK en die kan eventueel adviseren een melding te doen, als er met de ouders zelf geen werkbare relatie mogelijk is. Maar het gebeurt regelmatig dat er achter de rug om van ouders een melding wordt gedaan en van de kant van AMK/BJz hoeft men geen coulance te verwachten voor het gezin, indien een school zich niet houdt aan het protocol (of de regels van fatsoen), want voor klachten hierover wordt men terugverwezen naar de school zelf en de klachtenprocedure.
 
Maar dan is de ellende al begonnen*, want de school krijgt ten hoogste een berisping en ouders kunnen de allerhoogste prijs betalen die denkbaar is: het verlies van hun kostbaarste bezit, hun kind(eren) op grond van valse gegevens en een onjuiste procedure waardoor ze nooit een echte kans hebben gehad. 

Sven Snijer
 

*Een school wordt gezien als een betrouwbare informant en dat maakt het gemakkelijk voor deze partij om schade te doen aan ouders, indien ze een conflict met ouders over een hele andere kwestie willen beslissen, door met een zorgmelding te suggereren dat er in de thuissituatie dingen niet pluis zijn. Een school kan vertellen dat ze mondeling de zorgmelding heeft doorgegeven aan ouders (op schrift wordt aanbevolen door Bureau Jeugdzorg) terwijl deze hier nooit van in kennis zijn gesteld. Er kan met het schooldossier geknoeid zijn, waardoor er opeens gesprekken vermeld staan waarin sprake was van ‘zorgen’ over het kind, die in werkelijkheid niet hebben plaats gehad, enz. Van zulke gesprekken is dan geen datum bekend en evenmin bestaat er een gespreksverslag.