dinsdag 20 december 2011

Levenslang met Jeugdzorg

Auteur: door Anne Boer anneboer@destentor.nl |   zaterdag 20 maart 2010 | 12:31 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 03 juli 2010 | 08:11



Een leven lang in de ban van jeugdzorg. Rond de tafel zitten drie mensen. Ze hebben hun eigen verhalen. Maar dat ene ding gemeen. Jeugdzorg is de rode draad in hun leven. Bart en Evelien hebben een zorgboerderij voor de opvang van onder meer kinderen en zelf drie pleegkinderen. Leen van der Hoek werd 63 jaar geleden uit huis geplaatst. Een aangrijpend verhaal over hun worstelingen.

Leen van der Hoek (68) uit Lelystad staat er mee op en gaat er mee naar bed. Een leven lang jeugdzorg in z'n kop.

Nr. 151. Het nummer dat hij van de kinderbescherming kreeg nadat hij op 5-jarige leeftijd uit huis werd gehaald. Getraumatiseerd door de ellende uit zijn kinderjaren.

Hij zou er moeiteloos een boek over kunnen schrijven. Zover is hij nog niet. De eerste stap is al moeilijk genoeg en vooral emotioneel. Voor het eerst praat hij er openlijk over. Naar aanleiding van verhalen in deze krant. "Ik lees de verhalen over jeugdzorg werkelijk met tranen in de ogen. Voor mij is het 63 jaar geleden, maar wat zijn we eigenlijk opgeschoten?"

Het begin is pijnlijk. In het dorp van zijn jeugd, Maasdijk, van na de oorlog gonst het van de geruchten. Zijn vader zou NSB-er zijn, terwijl zijn moeder juist uit een verzetsfamilie kwam. Het gezin raakt verscheurd. De ouders kunnen niet meer voor de twee kinderen zorgen. Leen en z'n zusje worden uit huis gehaald. Leen gaat naar een weeshuis; z'n zusje naar een pleeggezin.

Leen ziet z'n ouders en z'n zusje nooit meer terug. De rest van de familie verdwijnt ook definitief uit beeld. Hij staat alleen op de wereld en moet zien te overleven in de mallemolen van tien pleeggezinnen, instellingen en tehuizen. Geen bezoek. Geen weekendverlof. Nooit visite op z'n verjaardag. Geen cadeautjes. Het grote niets. "Elke zondag stond ik te kijken. Komt er iemand op bezoek? Tegen beter weten in. Er kwam nooit iemand."

Hij kan pijnlijk gedetailleerd uitleggen waarom die periode hem zo heeft geraakt en ook gevormd. "In het eerste pleeggezin kreeg ik te horen dat er iets niet in orde was met mij. Maar in het gezin ging het mis. Gebeurden allerlei rare dingen. Daar ben ik door de politie weggehaald en vervolgens onderzocht in een paedalogisch instituut in Amsterdam. Pas tientallen jaren later heb ik kunnen lezen wat de conclusie was. Er mankeerde niets aan mij. Mijn gedrag was normaal. Tot de dag dat ik dat las, heeft altijd het idee in mij gewoekerd dat er iets niet met mij in orde was. Kinderbescherming heeft het me nooit verteld. Je wordt daardoor onzeker, terwijl je zeker moet zijn om overeind te blijven."

"In de tehuizen geldt het recht van de sterkste. Je gaat jezelf overstemmen om je te handhaven en belandt in een spiraal van opstandig gedrag en verzet tegen het gezag. Dan krijg je het stempel moeilijk opvoedbaar en zo beland je in een vicieuze cirkel. Je wordt hard. Ik had niets te verliezen. Straffen hielp niet. Wat moesten ze me afnemen. Het interesseerde me allemaal niets meer. Zelfs veertien dagen isoleercel niet."

Leen moet wachten tot hij achttien jaar is om eindelijk te ontsnappen aan de wereld waarin hij gevangen zit. Hij doet dat letterlijk. Hij gaat de zee op. Weg. Helemaal weg. "Ik wist niets van het leven. Niets van geld, van vrouwen van liefde. Ik had nooit heimwee. Niets om naar terug te verlangen."

De koopvaardij heeft hem gered, zegt hij terugblikkend. "Aan boord heerste discipline. En ik had voor het eerst een eigen hut, met eigen toilet en een eigen douche. Ik was de situatie met twintig jongens op een zaal gewend."

Leen werkte op de passagiervaart (Holland-Amerikalijn) en wilde vaart. Verdiende de kost als scheepstimmerman. Ging de hele wereld over. Per reis kreeg hij een beoordeling voor bekwaamheid, ijver en gedrag. "Wat was ik trots op m'n eerste beoordeling. Voor het eerst kreeg ik te horen dat ik deugde. Dat ik goed was. Dat vergeet ik nooit meer."

Terugblikken deed Leen niet meer. Hij verstopte de ellende uit zijn jeugd in hard werken, maar de pijn bleef. Als hij op 26-jarige leeftijd serieuze verkering en werk aan wal krijgt, gaat het mis. "Iedereen was aardig en lief voor me. Dat benauwde me vreselijk." Na twee maanden verbreekt hij halsoverkop de relatie en pakt z'n boeltje om terug te keren naar zee. Als snel krijgt hij spijt. Vijf dagen na vertrek vraagt hij zijn grote liefde via Radio Scheveningen ten huwelijk.

Leen van der Hoek heeft een zwaar leven achter de rug. Ellende en geluk wisselen elkaar af. Hij trouwt. Krijgt twee kinderen. Scheidt. Dat hij zijn kinderen een fijne jeugd heeft kunnen geven en dat ze dat zelf ook zeggen, is zijn grootste geschenk.

Op 57-jarige leeftijd stort zijn wereld weer in. De werkgever voor wie hij twintig jaar werkte, zet hem na een directiewisseling op straat. "Weer afgeschreven. Weer met lege handen, terwijl ik zo hard had geknokt om zover te komen. Werk had voor mij een heel andere waarde dan voor andere mensen. Ik was kapot. Ik kon het niet verwerken. Wilde niet meer leven, maar had niet de moed er zelf een einde aan te maken. Ik raakte aan de drank en belandde in een verslavingskliniek. Gelukkig hebben m'n kinderen me nooit laten vallen. Ik kreeg het advies te doen wat ik altijd had gedaan. Ga weer vechten. Doe waar je goed in bent." Dat leidde tot een rechtszaak tegen de werkgever die Leen glansrijk won.

De laatste jaren gaat het goed, maar op de achtergrond is het nooit weg. Zo kon het gebeuren dat hij in tranen uitbarstte toen hij het verhaal 'Kind tussen moordenaars en verkrachters' in deze krant las. Dat verhaal, van de 12-jarige Ricardo die uit huis werd geplaatst en in een jeugdgevangenis belandde, is ook zijn verhaal. "Wat zijn we opgeschoten in al die jaren. Er blijkt weinig veranderd, terwijl we nu toch echt beter zouden moeten weten."

De ellende blijkt bovendien nooit ver weg. Leen is kind aan huis bij Bart (55) en Evelien (54) in Lelystad. Als - op latere leeftijd - gediplomeerd goudsmid leert hij hun oudste zoon sieraden maken van edelstenen en -metalen. Bart en Evelien hebben vier kinderen (drie zonen en een dochter) en drie pleegkinderen, uit een gezin. Ze wonen met hun gezin bij een zorgboerderij, waar kinderen en volwassenen worden opgevangen. Evelien heeft de dagelijkse leiding over een heel team van medewerkers.

Hoewel instellingen voor jeugdzorg elk jaar een honderdtal kinderen op de boerderij plaatsen, kon het toch gebeuren dat Bart en Evelien keihard in conflict kwamen met jeugdzorg over een van hun pleegkinderen.

Na negen jaren dreigde het jochie van twaalf namelijk uit huis te worden gehaald. „Dat wilden we echt niet laten gebeuren. Dan zou hij van crisisopvang naar crisisopvang gaan en uiteindelijk in een tehuis belanden. We weten dat hij hulp nodig heeft. Hij heeft een hechtingsstoornis. Daarom vragen we ook al jaren om hulp, maar die kwam maar niet. Daar mag het kind toch niet de dupe van worden.”

Het verzet van het echtpaar heeft succes. Hun klachten worden gegrond verklaard, maar de relatie met jeugdzorg verbetert daar niet mee. Eind vorig jaar komt het tot een uitbarsting. Hun pleegzoon wordt toch weggehaald. „Dat was echt een drama. Iedereen in tranen. Onze pleegzoon heeft heel veel gehuild. Terwijl we net een nieuw traject hadden ingezet en het echt de goede kant op ging.”

Van 11 december tot 19 januari mag hij niet bij het pleeggezin komen. Volgens de rapporten van jeugdzorg is het kind beter af in een residentiële setting, een min of meer gesloten huis dus. Opnieuw tekent het echtpaar protest aan en opnieuw krijgen ze gelijk.

Om herhaling te voorkomen, hebben ze een eigenkrachtconferentie bedongen. Om een sterk netwerk te creëren om het kind en te voorkomen dat hij weg moet.
„We voelen ons niet meer veilig bij jeugdzorg. Ze onderzoeken niet. Ze overleggen niet, maar vinden wel heel veel. Als je leest hoe al die jaren pleegzorg en jeugdzorg bij ons opeens werden afgeschreven, gaat dat door merg en been. De hulpverlening schakelt je uit en dat gaat ten koste van het kind.”
Leen heeft het van nabij zien gebeuren. „Te veel gestudeerd, te weinig praktijk”, is zijn analyse. „En wat niemand lijkt te beseffen is dat de schade vaak onherstelbaar is. Het kind wordt bang, wantrouwend. Zeker als het van hot naar her wordt gesleept. Ik heb het allemaal meegemaakt.”

Evelien heeft daar ook de meeste moeite mee. „Onze pleegzoon heeft zeven jaar onder toezicht gestaan. Al die tijd bleef de onzekerheid. Mag ik blijven, ga ik terug naar mijn ouders, ga ik naar een ander pleeggezin. Dat vreet aan kinderen.”

Nr. 151. Leen van der Hoek komt het nummer steeds weer tegen. Hij heeft nooit op nummer 151 willen wonen. Hij is niet de enige die nog steeds rondloopt met de erfenis van jeugdzorg. Eind vorig jaar was er een reünie van een van de kindertehuizen waar hij heeft gezeten, Nieuw Voordorp in Voorschoten. „Veel mensen hebben last van traumaproblemen. En dat zou toch eens te denken moeten geven, zodat we met meer verstand en begrip in deze tijd ingrijpende maatregelen nemen die werkelijk in het belang van het kind zijn.”
Leen heeft het graf van zijn vader gevonden. Dat bezoekt hij af en toe. De tekst op de steen doet hem pijn. ‘Zijn leven was geven’. „Ik heb alleen niets van hem gehad.”

De namen van Bart en Evelien zijn op hun verzoek gefingeerd. Ze willen daarmee voorkomen dat hun pleegzoon de dupe wordt van hun frustraties over instanties.

Fraude bij Engelse kinderbescherming




BRITS NIEUW   


MAATSCHAPPELIJK WERKERS DIKKEN MELDINGEN VAN MISBRUIK AAN OM KINDEREN AF TE NEMEN VOOR ADOPTIES

http://www.express.co.uk/news/uk/289232/Social-workers-sex-up-abuse-claims-to-snatch-children-for-adoption

Zondag 11 december 2011

Maatschappelijk werkers geven in dossiers de situatie van probleemouders regelmatig veel ernstiger weer dan deze werkelijk is om hun kinderen in de pleegzorg te plaatsen, of zelfs om hen te laten adopteren, zo onthult een klokkenluider vandaag.

De ervaren maatschappelijk werker vertelde in een onderzoek door de Sunday Express dat Council managers hem en zijn collega’s regelmatig onder druk zetten om rapporten te herschrijven die als ‘te positief’ worden beschouwd.

Ze eisen ‘meer vuiligheid’ over vaders en moeders om de kansen te verhogen en rechterlijke maatregelen te verzekeren zodat die kinderen onder jeugdzorg komen te vallen en die de Ofsted[1] score van een Council kunnen verbeteren.

De klokkenluider zei dat de angst voor nog een Baby P[2] waarbij maatschappelijk werk is betrokken, een sfeer van angst heeft gecreëerd die onschuldige gezinnen kapot maakt.
Deze bevindingen werden gisteravond als een ‘nationaal schandaal’ omschreven door een Member of Parliament (MP) die nu een volledige parlementaire enquête eist naar het Britse systeem van kinderbescherming.

Liberaal democraat John Hemming zal de zaak aansnijden als hij donderdag in de Education Select Committee zal verschijnen.  De voorzitter van het Comité, Graham Stuart, heeft aangegeven dat hij op vertrouwelijke basis met de klokkenluider wil spreken.

De klokkenluider zei dat het gedrag van maatschappelijk werkers dramatisch en onnodig is veranderd sinds de volledige gegevens over de dood in 2007 van baby Peter Connelly in Haringey, noord Londen, drie jaar geleden aan het licht kwamen.

Volgens hem heerst er momenteel een nieuwe angstcultuur waarin de verantwoordelijkheid voortdurend naar de leidinggevenden wordt afgeschoven.
Hij zei ook dat mensen die een wanhopige behoefte hebben aan hulp bij hun ouderschap, in plaats daarvan hun leven geruïneerd zien door bureaucraten die bang zijn de schuld te krijgen voor een hoogst onwaarschijnlijk geval van extreem misbruik.

Rechtbanken die ver naast de realiteit zitting houden worden steeds vaker gevraagd ingrijpende uitspraken te doen ten aanzien van iemands leven, op basis van vooringenomen, bevooroordeeld bewijs, zo beweert hij.
De meest recente cijfers tonen aan dat de maatschappelijk werkers, die al overbelast zijn dankzij de bezuinigingsplannen van de regering, te maken hebben met snel stijgende ‘case-loads’[3] (verhoogde werkdruk) aangezien nu 42.700 kinderen in een kinderbeschermingsplan zijn opgenomen.

Maatschappelijk werkers zeggen dat dit grotendeels te wijten is aan politieke druk na de Baby P-zaak.
David Cameron heeft gemeld dat er te veel kinderen in handen van jeugdzorg zijn en dat het adoptieproces gestroomlijnd dient te worden, maar volgens critici gaat het er op de eerste plaats om waarom zoveel jongeren in de jeugdzorg zijn opgenomen.

De klokkenluider, een vader die voor een grote organisatie in het zuiden van Engeland werkt, vertelt: “We worden gedwongen dingen te doen die indruisen tegen wat wij denken dat goed is voor gezinnen.”

Zelf heb ik veel rapporten geschreven waarover tegen mij gezegd werd: “Je bent te positief over dit gezin; we krijgen het zo nooit naar de rechtbank, tenzij je het negatiever afspiegelt.”
“Dat werd me letterlijk zo verteld!”
“Alhoewel het indruist tegen je gevoel van wat goed is, voel je je toch verplicht.”
“Kinderen horen thuis in hun gezin en we moeten hen daar zoveel mogelijk ondersteunen en alleen als er grote risico’s dreigen haal je een kind bij zijn familie vandaan!”
Als hem om een voorbeeld wordt gevraagd, zegt hij: “Om een kind in de kinderbeschermingsvergadering te krijgen, zo werd ons verteld, moeten we de situatie slechter voorspiegelen en erger maken dan dat deze werkelijk is. We hoeven niet noodzakelijkerwijs dingen te verzinnen, we hoeven de nadruk alleen maar te veranderen.”
“Het is heel subtiel. Ik had een kind van een jaar of acht. Ik had een rapport opgesteld met de nadruk op de bereidwilligheid van de ouders om dingen te veranderen en dat zij van goede wil waren.”
“Maar toen werd me verteld dat dit te positief was, we zouden er nooit verder mee komen. Ik moest meer negatieve zaken aanvoeren, dus moest ik me concentreren op het ontbreken van huishoudelijke hygiëne. Dat zou de ouders in een kwaad daglicht stellen.”

Hij vertelde dat dit soort rapporten werd gebruikt om kinderen uit hun gezinsomgeving te halen en in veel gevallen opgegeven werden voor adoptie.

Hij voegde daaraan toe: “Het vernielt gezinnen. Maar de nieuwere, jongere maatschappelijk werkers zien dit als de norm, ze willen gewoon in de pas lopen met hun bazen en dat is zorgwekkend.”
De klokkenluider plaatste ook grote vraagtekens bij de door de Council aangewezen psychologen, waarvan hij gelooft dat zij bevooroordeeld zijn ten faveure van hun ‘betaalmeesters’.
Met name, zei hij, had hij twijfels over wat hij noemde, vage concepten van emotioneel misbruik en ‘hechtingstheorieën’.

Hij zei: “Deze psychologen creëren zulke hoge standaarden voor het ouderschap dat de meesten van ons zouden falen.”

Member of Parliament John Hemming zei: “Ik complimenteer de Sunday Express  voor het in de openbaarheid brengen van dit nationale schandaal. Een aantal klokkenluiders zijn naar me toe gekomen om me uit te leggen hoe bewijsmateriaal van experts in de Familierechtbank soms ernstiger en op sommige momenten zelfs helemaal verkeerd wordt voorgespiegeld. De verkeerde kinderen onder jeugdzorg plaatsen op basis van aangedikte rapporten en betekenisloos psycho-gebabbel resulteert in andere kinderen die aan hun lot worden overgelaten, zoals Baby P.

Het Parlement moet optreden om het kinderbeschermingssysteem door te lichten.
Nisha Mansuri, van de Britse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers, beaamt het commentaar van de klokkenluider en zegt: ‘Het is een grote zorg. De bezuinigingen veroorzaken zoveel druk voor maatschappelijk werkers, zodat niet de juiste beslissingen worden genomen.”
‘We verzamelen zoveel problemen, maar de kansen keren zich tegen ons.”


[1] Office for Standards in Education, Children’s Services and Skills (Ofsted) http://en.wikipedia.org/wiki/Ofsted 
[2] Dood van Baby P http://nl.wikipedia.org/wiki/Dood_van_Baby_P / http://vorige.nrc.nl/buitenland/article2059601.ece/Gruwelijke_dood_Baby_P_schokt_Britten
[3] Aantal cliënten dat aan een hulpverlener, bijvoorbeeld casemanager, zorgcoördinator, maatschappelijk werker, is toevertrouwd.
Door Ted Jeory / Vertaling Frank Bleeker

vrijdag 16 december 2011

Miljoen voor beter onderzoek kindermishandeling



(Novum) - Het kabinet trekt een miljoen euro uit om kindermishandeling beter te kunnen herkennen. Dat zegde staatssecretaris van Volksgezondheid Marlies Veldhuijzen van Zanten (CDA) donderdag toe in een debat in de Tweede Kamer.

Extra investeringen in zogeheten forensisch-medische expertise moet ervoor zorgen dat bij het vermoeden van kindermishandeling eerder duidelijk wordt wat er aan de hand is. "Het gaat om waarheidsvinding", zei Veldhuijzen van Zanten.

"Als een kind blauwe plekken heeft kan dat heel veel oorzaken hebben. Het is heel belangrijk om dat goed uit te zoeken." De bewindsvrouw noemde het voorbeeld van een kind dat broze botten heeft, en zo vaak iets breekt. Als ouders vervolgens valselijk van kindermishandeling worden beschuldigd kan dit voor hen een traumatische ervaring zijn.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat als er wel sprake is van kindermishandeling, de betrokken instanties dit snel herkennen en kunnen ingrijpen.
De Tweede Kamer onthaalde de toezegging van de staatssecretaris met enthousiasme. VVD-Kamerlid Brigitte van der Burg zei 'enorm blij' te zijn. "Kinderen worden in Nederland uit huis geplaatst en onder toezicht geplaatst op basis van meningen in plaats van feiten. Ik vind dat bij ernstige vermoedens van kindermishandeling zo snel mogelijk de feiten boven tafel moeten komen."

SP-Kamerlid Nine Kooiman is 'ontzettend opgelucht' * dat er extra geld wordt uitgetrokken voor forensisch-medische expertise. "Hulde", riep ze de staatssecretaris toe. CDA-Kamerlid Hanke Bruins Slot sprak van een 'wijze beslissing' van Veldhuijzen van Zanten.


* Toevoeging redactie Dark horse: Het is vraag waar mevrouw Kooiman nu zo ontzettend opgelucht over is. In onze contacten met haar hebben wij nooit de indruk gehad dat Waarheidsvinding bij de SP hoog op de agenda stond.

VVD wil meer geld voor forensisch-medisch expertise



15 dec 2011

De VVD wil dat het kabinet meer geld uittrekt voor forensisch-medische expertise, om kindermishandeling beter te kunnen onderkennen.

Brigitte van der Burg: “Kinderen worden in Nederland uit huis geplaatst, onder toezicht geplaatst op basis van meningen in plaats van feiten. Ik vind dat bij ernstige vermoedens van kindermishandeling zo snel mogelijk de feiten boven tafel moeten komen.”

Om die reden pleit de VVD voor het kunnen inschakelen van medisch-forensische expertise bij vermoedens van kindermishandeling. De VVD wil dat deze expertise niet alleen kan worden ingeschakeld in het geval van een strafbaar feit (dus door Justitie), maar ook wanneer Jeugdzorg met vermoedens van kindermishandeling wordt geconfronteerd.

Van der Burg: “Dat betekent dat ook vanuit VWS een financiering beschikbaar moet worden gesteld.”
De staatssecretaris van VWS heeft vandaag tijdens een overleg over kindermishandeling toegezegd dit geld te zullen vrijmaken.

Deel dit artikel:

Een van de vele verhalen betreffende Jeugdzorg

        

 Mijn zoon is mij inmiddels al 3 jaar geleden ontnomen. Afgelopen jaar heb ik hem 4 uurtjes verspreidt over 2 afspraken onder begeleiding mogen zien.

1. Eerste uitspraak OTS/UHP afgewezen door de rechter. Toen werden ze vals bij BJZ.

2. Na 8 maanden alsnog een OTS/UHP omdat ik niet zou meewerken met de “hulpverlening” waar ik een half jaar daarvoor een klacht had ingediend omdat het dossier niet klopte, namen niet klopte en er geen sprake was van een zorgelijke situatie. Dat ik een klacht had ingediend en dat deze 2 maanden na zitting gegrond werd verklaard, werd nooit iets mee gedaan. BJZ heeft overigens nooit de OTS/UHP machtiging binnen de 3 maanden in laten gaan na uitspraak rechter.

3. Verlenging na een jaar omdat ik tegen mijn zoon had gezegd dat hij thuis wat mij betreft altijd welkom was en dat ik zou bespreken met de rechter wanneer hij naar huis mocht komen op zijn vraag. Dat leverde onmiddellijk een OTS/UHP verlenging op. Want daarmee bracht ik de “hechting” in het pleeggezin in gevaar. Daarna mocht ik mijn zoon na driekwart jaar pas weer zien onder begeleiding. Ik mocht immers nog geen eens zeggen dat hij bij mij altijd welkom is.

4. Daarna een UHP/OTS en ontneming gezag. Het ging blijkbaar slecht met mijn ex-man en dat was mijn schuld, we zouden ruzie hebben gemaakt na de scheiding. We zijn 8 jaar geleden gescheiden en ik heb hem 3 keer gezien voor de omgang zonder ruzie trouwens. Inmiddels heb ik jaren een stabiele relatie met een nieuwe partner, maar daar wil men niets mee te maken hebben. Verder heb ik geen contact met mijn ex aangezien hij na de scheiding op een verkeerd pad is gegaan.
Mijn ervaring, ik ben 8.5 jaar geleden gescheiden van mijn ex, althans toen is de echtscheiding aangevraagd en een half jaar later uitgesproken. De rechtbank heeft in 2004 een omgangsregeling toegewezen, die ik na ben gekomen. Echter, nadat ik merkte dat er problemen waren heb ik dit bij BJZ gemeld met de vraag voor advies.

Mijn zoon gaf aan dat er rare dingen gebeurde tijdens de omgang, dat er “vreemde” mannen waren en had daar veel moeite mee. BJZ deed niets met de meldingen, maar ik gaf aan in de tussentijd omgang toch even te beëindigen.
Dat was prima, de Raad voor Kinderbescherming ging onderzoek doen naar de mogelijkheden voor omgang. Uit dit onderzoek bleek (voor de zittingen m.b.t uit huis plaatsing en ondertoezichtstelling bij mij) dat mijn ex binnen 3 jaar 41 keer in aanraking was geweest met de politie voor delicten, waaronder zware bedreigingen met de dood naar buren toe etc. En dan ook nog verschillende buren op verschillende adressen, evenals geweld/diefstal/heling/handel in verboden middelen/vechtpartijen/openbare dronkenschap. Een heel scala van geweld. Omgang met zijn zoon was in het onderzoek van 2006 volgens de raad voor kinderbescherming ONMOGELIJK zonder begeleiding.
Dit onderzoek was in 2006.

Het jaar daarop bepaalde de rechter dat mijn ex gewoon omgang moest hebben zonder begeleiding en BJZ vroeg meteen een OTS/UHP aan bij mij. Ze haalde met een rotvaart mijn zoon uit huis in de tijd dat de omgang met zijn vader weer werd opgestart. Mijn zoon moest 1 keer in de twee weken naar zijn vader, de uit huis plaatsing was inmiddels uitgesproken en toen ik hem sprak bij zijn pleegouders zei hij dat hij wakker had gelegen een aantal nachten. Dat het bij zijn vader alleen maar over sex ging en dat er afschuwelijke dingen waren gebeurd. Hij had dit gemeld aan de pleegouders en ik heb dit gemeld bij BJZ. Even later had ik een gesprek waarin BJZ verklaarde dat zijn vader het over een sexy vrouwtje op televisie had gehad en dat dit alles was. Ondertussen vertelde mijn zoon dat hij seksueel belaagd werd door zijn vader die constant onder invloed was van drank. De pleegouders en BJZ wisten dit, maar stonden gewoon omgang toe.

Dankzij een inmiddels overleden politieagent heb ik uitreksels gekregen uit hun dossier en het is niet mals wat er in staat, de politie heeft een aantal keren moeten optreden in het pleeggezin waar de vader stomdronken zonder rijbewijs zijn kind “kwam halen” en de pleegouders dan maar mijn zoon meegaven onder bedreiging. Er werd totaal niet ingegrepen door BJZ na deze meldingen. Ze vonden het wel prima zo.
Ik ben eens gaan praten met mensen die contact hadden met mijn ex en het was verschrikkelijk wat er daar in huis gebeurde. Er zaten constant allerlei vreemde mannen uit het circuit en ook mannen die uit een heel andere hoek kwamen en zij kwamen allemaal als mijn zoontje daar was, wat kwamen zij doen? En daar zat dan een jongetje van 6 tussen allerlei mannen onder invloed. En BJZ vond het prima. Ik was inmiddels laaiend over de situatie en vond het totaal onverantwoord. Het resultaat was dat ik mijn zoontje helemaal niet meer te zien en te spreken kreeg dankzij BJZ. Mijn ex kwam er ook steeds mee weg, hij werd op een bepaalde manier gewoon geholpen. Hij is wel opgepakt in die tijd omdat hij een weetplantage op het speelkamertje van zijn zoon had gebouwd. Dit is allemaal bekend bij de politie.

Het was totaal onverantwoord en BJZ heeft meegewerkt door niets met deze meldingen te doen en deze ook nog tegen mij als bezorgde moeder te gebruiken om mijn zoon uit huis te kapen. De plek waar hij volledig veilig was. Bovendien mag hij al 2.5 jaar niet bij mijn vriend en mij komen, terwijl mijn vriend een lieve en rustige man is.
En er is zoveel meer bij het pleeggezin waar ze hem hebben geplaatst en wat er is gebeurd in de Gemeente waar ik woonde, waar de Burgemeester ook nog een bijbaantje bij de Combinatie heeft, wat onder Jeugdzorg valt. Hoe ik daar ben vervolgd na mijn meldingen en wat er daar allemaal is gebeurd, dat kan het daglicht niet verdragen.

Kortom, daarom is het zo druk bij BJZ. Ze hebben het heel druk om zelf problemen te scheppen. Mijn zoon had het fijn thuis bij zijn moeder en de aantijging waarom de uithuisplaatsing geoorloofd zou zijn en ontneming gezag, daar ben ik nog steeds op aan het wachten. Ze hebben het nog nooit gehad over opvoedingsproblemen of een plan opgesteld waarin problemen vermeldt staan of misstanden in de opvoeding bij mij thuis met mijn zoon. En wat er bij zijn vader volgens politierapporten hebben ze naast zich neer gelegd en verzwegen. Tevens wat mijn zoontje vertelde over mishandeling en misbruik.

Dat BJZ na een melding van misbruik en geweld bij zijn vader en de wetenschap van 41 geweldsdelicten in 3 jaar daar een jongetje van (toen nog) 5 in het weekend naar toe moet sturen onverteerbaar.

BJZ die het advies van de Raad naast zich neer legde en nog niet eens begeleiding aan hebben geboden, terwijl ze wisten dat er een klein manneke dat in gevaar zat. Nee, ze hadden het druk met subsidie vangen om hem zo snel mogelijk bij mij weg te halen, ieder contact te verbieden zonder reden en de dagen bij zijn vader gewoon door te laten gaan. Totdat vader gevangenisstraf kreeg omdat hij zijn buurman met de dood had bedreigd. Toen kwam zijn vader niet meer en ik moest uit politieberichten vernemen wat er aan de hand was. Ik kreeg immers te horen dat er even geen omgang was omdat vader op “vakantie” was. Totdat ik zo bijdehand was om na te zoeken of er dingen waren gebeurd in de staat van mijn ex rond de tijd dat de omgang stopte in de politieberichten online en daar was het berichtje.
Is dat raar dat mijn zoontje zich niet fijn voelt. Moet bij zijn moeder weg en naar zijn vader toe met alle toestanden. En met mij mag hij geen contact meer als hij me in vertrouwen verteld wat daar gebeurd. BJZ heeft er niets mee gedaan, trouwens dat is niet waar. Toen ze het gezag wilde ontnemen had ik ineens ruzie met mijn ex na de scheiding al dan niet in het bijzijn van het kind. Leuk bedacht, ik heb mijn ex zeker al bijna 4 jaar niet meer gezien of gesproken. En ruzie maken met iemand zo gewelddadig is? Ik heb met niemand ruzie en met hem zal ik geen ruzie maken. Ik zorg er al 8 jaar voor dat ik geen enkel contact met hem heb, tenzij het noodzakelijk is met betrekking tot mijn zoontje voorheen. Toen de omgang verplicht was, zorgde ik er voor dat dit bij familie gebeurde zonder mijn bijzijn. Ik was doodsbang voor deze man.
Maar ik weet dat er meer achter deze zaak zit. Ik weet dat feiten en bewijzen weg gemoffeld zijn om onze zoon toch maar daar te krijgen in huis met heel veel verschillende mannen om mijn zoon heen en wat daar volgens mijn zoon zich afspeelde. Waarom mocht mijn ex  na minstens 41 zware geweldsdelicten gewoon omgang en gezag behouden?
En waarom wordt mijn kind uit mijn huis gehaald nadat hij meldt zo bang te zijn, omdat er zo’n rare dingen gebeuren met allerlei vreemde mannen bij zijn vader. Door wie wordt zijn vader beschermd? In elk geval door BJZ, want die hebben geen enkele keer alle voorvallen benoemd bij de rechtbank, terwijl er aangiftes zijn van de pleegouders bij politie betreffende geweld en dronkenschap bij de omgang en grensoverschrijdend gedrag (misbruik).In alle zittingen is dit geen enkele keer gemeld. BJZ zit deze gegevens gewoon achter te houden. Ze willen blijkbaar alleen maar scoren met uit huis plaatsingen en de veiligheid van kinderen interesseert ze totaal niet.

En ja, ik heb papieren uit het politiedossier. Die hadden door BJZ al lang bij de rechtbank afgegeven moeten worden in de afgelopen jaren. Geen woordje is er geweest over die situatie, niets!!!! BJZ zweeg in alle toonaarden en hield deze informatie achter.
Er is blijkbaar wel degelijk een innercircle aanwezig die voor geld en misbruik alles in werking stelt.

Even een andere naam

woensdag 14 december 2011

Het Savannah effect in Engeland

Social Workers 'Sex up Abuse Claims to snatch children for adoption'

Sunday December 11,2011
By Ted Jeory

SOCIAL workers are regularly “sexing up” dossiers on problem parents to remove children into care and even to farm them out for adoption, a whistleblower reveals today.

The experienced social worker told a Sunday  Express investigation that council managers are frequently putting pressure on  him and colleagues to rewrite reports considered “too positive”.

 
They are  demanding “more dirt” on mothers and fathers to increase the chances of  securing court orders that place their children into care and which boost  councils’ Ofsted  ratings.The whistleblower said the worry of having  another Baby P on an authority’s hands had created a climate of fear that was  destroying innocent families.

The findings were last night described as a  “national scandal” by one MP who is now demanding a full Parliamentary inquiry  into
Britain’s child protection system.
We’re being pressured to go against what we think is right for families
The whistleblower


Lib Dem John Hemming will raise the  issue when he appears at the Education Select Committee on Tuesday.

The  committee’s chairman, Graham Stuart, has indicated he would talk to our  whistleblower in confidence.

The whistlebower said the behaviour of social  workers has been dramatically and “needlessly” changed since the full details  over the 2007 death of Baby Peter Connelly in Haringey, north
London, emerged  three years ago.

He said there is now a new culture of fear in which the  buck of responsibility is continuously passed up the managerial chain.

He  said people in desperate need of help with their parenting skills are instead  having their lives ruined by bureaucrats who fear being blamed for a highly  unlikely case of extreme abuse.

Courts sitting away from the public glare  are then increasingly being asked to make life-changing decisions based on  “biased” evidence, he claimed.

Latest figures show that social workers,  already overstretched due to Government cuts, are dealing with rapidly rising  caseloads with 42,700 children now on child protection plans.

Social  workers say this is largely due to political pressure after the Baby P  case.

David Cameron has said there are too many children in care and that  the adoption process needs streamlining, but critics say the real issue is  about why so many youngsters are taken into care in the first place.

The  whistleblower, a father who works for a large authority in the south of 
England, said: “We’re being pressured to go against what we think is right  for families.

“Personally, I’ve written reports and been told, ‘You are too  positive with this family, we’ll never get it to court unless you make it more  negative’.

“I’ve actually been told that.

“Although it goes against  what you feel is right, you feel under an obligation.

“Children need to be  in their families and we need to support them as much as possible and only if  there are great risks do you take a child out of a family.”

When asked for  an example, he said: “In order to get a child through to a child protection  conference, we’re told to make the situation look bad and worse than it  actually is.

“We don’t necessarily make things up, but we can change the  emphasis.

“It’s subtle. I had one child aged about eight. I’d prepared a report with the emphasis saying that the parents were prepared to make changes  and that their attitude was willing.

“But then I was told this was too  positive, we’d never get it through.

“I was told to bring out more of the  negative points,
so I had to concentrate on the lack of cleanliness of the  house. That put the parents in a bad light.”

He said these reports were  used to take children out of a family home and in many cases then placed for  adoption.

He added: “It destroys families. But the newer, younger social  workers see this as the norm, they just want to toe the line with their bosses  and that’s worrying.”

The whistleblower also  raised serious concerns about council-appointed psychologists who he believes  are biased in favour of their paymasters.

In particular, he said he had  doubts over what he said were nebulous concepts of emotional abuse and  “attachment theories”.

He said: “These psychologists create such a high  standard of for parenting that most of us would fail.”

MP John Hemming said: “I congratulate the Sunday Express in  unearthing this national scandal.  

“A number of whilstleblowers  have come to me to explain how expert evidence is at times sexed up and at  other times plainly wrong in the Family Courts.   “Taking the  wrong children into care on the basis of sexed up dossiers and meaningless  psychobabble results in other children being left to die such as Baby P. 

“Parliament must act to sort out the child protection system.”

Nishra  Mansuri, of the British Association of Social Workers, recognised the  whistleblower’s comments and said: “It’s a major concern. The cuts are  creating so much pressure for social workers that the right decisions are not  being taken.

“We’re storing up so many problems, but the odds are against  us.”

The whistleblower said auth­orities’ worries of another Baby P had created a climate of fear

woensdag 7 december 2011

Brief aan Eerste Kamerleden


Zeer geacht Kamerlid,


Wij schrijven u deze brief als ouders, uit naam van S.... en als burgers van een democratische rechtsstaat die zeer verontrust zijn over het feit dat er in de Jeugdzorg niet aan Waarheidsvinding wordt gedaan.

Wij begrijpen dat u en uw collega’s niet op persoonlijke zaken kunnen ingaan.
Het zou ons al zeer verheugen als u de moeite neemt om ons verhaal (wat het verhaal zou kunnen zijn van duizenden andere Nederlandse ouders) te lezen.

Het is het verhaal over onze dochter S...., toen nog 6 jaar oud.
S.... ging na de zomervakantie van 2010 naar een nieuwe school, een spraaktaal school in Amsterdam.

Eind september begon onze dochter vreemd en agressief gedrag te vertonen. Ze was bang, huilde veelvuldig en kon uit het niets gaan slaan of schreeuwen. Sarah wilde niet meer naar school en gaf  ‘s morgens regelmatig over. Omdat onze dochter en spraaktaalstoornis heeft was het moeilijk voor ons om er achter te komen wat er nu precies aan de hand was.

Op 16 december 2010 kwam het hoge woord eruit. Onze dochter werd op school seksueel misbruikt. Wij hebben contact gehad met school en gevraagd om een onafhankelijke orthopedagoog, om de zaak grondig te onderzoeken aangezien onze dochter vertelde dat dit ook met andere kinderen gebeurde. School weigerde en de goede verstandhouding sloeg als een blad van een boom om. (Enkele maanden later is zij in trauma verwerkingstherapie geweest bij een Drs. en er is een PTSS geconstateerd).

Omdat wij niet alleen zeer bezorgd waren over het welzijn van onze dochter maar ook om het welzijn van de andere kinderen zijn wij naar de zedenpolitie in Amsterdam gegaan. Wij hebben zelf het AMK gebeld in januari 2011 om melding te maken van het gebeuren onze dochter vertelde.

Wat schetst onze grote verbazing toen enkele weken later de school een AMK melding had gedaan tegen ons gezin. Wij zijn nooit een crisisgezin geweest en staan ook niet bekend als probleemgezin.
In goed vertrouwen (achteraf heel naïef) gingen wij een gesprek aan met het AMK. Na maanden van ‘onderzoek’ werden wij zonder enige grond of op feiten gebaseerd materiaal beschuldigd van ‘pedagogische verwaarlozing’.* Het AMK rapport stond vol met aantoonbare leugens, insinuaties en verdachtmakingen. Zo erg, dat je je als ouders afvraagt of dit rapport wel over jouw gezin gaat. Ondertussen weten wij via andere ouders en internet hoe leugenachtig rapporten van het AMK/BJZ en de Raad kunnen zijn, het is eerder regel dan uitzondering.

We brachten tijdens het afsluitgesprek met het AMK nog naar voren dat de leerplichtambtenaar en haar coördinator toestemming hadden gegeven om S.... thuis te houden. S.... was doodsbang en wilde nooit meer naar dezelfde school terug, zei ze. Wij hadden na anderhalve maand alweer een nieuwe school voor haar gevonden. Bij het afsluitgesprek wisten de dames van het AMK al dat S....  na de krokusvakantie kon beginnen op een nieuwe school.

Er was bij de AMK medewerksters geen speld tussen te krijgen, ze doen immers niet aan waarheidsvinding en hebben geen boodschap aan feiten.
Wat volgde was 4 weken intensieve gezinsbegeleiding (waarbij de Families First begeleidster zelf grote vraagtekens had. Wij waren in de verste verte geen crisisgezin). Hierna nog een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Het AMK had gedreigd met Uithuis plaatsing van onze beide kinderen (S.... 6 en S..... 13) omdat deze in de thuissituatie ‘ernstig gevaar’ zouden lopen. Families First en de Raad kon daar helemaal niets van bevestigen.

Nu komen wij bij datgene waar alles om draait Waarheidsvinding binnen Jeugdzorg. Negen maanden zijn wij met ons gezin door een hel gegaan (net zoals tienduizenden andere ouders kunnen getuigen, met schrijnende verhalen over de misstanden binnen Jeugdzorg).
S.... zit inmiddels (februari 2011) allang op een andere school. Wij hebben onze kinderen nog, maar hoe anders loopt het af voor duizenden andere kinderen, ouders, oma’s, opa’s, etc. Na december 2010 is ons leven nooit meer geworden als voorheen. Het is ongelofelijk dat in een democratische rechtsstaat je je kinderen kan verliezen op basis van leugens, roddels en in ons geval een school die geen zin had in negatieve publiciteit. Deze school staat al jaren te boek als zwak bij de Onderwijsinspectie.

In de Jeugdzorg zou Waarheidsvinding verankerd moeten zijn in de wet. Wij zijn ondertussen ervaringsdeskundigen die de vele hartverscheurende verhalen van ouders op internet kunnen bevestigen. Ons leven zal nooit meer dezelfde zijn.


Met vriendelijke groet,


Mevrouw APM van Kralingen
Dhr. SSS Snijer

School: Signis, Jan Tooropstraat 11, Amsterdam
Overkoepelende organisatie: Koninklijke Kentalis
Schooljaar: 2010-2011
Klas: Ara - klas



* Letterlijke formulering in het rapport: kindermishandeling is bewezen.

donderdag 1 december 2011

Meer geld voor Jeugdzorg?


Er wordt door Bureau Jeugdzorg momenteel een bedrieglijke voorstelling van zaken gegeven richting de overheid, met betrekking tot de geldverstrekking en de kwaliteit die door Jeugdzorg kan worden geboden. De roep om meer geld wordt gesimplificeerd tot een enkele vraagstelling: Meer wachtlijsten of de caseload verhogen?

De Deltamethode

Steeds meer wordt er bij Jeugdzorg gewerkt volgens de Deltamethode, waarbij er gestreefd wordt om de maximum caseload (het aantal gezinnen per gezinsvoogd) de grens van 15 niet te laten overschrijden. Dit om betere zorg te kunnen bieden, die bij een te grote caseload niet mogelijk is, door tijdgebrek en overbelasting van de capaciteit van een gezinsvoogd. Op zich een mooi streven. Het probleem wat zich voordoet bij een verlaging van de caseload, is dat de wachtlijsten zullen toenemen en dat is eigenlijk net zo onwenselijk als een te hoge caseload. Er moet dus meer geld komen vindt Jeugdzorg, om meer gezinsvoogden te kunnen aanstellen zodat evengoed voldoende zorg kan worden geboden. Als dat geld er niet komt, zullen zij om de wachtlijsten niet te laten oplopen, toch weer de caseload moeten verhogen.

Te grote instroom

Een begrijpelijke redenering die toch heel misleidend is. Het eigenlijke probleem bij Jeugdzorg is namelijk niet gelegen in de moeizame verwerking van de wachtlijsten, noch in de te hoge caseload, die volgens Jeugdzorg beiden hun oorzaak hebben in een financieel tekort. Nee, de werkelijke reden voor de te hoge caseload én de wachtlijsten is de kunstmatig hoge instroom van veronderstelde probleemgezinnen. Er worden teveel cliënten door de voordeur binnen gehaald en daardoor wordt het dringen bij de achterdeur. De reden waarom er zoveel cliënten bij Jeugdzorg binnen komen die daar eigenlijk niet thuis horen (zie: onderzoek hoogleraar Jo Hermanns) is dat de definitie van wat er onder kindermishandeling mag worden verstaan steeds verder wordt opgerekt, waardoor er een kunstmatige stijging te zien is in het aantal gevallen van kindermishandeling.

Adri van Montfoort – Definitie van kindermishandeling

In de AMK-lezing van beleidsadviseur voor AMK en Jeugdzorg Adri van Montfoort van 4 oktober 2011 zegt hij daar het volgende over:

Er komt een lichte vorm van ondertoezichtstelling die zo ruim is, dat een uitbreiding van de staatsinterventie van tienduizenden minderjarigen mogelijk wordt. Volgens de Memorie van toelichting gaat het om een lichte, preventieve maatregel, en opnieuw twijfel ik niet aan de intentie, maar wel aan de uitkomst 

Dwang van de staat in de opvoeding is nooit licht en leidt per definitie tot juridisering met procedures, advocaten, rechtszaken en alle daarbij behorende strijd.

Deze ‘lichte ondertoezichtstelling’ betekent dus een verdere verruiming van de definitie van kindermishandeling, terwijl de huidige definitie al tot grote aantallen onterechte gevallen van  ‘bewezen kindermishandeling’ heeft geleidt, met alle kwalijke gevolgen voor de betrokken gezinnen.

Van Montfoort:

Ook het opnemen van de definitie van kindermishandeling in de Wet op Jeugdzorg in 1998 betekende een verruiming voor het criterium voor staatsinterventie. De definitie is zo breed, dat iedere voor een minderjarige mogelijk bedreigende opvoedingssituatie er onder kan vallen.

Deze brede definitie is minder geschikt als criterium van staatsingrijpen in de opvoeding, omdat het een brede, diffuse verschuiving van verantwoordelijkheid betekent van ouders en hun omgeving naar de staat en in de praktijk daarmee naar      beroepskrachten en instanties.

Van Montfoort stelt dat een te ruime definitie van het begrip kindermishandeling, een overbelasting betekent van het hulpverleningssysteem en daarbij een te snel voorbij gaan aan de eigen verantwoordelijkheid van ouders en andere familieleden.

Een te ruime definitie van kindermishandeling betekent in de praktijk een verontrustende toename van het subjectieve element in de beoordeling van een gezinssituatie. Er zijn steeds minder feiten en steeds meer persoonlijke meningen aan de kant van melders, onderzoekers en gezinsvoogden die leiden tot gedwongen hulp.

Het Procrustesbed

Binnen de opgerekte definitie van kindermishandeling, wordt er vaak gesproken over ‘pedagogische verwaarlozing’. Dat klinkt niet zo ernstig, maar in AMK rapportages transformeert dit begrip zich vaak ongemerkt tot het zwaardere woord ‘mishandeling’. Het is als het ware een opstapje naar het op het spoor komen van het grotere psychische leed dat zich daar ‘vermoedelijk’ achter zal bevinden. Volgens het principe ‘waar rook is, is vuur’ kunnen onderzoekers elke vonk die ze tegenkomen aanblazen en indien nodig, er een paar takjes bovenop leggen. In ‘het-belang-van-het-kind’ lijken normale regels en wetten soms niet meer te gelden, want van een goede controle op de uitvoering van de kinderbeschermingstaken is tot op heden nog geen sprake.

De subjectivering van de onderzoeksmethoden van het AMK geeft het idee van een Procrustesbed. Procrustes was een herbergier, die af en toe gasten ontving op doorreis. Als ze na de maaltijd om een slaapplaats verzochten, leidde Procrustes ze naar een kamer met daarin een bed dat afhankelijk van de gast erg lang of erg kort was. De gasten van bovengemiddelde lengte, leidde hij naar de kamer met het korte bedje en gasten die klein van stuk waren mochten slapen in het grote bed. Om ‘zorg op maat’ te leveren paste hij enige hulpmaatregelen toe bij zijn gasten. De gasten die te kort waren voor het grote bed rekte hij een stuk uit, waardoor ze overleden en hij hun bezittingen kon roven. De gasten die te lang waren voor het kleine bed, hielp hij door ze de benen af te hakken. Ook zij stierven en hij nam hun bezittingen. Moraal van het verhaal: Procrustes kwam altijd aan hetgeen hij verlangde. En dat geldt niet minder voor het AMK en Jeugdzorg. De kostbaarste bezittingen van ouders, hun kinderen, komen linksom of rechtsom altijd in de macht van Jeugdzorg.



Te veel of te weinig

Volgens de kritische onderzoekers kunnen ouders hun kinderen te weinig aandacht geven, maar ook teveel (verwennen). Kinderen kunnen te weinig speelgoed hebben, of door een overvloed aan speelgoed worden verpest. Ze worden te weinig gestimuleerd in hun autonomie, of als ouders dat juist wél doen, teveel ‘aan hun lot overgelaten’. Kinderen met een duidelijke zelfexpressie zijn ‘niet opgevoed’ en kinderen die goed aan de ouders gehoorzamen, worden ‘onderdrukt’. Rustige kinderen ‘verbergen een afschuwelijk geheim’ en normale kinderen weten goed ‘de schijn op te houden’. Praten de ouders over het beschermen van hun kinderen, dan horen de onderzoekers ’verstikken’. Als u A zegt, zeggen de onderzoekers B. Zij zullen altijd op de tegenovergestelde kant van de wip gaan zitten, want dát de ouders iets verkeerds hebben gedaan, is met zo’n ruime definitie gewoon onvermijdelijk. Zo was er een gezinsvoogd die in een rapportage schreef: ”De moeder gaat met mij in discussie. Dit is schadelijk voor het kind”.

Signaleringstaak

Er worden intensieve mediacampagnes gevoerd door het AMK om bij het minste vermoeden van kindermishandeling, onmiddellijk melding te doen. Ook hier weer is het volstrekt onduidelijk wat er wel en niet onder mishandeling mag worden verstaan. Iedereen kan dat naar believen invullen. Wat de gevolgen van een AMK-melding kunnen zijn, daar hebben veel goed bedoelende, bezorgde burgers vaak geen weet van. Er is ondertussen een groeiend aantal professionals - die uit hoofde van hun functie een signaleringstaak hebben-  die weigeren om ouders bij het AMK aan te melden, omdat zij die gevolgen wél kennen. Zij kiezen er vanuit hun geweten en medemenselijkheid voor, om bij vermoeden van kindermishandeling liever met de ouders zelf te gaan praten en ze door te verwijzen naar de huisarts of een andere hulpinstantie, los van AMK of Jeugdzorg. Op deze manier voorkomen ze een agressieve benadering van kinderbeschermingsinstanties die niet op hulpverlenen gericht zijn, maar op het brandmerken van ouders.

Ook veel artsen willen  bij vermoeden van kindermishandeling liever het AMK om advies vragen (in niet tot de casus herleidbare bewoordingen), dan een zorgmelding doen. Die kennen inmiddels ook de verhalen van ouders. Maar ook hier is weer iets op bedacht: de meldingsplicht. Hierdoor worden artsen in een gewetensconflict gebracht, omdat ze hiermee gedwongen zijn een inbreuk te maken op hun beroepsgeheim. Het KNMG (landelijke artsenvereniging) is van mening dat het ook op een andere manier kan (een tussenvorm), maar de druk vanuit de politiek tot een alsmaar verder gaande preventie met dwangmaatregelen is enorm.

‘Januskop’ in de hulpverlening

Jeugdzorg heeft niet meer geld nodig om haar taken te kunnen uitvoeren. Ze moet helderder krijgen wat haar eigenlijke taken zijn. Zij zal een manier moeten vinden om haar domein (verwaarloosde en mishandelde kinderen) beter af te bakenen en geen ouders te diskwalificeren die zelfstandig tot de opvoeding van hun kinderen in staat zijn, al dan niet met in autonomie gekozen lichte opvoedondersteuning. Wat de in de concept herzieningswet geïntroduceerde ‘lichte opgroeiondersteuning’ betreft, daar doemt alweer het volgende spookschip op aan de horizon, want de scheidslijn tussen lichte en zware problematiek is niet goed gedefinieerd. Dat wordt zoals het er naar uit ziet weer een kwestie van ‘persoonlijke mening’ van de hulpverlener. Bij deze lichte opvoedproblematiek krijgen we opnieuw met de Januskop van de hulpverlening te maken, omdat de CJG’s (Centra Jeugd en Gezin) ook een signaleringstaak hebben. Dit maakt dat er van de gewenste laagdrempeligheid van deze centra weinig terecht zal komen. Ouders die komen voor vrijwillige opvoedhulp, kunnen doorgestuurd worden naar de verplichte hulp. Als ouders dat in hun achterhoofd hebben, hoe laagdrempelig zal het CJG in de praktijk dan zijn?

Machtsmisbruik van hulpverleners

Ik heb al één ouder gesproken die het CJG had ingeschakeld om te bemiddelen in een conflict dat ze had met de school van haar kind. De CJG medewerker kwam haar in haar eigen huis beledigen en bedreigen met ‘verdergaande maatregelen’, omdat volgens hem het probleem geheel bij haar lag. Ook het Centrum voor logopedie waar haar kind spraakles kreeg, werd in een brief gesommeerd om een zorgmelding te doen, als deze moeder in de toekomst ‘moeilijk’ zou gaan doen. Alsjeblieft, laagdrempelige hulp in de praktijk!

Te weinig geld is niet het probleem waar Jeugdzorg mee te kampen heeft. De wachtlijsten zijn het gevolg van een paranoïde (politiek) klimaat, waarbij de utopie wordt nagestreefd van een maatschappij zonder kindermishandeling en ouders die blindelings aan de zorgprofessionals gehoorzamen. Door steeds meer zaken onder het kopje kindermishandeling te scharen, ontstaat de illusie dat Nederland een veiliger land wordt voor opgroeiende kinderen. In werkelijkheid ontsnappen er net zoveel zaken van gruwelijk geweld aan de aandacht van Jeugdzorg als in het verleden. Wat wel verandert, is de toename van ondertoezichtstellingen van gezinnen die dit helemaal niet nodig hebben en een groeiend aantal wachtlijsten.

De maatschappij betaalt de prijs

De trauma’s die worden teweeg gebracht in gezinnen waar onterecht een o.t.s. of u.h.p. worden uitgesproken door de kinderrechter, hebben naast het aspect van menselijk leed ook nog een aardig kostenplaatje. Veel ouders zijn korte of langere tijd niet in staat om te werken en dat kost bedrijven geld. Daarnaast doen ouders door de ellende waar ze in terecht komen voor zichzelf vaker een beroep op de hulpverlening. Relaties komen onder druk te staan door het voordurend leven in onzekerheid over het lot van de kinderen en ernstige meningsverschillen tussen ouders over de juiste manier om op Jeugdzorg te reageren. Het verlies van kwaliteit van leven van deze geestelijk mishandelde ouders, heeft vaak ook een weerslag op de rest van de familie. Om één kind van vermoedelijke mishandeling te redden worden soms complete gezinnen in de afgrond geduwd. De belangrijkste oorzaak daarvan is al vaak door ouders naar voren gebracht, maar tot nu toe door politici nog niet serieus genomen: een weigering tot het doen aan waarheidsvinding. Men vindt het kennelijk nog steeds normaal dat in een rechtsstaat, zonder bewijsvoering kinderen aan hun ouders mogen worden onttrokken, ongeacht de trauma’s die dat bij die kinderen en hun ouders teweeg brengt. Het doel heiligt helaas nog steeds de middelen.

Geld besparen

Door de te ruime definitie van kindermishandeling die nu wordt gehanteerd en die straks nog zal worden uitgebreid, blijft Jeugdzorg een reuzenstofzuiger die alles opzuigt wat voor haar neus komt. Het lijkt een beetje op het vissen met drijfnetten in de Grote Oceaan; alles wat er in terecht komt gaat dood, ook de vissoorten waar eigenlijk niet op gevist wordt. Zeer veel geld kan bespaard worden, als de 40% jeugdigen die volgens hoogleraar Jo Hermanns helemaal niet bij Jeugdzorg thuis horen, uit het systeem gefilterd kunnen worden en de hulpverlening zich uitsluitend gaat richten op die gezinnen die het echt nodig hebben. Dan heb ik het nog niet over de besparing op juridische kosten en op de salarissen van de AMK en BJZ medewerkers die dan naar een andere baan mogen gaan uitzien.

Om de instroom bij AMK / Jeugdzorg te verminderen kan om te beginnen aan de volgende maatregelen worden gedacht:

1 Laat kindermishandeling ook echt over mishandeling gaan en laat de verschillende meningen over de juiste manier van opvoeden het terrein blijven van de vrijwillige hulp.

2 Geef bij publiekscampagnes tegen kindermishandeling duidelijk aan, dat het beter is voor burgers om eerst zelf met hun buren in gesprek te gaan om te zien of een vermoeden van kindermishandeling terecht is, voordat er tot een zorgmelding wordt overgegaan.

3 Help burgers om ouders met opvoedproblemen, eerst attent te maken op diverse vormen van vrijwillige hulp, zodat een ingrijpend onderzoek naar kindermishandeling kan worden voorkomen.

4 Leer onderzoekers van AMK en de Raad uit te gaan van de feitelijke situatie in het gezin en niet rigide vast te houden aan de meest negatieve uitlatingen, van de meest bevooroordeelde ‘informant’, die zijn eigen bedoelingen heeft met zijn/ haar bijdrage aan het onderzoek (een haatdragende ex).

5 Geef de ouder(s) het recht op een eerlijke verdediging tegen valse aantijgingen, aan het begin van het onderzoekstraject.

6 Zorg ervoor dat feitelijke onjuistheden van inhoudelijke aard die te falsificeren zijn, daadwerkelijk in onderzoeksrapporten worden geschrapt.

7 Laat de insteek bij een onderzoek zijn: het beter te laten functioneren van een gezin, wat altijd de kinderen ten goede zal komen. Het eenzijdig centraal stellen van de veiligheid van het kind, leidt ook tot de sociale isolatie van het kind, ontworteling en hechtingsstoornissen door de constante wisseling van pleeggezinnen en scholen. (Dit is waarom Jeugdzorg zoveel geld kost)

8 Laat jeugdigen altijd ondervraagd worden door Jeugdzorg met een onafhankelijke vertrouwenspersoon erbij, zodat er niet op suggestieve wijze antwoorden aan het kind ontlokt kunnen worden, waar het bij nader inzien helemaal niet achter staat. Dit omdat kinderen de juridische gevolgen van hun uitlatingen niet kunnen overzien.

Als aan de bovenstaande voorwaarden kan worden voldaan, zal er een dramatische daling komen van het aantal ‘probleemgezinnen’ in Nederland. De belastingbetaler zal geld overhouden en gezinsvoogden kunnen met een hanteerbare caseload eindelijk op een professionele en betrokken manier gaan werken met gezinnen die hun hulp écht nodig hebben.

Sven Snijer