Pagina's

maandag 24 september 2012

Voorbeeldbrief Verwijsindex meldingen (ESAR)




































Ouders huiverig om opgenomen te worden in de verwijsindex

Ouders zijn huiverig om opgenomen te worden in de verwijsindex dat blijkt uit een evaluatie van dit systeem. 

Ouders worden vaak niet ingelicht wat de verwijsindex precies inhoud en moeten het meestal doen met een simpel foldertje wat overhandigd word in plaats van goede en voltallige uitleg en motivatie wat een vermelding in de verwijsindex inhoud en wat de gevolgen daar van zijn.

Niet alleen de ouders zijn huiverig voor een vermelding ook Professionals ervaren een drempel om te melden, omdat zij bang zijn het vertrouwen van de ouders/jeugdige te schaden door te melden en omdat ze niet goed weten wanneer een melding opportuun is. Het beeld is dat de verwijsindex aan kracht zou winnen als er vaker gemeld wordt.

Daartegenover staat dat sommige professionals voor de contacten met andere professionals binnen de regio niet het gevoel hebben dat melding in de verwijsindex veel meerwaarde heeft. Zij ervaren de andere contacten met professionals, zoals in diverse casusoverleggen, als een zinvoller manier van afstemming zoeken met andere professionals dan het contact leggen via de verwijsindex.

Dit beeld wordt onderschreven door het feit dat slechts 30% van de gevallen waarin de verwijsindex professionals die bij dezelfde jeugdige zijn betrokken bij elkaar brengt, professionals betreft die werkzaam zijn binnen elkaars regio.

Evaluatierapport blijkt promotiepraatje voor uitbreiding registratie

6 december 2012


Vandaag verscheen een evaluatierapport over de inzet van de Verwijsindex Risicojongeren. De evaluatie werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Op basis van deze evaluatie zullen de minister en de Tweede Kamer kijken waar regels en wetgeving aangepast moeten worden.
De Verwijsindex krijgt als systeem van de gebruikers een onvoldoende en de hulp wordt er niet beter van. Conclusie rapport? Systeem uitbreiden en intensiever gaan gebruiken. Begrijpt u het nog?

Er is alleen gekeken naar de positieve signalen voor de verwijsindex gekeken. Niet alleen bij de vraagstelling naar de huidige situatie, maar ook hoe het systeem "beter kan". Alsof het het systeem is, dat geholpen moet worden en niet de jongeren die het betreft. Met andere woorden, voor de onderzoekster is het registratiesysteem het doel geworden en niet meer een middel om risicojeugd bij te sturen.

Vandaag verscheen een evaluatierapport over de inzet van de Verwijsindex Risicojongeren. De evaluatie werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. Op basis van deze evaluatie zullen de minister en de Tweede Kamer kijken waar regels en wetgeving aangepast moeten worden. Prima dus.
Tot zover het goede nieuws. Want het beeld van de verwijsindex dat uit het rapport opstijgt is niet best. En ook van de manier waarop de onderzoekster (ja, iemand deed deze evaluatie even in haar eentje) te werk is gegaan stemt niet vrolijk. Natuurlijk doet zij haar werk in opdracht van de minister, maar het is geen beste evaluatie. En zelfs dan nog moeten de bevindingen de kamerleden aan het denken zetten.

Verwijsindex

De Verwijsindex Risicojongeren is een registratiesysteem bedoeld om jongeren die in een risicoprofiel passen, preventief bij te kunnen sturen. Op basis van 'meldcriteria' kunnen scholen, artsen en nog wat groepen een jongere in het systeem plaatsen. Als er voldoende meldcriteria worden aangevinkt, gaan de alarmbellen rinkelen en komt de 'hulp' in actie. Meldcriteria zijn oa. of een kind voldoende vriendjes heeft en of het kind wel voldoende "hobby's en interesses" heeft. Het registratiesysteem is sinds augustus 2010 een verplicht instrument.

Onvoldoende

Uit het evaluatierapport blijkt dat het rapportcijfer voor de meerwaarde van de verwijsindex een 5,9 is. In normaal Nederlands betekent dat, dat de hulpverleners dit systeem geen voldoende geven. Daarbij vindt slechts 21% van de professionals die met het systeem werken, dat de hulpverlening voor jeugdigen door dit systeem is verbeterd. 79% van de hulpverleners vindt dus dat dit systeem geen meerwaarde heeft. Hoeveel van die 79% vinden dat de hulpverlening zelfs slechter is geworden, wordt in het rapport niet vermeld. Ook met de stelling dat professionals onderling beter samenwerken, is slechts 30% het eens. Hoevelen vinden dat de onderlinge samenwerking verslechtert, omdat het systeem in de plaats komt van de persoonlijke contacten, wordt niet vermeld.

Faliekant de mist in

En dat is precies waar deze evaluatie faliekant de mist in gaat. Het heeft alleen naar de positieve signalen voor de verwijsindex gekeken. Niet alleen bij de vraagstelling naar de huidige situatie, maar ook hoe het systeem "beter kan". Alsof het het systeem is, dat geholpen moet worden en niet de jongeren die het betreft. Met andere woorden, voor de onderzoekster is het registratiesysteem het doel geworden en niet meer een middel om risicojeugd bij te sturen.
Het zal u dan ook niet verbazen dat dit moeizaam werkend systeem de volgende aanbevelingen meekrijgt: Vergroot de meldingsbereidheid, bevorder als organisatie het gebruik van de verwijsindex, maak de kring met meldingsbevoegden groter. Kortom, het systeem krijgt van de gebruikers een onvoldoende en de hulp wordt er niet beter van, dus moeten we het systeem uitbreiden en intensiever gaan gebruiken. Begrijpt u het nog?

Alternatief

Er is één punt in het rapport waarop de verwijsindex een duidelijke meerwaarde blijkt te hebben. En dat is als jongeren verhuizen en uit het zicht van de huidige hulpverleners raken. Door het landelijke systeem weten ze nu in de nieuwe woonplaats dat er een risicojongere aan komt. Zou een aanbeveling daarom niet beter zijn om de verwijsindex af te schaffen en een verhuisindex in te voeren?
Op basis van dit rapport zou mijn conclusie zijn: onderzoek wat je aan registraties kan verminderen, zodat je het enkele positieve punt kan bewaren. Stop de doorgeschoten registratie, want die staat in de weg van het persoonlijk contact tussen hulpverleners in de regio. 

Stop met evaluaties die systemen als uitgangspunt nemen en steek energie in onderzoek hoe je de jongeren zelf kunt helpen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                             
(brief van Bureau Jeugdzorg Flevoland)

Een melding naar de Verwijzingsindex wordt gelukkig wel bevestigd/gemeld aan een ouder.
Wat in zo’n brief kan ontbreken, is: 
– Het wettelijk kader; dat is: Hoofdstuk 1A van de Wet op de jeugdzorg (en later in de a.s. jeugdwet; www.wetten.nl);

- De inhoud van de ontvangen melding van de oorspronkelijke melder is weer wel bij BJZ zelf op te vragen onder de Wbp;

- Het adres van BJZ in dit geval moet men kennelijk opzoeken op de site van BJZ.
Deze melding is geen AMK-melding; bij de gemeente komt slechts de naam en sofinummer te liggen, waardoor een tweede ‘professional’/’beroepskracht’ (uch en zucht, wat een nietsbetekenend nonsense-woord) kan gaan overleggen met de andere melder. 

De in brief gegeven adressen zijn van de gemeenten. Als men daar eerst om inzage vraagt, om te weten wat de inhoud van de melding zou zijn, heeft men weer dagen of weken verloren.

Er staat dat de ‘beroepskrachten’, een ander woord voor ‘professionals’ dus mogelijk ‘ondeskundigen’ (van school, consultatiebureau of BJZ), bij een tweede melding kunnen overleggen om te gaan.... 'helpen'

Er staat dus niet diagnostisch “onderzoeken” of hulp nodig zou kunnen zijn!
Men hoeft als ouders niet meteen in angst te vervallen, maar moet nu wel laat-preventief actie ondernemen, zakelijk en kort ’t dossier opvragen bij de echte meldende instantie{s} onder Wbp (http://wetten.overheid.nl/BWBR0011468/ 35...), en weten en voorbereid zijn op wat men moet doen of moet zwijgen bij benadering van jeugdbeschermers, jeugdzorgwerkers, RvdK, BJZ e.d.. Er zijn ouderorganisaties waar men lid van kan zijn. 

Wat te doen bij onraad

Bij onraad, dus bijvoorbeeld, bij het ontvangen van zo’n brief moet men meteen een afspraak met een echte diagnost (orthopedagoog-generalist) maken (op schrift), met het kind. Dit in verband met UvbWjz artikel 3 of 4, lid 2 tegenover lid 1. Bewijs! (Mondelinge zaken bevestigen met brief). 
Lid 1 gaat over het ondeskundig ‘recht’ op jeugd‘zorg’, waar lid 2 gaat over het echte recht van gezondheidszorg naar IVRK artikel 24. 

Ook ouders dienen de wet te kennen, en dat is echt aanbevolen.
U gaat liever toch zelf voor een ziekte naar de dokter of medisch specialist, en niet naar de professionele schoonmaker op de gang? 
U kan na zo’n brief weinig tijd over hebben!
(Dit geldt ook voor andere provincies).


1 opmerking:

  1. Dit betreft dus het Elektronisch Kind-Dossier, het vroegere EKD, waarover discussie was.

    BeantwoordenVerwijderen