Pagina's

dinsdag 31 juli 2012

Belangrijk verschil tussen 'voogd' of 'gezinsvoogd'

Voogd of  gezinsvoogd?

Dat is een juridisch belangrijk verschil. Er is pas een voogd, als er geen ouder meer is.
'Gezinsvoogden' hebben niet het ouderlijk gezag!

U kunt artsen en scholen preventief informeren dat u eerst gevraagd moet worden om toestemming als BJZ of zogenaamde voogd (die gezinsvoogd is, maar zich verbergt achter 'voogd') om informatie vraagt.

Enkel de RvdK mag naar wet BW1:240 zonder uw toestemming informatie opvragen, en dat wordt dan beter behandeld dan in BJZ/AMK.

Het negeren van uw aanwijzing (schriftelijk uiteraard) aan school en arts is strafbaar. Maar men heeft vaak smoesjes klaar. Een rechterlijk mandaat voor OTS of UHP geeft in deze geen bevoegdheid aan BJZ om zonder toestemming informatie bij anderen op te vragen.


                      Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

Hoe wil ik bejegend worden?


Ik wil iets weten over ‘Cliëntenrechten en Jeugdzorg’ en kom terecht op de site van ‘Stichting Jeugdzorgvragers Limburg’. Op de homepage staat met duidelijke letters vermeld: ‘De Stichting is er voor u, de zorgvrager,’ en vervolgens de oproep: ‘Laat ons weten wat er beter kan in de jeugdzorg.’ In de linkerkolom staat mijn onderwerp, ik klik aan en lees:

Cliëntenrechten

http://www.jeugd-zorgvragers.nl/clientenrechten

‘Iemand die gebruik maakt van jeugdzorg heeft al snel het gevoel van alles te moeten en voelt zich vaak afhankelijk van de hulpverlener. Natuurlijk zijn bepaalde regels nodig, maar u hebt ook rechten waarvan u zich vaak niet bewust bent. (ik ben me er wel van bewust, maar jeugdzorg sjoemelt met die rechten).Vaak staan deze rechten vermeld in de Wet op de Jeugdzorg en dan is het eenvoudig! (nou, dat is een understatement, ik heb daarvoor vaker mijn advocaat in moeten schakelen). Maar soms is er ook sprake van hoe mensen met elkaar omgaan….. en dan wordt het wat moeilijker, dan is er niet meer sprake van een recht zoals in de wet staat waarop men kan terugvallen.
Om te proberen het voor u zo duidelijk te maken, noemen we hier enkele van deze rechten.

Een indicatie geeft u wettelijk recht op jeugdzorg. Dat betekent dat u de zorg krijgt die u vraagt, dat er naar u geluisterd wordt en u zich dus serieus genomen voelt. Dan is er sprake van goede zorg! Dit betekent ook dat u duidelijke informatie krijgt op een manier die u begrijpt en u aanspreekt. Dus dat met u een hulpverleningsplan wordt gemaakt in een voor u “leesbare taal”. Ook heeft u het recht om uw dossier te lezen, hier wordt toch informatie over uw situatie verzameld.

Naast deze rechten hebt u ook het recht van medezeggenschap en het recht op ondersteuning van een vertrouwenspersoon. Dit laatste is vooral belangrijk als het niet zo gaat als u verwacht had, c.q. wenst. Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn dat u het nodig vindt om een klacht in te dienen. Dit moet dan kunnen bij een onafhankelijke klachtencommissie.

Naast de behandeling van uw individuele klachten bestaat er ook een organisatie de toezicht houdt op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging: de inspectie jeugdzorg. De uitkomsten van dit toezicht zijn terug te vinden op haar website.
Al deze bovenstaande rechten en ook de rechten die we hier nog niet genoemd hebben, zijn nodig om ervoor te zorgen dat u op een goede, correcte manier bejegend wordt!’

Elk vetgedrukt woord in de tekst verwijst naar een andere pagina van de site. In vogelvlucht lees ik ze allemaal even door. ‘t Is vriendelijk van toon en de rechten worden duidelijk uitgelegd. Zie je wel, denk ik, ze weten echt wel hoe het moet, hoe ze moeten handelen. Nieuwsgierig hoe Jeugdzorg Limburg omgaat met het dossier klik ik naar die pagina. Daar lees ik: ‘Uw dossier. Deze pagina bevat helaas geen tekst. Hier wordt aan gewerkt.’ Jammer! ‘k Wil zo graag weten hoe ze daar in Limburg mee omgaan. Met óns dossier wordt  namelijk nogal gesjoemeld. Binnenkort deze site nog maar eens bezoeken.
Wij hebben nogal wat communicatieprobleempjes met de diverse gezinsvoogden tot nu toe, dus gauw kijken wat er gemeld wordt bij het onderwerpje correcte bejegening. Een  klik en er volgt een korte instructie richting hulpverlener (voogd), hoe deze zich t.a.v. de zorgvrager (ik) op een correcte manier behoort op te stellen c.q. te gedragen. Verhelderend! Plotseling snap ik, waarom ik communicatie-probleempjes heb met de diverse voogden: Zij zijn, waarschijnlijk door tijdgebrek, er simpelweg niet aan toe gekomen de instructie op deze pagina te lezen!  

“Hoe wil ik bejegend worden ?”
o     Iedere zorgvrager heeft altijd recht op een fatsoenlijke bejegening.
o     Neem voor iedere zorgvrager en voor ieder gesprek ruim de tijd en als je geen tijd hebt dan is er maar een oplossing: tijd maken:
Ø         Gebrek aan tijd is geen excuus. In feite gaat het om KWALITIJD.
Ø         Respect en vertrouwen kun je in enkele minuten “afdwingen”, maar ook door één blunder verliezen.
o     Luister goed en met een “open mind”; het verhaal van de zorgvrager is het vertrekpunt voor alle zorg.
o     Wees altijd eerlijk en duidelijk! Het is niet (altijd) mogelijk en nodig om meteen een pasklare oplossing te hebben. Dat mag en moet je de zorgvrager vertellen. Dat is eerlijk en duidelijk en daarmee win je vertrouwen en respect van de zorgvrager. Transparant en authentiek zijn is erg belangrijk.
o     Het is belangrijk om de zorgvrager duidelijk te informeren en te vertellen wat je gaat doen. Besef dat zorgvragers en hulpverleners vaak een “andere taal” spreken. Controleer of deze boodschap ook goed is overgekomen. 
o     Het is belangrijk om de zorgvrager bij besluiten te betrekken. Keuzes moet je (zoveel mogelijk) samen maken. Je moet ook samen verder.
o     Afspraken zijn afspraken. Kom je afspraken altijd na. Afspraken die niet worden nagekomen zijn “een aanslag op het vertrouwen van de zorgvrager”.
o     Als zorgvragers klagen, schiet dan niet onmiddellijk in de verdediging maar realiseer je, achter iedere klacht schuilt een wens. Luister naar die wens.

Ik voel me helemaal begrepen door de opsteller van deze instructies of aanwijzingen, dat laatste woord begrijpt de voogd waarschijnlijk beter. Als er weer eens contact is met haar, wil ik haar het hoofdstukje “Hoe ik bejegend wil worden?” toch even laten lezen! Voorkomt een hoop gedoe in de toekomst. Ik krijg nu al een opgelucht gevoel. Binnenkort zal tussen ons de lucht geklaard zijn! Ons communicatieprobleempje, hoogstwaarschijnlijk een kennisgebrek bij de voogd, zal binnenkort tot het verleden behoren

Onderstaande instructies (scheiding heb ik even aangebracht) gaan over de hulpverlener in contact met zichzelf en met de collega’s:  

o     Kom je er alleen niet uit, vraag dan steun aan een collega of teamleider. Je kunt en hoeft “knelpunten” niet alleen op te lossen. Neem voldoende tijd voor je collega’s en steun elkaar.
o     Meer interactie met de zorgvrager, meer interactie met je collega’s, dat is leren van elkaar en zo kun je een basisvisie vormen. Bejegening betreft niet alleen de zorgvragers, maar geldt onverkort óók voor de bejegening van elkaar als hulpverleners, maar ook tussen leidinggevende en uitvoerende medewerker.
o     Ga regelmatig na, voor jezelf en samen met collega’s, hoe jij en hoe jullie zorgvragers bejegenen. Neem de tijd en organiseer “informeel overleg” of intervisie. Reflectie is noodzakelijk voor iedere professional. Video interactiebegeleiding, bijvoorbeeld, kan een zeer bruikbaar middel zijn om bejegening te verbeteren; dus jezelf in gesprek met de zorgvrager opnemen en nabespreken met collega’s. Dat vraagt wel léf.
o     Het is geen gek idee om jonge, nog onervaren hulpverleners, ondersteuning te bieden door meer ervaren collega’s. Dat kan steunend en leerzaam zijn voor beiden.
o     Vraag om werkbegeleiding. Als jij daar behoefte aan hebt, dan is het ook nodig!
o     Geen tijd voor intervisie, geen tijd om te reflecteren? Meld dat dan bij je leidinggevende en zoek naar mogelijkheden. Klagen in “de wandelgangen over gebrek aan tijd leidt tot niets”.
Ø         Het management dient medewerkers uit te dagen én te faciliteren om kritisch naar zichzelf te kijken waar het bejegening van de zorgvragers betreft.
Ø         Leidinggevende moeten zich bewust zijn van hun voorbeeldgedrag.
o     Iedereen vindt het een ideale werksituatie als vragen om steun en bieden van steun aanwezig zijn. Steun vragen:
Ø         Moet actief gebeuren
Ø         Moet je aan blijven werken
Ø         Moet bij jezelf beginnen; zoals in : Verbeter de wereld, begin bij jezelf
Ø         Wees trots op je werk en stimuleer dit bij anderen.
Ø         En … iedereen vindt het belangrijk om complimenten en waardering te krijgen

Nou zeg! Goed hoor! “Meer interactie met de zorgvrager, meer interactie met je collega’s, dat is leren van elkaar en zo kun je een basisvisie vormen!” en ‘Reflectie is noodzakelijk’! Prima, goede leerpunten. Laatst las ik deze beginnerstips ook in het theoretische gedeelte van het stageboek van een SPW stagiaire die ik begeleid. In plaats van ‘zorgvrager’ stond er dan ‘leerling’.
Of ik op de oproep van Jeugdzorg Limburg ‘Laat ons weten wat er beter kan’ in ga? In ieder geval zal ik de gezinsvoogd laten weten wat er beter kan.

“Wil je mijn mening horen?”  Ja….graag!

Jeugdzorg Limburg heeft samen met het jongerenteam ook nog een interessante brochure uitgebracht. Een van de werkers binnen de genoemde instellingen maakte mij erop attent.


Hierbij alvast het voorwoord:

Jongeren, ook de jongeren die gebruik maken van de jeugdzorg, hebben een eigen mening en geven deze mening ook over allerlei zaken. Zo hebben ze ook vol overtuiging hun mening gegeven over de jeugdzorg, over hulpverleners waar ze welhaast dagelijks mee te maken hebben.

De jongeren waar we mee gesproken hebben krijgen steun en hulp van Bureau Jeugdzorg, XONAR, Rubicon jeugdzorg en de Mutsaersstichting. Een aantal jongeren verblijft in een pleeggezin.

Toen wij de jongeren in de jeugdzorg naar hun mening over jeugdzorg wilden vragen bleek dat niet zo makkelijk te gaan. We moesten eerst aan de hulpverleners uitleggen waarom we die mening van jongeren wilden weten, hoe we dat gingen aanpakken en wat we met de uitspraken van de
jongeren gingen doen.
Na een wat moeizame start kregen we steeds meer de mogelijkheid om gewoon met jongeren te praten over hun ervaringen met jeugdzorg. Zo verzamelden we een hele reeks opmerkingen en ideeën van jongeren.

Ook kregen we meer en beter contact met de hulpverleners en al snel bleek dat ook zij een eigen mening hebben over jeugdzorg en over de jongeren waar zij dagelijks mee omgaan.

De opmerkingen en ideeën van jongeren zijn duidelijk. Zij geven aan hoe zij dagelijkse zaken beleven. Zij geven hun mening over wat ze goed vinden, spreken ook hun onvrede
uit. Die mening van jongeren hebben we zo eerlijk mogelijk opgeschreven en we hebben er een boekje van gemaakt.

Hulpverleners waren meestal bereid om de mening van jongeren toe te lichten en waar nodig er iets meer over te vertellen. Om die reden hebben we ook de opmerkingen en ideeën van de hulpverleners, als het ware als een spiegelbeeld, opgenomen in dit boekje.
Natuurlijk hebben we in dit boekje niet alle opmerkingen van jongeren en medewerkers kunnen opnemen, maar ook met de opmerkingen en ideeën die niet in dit boekje zijn opgenomen gaan we aan de slag. De titel van dit boekje is: “Wil je mijn mening horen?”  Ja….graag!

Ik heb de brochure gelezen. Voor wie met jeugdzorg te maken heeft, staat er veel herkenbaars in. De meningen van jongeren en hulpverleners over elkaar liegen er niet om. Hoe het jongerenteam met de opmerkingen verder aan de slag is gegaan? Misschien horen we daar binnenkort nog iets over?
Een paar uitspraken uit het boekje:

Jongere:
De groepsleiding is altijd bezig met gesprekken, met de computer of met nog iets anders…vaak zitten ze ook koffie te drinken”

Hulpverlener:
“Ja dat klopt, we hebben door al het regel- en schrijfwerk ook veel te weinig tijd voor de jongeren en
we weten dat ze om aandacht vragen. Maar we kunnen geen ijzer met handen breken.”

Jongere:
“Ik kon niet meer thuis blijven wonen en moest weg. Er kwam een vreemde man en binnen vijf minuten had hij me in de auto gezet! Ik had het gevoel dat ik moest janken, maar dat doe je niet bij die vreemde man in de auto. Dan brengt hij je naar een huis waar iedereen vreemd voor je is… hier ga je nu wonen. Leuk zeg, ik zou wel weer willen janken! Ik mis mijn ouders en broer en zusje!”

Hulpverlener:
“De zorgcoördinatoren verwijzen vaak jongeren aan ons door zonder precies te weten of onze groep wel geschikt is voor die jongeren…”

Het boekje staat vol met dit soort uitspraken/meningen. Het maakt in ieder geval duidelijk, dat er nog een hoop te verbeteren valt.

YB

                     Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

zaterdag 28 juli 2012

The world is a dangerous place to live....

“ The world is a dangerous place to live; not because of the people who are evil, but because of the people who don't do anything about it. ”

Albert Einstein


"All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing"

Edmund Burke


                     Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

Zedenzaken Koninklijke Kentalis


Casus Signis (seksueel misbruik): http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/05/geen-normale-seksuele-nieuwsgierigheid.html

http://svensnijer-essays.blogspot.nl/2014/06/brief-aan-burgemeester-van-der-laan.html

http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.nl/2012/04/als-horen-of-communiceren-niet.html

Jurisprudentie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=kenmerken&vrije_tekst=William+Schrikker+Groep

http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=AR2274

Op grond van hetgeen uit de stukken en hetgeen uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen, is gebleken dat het doveninstituut Effatha ernstig tekort is geschoten in het houden van toezicht op een kwetsbare groep dove kinderen, die voor wat betreft hun verstandelijke vermogens enigszins beperkt zijn en vanwege hun doofheid moeilijker kunnen communiceren.

Het is de rechtbank ter terechtzitting opgevallen dat de meeste verdachten weinig of geen besef toonden van de laakbaarheid van hun handelen en van de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Het lijkt erop dat de onderhavige jongeren met elkaar op seksueel gebied een eigen cultuur hebben ontwikkeld en hebben kunnen ontwikkelen, die niet past binnen de algemene maatschappelijke normen.

Signalen met betrekking tot seksueel deviant gedrag afkomstig van zowel verdachten als het slachtoffer, alsmede signalen uitgegaan van de ouders zijn door de medewerkers van het doveninstituut niet opgevangen; in ieder geval is daar niet adequaat op gereageerd.

Door vroegtijdig en preventief in te grijpen had het gedurende deze lange periode en in deze frequentie plaatsvinden van het grensoverschrijdend seksueel gedrag wellicht voorkomen, althans beperkt kunnen worden.

Uit het dossier is gebleken dat de leerkrachten veelvuldig en lange tijd het klaslokaal verlieten, waardoor het seksueel gedrag deels zelfs tijdens de les en in het klaslokaal heeft kunnen plaatsvinden.

Onze dochter S vertelde over de klas van de Signis school, in 2010: "Mama, dan is er helemaal geen juf meer in de klas, en dan gaan de kindjes mij slaan en pesten". "Er is dan geen juf meer over".

Woede over nieuwe zedenzaak doveninstituut

Door RENÉ VAN LEUSDEN en MAAIKE KRAAIJEVELD

ZOETERMEER - Woedend zijn ze, de ouders van een zevental kleine meisjes uit groep één van Effatha in Zoetermeer.­ Woedend op de leiding van het doveninstituut.­

Verhoorstudio voor kinderen van de politie Haaglanden.­  Hoe is het mogelijk, vragen de ouders zich verbijsterd af, dat opnieuw kinderen het slachtoffer zijn geworden van seksueel onaanvaardbare gedragingen van andere leerlingen van Effatha? Het toezicht was toch verscherpt sinds de vorige ontuchtzaak? „We willen dat deze zaak tot op de bodem wordt uitgezocht.­ Ons vertrouwen in Effatha  (Koninklijke Kentalis) is hoe dan ook weg,’’ zegt een van de moeders, die liever anoniem wil blijven.­ Vast staat dat enkele ouders hun kind definitief van Effatha halen.­ Drie ouderparen doen nog deze week aangifte, bevestigt de politie.­

Hoewel nog niet vast staat wat er precies is gebeurd, houdt ook de directie van Effatha ernstig rekening met een uiterst vervelend incident.­ "We vermoeden,’’ zegt directeur Edward Heitmeijer van de scholengemeenschp Effatha, "dat een 5-jarig meisje in de middagpauze door een jongetje is gedwongen haar broekje uit te doen.­ Dat jongetje kan daartoe op zíjn beurt zijn gedwongen door andere jongetjes van 6, 7, of 8 jaar.­ Mogelijk moest hij ook zijn eigen broek uittrekken.­’’

Bij de ouders bestaat het vermoeden dat het om oudere jongens gaat.­ Heitmeijer acht dat nagenoeg uitgesloten.­ De speelplaats waar het gebeurd zou zijn, is verboden terrein voor oudere kinderen.­ Wel, voegt hij er aan toe, lopen er geregeld ook oudere kinderen langs de speelplaats.­ „Maar dat behoort altijd onder toezicht te gebeuren.­’’ Kan er dan niet van een onbewaakt moment misbruik zijn gemaakt? Heitmeijer durft het niet voor de volle honderd procent uit te sluiten.­

De ouders van het betreffende meisje zijn ervan overtuigd dat er meer is gebeurd dan de directeur schetst.­ Op basis van wat hun dochtertje hen heeft verteld, stellen zij dat ze is ‘verkracht’.­ Bovendien zou het niet één maar drie of vier keer op de speelplaats zijn voorgevallen.­

De ouders hebben het meisje direct thuisgehouden en de andere ouders ingelicht, om te voorkomen dat ook hun dochtertjes het slachtoffer zouden worden.­ Uit die gesprekken bleek, vertelt een van de moeders, dat de andere meisjes van het klasje hetzelfde gedrag vertoonden als het ‘misbruikte’ kind.­
"Het was alle ouders opgevallen dat ook hun dochtertjes sinds een week of vier angstig en agressief reageerden.­ Als ze naar de wc of naar bed gingen moest de deur open blijven staan.­ En de meisjes wilden onder geen beding naar school, omdat ze doodsbang waren.­’’


Onze dochter S was ook doodsbang en gaf 's morgens over. Ze had pijn in haar buik en durfde op school niet meer te plassen. Wij hadden geen flauw benul wat de reden daarvan was. ze wilde absoluut niet naar school.

Directeur Heitmeijer zit behoorlijk met de kwestie in zijn maag en is een eigen onderzoek begonnen.­ Dat moet duidelijk maken wie de vermoedelijke plegers zijn.­ „Over een paar dagen verwacht ik de eerste resultaten.­ Ik denk dat er wel wat uit komt.­’’ Hij legt uit, dat kinderen die getuige zijn geweest van het mogelijke misbruik, op klassenfoto’s de verdachte jongetjes kunnen aanwijzen.­ „De politie mag dat niet doen.­ Wij als school wel.­’’ Overigens is er over de zaak contact tussen de politie en Effatha, zegt Heitmeijer.­

Met de opsporing is enige haast gemoeid.­ Heitmeijer: „Want als we maandag weer beginnen (de school heeft deze week nog vakantie, red.­) moeten we de bokken van de geiten gescheiden hebben.­’’

Wat de vermoedelijke plegers boven het hoofd hangt, als ze worden opgespoord, hangt onder meer van hun leeftijd af.­ De grens ligt bij twaalf jaar, verduidelijkt een woordvoerster van Politie Haaglanden.­ „Daarboven kun je gewoon vervolgen.­ Twaalfminners kun je aanhouden en vasthouden.­ Afhankelijk van wat ze gedaan hebben, kun je tot een behandeling besluiten.­ Maar dat is maatwerk.­’’



Zwijggeld

Vader van leerling: Effatha-school wil discretie: zwijggeld na ontucht op school
31 januari 2004

Algemeen Dagblad


AMSTERDAM -De Effatha-scholen hebben de vader van een dove leerling vorig jaar geld betaald om te zwijgen over een ontuchtzaak. Dat stelt de vader, Johan van Zoelen, die vorig jaar een procedure voerde tegen de Effatha Guyot Groep. Tot deze instelling behoort ook de Mgr. Hermusschool in Amsterdam (heet nu Signis, Jan Tooropstraat 11, Slotervaart), waar een 35-jarige dove man vorige week zijn oud-leraar neerstak die hem vroeger zou hebben misbruikt. Van Zoelen kreeg 17.000 euro uitbetaald, nadat hij vorig jaar in hoger beroep een zaak had gewonnen tegen de Effatha Guyot Groep. Met de rechtszaak bereikte hij dat zijn toen 14-jarige zoon Erwin terug mocht naar de Effatha-school in Zoetermeer. De dove Erwin was 11 maanden lang niet welkom op de school en het internaat, omdat hij volgens het bestuur bij herhaling klasgenotes onzedelijk zou hebben betast. De vriendin van Johan van Zoelen heeft ontslag moeten nemen om al die tijd voor Erwin te zorgen. Van Zoelen zegt dat dat duizenden euro's heeft gekost. Na de gewonnen rechtszaak sloot hij een overeenkomst met de school over een vergoeding. Daar stond ook in dat Johan van Zoelen niet naar de pers zou stappen met het verhaal over zijn zoon. Van Zoelen ziet dit nu als uitbetaling van zwijggeld. Volgens hem zou het bedrag lager zijn uitgevallen als de eis tot discretie buiten het contract zou zijn gebleven.

Bestuurslid Henk Bakker van de Effatha Guyot Groep zegt dat het overeengekomen bedrag uitsluitend is bedoeld als vergoeding voor de opvangkosten. ,,In de overeenkomst is verder vastgelegd dat de vader zou afzien van contacten met de media, omdat Effatha hierdoor in een kwaad daglicht werd gesteld en dat niet verdiende. Ik bestrijd ten zeerste dat er sprake is van zwijggeld. Als vader Van Zoelen had gevraagd de afspraak over mediacontacten uit het contract te halen, dan hadden we dat gedaan. Voor de kosten van Erwins opvang zou dat geen gevolgen hebben gehad.'' Van Zoelen zegt dat het schoolbestuur laaiend op hem was nadat hij alsnog publiciteit had gezocht. Hem zou vorige week zelfs nog de toegang tot de Zoetermeerse school zijn geweigerd. De vader zegt dat hij toch naar de pers is gestapt uit weerzin tegen de 'huichelachtige manier' waarop de school omgaat met seksualiteit. De dovenschool van de Effatha Guyot Groep in Zoetermeer kwam onlangs in het nieuws nadat een 14-jarige leerlinge aangifte had gedaan van verkrachting en seksueel misbruik door medeleerlingen.

Anderhalve week later haalde de Amsterdamse Mgr. Hermusschool (Signis) de krantenkolommen door de steekpartij, waarbij een 59-jarige lerarenbegeleider levensgevaarlijk gewond raakte. Zijn toestand is nog steeds kritiek.” zo bericht Dénis van Vliet van het AD.


Om slachtoffers van nieuw, maar ook oud misbruik te kunnen helpen, wordt binnenkort een meldpunt voor doven opgericht. De bestuursvoorzitters hopen dat doven niet aarzelen hun ervaringen te melden. Bakker: ,,Door de publiciteit van de afgelopen weken krijgen we steeds meer meldingen, ook over zaken die in het verleden hebben gespeeld. We willen nu schoon schip maken ????, niet meer van incident naar incident leven. Laat maar komen allemaal. Zeker als we daarmee nieuwe trauma's kunnen voorkomen.''

Henk Bakker
Bron: Trouw

Weer zedenzaak doveninstituut 
Effatha ZOETERMEER -

Het doveninstituut Effatha in Zoetermeer is opnieuw

geconfronteerd met een zedenzaak. De directie houdt er ernstig rekening mee, dat een of meer zeer jonge meisjes door 6- à 10-jarige jongetjes zijn gedwongen tot seksueel getinte handelingen. Effatha is, met medeweten van de politie, een eigen onderzoek begonnen naar de dader(s). Drie jaar geleden raakte Effatha ook in opspraak nadat leerlingen van 14 tot 16 jaar stelselmatig een 14-jarig doof meisje hadden misbruikt. Acht jongens kregen van de kinderrechter een leerstraf, één jongen werd vrijgesproken.

Op advies van de directie hebben de ouders van enkele 5-jarige meisjes het advies gekregen hun kinderen voorlopig thuis te houden. Voor de ouders van zeven meisjes was dit advies overbodig; zij hadden daartoe zelf al besloten. Een handjevol ouders heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie. Anderen overwegen dat te doen.

De ouders verwijten Effatha onvoldoende toezicht

Bovendien denken enkelen van hen dat de daders oudere leerlingen zijn, die, na het incident van 2004, zelfs niet in de buurt van de kleintjes mogen komen. Edward Heitmeijer, directeur van de scholengemeenschap Effatha: Het is een heel vervelend incident, waarvoor we ons diep schamen. Er is veel toezicht, maar vooral bij de oudere kinderen.

Het toezicht is nóg verder verscherpt. We hebben een duidelijke aanwijzing dat een jongetje op een schoolplein waar eigenlijk alleen kinderen van 4, 5 en 6 jaar mogen komen, onder druk van andere jongetjes, een meisje heeft gedwongen haar broek uit te trekken en mogelijk ook zelf zijn
broek liet zakken. Volgens ouders is er ook seksueel contact geweest tussen hetjongetje en het 5-jarige meisje.

Bovendien denken ze dat het niet om een eenmalig incident gaat. Het meisje en haar klasgenootjes hebben, aldus een van de moeders, de laatste vier weken allemaal dezelfde klachten. Ze zijn agressief
en angstig en willen per se niet naar school.

Bron: AD.nl




                     Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

donderdag 26 juli 2012

Kindermishandeling na geen zorg geven door BJZ


Veel kindermishandeling ontstaat door het gezin eerst te laten zwemmen, geen begeleiding van effectieve zorg (BJZ doet graag zo) te bieden.
En dan is een gezin rijp (en het kind geschaad) om als werkgelegenheidsobject onder toezicht (OTS) te stellen of zelfs met dubbele bonus het kind te scheiden van mogelijk wel leerzame ouders met een uithuisplaatsing (UHP).

Hoe vaak wordt een kind niet geschaad door een OTS of UHP, dat de gemoederen in een gezin in negatieve zin doet aanslaan? - Is dat geen institutionele kindermishandeling door bureaus Jeugdzorg (=BJZ/CJG/AMK)?!

BJZ zou moeten worden afgeschaft (mooie bezuiniging!) en gezinnen moeten directe toegang krijgen tot een orthopedagoog of zelfs jeugdpsychiater. Vele gedragsstoornissen worden bij BJZ niet onderkend! De ouders worden beschuldigd van iets onnozels waar de zorg al eerder wat aan had kunnen doen.

OTS en UHP schaden vaak kinderen in hun beleven en ontwikkeling, zijn naar eigen beleven niet veilig al beweert BJZ van wel. Ontvankelijke kinderen voelen dat ouders zich beschuldigd en gediskwalificeerd voelen, met ontneming van instemmingsrecht bij OTS en UHP. Dat gevoel kan schaden!

De overgang van vrijwillige hulp tot gedwongen maatregelen dient enkel bij de RvdK te berusten met voorwaarden dat er degelijk en ook diagnostisch wordt onderzocht; geen roddel wordt gebruikt; en de Raadsmedewerker beëdigd wordt op de rechtszitting. Tuchtrecht met begrijpelijke normering en beroepscode en -ethiek dient daarbij te helpen de kwaliteit te verhogen.
Eerder hulp bieden.
Een verplichte, leuke opvoedcursus kan veel schelen.

Adoptievader


              Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

Een zes-jarig jongetje misbruikt leerlingen





HILLEGOM - De Jozefschool in Hillegom heeft een 6-jarig jongetje geschorst vanwege ’grensoverschrijdend gedrag van seksuele aard’. Dat heeft Peter Bongaerts van de Sofia Stichting, waar de school onder valt, woensdag gezegd. Hoeveel medeleerlingen het slachtoffer zijn geweest van het jongetje, weet hij niet.

Wel bevestigt Bongaerts dat de leerling vorig jaar ook al voor soortgelijke problemen zorgde. „Hij is toen behandeld, maar dat heeft niet het effect gehad dat we beoogden.”

Onder meer Bureau Jeugdzorg en de GGD onderzoeken de zaak. Wat er met de geschorste jongen gaat gebeuren, is nog niet bekend. Maar volgens Bongaerts is het niet uitgesloten dat hij terugkeert op de school.

Ouders van betrokken leerlingen en de kinderen zelf krijgen begeleiding en voor hen is een informatieavond gehouden, waar ook vertegenwoordigers van Jeugdzorg, GGD en GGZ Duin- en Bollenstreek bij aanwezig waren. Ook is een informatiebrief aan ouders van betrokken leerlingen verstuurd.

                  Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse

Bijzondere curator voor kinderen

http://www.dekinderombudsman.nl/60/jongeren/nieuws/kinderombudsman-kinderen-onvoldoende-gehoord/?id=173

Kinderombudsman: kinderen onvoldoende gehoord

5 juil 2012

Kinderen en jongeren kunnen te weinig hun stem laten horen bij beslissingen die over hen gaan, dat vindt de Kinderombudsman. De Kinderombudsman heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor kinderen en jongeren om zelf hun recht te halen of gehoord te worden bij een rechter. Het gaat om alledaagse voorbeelden: mag je bij een echtscheiding zelf aangeven bij welke ouder je wilt gaan wonen?

Bij de Kinderombudsman komen vaak klachten binnen van kinderen die vinden dat niemand naar hen luistert. Soms gaat het om kinderen van wie de ouders gaan scheiden, soms om kinderen die uithuisgeplaatst worden, soms om kinderen die in een pleeggezin wonen en daar weg moeten.

Als een kind het idee heeft dat niemand naar hem luistert of niemand goed opkomt voor zijn belangen, kan een kind soms een bijzonder curator krijgen. De bijzondere curator wordt benoemd door de rechter. Zijn taak is altijd om op te komen voor het kind.

Uit de klachten die bij de Kinderombudsman binnen kwamen, blijkt dat maar weinig mensen weten van de bijzondere curator.

De bijzondere curator wordt daarnaast ook niet vaak benoemd. Het lijkt bijna wel een loterij of je er wel of niet één krijgt. Hierdoor vroeg de Kinderombudsman zich af of de belangen van kinderen wel goed genoeg beschermd worden en heeft hij besloten om daar onderzoek naar te doen.
De Kinderombudsman vindt dat de bijzondere curator op dit moment niet goed geregeld is. Hij heeft grote zorgen over hoe het nu gaat en vindt dat op deze manier niet alle kinderrechten goed beschermd worden. De Kinderombudsman heeft in het rapport op een rijtje gezet wat er
allemaal moet verbeteren.



maandag 23 juli 2012

Het doolhof van de Jeugdzorg

http://www.gemeente.nu/web/Sociale-Zaken/Welzijn/Jeugd-en-onderwijs/Jeugdzorg-Artikel/56345/Hoe-kinderen-verdwalen-in-de-Jeugdzorg.htm?goback=.gde_1833677_member_135821870#.UAkMfbH7sz4.twitter


Het is een doolhof geworden, de Jeugdzorg. Of gemeenten ouders en kinderen sneller en beter gaan helpen is een grote vraag. En wie heeft de eindverantwoordelijkheid voor deze transitie?'

- VISIE - Hans Visser

“Sorry, mevrouw, we zijn in transitie. Nee, ik zou nu even helemaal niet meer weten waar u heen moet!” De moeder: “Maar kunt u me dan zeggen waar ik vóór deze transitie dan moest zijn? Want misschien is daar nog iemand?” “Nee, mevrouw, tenminste, ja dat dacht ik steeds totdat het me weer duidelijk werd dat het inmiddels toch weer anders was dan ik dacht. U kunt ….”

Ik dacht, laat ik zelf eens gaan bellen. Want er moet toch ergens één overzicht zijn van alle onderdelen en de samenhang daarin van ‘het systeem jeugdzorg’! Ik zag aan het begin daarvan al een zaadje op de band liggen. Want ja, ergens moet toch een logisch begin zijn voor een bevredigend einde van het zorgproces van zaadje tot ... waar het kind op kan houden kind te zijn.
“Sorry, meneer, ja, nee, wij hebben dat niet, en ja, ik weet niet maar als u ….” 

Twintig telefoontjes en vele verbazingen verder zat ik mij af te vragen hoe het in Godsnaam mogelijk is dat dit systeem voor zulke kwetsbare kinderen - zonder overzicht en samenhang - zóver heeft kunnen functioneren! Overigens zonder de goede bedoelingen, inzet en persoonlijke toewijding van de individuele professionals tekort te doen.

Maar wél om iets zichtbaar en bespreekbaar te maken wat al te lang zó’n doolhof voor hulpzoekende ouders is. En nu onder de mooie vlag ‘transitie’ omlaag geschoven wordt naar lagere overheden die dit hogerop mogen brengen. Want is ‘dit’ niet het fundament waarop wij in Nederland een duurzamer zorgsysteem voor de gehele welzijns- en gezondheids-lifecycle van de mens moeten kunnen bouwen?
Moet, als je het over verbeterde samenwerking hebt, de onderdelen daarvan niet eerst overzichtelijk in kaart zijn?

Wat ik voor mij zie in mijn zoektocht is een beeld van Google Earth met onder mij het landschap waar je de wegen ziet lopen die je als ouders/verzorgers van kwetsbare jeugd kunt gaan. En daar waar zij zich met hun vraag/probleem herkennen, dieper kunnen inzoomen op een antwoord, een organisatie met naam en telefoonnummer, op het document, op de kosten en wie wanneer wat wel en niet dekt. Op verschillende gelaagde niveaus. In combinatie met een systeem á la Tom-Tom. Online. Voortdurend geactualiseerd door gate-keepende terreinbeheerders die veranderingen en bewegingen monitoren gelijk luchtverkeersleiders bij vliegtuigen doen.

Wél naar Mars kunnen maar dit hier - dit overzicht (PDF) - niet voor elkaar krijgen?

Zo’n visueel overzicht van wie, wat, waar, wanneer en waarom, langs de ontwikkelleeftijdslijn van het kind, als rode draad moet het overdrachtsdocument zijn. Dat moeten de daarvoor verantwoordelijke ministeries en provincies gezamenlijk klaar maken voor overdracht. Voorbij Interdepartementaal verzuim e.a. vormen van ontlopen en verzaken van ieders eigen aandeel en verantwoordelijkheden.

Rode draad 

Waarom? Om de al fors gekorte gemeenten een eenduidige, geactualiseerde betrouwbare en samenhangende rode draad te geven waarlangs zij op véél verantwoordere en effectievere wijze deze verantwoordelijkheden over kunnen nemen. Dat scheelt de samenleving op nationaal en lokaal niveau bakken met tijd, geld en ergernis en vreselijk veel uitzoekerij. En daarmee hoeft het wiel niet overal opnieuw uitgevonden te worden. Hoe mooi die vrijheid in regelruimte ook wordt verkocht.

En dát systeem, dat is er al en we noemen haar Organisatie Navigatie Systeem. Een Infographic, Google Earth en Tom-Tom tegelijk. Voor wat je ook van A tot Z wilt visualiseren, in samenhang wil brengen en onderdelen met elkaar verbinden. Naar ieder scherm te simplificeren voor directe toegang. Altijd actueel in een wereld die morgen weer veranderd is. Maar het kind zich steeds geborgen weet in de veilige armen van Jeugdzorg ‘om de hoek’. (????)

Eindverantwoordelijkheid 

De vraag die rest: “Wie heeft hier de (eind)regie op en wie is als eindverantwoordelijke bereikbaar en aanspreekbaar voor het goed functioneren van het geheel?” Niet van afzonderlijke onderdelen en onderdeeltjes, want daar kom je in om. Laat hij of zij zich nu bekend maken. Opdat we hem of haar de zorg van onze toekomst kunnen toevertrouwen. Héél benieuwd wie dat zal zijn. Ik wil hét zeker weten! Hét had mijn kind kunnen zijn of kleinkind kunnen worden waar ik mijn moeder en vader al verloren ben. ‘Somewhere in between’ had hét mij ook verder kunnen helpen waar ik te lang zoekende ben geweest.

Voorstel Jeugdwet opengesteld voor commentaar!

http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/42/069.html

Voorstel Jeugdwet opengesteld voor commentaar


De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie hebben het voorstel voor de nieuwe Jeugdwet opengesteld voor consultatie. Belangstellenden kunnen tot 18 oktober via internet reageren op het wetsvoorstel.


De Jeugdwet regelt de bestuurlijke en financiële decentralisatie van de zorg voor jeugd. De decentralisatie mikt op meer preventie van problemen, meer vertrouwen op de eigen kracht van kinderen en gezinnen, minder medicalisering van problemen, betere samenwerking rond gezinnen en een integraal hulpaanbod.

Op de website Internetconsultatie.nl staan de concepten van de wetstekst en de memorie van toelichting. Ook vermeld staan onderwerpen die nog niet tot in detail zijn uitgewerkt, zoals de positie van de jeugdbescherming en de jeugd-ggz en de integratie van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld.

Per e-mailadres kan slechts één reactie worden ingediend. Reacties worden gepubliceerd na afsluiting van de consultatie, als de inzender ze openbaar wil maken.

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

is nog buiten het concept herziening 1e Burgerlijk Wetboek om


met juridische kritiek erop:


              Terug naar Alle artikelen Jeugdzorg Dark horse
C http://jeugdzorg-darkhorse.blogspot.com/2012/04/alle-artikelen-jeugdzorg-dark-horse.html

Het ondermijnen van het ouderlijk gezag - English article

http://www.spiked-online.com/site/earticle/12644/

We have nationalised child-raising’, claimed Shaun Bailey, head of the charity My Generation, during an autopsy of the riots and looting that swept England in summer 2011. Bailey continued: ‘People think that the government is responsible for their children - that weakens the family structure. One of the worst things as a parent is having nothing to teach your children; one of the worst things as a child is to believe that authority lies outside your parents.’ (1)  

Korte samenvatting – vrij vertaald

In plaats van de baas te zijn in hun eigen huizen, zijn ouders bemiddelaar geworden in de relatie tussen het kind en de Staat. Hun primaire verantwoordelijkheid is niet te doen wat goed is voor hun kind, maar om te laten zien dat ze de juiste lijn volgen volgens de huidige ouderschap orthodoxie. Het effect van dit, is zoals Bailey zegt desoriënteert zowel ouders als kinderen. Het is funest voor de basis voor ouderlijk gezag.

Was was de oorzaak van de rellen afgelopen zomer? Het gedrag van die jonge mensen die betrokken zijn in de chaos was diep schokkend - maar zo, ook, was de reactie van de volwassen bevolking. Wat de chaos ondersteund was de open ineenstorting van volwassen autoriteit. En dit moet een wake-up call  zijn voor onze samenleving.
Een wake-up call over de noodzaak om verantwoordelijkheid te nemen voor de jongere generaties.

Bijvoorbeeld, bovenliggende-bashing heeft de neiging om te veronderstellen dat ouders niet genoeg geven om hun kinderen. Noch suggereert bewijs van de laatste decennia dat, of ze nu in het groene Surrey (GB) of inner-city Tottenham woont.

Ouders zijn juist meer tijd, energie in hun kinderen gaan steken om het goede te doen dan enige eerdere generatie. Het probleem is dat ze steeds meer de autoriteit over hun kinderen verliezen om hen te vormen tot verantwoordelijk volwassenen. De Staat bemoeit zich constant met de opvoeding Wat betekent dat? Wanneer 18-jarigen beginnen met peuter driftbuien en trashing van hun eigen buurten weet niemand wat te doen. Ouders mogen de opvoeding van hun kinderen niet meer in eigen hand nemen. 
Ze worden gedwongen tot cursussen Postief opvoeden, etc. Alles wordt voorgeschreven door de Staat, dit ondermijnt ouders hun gezag. Je mag ook niet afwijken van de norma, de Saat bepaalt hoe jij je kinderen opvoedt en welke therapieën ze moeten volgen.


Het probleem van de ouderlijke macht in de onmiddellijke nasleep van de rellen werd het duidelijkst uitgedrukt in ouders hun klachten over hoe ze machteloos worden gemaakt door de Staat, in hun eigen vermogen hun kinderen te disciplineren. Ouders werd verteld door de sociale diensten en andere officiële instanties dat de alleen toegestane vormen van discipline die verbonden met 'positieve ouderschap' goedgekeurd worden. Met andere woorden ouders voelen zich hulpeloos. Door de Staat verliezen zijn de zeggenschap over hun kinderen, wanneer hun gedrag uit de hand loopt.


Jeugdzorg Dark horse
 
Now, I am spontaneously prone to questioning the pronouncements of Big Society worthies such as Shaun Bailey. I have no idea what My Generation actually is; according to the Charity Commission records, it has now ‘ceased to exist’. And it was striking that, having denounced the ‘nationalisation’ of parenting by the state, Bailey’s proposed solutions seemed to involve yet more of the same: for example, that school pupils should be taught about ‘parenting’ from an even earlier age.

But Bailey’s diagnosis of the dangers inherent in eroding parental authority was absolutely spot on. By attempting to ‘nationalise’ childrearing, whether by providing classes to instruct parents in officially approved childrearing methods or by using schools to inculcate children in a heightened awareness of the failings of their mothers and fathers, in recent decades, government parenting policy has stripped parents of their directly authoritative role.

Instead of being the boss of their own homes, parents are situated as mediators in the relationship between the child and the state, and told that their primary responsibility is not to do right by their child but to show that they are doing the right thing according to the current parenting orthodoxy. The effect of this, as Bailey suggested last year, is to disorient both parents and children, as both question the basis for parental authority.

Was this what caused the riots last summer? Not on its own. The behaviour of those young people engaged in the mayhem was profoundly shocking - but so, too, was the response of the adult population, from the middle classes cowering in their living rooms and boasting about that in the press, to the failure of the police to intervene decisively. What underpinned the chaos was the open collapse of adult authority, and this should have provided a wake-up call to our society about the need to grow up and take responsibility for the younger generations.

But the problem of parental authority forms an important part of the generalised crisis of adulthood, and it is worth reflecting on the relationship between the two.
Nationalised parenting and the problem of discipline
My book Standing Up To Supernanny is largely a critique of ‘parent bashing’, where parents are held singlehandedly responsible for everything that might go wrong with their kids, from a decayed tooth to teenage angst, to failure to achieve top grades in their numerous (and increasingly, apparently meaningless) school exams.

The widespread acceptance of parental determinism is one of the most limited and cowardly ideas of our time. It seeks to find a simplistic personal cause to every social problem, and has the effect of absolving society at large from doing anything other than nagging parents about how to behave (see: Parental determinism: a most harmful prejudice, by Frank Furedi).

For all the reasons that officials like to bash parents, it was not surprising to see this technique emerge as part of the response to last summer’s riots - for example, in prime minister David Cameron’s opportunistic scapegoating of 120,000 ‘troubled’ families as the cause of the modern malaise. But what was, if anything, worse than the parent-bashing was the outpouring of fatalism that situated ‘poor parenting’ within a comprehensive list of the ills of the modern age.

On 14 August 2011, for example, the Independent claimed that the riots were the product of ‘a perfect storm of school holidays, rising living costs, warm weather, cautious police tactics, rolling TV news and social media, [alongside] deep-seated social and cultural problems, including poverty, failing schools, gangs, joblessness, materialism and poor parenting’.

In some sections of the press, this generalised sense of angst quickly morphed into the idea that the riots were merely an understandable - even tacitly condonable - reaction to the naff consumerism of modern life, economic problems, the behaviour of bankers, and anything else that the liberal intelligentsia might not like about twenty-first-century Britain (including the weather). As such, the more interesting critiques of the problem of contemporary parenting culture were deftly sidelined when they could have been directly addressed and debated.

For example, parent-bashing tends to assume that parents don’t care enough about their kids. Yet evidence of recent decades suggests that, whether they live in leafy Surrey or inner-city Tottenham, parents are putting more time, energy and anxiety into trying to do right by their kids than any previous generation. The problem is that they increasingly seem to lack the authority to mould their kids into an image of responsible adulthood; meaning that when 18-year-olds start having toddler tantrums and trashing their own neighbourhoods, nobody knows quite what to do.

The problem of parental authority in the immediate aftermath of the riots was most clearly expressed in parents’ complaints about how they felt disempowered in their ability to discipline their children. Having been told by social services and other official agencies that the only permissible forms of discipline were those associated with ‘positive parenting’ - in other words, praise and persuasion, which are not forms of discipline at all - they felt helpless to control their kids when their behaviour started to get out of control.

Some, including London mayor Boris Johnson and the Labour MP for Tottenham, David Lammy, have engaged with this problem, and made some welcome arguments as to why restrictions on parents’ disciplinary methods have gone too far and why parents should be able to smack their children when necessary. However, the recognition of the need for parental discipline needs to be underpinned by a broader sense that it is adults who make the rules, and that it is right for them to impose sanctions when things go wrong.

For parents to exercise authority, there has to be a presumption of parental authority. This presumption has been in decline for some time, but it is now becoming clear just how comprehensively it has been eroded by two decades of ‘nationalised’ parenting policy. 

The slow demise of adult authority

The anxiety about out-of-control youth is not new. Historians have noted a particular peak in this anxiety in the immediate postwar period, when anxieties about the emergence of the ‘teenager’ developed as a particular law-and-order problem in the form of ‘juvenile delinquency’. John R Gillis’s 1974 book, Youth and History, describes the concerns like this:

‘The notion of a period of life freed from the responsibilities of adulthood was too easily distorted by the more restive members of the younger generation into the frightening image of the rebel without a cause.

And if rising rates of delinquency were not enough to give second thoughts, there was also the realisation that even the more benign features of adolescence, including its political passivity and social conformity, mirrored other well-known weaknesses of adult society.’ (2)

Alongside anxieties about delinquent youth, there were also concerns about the decline of the authoritative adult, and the consequences of this for failing to contain problems. For example, John Barron Mays wrote, in his 1961 article about ‘Teenage Culture in Contemporary Britain and Europe’: ‘The majority of those who rebel in this period would, given adequate support and firm but sympathetic leadership, adjust to their growing-up problems in socially acceptable ways. But the failure of older members of the community, especially of parents and educators, to give them adequate support, makes them temporarily easy victims for the illegal promptings of a handful of seriously maladjusted and emotionally disturbed instigators.’ (3)

Even though, in the 1950s, there was a fear that adults weren’t quite up to the job of keeping all the young people in check, there remained a sense that the ‘rebels without a cause’ were a minority who could, and should, be brought under control. Despite the often bleak view of adult society at that time, there was still a clearly understood distinction between adults and children, and a view that adult society needed to sort its own problems out, rather than indulge the lashing-out of its youth.
By the time Christopher Lasch wrote his bleakly prescient 1977 book Haven in a Heartless World: The Family Besieged, the decline of authority within the adult community at large was both mirrored and exacerbated by the erosion of parental authority within the family. Part of this problem, according to Lasch, was the extent to which agencies and cultural influences external to the family were taking on increasing aspects of the socialisation process.

In consequence, argued Lasch: ‘Relations within the family have come to resemble relations in the rest of society. Parents refrain from arbitrarily imposing their wishes on the child, thereby making it clear that authority deserves to be recognised as valid only insofar as it conforms to reason.’ This resulted in a ‘growing gap between discipline and affection’ in the American family at that time, where discipline was outsourced. (4)

Lasch’s argument about the distinctiveness of parental authority from that imposed by other agencies is important to address. For Lasch, it is problematic when the authority of mum and dad appears just like the authority of a teacher, a politician or a boss, in that it has to be earned, and that it can and should be questioned. That is because relations within the family are different from relations within the rest of society. Family relations are implicit, affective, emotional, physical; parental authority is all-encompassing in a way that official diktat never can be.

That is why the phrases ‘I’ll tell your mum’ or ‘wait ’til your father gets home’ have historically had far greater import with children than being given detention at school or told off by a policeman for throwing stones at derelict buildings. Today, though, the phrase ‘you’re not the boss of me’ is as likely to be used in backchat to a mother or father as it is to a teacher. Adult authority has become so diminished that, culturally, no source of authority is assumed to carry weight over younger generations. 

Why authoritarianism is no substitute for authority

One consequence of the undermining of parental authority, according to Lasch, is authoritarianism: ‘Law enforcement comes to be seen as the only effective deterrent in a society that no longer knows the difference between right and wrong.’ In contemporary Britain, one clear consequence of the undermining of tacit forms of authority - that of parents, primarily, but also that of adults within the community - has been that the only people who are ‘allowed’ to exercise discipline over children are those who have been specifically charged by the state with this task, and trained accordingly.

So teachers, probation officers, social workers and community co-optees who have undergone Criminal Records Bureau checks and attended certain training courses are presented with a badge of authority, which is supposed to signal that they are to be trusted and that they should be obeyed. Anyone who falls outside the sphere of official regulation - parents, grandparents, aunts and uncles, neighbours, family friends, residents of a community - is warned, by a combination of cultural norms and the direct threat of sanction, to hold back.

This has important consequences for the sense of adult authority in general. If parents feel nervous about smacking, or shouting at, their own children, they feel 10 times more nervous about imposing their authority upon other people’s children. In this situation, the need for control over youth is either batted back to the parents, whose ability to do it is constrained by the orthodoxy of ‘positive parenting’, or it is handed over to the authorities, who, it turns out, cannot do the job either.
This latter point was starkly revealed during last summer’s riots, with the collapse of the police. In August 2011, Omar Malik, whose flat was caught up in what The Sunday Times describes as the ‘moral blaze’, called the police twice and the fire brigade three times, in vain. ‘We felt completely abandoned in our hour of need’, he said. When he asked his five-year-old son to draw a picture of the fire, as ‘therapy’, he recalled that, ‘the child drew his burning home with firefighters pointing their hoses in the wrong direction, while police stood by doing nothing’ (4).

The failure experienced by Malik’s family, and indeed by the communities affected by the riots, was not simply the police being too inept to do their job. It was a sense that all adult authority had suddenly disappeared. And if society loses that fundamental sense that the adults are in charge, then you can arm a body of men as much as you like but it won’t be able to contain the problem.

The British police force currently has a number of institutional problems, all of which contribute to its often apparent inability to act effectively; but its paralysis in the face of young people is intrinsically related to the wider anxiety about who is the boss in the adult-child relationship. Police officers, like teachers, social workers and others, are trained according to the idea that young people are supposed to be listened to, negotiated with, flattered and cajoled, but never criticised or forced to behave. So when they don’t behave, all hell breaks loose.

In this regard, the crisis of adult authority today goes far deeper than that described by Christopher Lasch in 1977. He warned that its absence would lead to law enforcement being seen as the ‘only effective deterrent’ to wrongdoing - in fact, when the distinction between right and wrong really does become lost, transgressors do not even consider the possibility that they might be held to account for breaking the law.

This was perhaps best summed up by the much-reported story of the female looter who was caught on a shop’s CCTV camera trying on shoes before she stole them: the surprise was less that she stole the shoes than that she never considered that she would be held to account for doing so. It was previously revealed in the arrogance of some of the students protesting against the education cuts, who did not bother to conceal their identities when causing damage, and were surprised when the cops come knocking at their door.

It should be stressed that the upshot of the police lacking authority over young people is not that we will have a kinder, more humane society. Rather, the inability to act in an authoritative way merely leads the police force to seek blunter technical means of enforcing social control - as with the bizarre discussion about the need to use water cannons and other violent tools in the face of any future riots.

Within the family as well, the erosion of adult authority does not mean that children enjoy more freedom of expression, or that they are raised to become happier beings. As Shaun Bailey said: ‘One of the worst things as a child is to believe that authority lies outside your parents.’ If there is one positive lesson that we can learn from last summer’s riots, it is that the nationalisation of parenting makes everything worse, and that reclaiming our kids would indeed make the world a better place.
Jennie Bristow is editor of Abortion Review and author of Standing Up To Supernanny and co-author of Licensed to Hug. (Buy these books from Amazon (UK) here and here.)